Eclips-carnaval op Aruba

Okee, okee, eigenlijk zou je op je 36ste al een paar totale zonsverduisteringen moeten hebben gezien. Maar de eclips die 26 februari jl. op Aruba was te zien, was pas mijn eerste. Tot nu toe had ik niet de moed om speciaal voor een verduistering de halve wereld af te reizen. De kans dat je voor niets gaat is immers niet denkbeeldig. Maar als je toch op vakantie in Zuid-Amerika bent...

Iedereen, maar dan ook echt iedereen was voorbereid op de verduistering. Alhoewel....

Van veel amateurs die van eclips-bedevaart terugkeren, hoor je hetzelfde verhaal: men is zo druk bezig geweest met het maken van die ‘perfecte eclipsfoto’ dat het verschijnsel eigenlijk bijna ongemerkt voorbij is gegaan. Pas thuisgekomen zien ze op de (hopelijk geslaagde) foto’s hoe de verduisterde zon er ditmaal uitzag. Eén ding stond voor mij dus van tevoren vast: geen gesleep met grote telelenzen of andere zware foto-apparatuur. Ik wilde mijn eerste zonsverduistering ook echt zién, en niet doorbrengen achter de zoeker van een camera.
De ochtend van de verduistering voelde ik me naakter dan ooit. Overal waar je keek waren mensen druk in de weer met statieven, camera’s en telescopen. Niet dat het aan de westkust van Aruba zwart zag van de telescopen – de meeste mensen komen nu juist naar het eiