13 december 2019 • Nieuwe cycloon duikt op aan zuidpool Jupiter
Er is een nieuwe cycloon verschenen bij de zuidpool van de grote gasplaneet Jupiter. Dat blijkt uit opnamen die NASA-ruimtesonde Juno op 3 november van dit gebied heeft gemaakt. Toen Juno in juli 2016 aankwam bij Jupiter, ontdekten zijn camera’s tal van cyclonen rond de polen van de planeet: negen in het noorden, zes in het zuiden. Op dat moment was nog onduidelijk wat de levensduur van deze kolossale weersystemen zou zijn. Latere waarnemingen gaven aan dat vijf van de wervelstormen rond de zuidpool in een vijfhoekig patroon om een centrale wervelstorm draaien en dat deze configuratie stabiel leek. Maar nu heeft zich toch een zesde wervelstorm tussen de andere gewurmd. De centrale cycloon is nu dus omgeven door een zeshoekige formatie van wervelstormen. Met een middellijn van ongeveer 800 kilometer is de nieuwkomer wat kleiner dan zijn soortgenoten, maar mogelijk is hij nog in de groei. De Juno-gegevens laten in elk geval zien dat de windsnelheden in de nieuwe cycloon (362 km/uur) vergelijkbaar zijn met die van zijn buren. (EE)
Meer informatie:
NASA’s Juno Navigators Enable Jupiter Cyclone Discovery

   
13 december 2019 • Hubble-ruimtetelescoop maakt nieuwe foto’s van interstellaire komeet
De Hubble-ruimtetelescoop heeft een opname gemaakt van de interstellaire komeet Borisov, rond het moment dat deze de zon het ‘dichtst’ naderde. De afstand tussen beide bedroeg op dat moment 298 miljoen kilometer. Sinds 8 december is de komeet alweer bezig om, met een snelheid van ruwweg 175.000 kilometer per uur, ons zonnestelsel te verlaten. Onderweg passeert Borisov, eind december, onze eigen planeet op de eveneens ruime afstand van 290 miljoen kilometer. Tegelijk met de opname van 8 december is ook een Hubble-opname gepresenteerd die laat zien hoe de komeet in november (schijnbaar) dicht langs een sterrenstelsel op de verre achtergrond scheerde. Op die foto is het sterrenstelsel niet scherp afgebeeld omdat tijdens de opname de snel bewegende komeet werd gevolgd. Komeet Borisov is afkomstig uit de koude ruimte buiten ons zonnestelsel. Tijdens zijn dichtste nadering is hij dus sterker opgewarmd dan ooit tevoren. Tot nu toe lijkt dat echter geen dramatische gevolgen te hebben gehad voor het ijzige hemellichaam. Uit de nieuwe Hubble-opnamen kan worden afgeleid dat de kern van de komeet nog geen 500 meter groot is – veel kleiner dan de eerste schattingen aangaven. Vermoed wordt dat de interstellaire ruimte wemelt van kometen als deze. Alleen al binnen ons zonnestelsel zouden er voortdurend duizenden kunnen rondspoken. Het overgrote deel daarvan is echter te zwak om met de huidige telescopen te kunnen worden opgemerkt. (EE)
Meer informatie:
Hubble Watches Interstellar Comet Borisov Speed Past the Sun

   
13 december 2019 • NASA kiest ‘landingsplek’ voor planetoïde-verkenner OSIRIS-Rex
Het afgelopen jaar heeft NASA-ruimtesonde OSIRIS-Rex het met rotsblokken bezaaide oppervlak van planetoïde Bennu van een afstand bekeken. Maar het is de bedoeling dat hij ook oppervlaktemateriaal gaat inzamelen en op aarde aflevert. Het team dat de missie begeleidt heeft daarvoor nu de meest geschikte plek gekozen: een krater op het noordelijk halfrond van de planetoïde. Op de locatie, die Nightingale wordt genoemd, lijkt meer fijn bodemmateriaal te liggen dan op de andere drie plekken die in overweging zijn genomen. Bovendien zijn de temperaturen ter plaatse lager dan elders op de planetoïde, waardoor het materiaal naar verwachting beter geconserveerd is. Ook gunstig is dat de kraterbodem relatief vlak is. Vanaf januari 2020 zullen nog diverse verkenningsvluchten boven het gekozen landingsgebied en een ‘reservelocatie’ worden gehouden om het terrein heel nauwkeurig in kaart te brengen. Vervolgens zal de ‘touch-and-go’-procedure worden geoefend waarmee OSIRIS-Rex in augustus bodemgruis moet gaan inzamelen. Dat laatste gebeurt door met een puf stikstofgas gruis op te laten stuiven en op te vangen. De ruimtesonde zal Bennu pas in 2021 de rug toekeren en het in een speciale capsule verpakte bodemmateriaal op 24 september 2023 op aarde afleveren. (EE)
Meer informatie:
X Marks the Spot: NASA Selects Site for Asteroid Sample Collection

   
12 december 2019 • Circulatiepatronen in hoge Marsatmosfeer in kaart gebracht
Voor het eerst zijn wetenschappers erin geslaagd om de globale windcirculatie in de hoge atmosfeer van de planeet Mars in kaart te brengen (Science, 13 december). De benodigde gegevens zijn afkomstig van de Mars Atmosphere and Volatile EvolutioN (MAVEN), een Amerikaanse ruimtesonde die in 2014 bij de rode planeet arriveerde. De windmetingen zijn gedaan op de momenten dat MAVEN eventjes de bovenste lagen van de Marsatmosfeer in dook.  Op de lange termijn – van seizoen tot seizoen – vertoont Mars een heel stabiel circulatiepatroon. Toch heeft het nieuwe onderzoek enkele verrassingen opgeleverd. Een daarvan is dat de winden in de hoge atmosfeer op korte tijdschalen sterke variaties vertonen. Onduidelijk is nog waarom dat zo is. Een tweede, veel grotere verrassing is dat de winden tot op honderden kilometers boven het planeetoppervlak nog informatie bevatten over de onderliggende terreinvormen, zoals bergen, valleien en bekkens. Wanneer de lucht over deze obstakels heen stroomt, ontstaan een soort rimpelingen die zich uitstrekken tot in de hoge atmosfeer. Deze ‘orografische golven’ komen ook op aarde voor, maar niet op zulke grote hoogten. Op Mars zijn ze voelbaar tot een hoogte van 280 kilometer. Daar hebben de wetenschappers twee mogelijke verklaringen voor. Op de eerste plaats is de atmosfeer van Mars veel ijler dan die van de aarde, waardoor golven zich langer ongehinderd kunnen voortplanten. Om dezelfde reden blijven golven zich in water gemakkelijker voortplanten dan in stroop. Daarnaast zijn de hoogteverschillen op Mars veel groter dan die op aarde. Op Mars komen bergtoppen voor van 20 kilometer hoog, terwijl die op aarde bij minder dan de helft blijven steken. (EE)
Meer informatie:
Scientists map a planet's global wind patterns for the first time, and it's not Earth

   
12 december 2019 • Pulsar voor het eerst tegelijk gewogen, gemeten en bekeken
Het is een internationaal team van wetenschappers, onder wie sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam, voor het eerst gelukt om van een pulsar tegelijk de massa, de doorsnee en het magnetisch veld te bepalen. Pulsar J0030+0451 blijkt 1,3 keer zo zwaar als de zon, meet 25 kilometer in diameter en heeft een weerbarstiger magneetveld dan het theoretische ‘staafmagneetmodel’ voorspelt. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in een serie artikelen in het vakblad Astrophysical Journal Letters. De astronomen deden hun waarnemingen tussen juli 2017 en december 2018 met NICER, de Neutron star Interior Composition Explorer van de NASA. Dit instrument vangt röntgenstraling op en bevindt zich op het Internationale Space Station. Dankzij het instrument hopen de onderzoekers een beter idee te krijgen van de ultradichte samenstelling van de neutronenster. Pulsars zijn kleine, compacte neutronensterren die honderden keren per seconde om hun as draaien. Het zijn overblijfselen van gestorven zware sterren. De pulsar J0030+0451 bevindt zich op 1100 lichtjaar van de aarde in de richting van het sterrenbeeld Vissen. De pulsar tolt 205 keer per seconde om zijn as. Al tientallen jaren proberen sterrenkundigen pulsars uit te vinden hoe het magneetveld van pulsars eruitziet. In de meest gangbare modellen wordt een pulsar voorgesteld als een bol met daarin een rechtopstaande staafmagneet. Er lopen veldlijnen van de noordpool naar de zuidpool. Het idee is dat het magneetveld zo sterk is dat deeltjes die toevallig in de buurt zijn, meteen naar de polen worden gesleurd en daar inslaan. Dat leidt tot hete polen. Na uitvoerige bestudering van pulsar J0030+0451 blijkt echter dat de hete plekken niet recht tegenover elkaar zitten. De onderzoekers hebben vervolgens de vreemde waarnemingen in een nieuw, aangepast model gevat en geprobeerd na te bootsen met supercomputers. Dat gebeurde onder andere met Cartesius, de Nederlandse nationale supercomputer. Na een maand stampen, kwam Cartesius tot de conclusie dat er inderdaad hotspots verspreid over de pulsar konden voorkomen. Het nieuwe aangepaste model, lijkt dus te werken.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
12 december 2019 • Ver, stofrijk sterrenstelsel opgespoord met ALMA
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) het licht opgevangen van een zwaar sterrenstelsel, zoals dat er ‘maar’ 970 miljoen jaar na de oerknal uitzag. Daarmee is het stelsel, MAMBO-9 geheten, is het verste stofrijke en sterren-vormende stelsel dat ooit rechtstreeks is waargenomen. Sterrenstelsels als deze, die enorme hoeveelheden gas en stof bevatten, zijn de meest productieve ‘sterfabrieken’ in het heelal. Ze vormen sterren in een tempo van een paar duizend zonsmassa’s per jaar. Ter vergelijking: onze Melkweg blijft steken bij drie zonsmassa’s per jaar. Dat monsterstelsels als MAMBO-9 al zo vroeg in de geschiedenis van het heelal konden ontstaan is pas sinds enkele jaren bekend. Vanwege hun extreme gedrag vermoeden astronomen dat deze stofrijke stelsels een belangrijke rol spelen in de evolutie van het heelal. Maar ze laten zich niet gemakkelijk opsporen, omdat het licht van hun sterren achter wolken van stof schuilgaat. Een eerste glimp van MAMBO-9 werd al tien jaar geleden opgevangen, maar die waarnemingen waren niet gevoelig genoeg om zijn afstand te kunnen vaststellen. Nu is gebleken dat het licht van MAMBO-9 er ongeveer 13 miljard jaar over heeft gedaan om de ALMA-antennes te bereiken. Aan de hand van de nieuwe waarnemingen kon ook een schatting worden gemaakt van de massa van het verre sterrenstelsel. De hoeveelheid gas en stof in het stelsel blijkt kolossaal te zijn: tien keer zo groot als de massa van alle sterren van onze Melkweg bij elkaar. Dit betekent dat het nog maar net begonnen is met het produceren van sterren. De vraag is nu hoe zulke relatief kleine aantallen sterren in zo korte tijd zó veel stof hebben kunnen produceren. (EE)
Meer informatie:
Ver, stofrijk sterrenstelsel opgespoord met ALMA

   
11 december 2019 • Veel exoplaneten hebben opvallend weinig water in hun atmosfeer
De meest uitgebreide inventarisatie van de chemische samenstellingen van de atmosferen van exoplaneten roept vragen op over de bestaande theorieën voor de planeetvorming. De onderzochte atmosferen bevatten namelijk verrassend weinig water (Astrophysical Journal Letters, 11 december). Een onderzoeksteam onder leiding van de universiteit van Cambridge (VK) heeft metingen gedaan van de chemische en thermische eigenschappen van de atmosferen van 19 exoplaneten. De onderzochte planeten lopen uiteen van ‘mini-Neptunussen’ van bijna 10 aardmassa’s tot ‘super-Jupiters’ van meer dan 600 aardmassa’s. En hun temperaturen variëren van bijna 20 °C tot meer dan 2000 °C. Net als bij de reuzenplaneten van ons eigen zonnestelsel zijn de atmosferen van deze planeten rijk aan waterstof. Het onderzoek laat zien dat hoewel in de atmosferen van veel exoplaneten water te vinden is, de hoeveelheden veel lager zijn dan verwacht, terwijl de hoeveelheden van andere elementen soms wel aan de verwachtingen voldeden. Al met al zijn de onderlinge verschillen groot. Verwacht werd dat de atmosferen van de exoplaneten relatief veel koolstof en zuurstof zouden bevatten, net als die van de reuzenplaneten in ons eigen zonnestelsel. Maar 14 van de 19 onderzochte planeten vertonen een gebrek aan waterdamp en zuurstof. Dat suggereert dat deze planeten zijn gevormd in een omgeving waar weinig (water)ijs voorradig was. Van een planeet als Jupiter wordt aangenomen dat hij is ontstaan door de samenklontering van grote hoeveelheden ijs, gesteenten en andere deeltjes. Daarbij moet overigens worden aangetekend dat het nog steeds niet goed is gelukt om te bepalen hoeveel water de Jupiteramosfeer bevat. Omdat de planeet zo koud is, moet alle waterdamp in zijn atmosfeer gecondenseerd zijn en dat bemoeilijkt de detectie ervan. Toch twijfelen wetenschappers er niet aan dat hij rijk is aan water. Nu dat voor veel exoplaneten niet lijkt te gelden, zou dat kunnen betekenen dat deze op een andere manier zijn ontstaan dan Jupiter. Om daar duidelijkheid over te kunnen krijgen, moeten meer exoplaneten onderzocht worden. Maar nu al is duidelijk dat er bij exoplaneten niet voetstoots van mag worden uitgegaan dat hun chemische samenstellingen vergelijkbaar zijn. (EE)
Meer informatie:
Water Common – Yet Scarce – in Exoplanets

   
11 december 2019 • Magnetische velden volgen de spiraalstructuur van sterrenstelsel M77
Onze Melkweg vertoont een elegante spiraalvorm met lange ‘armen’ vol met sterren. De vraag is hoe deze vorm precies tot stand is gekomen. Nieuwe waarnemingen vanuit de ‘vliegende sterrenwacht’ SOFIA doen vermoeden dat (ook) magnetische velden daarbij een rol spelen. Vanuit SOFIA – een aangepaste Boeing 747SP, uitgerust met een 2,7-meter telescoop – is gekeken naar het 47 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 1086, ook bekend als M77. Dit stelsel vertoont, net als onze Melkweg, een opvallende spiraalstructuur. Met deze telescoop hebben astronomen de magnetische velden in M77 in kaart gebracht. De resultaten laten zien dat deze velden de contouren van de spiraalstructuur dicht volgen. Dat is in overeenstemming met de meest gangbare theorie voor het ontstaan van deze armen: de ‘dichtheidsgolftheorie’. Volgens deze theorie zitten het stof, het gas en de sterren in de spiraalarmen niet vast op hun plek. Ze hebben een andere (hogere) snelheid dan het roterende spiraalpatroon, die afhangt van hun afstand tot het middelpunt van het stelsel. Wanneer een gaswolk de spiraal inhaalt, wordt hij samengedrukt en leidt de toegenomen gasdichtheid ertoe dat er nieuwe sterren ontstaan. De waargenomen magnetische velden strekken zich over de volledige lengte van de kolossale armen (24.000 lichtjaar) uit. Volgens de astronomen, die daarover binnenkort in de Astrophysical Journal zullen berichten, impliceert dit dat de gravitatiekrachten die verantwoordelijk zijn voor de spiraalvorm van het stelsel ook diens magnetische veld comprimeren. Verdere waarnemingen zullen moeten uitwijzen in hoeverre dit verschijnsel ook in andere, onregelmatiger gevormde sterrenstelsels optreedt. Magnetische velden in het heelal zijn moeilijk waarneembaar. SOFIA is uitgerust met een speciale infraroodcamera, waarmee stofdeeltjes kunnen worden waargenomen die zich haaks op magnetische veldlijnen richten. Daaruit kunnen astronomen afleiden wat de vorm en richting van het anderszins onzichtbare magnetische veld is. (EE)
Meer informatie:
How to Shape a Spiral Galaxy

   
10 december 2019 • Elektrische ladingen houden planeetvormingsproces aan de gang
Wetenschappers hebben mogelijk ontdekt hoe stofdeeltjes kunnen samenklonteren tot planeten. Bij het onderzoek hebben ze gekeken hoe zulke deeltjes zich onder microzwaartekracht – de normale toestand in de interstellaire ruimte – gedragen (Nature Physics, 9 december). Binnenshuis voegen stofdeeltjes zich gemakkelijk samen tot huisstof. Dat komt door een verschijnsel dat adhesie wordt genoemd. Ook in de ruimte zorgt adhesie ervoor dat stofdeeltjes aan elkaar blijven plakken. Grote deeltjes voegen zich juist samen onder invloed van de zwaartekracht – een proces dat cruciaal is voor de vorming van planetoïden en planeten. Hoe je van het een naar het ander komt, was tot nu toe onduidelijk. Normaal gesproken zouden deeltjes met afmetingen van millimeters tot centimeters bij botsingen van elkaar af moeten ketsen. De wetenschappers hebben nu vastgesteld dat deeltjes onder microzwaartekracht spontaan sterke elektrische ladingen ontwikkelen en aan elkaar blijven plakken. Hoewel gelijke ladingen elkaar afstoten, vormen zich daarbij ook samenklonteringen van gelijke lading. Dat komt doordat de ladingen zo sterk zijn dat deeltjes elkaar polariseren en elkaar als een soort magneetjes aantrekken. Een vergelijkbaar proces speelt zich op aarde af bij bepaalde chemische productiemethoden. Volgens de onderzoekers zou dit elektrische polarisatieproces wel eens de reden kunnen zijn waarom het planeetvormingsproces niet vroegtijdig stilvalt. (EE)
Meer informatie:
How planets may form after dust sticks together

   
10 december 2019 • Saturnusmaan Titan heeft mogelijk grote ondergrondse methaanvoorraden
Het klimaat op de grote Saturnusmaan Titan wordt mogelijk beïnvloed door een enorme ondergrondse voorraad van vloeibare methaan. Dat is de uitkomst van computersimulaties die de processen die zich op het oppervlak en in de atmosfeer van Titan afspelen aan elkaar knopen (Nature Astronomy, 9 december). Op Titan speelt methaan zo’n beetje dezelfde rol als het water op aarde. Er is sprake van een kringloop waarbij methaan uit de lucht neerregent en de meren nabij de polen vult, waarna weer verdamping optreedt. Waar al dat methaan vandaan komt, is echter een raadsel. Normaal gesproken zou het spul in de atmosfeer vrij snel moeten worden afgebroken door chemische processen. Om dit te kunnen verklaren heeft een team onder leiding van Juan Lora van Yale University het klimaat op Titan op vijf manieren digitaal nagebootst. Bij elke simulatie had het oppervlak een andere doorlaatbaarheid. In het ene model kon methaan dus makkelijker de bodem in sijpelen dan in het andere. Drie van de modellen ‘voorspelden’ het bestaan van methaanmeren bij de polen, zoals die er ook werkelijk zijn. Maar slechts één daarvan voorspelde ook correct dat methaanregens zich voornamelijk langs de evenaar afspelen. Volgens dat kloppende model zijn er onder het oppervlak van Titan grote hoeveelheden methaan te vinden. Het vloeibare methaan zou op de Saturnusmaan dus ook ongeveer dezelfde rol vervullen als het grondwater op aarde. De ondergrondse voorraad vult de verliezen in de atmosfeer aan, zodat de meren niet droogvallen. (EE)
Meer informatie:
Saturn’s moon Titan could be hiding underground reservoirs of methane

   
9 december 2019 • Planeetwetenschappers vinden verklaring voor de ‘tijgerstrepen’ van Saturnusmaan Enceladus
Met de slechts 500 kilometer grote Saturnusmaan Enceladus is iets vreemds aan de hand. Bij zijn zuidpool zijn vier rechte, evenwijdige spleten te zien waaruit water ontsnapt. Deze ‘tijgerstrepen’ zijn uniek voor ons zonnestelsel. Planeetwetenschappers denken nu te weten hoe ze zijn ontstaan (Nature Astronomy, 9 december). Enceladus heeft een kilometers dikke korst van ijs waaronder een oceaan van vloeibaar water schuilgaat. Door de getijdenkrachten die deze ijsmaan van zijn moederplaneet ondervindt, wordt zijn inwendige afwisselend warmer en koeler. Deze krachten zijn het sterkst aan de polen, waardoor de korst daar wat dunner is dan elders. Tijdens koelere perioden groeit het ijs aan de onderkant van de korst aan. Hierbij ondervindt het ijs een toenemende tegendruk van het ondergelegen oceaanwater. Dat leidt er uiteindelijk toe dat de korst breekt en er vloeibaar water uit het inwendige kan ontsnappen. Zo’n breuk ontstaat op de plek waar de korst op z’n zwakst is: bij een van de polen dus. Bij Enceladus was dat toevallig de zuidpool, maar het had net zo goed de noordpool kunnen zijn. Hoe dan ook: door het breken van het ijs bij de zuidpool nam de druk op de korst af en bleef het ijs aan de noordpool gespaard. Daar bleef het echter niet bij. Het water dat door de spleet aan de zuidpool ontsnapte, viel in de vorm van ijs en sneeuw terug naar het oppervlak, waardoor zich aan weerszijden ruggen van ijs vormden. Berekeningen laten zien dat het gewicht van deze ijsruggen voldoende was om de aangrenzende ijskorst 35 kilometer verderop nogmaals te doen breken. Op die manier zijn uiteindelijk, op onderlinge afstanden van steeds 35 kilometer, de vier tijgerstrepen ontstaan. Bij grotere ijsmanen treedt dit ‘cascade-effect’ niet op. Daar is de zwaartekracht groot genoeg om te voorkomen dat de spleten zich uitstrekken tot aan de ondergelegen oceaan. Dan ontsnapt er dus ook weinig of of geen water, en wordt verdere breukvorming voorkomen. (EE)
Meer informatie:
How Enceladus Got Its Stripes

   
5 december 2019 • Planetoïde Bennu schiet ook kleine steentjes weg
Camera’s aan boord van NASA-ruimtesonde OSIRIS-REx hebben vastgelegd dat er van het oppervlak van de slechts 500 meter grote ‘rommelige’ planetoïde Bennu voortdurend kleine beetjes materiaal ontsnappen (Science, 6 december). Eerder was al ontdekt dat er van Bennu gemiddeld twee keer per week tientallen grotere brokstukken met afmetingen van centimeters tot decimeters wegschieten. Bennu behoort tot de meer dan 20.000 planetoïden die de aardbaan dicht kunnen naderen. Verreweg de meeste daarvan vertonen geen enkele activiteit, maar van Bennu was al vóór de aankomst van OSIRIS-REx eind 2019 bekend dat hij ‘komeetachtig’ gedrag vertoont. Hij stoot stof en grotere deeltjes uit. Hoe dat gebeurt, is nog niet precies duidelijk. Op camerabeelden van de ruimtesonde zijn nu lichtstipjes ontdekt waarvan is vastgesteld dat het kleine brokjes materiaal zijn, vlak boven het oppervlak van Bennu. Een analyse van de richting waarin het materiaal beweegt heeft laten zien dat het materiaal van drie afzonderlijke plekken afkomstig was. Een deel ervan bleef enkele dagen om de planetoïde cirkelen en viel uiteindelijk terug naar het oppervlak. De rest had genoeg snelheid om de ruimte in te verdwijnen. Volgens de onderzoekers kan deze uitstoot van kleine deeltjes verschillende oorzaken hebben. Mogelijk is hij het gevolg van inslagen van kleine meteorieten. Ook kan de oorzaak liggen bij de verbrokkeling van oppervlaktegesteente ten gevolge van uitdroging en temperatuurverschillen. Hoe dan ook: zelfs een schijnbaar inactieve planetoïde verliest dus materiaal. (EE)
Meer informatie:
NASA's OSIRIS-REx Explains Bennu Mystery Particles

   
4 december 2019 • Voor het eerst reuzenplaneet bij witte dwerg ontdekt
Onderzoekers hebben met de Europese Very Large Telescope (VLT) voor het eerst bewijs gevonden voor een reuzenplaneet bij een witte dwergster. De planeet cirkelt op kleine afstand om de hete witte dwerg, het restant van een zonachtige ster. Hierbij wordt zijn atmosfeer ‘afgepeld’ en vormt zich een schijf van gas rond de ster. Dit unieke stelsel geeft een indruk van hoe ons eigen zonnestelsel er in de verre toekomst uit zou kunnen zien (Nature, 5 december). Door subtiele variaties in het licht van de ster te analyseren, ontdekten de onderzoekers sporen van chemische elementen die ze nog nooit eerder bij een witte dwerg hadden waargenomen. Om meer inzicht te krijgen in de eigenschappen van deze ongewone ster, die WDJ0914+1914 wordt genoemd, analyseerde het team hem met het X-shooter-instrument van de Very Large Telescope. Deze vervolgwaarnemingen bevestigden dat er in de omgeving van de witte dwerg waterstof, zuurstof en zwavel aanwezig was. Door de spectra die met X-shooter waren vastgelegd nauwkeurig te bestuderen, ontdekte het team dat deze elementen deel uitmaken van een kolkende schijf van gas dat naar de witte dwerg toe stroomt en niet afkomstig is van de ster zelf. De waargenomen hoeveelheden waterstof, zuurstof en zwavel komen overeen met die in de diepe atmosfeerlagen van ijzige reuzenplaneten zoals Neptunus en Uranus. Als zo’n planeet op geringe afstand om een hete witte dwerg zou cirkelen, zou de extreem ultraviolette straling van de ster hem van zijn buitenste lagen ontdoen, waarna een deel van het ontsnapte gas naar de witte dwerg toe spiraalt. Dit is wat de wetenschappers denken dat ze rond WDJ0914+1914 waarnemen: de eerste verdampende planeet rond een witte dwerg. Sterren zoals onze zon zijn het grootste deel van hun bestaan bezig om waterstof in hun kern te fuseren. Wanneer deze ‘brandstof’ opraakt, zwellen ze op tot rode reuzen, worden daarbij honderden keren groter en slokken nabije planeten op. In het geval van ons zonnestelsel zal het gaan het om Mercurius, Venus en zelfs de aarde: stuk voor stuk zullen ze over ongeveer 5 miljard jaar worden verzwolgen door de tot rode reus opgezwollen zon. Uiteindelijk stoten zonachtige sterren hun buitenste lagen af, waarna de uitgeputte kern als witte dwerg achterblijft. Rond zo’n stellair overblijfsel kunnen nog steeds planeten cirkelen, en vermoed wordt dat er in ons Melkwegstelsel veel van deze stelsels te vinden zijn. Tot nu toe hadden wetenschappers echter nog nooit aanwijzingen gevonden voor een reuzenplaneet die zich bij een witte dwerg heeft weten te handhaven. De detectie van een exoplaneet in een baan om WDJ0914+1914, op ongeveer 1500 lichtjaar in het sterrenbeeld Kreeft, zou wel eens de eerste in een lange reeks kunnen zijn. Volgens de onderzoekers draait de exoplaneet die nu is opgespoord op een afstand van slechts 10 miljoen kilometer – oftewel 15 keer de straal van de zon – om de witte dwerg: ruimschoots binnen de voormalige rode reus dus. Dit impliceert dat de planeet pas nadat zijn moederster in een witte dwerg was veranderd dichter naar deze toe is gemigreerd. De astronomen denken dat deze nieuwe omloopbaan het gevolg kan zijn van zwaartekrachtsinteracties met andere planeten in het stelsel, wat betekent dat wellicht meer dan één planeet de heftige gedaanteverandering van zijn moederster heeft overleefd. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
4 december 2019 • Eerste resultaten van Parker Solar Probe-missie gepresenteerd
Gegevens van de Parker Solar Probe, die bezig is om onze zon van dichtbij te onderzoeken, tonen een chaotische wereld van solitaire plasmagolven, omklappende magnetische velden en verre zonnewinden, beheerst door de rotatie van de zon. Dat schrijven onderzoekers in vier artikelen die in het wetenschappelijke tijdschrift Nature zijn verschenen. De Parker Solar Probe moet helpen verklaren waarom de corona van de zon naar buiten toe heter wordt en wat de oorzaak is van de versnelling van de zonnewind – de stroom van geladen deeltjes die voortdurend uit de corona ontsnapt. De nieuwe waarnemingen laten zien dat de rotatie van de zon tot op grote afstand van invloed is op de zonnewind. Van tevoren was al bekend dat het magnetische veld in de onmiddellijke nabijheid van de zon deze wind meesleurt, maar verwacht was dat dit effect naar buiten toe zou afnemen. Ook daar blijkt de zonnewind echter gevoelig te zijn voor de draaiing van de zon. Hoe dat kan is nog onduidelijk. Ook de waarnemingen van het magnetische veld van de zon – waarvan wordt aangenomen dat het een rol speelt bij de raadsel van de coronale opwarming – hebben een verrassing opgeleverd. Vanaf de aarde was al geconstateerd dat daarbij magnetische oscillaties, zogeheten Alfvén-golven, optreden. Sommige onderzoekers meenden dat dit overblijfselen waren van het onbekende mechanisme dat de opwarming veroorzaakt. Maar nu zijn er dichter bij de zon afwijkende Alfvén-golven opgespoord die vier keer zoveel energie hebben als de normale golven in hun omgeving. Ze vertonen snelheidspieken van 500.000 km/uur die dermate krachtig zijn dat ze het magnetische veld ter plaatse van richting doen omkeren. Vermoed wordt nu dat ook deze snelheidspieken wel eens de oorzaak kunnen zijn van het feit dat de zonnecorona naar buiten toe heter wordt. De Parker Solar Probe werd op 12 augustus 2018 gelanceerd. Hij volgt een langgerekte omloopbaan waarvan het binnenste punt geleidelijk steeds dichter bij de zon komt te liggen. Uiteindelijk zal, in 2025, een kleinste afstand van ruwweg 7 miljoen kilometer worden bereikt. Tot nu toe is de ruimtesonde niet dichterbij gekomen dan 24 miljoen kilometer. (EE)
Meer informatie:
Parker Solar Probe: ‘We’re Missing Something Fundamental About the Sun’

   
4 december 2019 • Samenstelling ‘gasreuzen’ wordt niet bepaald door hun moedersterren
Een analyse van de samenstelling van reuzenplaneten en hun moedersterren laat zien dat er geen duidelijk verband bestaat tussen de samenstelling van beide, voor zover het om elementen zwaarder dan waterstof en helium gaat. Tot die verrassende conclusie komt een team onder leiding van Johanna Teske van het Carnegie Institution for Science (VS). In hun jeugd zijn sterren omgeven door een draaiende schijf van gas en stof, waaruit later de planeten ontstaan. Eerder onderzoek wees erop dat er meer grote gasplaneten te vinden zijn rond sterren met een hoger gehalte aan elementen zwaarder dan waterstof en helium. Dat werd echter voornamelijk afgeleid uit de hoeveelheden ijzer. Bij het nieuwe onderzoek is nu ook gekeken naar andere zware elementen, met name koolstof, zuurstof, magnesium, silicium en nikkel. De uitkomst was dat er geen correlatie bestaat tussen de hoeveelheden van deze elementen in de gasreuzen en hun moedersterren. Dat roept de vraag op hoe dan het eerdere verband omtrent het ijzergehalte kan worden verklaard. Een onmiddellijk antwoord op die vraag hebben de onderzoekers niet. Mogelijk hangt een en ander af van de positie in de schijf waar de planeet zich vormt en van de afstand tot zijn buurplaneten. Bij het onderzoek is wel nog een nieuwe correlatie opgedoken. Er lijkt een verband te bestaan tussen de hoeveelheid zware elementen in een planeet en de hoeveelheid koolstof en zuurstof die zijn ster bevat in vergelijking tot de overige elementen. (EE)
Meer informatie:
Gas Giant Composition Not Determined by Host Star

   
3 december 2019 • Gecrashte Indiase maanlander eindelijk opgespoord
De laatste rustplaats van Vikram, onderdeel van de Indiase maanmissie Chandrayaan-2, is gevonden. De maanlander is niet ver van zijn geplande landingsplaats bij de zuidpool van de maan gecrasht. Dat blijkt uit een opname die de Lunar Reconnaissance Orbiter van NASA al op 17 september – elf dagen na de crash – heeft gemaakt. Op uitnodiging van NASA kon iedereen het beeldmozaïek afspeuren naar sporen van Vikram, door dit te vergelijken met opnamen van vóór de crash. De eerste die beet had was de Indiase IT’er Shan Subramanian, die na lang zoeken op 3 oktober mogelijke sporen van de Vikram opmerkte. Na vervolgonderzoek van het betreffende gebied is nu ook NASA er zeker van: de puinwaaier op de foto geeft de plek aan waar Vikram is ingeslagen. Uit onderzoek is gebleken dat de maanlander het slachtoffer is geworden van een softwarefout. Hierdoor is hij op 500 meter boven het maanoppervlak van koers geraakt en 750 meter van de beoogde landingsplek neergestort. Moederschip Chandrayaan-2 cirkelt overigens nog steeds in een polaire baan om de maan en werkt haar normale onderzoeksprogramma af. Ze zoekt onder meer naar sporen van bevroren water in diepe kraters nabij de polen van de maan. (EE)
Meer informatie:
NASA finds Indian Moon lander with help of amateur space enthusiast

   
27 november 2019 • Nu een opvallend zwaar zwart gat ontdekt in de Melkweg
Een team van voornamelijk Chinese astronomen heeft in onze Melkweg een stellair zwart gat opgespoord dat 70 keer zoveel massa lijkt te hebben als onze zon (Nature, 28 november). Dat is opmerkelijk, omdat wetenschappers er tot nu toe vanuit gingen dat stellaire zwarte gaten in onze Melkweg niet veel zwaarder kunnen zijn dan 20 zonsmassa’s. Alleen het superzware zwarte gat in het Melkwegcentrum is met ruim 4 miljoen zonsmassa’s aanzienlijk zwaarder. Het zwarte gat, dat deel uitmaakt van de ‘dubbelster’ LB-1, is ongeveer 15.000 lichtjaar van ons verwijderd. Anders dan bijna alle andere stellaire zwarte gaten die tot nu toe in de Melkweg zijn ontdekt, is het niet bezig om grote hoeveelheden gas van een begeleidende ster op te slokken. Daardoor is de dubbelster ook geen bron van intense röntgenstraling. Vermoed wordt dat ons Melkwegstelsel 100 miljoen stellaire zwarte gaten bevat, maar het overgrote deel daarvan laat zich maar moeilijk opsporen. Als een zwart gat niet opvalt door de röntgenstraling van de stermaterie die het om zich heen heeft verzameld, kan het zijn bestaan alleen verraden via zijn zwaartekrachtsaantrekking. LB-1 bestaat uit een ster en een zwart gat die in 79 dagen om hun gemeenschappelijke zwaartepunt draaien. Hierdoor lijkt de ster zonder waarneembare oorzaak heen en weer te schommelen. Recent heeft een ander team dankzij dit effect ook al een zwart gat weten op te sporen, al is dat met een geschatte massa van ruim drie zonsmassa’s een veel kleiner exemplaar. (EE)
Meer informatie:
Chinese Academy of Sciences leads discovery of unpredicted stellar black hole

   
27 november 2019 • Reusachtige magnetische lussen waargenomen in buitengebied van ver sterrenstelsel
Een internationaal onderzoeksteam heeft in de halo (ijle, buitenste omhulsel) van het sterrenstelsel NGC 4631 een magnetisch veld ontdekt dat zich over duizenden lichtjaren uitstrekt. Het bestaan van dat veld kwam aan het licht door middel van waarnemingen van gepolariseerde radiostraling met behulp van de VLA-radiotelescoop (Astronomy & Astrophysics, 26 november). Volgens de astronomen is het voor het eerst dat een grootschalig, coherent magnetisch veld van deze omvang bij een spiraalstelsel is waargenomen. De sterkte van het veld (4 microgauss) is verrassend groot voor een halo. Dat is vergelijkbaar met de veldsterkte van normale magnetische velden in de schijven van spiraalstelsels. De onderzoekers denken dat het magnetische veld wordt gegenereerd door dynamowerking binnen het sterrenstelsel zelf en naar buiten spiraalt in de vorm van reusachtige magnetische lussen die loodrecht op de schijf staan. Aangenomen wordt dat magnetische velden zoals die nu in de halo van NGC 4631 verband houden met de magnetische velden zoals die in de ruimte tussen de verschillende sterrenstelsels zijn waargenomen. Het ontstaan van deze intergalactische velden is tot nu toe onbegrepen. (EE)
Meer informatie:
Giant magnetic ropes in the outskirts of a spiral galaxy

   
27 november 2019 • Nederlandse antennes uitgerold achter de maan
De drie antennes van de Nederlands-Chinese radiotelescoop die achter de maan hangt, zijn uitgerold. Dat heeft het Nederlandse team vandaag officieel bekendgemaakt. De Netherlands-China Low Frequency Explorer (NCLE) hing meer dan een jaar in de ruimte te wachten. Dat was langer dan oorspronkelijk gepland, omdat de bijbehorende communicatiesatelliet langer een Chinese maanlander moest bijstaan. Voorheen werd de Chinese satelliet voornamelijk gezien als een communicatiesatelliet. De Chinese maanmissie heeft echter inmiddels de belangrijkste doelen gehaald. De Chinezen hebben de satelliet dan ook omgedoopt tot radio-observatorium. Daarmee is de Netherlands-China Low Frequency Explorer het eerste Nederlandse-Chinese ruimteobservatorium voor radioastronomie. Marc Klein Wolt, directeur van het Radboud Radio Lab en leider van het Nederlandse team, is blij: ‘Ons belang in de Chinese Chang'e-4-missie is nu veel groter geworden. We mogen tijdens de veertien dagen durende nacht aan de achterkant van de maan onze waarnemingen doen. Dat is veel meer dan eerder het idee was. De maannacht is nu van ons.’ Heino Falcke van de Radboud Universiteit en wetenschappelijk leider van de Nederlands-Chinese radiotelescoop, kan bijna niet wachten op de eerste meetgegevens: ‘Eindelijk zijn we 'in business' en hebben een radioastronomie-instrument van Nederlandse komaf in de ruimte. Het team heeft ongelofelijk hard gewerkt en de eerste data zullen duidelijk gaan maken hoe goed het instrument werkelijk is.’ Het langer dan gepland wachten achter de maan had waarschijnlijk wel effect op de antennes. In het begin rolden de antennes soepel uit, maar het laatste stukje ging steeds lastiger. Het team heeft daarom besloten om eerst gegevens te verzamelen en later misschien de antennes verder uit te rollen. Met de kortere antennes is het instrument gevoelig voor signalen van zo’n achthonderd miljoen jaar na de oerknal, toen de eerste sterren zich vormden. Met de maximale lengte kunnen signalen van vlak na de oerknal opgevangen kunnen worden. 
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
26 november 2019 • Nog eens 19 dwergsterrenstelsels opgespoord die weinig donkere materie bevatten
Ook een team van Chinese astronomen heeft nu aanwijzingen gevonden voor het bestaan van kleine sterrenstelsels die weinig of geen donkere materie bevatten. Het bestaan van zulke stelsels is opmerkelijk, omdat donkere materie volgens het meest gangbare kosmologische model juist het fundament zou zijn voor de vorming van sterrenstelsels (Nature Astronomy, 25 november). Verreweg de meeste dwergstelsels bevatten normale hoeveelheden donkere materie. Maar blijkbaar zijn er uitzonderingen, zoals eerder ook al bleek uit onderzoek door de Nederlander Pieter van Dokkum en door een team van het Kapteyn Instituut van de Rijksunversiteit Groningen. Met de ontdekking van 19 dwergstelsels die een tekort aan donkere materie laten zien, doen de Chinese astronomen daar nu nog een flinke schep bovenop. Opvallend genoeg bevinden 14 van deze stelsels zich niet in de omgeving van andere groepen van sterrenstelsels. Bij deze kan het ontbreken van donkere materie dus niet worden toegeschreven aan interacties met andere sterrenstelsels – een veel gesuggereerde verklaring voor een tekort aan donkere materie. Een andere mogelijkheid is dat de afwijkende stelsels niet zo zeer een gebrek aan donkere materie hebben, als wel een overdaad aan normale materie. Maar ook dat vraagt dan weer om een verklaring. (EE)
Meer informatie:
19 more galaxies mysteriously missing dark matter have been found

   
26 november 2019 • Koolstofvoetbal met proton waarschijnlijk meest voorkomend in de ruimte
Onderzoekers van de Radboud Universiteit zijn er voor het eerst in geslaagd om – in het laboratorium – de lichtabsorptie te meten van het ‘geprotoneerde’ C60-molecuul. Dat voetbalvormige koolstofmolecuul is waarschijnlijk een van de meest gangbare vormen van koolstof in de ruimte (Nature Astronomy, 25 november). ‘Bijna alles wat aan het iconische C60-molecuul – ook wel moleculaire voetbal, ‘buckminsterfullerene’ of ‘buckyball’ - gemeten kan worden, was al gemeten,’ zegt Jos Oomens, hoogleraar Molecular structure and dynamics. Maar samen met collega’s is hij erin geslaagd om iets nieuws te meten: de lichtabsorptie van het molecuul in zijn geprotoneerde vorm, C60H+. ‘Hiermee hebben we kunnen aantonen dat het waarschijnlijk veel voorkomt in interstellaire wolken, maar geeft tegelijkertijd ook een schoolvoorbeeld van de rol van symmetrie in de molecuulfysica’, aldus Oomens. Het is voor astronomen belangrijk om te weten wat de chemische samenstelling is van interstellaire wolken, omdat hieruit nieuwe sterren en planeten gevormd worden, waaronder ook ons eigen zonnestelsel. Met meer kennis over welke moleculen er in deze stofwolken voorkomen krijgen we uiteindelijk meer inzicht in hoe onze aarde is gevormd. Toen astronoom Harry Kroto het in 1985 ontdekte, voorspelde hij dat deze nieuwe vorm van koolstof door zijn stabiliteit in het heelal veel zou kunnen voorkomen. C60 bestaat uit 60 koolstofatomen in de vorm van een voetbal, en heeft de hoogst mogelijke symmetrie in de molecuulfysica. In de afgelopen 10 jaar is C60 inderdaad waargenomen in een groot aantal interstellaire wolken. Kroto voorspelde echter ook dat niet C60 maar eerder de geprotoneerde versie van dit molecuul het meest moet voorkomen in de ruimte. De onderzoekers hebben nu voor het eerst laten zien dat dit inderdaad zo zou kunnen zijn. ‘Toen we de infrarode spectra die uitgezonden worden door interstellaire wolken over ons lichtspectrum van geprotoneerd C60 legden, kwamen die heel nauwkeurig overeen’, aldus Oomens. Bij geprotoneerd C60 zit er een proton gebonden aan de buitenkant van de voetbal, waardoor het molecuul zijn perfecte symmetrie verliest. 
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
25 november 2019 • Grote Rode Vlek van Jupiter is nog lang niet uitgeput
De afgelopen jaren zijn met enige regelmaat berichten verschenen dat de Grote Rode Vlek – een grote wervelstorm in de atmosfeer van Jupiter – aan het krimpen is. Volgens Philip Marcus, hoogleraar vloeistofmechanica aan de Universiteit van Californië te Berkeley, is er echter weinig aan de hand. Tijdens een bijeenkomst die vandaag tijdens een bijeenkomst van de American Physical Society in Seattle (VS) is gehouden, heeft hij gezegd dat er geen aanwijzing is dat de eigenlijke vortex van de Grote Rode Vlek in grootte of intensiteit veranderd is. Volgens Marcus wordt de eigenlijke omvang van de vortex gemaskeerd door wolken. De foto’s waarop eerder dit jaar te zien zou zijn dat er grote stukken van de bekende wervelwind ‘afscheurden’ is een normale eigenschap van een vortex met omringend wolkendek. Circulaties, aangedreven door de opwarming en afkoeling van de lucht boven de vortex, compenseren de aantasting ervan ten gevolge van viscositeit, turbulentie en warmteverlies. Of, eenvoudiger geformuleerd: wat de vortex kwijtraakt, komt er ook weer bij. En zo kan de Grote Rode Vlek nog eeuwen blijven bestaan. (EE)
Meer informatie:
Reports of Jupiter's Great Red Spot demise greatly exaggerated

   
22 november 2019 • Sterrenstelsel NGC 6240 bevat niet twee, maar drie superzware zwarte gaten
Een onderzoeksteam onder leiding van Duitse astronomen heeft ontdekt dat het 300 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 6240 drie superzware zwarte gaten bevat. De drie bevinden zich dicht bij elkaar in de kern van het stelsel. Ze zijn vermoedelijk afkomstig van drie afzonderlijke sterrenstelsels die in elkaar op zijn gegaan. Grote sterrenstelsels zoals onze Melkweg bestaan doorgaans uit honderden miljarden sterren en hebben een zwart gat in hun kern dat (vele) miljoenen keren meer massa heeft dan onze zon. Vanwege zijn bijzondere vorm wordt NGC 6240 tot de onregelmatige sterrenstelsels gerekend. Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat dit stelsel was ontstaan uit een samensmelting van twee kleinere stelsels. In dat geval zou het dan ook twee superzware zwarte gaten moeten bevatten. Maar nieuwe waarnemingen met het MUSE-instrument van de Europese Very Large Telescope (VLT) hebben nu laten zien dat NGC 6240 drie superzware zwarte gaten in zijn kern heeft. Stuk voor stuk zijn deze goed voor meer dan 90 miljoen zonsmassa’s. Het drietal bevindt zich binnen een straal van 3000 lichtjaar van elkaar. De ontdekking kan helpen verklaren hoe de grootste en zwaarste sterrenstelsels in het heelal zijn ontstaan. Tot nu toe leek het erop dat het heelal niet oud genoeg is om de vorming van deze kolossen te kunnen verklaren. Het feit dat er ook gelijktijdige fusies van meer dan twee sterrenstelsels hebben plaatsgevonden, maakt de snelle vorming van de grootste stelsels met hun enorme centrale zwarte gaten minder raadselachtig. (EE)
Meer informatie:
The simultaneous merging of giant galaxies

   
22 november 2019 • Ambitieuze Amerikaans-Europese Marsmissie krijgt vorm
De ruimteagentschappen NASA (VS) en ESA (Europa) hebben plannen voor een ambitieus Mars-project. De Mars Sample Return-missie (MSR) heeft tot doel om ongeveer een pond aan gesteenten van de rode planeet op te halen. Kosten: ruwweg 7 miljard dollar. Als de bijeenkomst van ministers van de 22 ESA-lidstaten, die volgende week in Sevilla, Spanje, wordt gehouden, goedkeuring geeft, zal het Europese ruimteagentschap daarvan ongeveer een vijfde voor zijn rekening nemen. Het eerste onderdeel van de MSR-missie staat al in de startblokken. Het is NASA’s Mars 2020-rover, die in februari 2021 een zachte landing moet maken in de krater Jezero, in de buurt van een gefossiliseerde rivierdelta. De mobiele verkenner zal boringen gaan doen en daarbij kleine bodemmonsters verzamelen. Mocht er ooit leven zijn geweest op Mars, dan kunnen deze sporen daarvan bevatten. Het materiaal wordt opgeslagen in buisjes die later worden opgehaald. Vervolgens zal in augustus 2028 een Amerikaanse Marslander arriveren, met een kleine Europese Mars-rover aan boord. Deze laatste moet dan de buit van de Mars 2020-rover gaan inzamelen. Na terugkeer bij de Marslander, zal een grijparm van Europese makelij de monsters in een container ter grootte van een basketbal plaatsen. De Marslander is tevens uitgerust met een lanceerinrichting waarmee een enkele meters lange vastebrandstofraket kan worden gelanceerd. Deze raket brengt de module met bodemmonsters in een omloopbaan om Mars, waar een Europese ruimtesonde hem opwacht. Aan boord van deze ruimtesonde wordt de module verzegeld, gesteriliseerd en uiteindelijk in een schotelvormig ruimtescheepje geplaatst. Deze laatste wordt na aankomst in de aardatmosfeer gedropt. Het is dan inmiddels 2031… (EE)
Meer informatie:
Bold space mission to bring back rocks from Mars takes shape

   
20 november 2019 • Fotonen van gammaflits GRB 190114C vestigen energierecord
Op 14 januari 2019 vond in een sterrenstelsel op 4,5 miljard lichtjaar afstand een hevige uitbarsting van gammastraling plaats – een zogeheten gammaflits. Het verschijnsel werd voor het eerst opgemerkt door de satellieten Swift en Fermi, maar nog geen minuut later waren ook de twee MAGIC-telescopen op het Canarische eiland La Palma op het kortstondige verschijnsel gericht. Daarmee zijn (indirect) de meest energierijke gammafotonen gemeten die ooit bij een gammaflits zijn gedetecteerd (Nature, 21 november). Aangenomen wordt dat gammaflitsen het gevolg zijn van het ineenstorten van zware sterren of het samensmelten van neutronensterren. Ze beginnen met een heel intense flits van gammastraling die een fractie van een seconde tot honderd seconden kan duren. Vervolgens gloeit het object nog enige tijd na op minder energierijke golflengten. Uit een nauwkeurige analyse blijkt dat de MAGIC-telescopen aan het begin van die nagloeifase fotonen (‘lichtdeeltjes’) hebben geregistreerd met energieën in het teraelektronvolt-bereik (TeV). Dat wil zeggen: straling met een biljoen keer zoveel energie als zichtbaar licht. Daarmee was gammaflits GRB 190114C (eventjes) de helderste bron van TeV-fotonen die ooit is waargenomen. Dat bij gammaflitsen zulk energierijke straling kan vrijkomen was theoretisch al voorspeld, maar de detectie ervan was tot nu toe niet gelukt. De ’normale’, minder energierijke gammastraling die bij een gammaflits vrijkomt, wordt uitgezonden door elektronen die langs magnetische veldlijnen spiralen. Deze zogeheten synchrotronstraling kan de hoge energieën van de nu waargenomen TeV-fotonen echter niet evenaren. De verklaring voor de record-energierijke fotonen wordt gezocht bij het zogeheten inverse comptonproces. Daarbij krijgen fotonen extra veel energie doordat ze in botsing komen met snel bewegende elektronen. De afkorting MAGIC staat voor Major Atmospheric Gamma Imaging Cherenkov. Gammastraling is niet rechtstreeks waarneembaar vanaf het aardoppervlak, maar veroorzaakt bij het betreden van de aardatmosfeer wel ‘regens’ van geladen deeltjes. Deze deeltjes zenden op hun beurt weer zwak licht uit (Tsjerenkovstraling) dat wél waarneembaar is met de MAGIC-telescopen. Uit de eigenschappen van dat licht kan worden afgeleid hoe energierijk de binnenkomende gammastraling was. (EE)
Meer informatie:
Gamma-ray bursts with a high radiant power

   
20 november 2019 • Mobiel planetarium om schoolkinderen in Namibië te inspireren
Sterrenkundigen van de Radboud Universiteit zetten zich samen met de Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie (NOVA) in om Namibische schoolkinderen, studenten en docenten te interesseren voor de astronomie, door met een mobiel planetarium de komende vijf jaar alle Namibische scholen te bezoeken. Om dit project te realiseren, is Radboud-sterrenkundige Marc Klein Wolt een crowdfundcampagne gestart met hulp van het Radboud Fonds. Als het aan de sterrenkundigen van de Radboud Universiteit ligt, draait Namibië over een aantal jaar mee in de wereldtop van sterrenkundig onderzoek. De Africa Millimeter Telescoop (AMT) die ze op de Gamsberg willen bouwen, wordt onderdeel van het telescopennetwerk Event Horizon Telescope (EHT) dat in april 2019 de historische eerste foto van een zwart gat publiceerde. Om deze telescoop in de toekomst te onderhouden, bedienen en benutten zijn er goedopgeleide ingenieurs en wetenschappers in Namibië nodig. De Radboud Universiteit wil samen met NOVA, de Universiteit van Namibië en de Rössing Foundation een toekomstige generatie Namibische ingenieurs en wetenschappers inspireren hier onderdeel van te worden, door een mobiel planetarium naar Namibië te brengen. Het mobiele planetarium is een opblaasbare koepel waarin aan de binnenkant interactieve films worden geprojecteerd van de sterrenhemel. Het doel is om in vijf jaar alle scholen van Namibië te bezoeken. Het planetarium blijft een week op iedere school. Docenten krijgen ook een training, zodat zij de rest van het jaar hun klassen kunnen blijven inspireren en zodat de impact van het programma wordt vergroot. Donateurs kunnen een financiële bijdrage doen via de website van het Radboud Fonds. Afhankelijk van de hoogte van de bijdrage, worden donateurs uitgenodigd voor lezingen door Radboud-sterrenkundigen, kunnen ze een bezoek brengen aan het planetarium voor het naar Namibië afreist, of komt hun naam op het planetarium voor Namibië. 
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
19 november 2019 • Bij supernova 1987A is waarschijnlijk een neutronenster ontstaan
Astronomen hebben een aanwijzing gevonden dat bij de supernova-explosie die in 1987 in de Grote Magelhaense Wolk te zien was een neutronenster is gevormd. Bij de explosie, die de aanduiding SN1987A kreeg, stortte de kern van een massarijke ster ineen en werden diens buitenste lagen de ruimte in geblazen. Ruim dertig jaar na dato is nog steeds niet helemaal duidelijk wat er van die ingestorte kern is geworden. Hij is namelijk gehuld in een dichte wolk van kosmisch stof die het object op vrijwel alle golflengten aan het zicht onttrekt. Met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), een opstelling van 66 radiotelescopen in het noorden van Chili, is nu ontdekt dat een deel van de stofwolk helderder en warmer is dan zijn omgeving. Dat deel bevindt zich op de plek waar de vermoedelijk tot neutronenster ineengestorte kern van de ster zich zou moeten bevinden (The Astrophysical Journal, 19 november). Of zich daar ook echt een neutronenster schuilhoudt zal in de loop van de komende decennia duidelijk worden. De stofwolk zal namelijk geleidelijk oplossen en daarbij zijn geheim prijs te geven. Volgens de astronomen is de kans het grootst dat er dan een neutronenster opduikt. Maar de warme plek in de stofwolk zou eventueel ook het gevolg kunnen zijn van radioactieve vervalprocessen of van de jets (stralingsbundels) van een zwart gat. (EE)
Meer informatie:
Scientists find evidence of missing neutron star

   
19 november 2019 • Interstellaire komeet teruggevonden op foto uit 2018
Officieel is komeet 2I/Borisov, die van buiten ons zonnestelsel afkomstig is, op 30 augustus 2019 ontdekt. Maar bij nadere analyse van oude opnamen is de komeet nu ook teruggevonden op beelden die vanaf december 2018 zijn gemaakt (arXiv). Op dat moment was Borisov nog verder van de zon verwijderd dan de planeet Jupiter. In de maanden voor zijn officiële ontdekking was de komeet moeilijk waarneembaar, omdat hij vanaf de aarde gezien te dicht in buurt van de zon stond. Bij telescoopwaarnemingen wordt dit hemelgebied gemeden, omdat de straling van de zon schadelijk kan zijn voor de gevoelige camera’s waarmee astronomen werken. Vóor mei 2019 moet Borisov zich echter ook in een veilige hemelstreek hebben bevonden, en met deze ‘voorkennis’ heeft een onderzoeksteam onder leiding van Quanzhi Ye van de universiteit van Maryland ruim 200 opnamen van drie grote hemelsurveys softwarematig uitgeplozen. Op diverse daarvan is de komeet teruggevonden. De vroegste detectie is die van 13 december 2018. Op opnamen uit november van dat jaar is nog geen komeet te bekennen. Daaruit leiden de onderzoekers af dat de vaste kern van Borisov niet groter kan zijn dan 7 kilometer. Ook vermoeden ze dat het actieve gebied op de komeet – het deel van zijn oppervlak dat gassen uitstoot – 0,5 tot 10 vierkante kilometer groot is. Verder kan uit de vroege opnamen worden afgeleid dat de meest vluchtige stoffen in de komeet begonnen te sublimeren (‘verdampen’) toen hij 1 miljard tot 750 miljoen kilometer van de zon verwijderd was. De conclusie blijft dat 2I/Borisov sterke overeenkomsten vertoont met kometen van ons eigen zonnestelsel, en dan met name ‘verse’ kometen die rechtstreeks uit de Oortwolk komen. (EE)
Meer informatie:
That Rogue Interstellar Comet Was Imaged Almost a Year Before Its Actual Discovery

   
19 november 2019 • Eerste volledige geologische kaart van Titan gepresenteerd
Planeetwetenschapper hebben de eerste kaart gepresenteerd die de geologie van de grote Saturnusmaan Titan toont. De kaart geeft een volledig beeld van een dynamische wereld met duinen, meren, vlakten, kraters en andere terreinen (Nature Astronomy, 18 november). Titan is naast de aarde het enige andere hemellichaam in ons zonnestelsel met een vloeistofkringloop. Het gaat daarbij echter niet om water, maar om methaan dat uit de wolken neerregent en meren vult. Bij de heersende temperatuur op Titan – ongeveer 180 graden onder nul – is methaan vloeibaar. De nu gepresenteerde kaart laat zien dat de verschillende geologische elementen op Titan niet gelijkmatig zijn verdeeld. Sommige beperken zich tot de omgeving van de evenaar, zoals de duinen, terwijl andere, zoals de methaanmeren, juist rond de polen te vinden zijn. De geologische kaart is gebaseerd op beeldmateriaal dat tussen 2004 en 2017 is verzameld door NASA-ruimtesonde Cassini. De beelden zijn gemaakt met infrarood- en radarinstrumenten die door de dichte stikstofatmosfeer van Titan heen kunnen kijken. (EE)
Meer informatie:
The First Global Geologic Map of Titan Completed

   
18 november 2019 • Komeet 21P/Giacobini-Zinner komt waarschijnlijk uit een warm nest
Een team van Japanse astronomen heeft met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï de komeet 21P/Giacobini-Zinner of kortweg 21P/G-Z onderzocht. Daarbij hebben ze infraroodstraling waargenomen die aan complexe organische moleculen worden toegeschreven. Volgens de astronomen wijst dit erop dat de komeet niet in het buitengebied van het zonnestelsel is gevormd, maar dichterbij (Icarus, 18 november). Komeet 21P/G-Z behoort tot de kometen van de zogeheten Jupiter-familie, wat betekent dat het verste punt van zijn baan in de buurt van de omloopbaan van Jupiter ligt. Hij heeft een omlooptijd van 6,6 jaar en is vermoedelijk het moederobject van de Draconiden, een meteorenzwerm waar de aarde in oktober doorheen trekt. Als de komeet inderdaad verrijkt is met complexe organische moleculen, dan wijst dat erop dat hij in een relatief warm deel van het zonnestelsel is ontstaan. De astronomen stellen voor dit waarschijnlijk in een materieschijf rond Jupiter of Saturnus is gebeurd. Daar was het niet te koud voor de vorming van de betreffende moleculen. (EE)
Meer informatie:
Subaru Telescope Detects the Mid-infrared Emission Band from Complex Organic Molecules in Comet 21P/Giacobini-Zinner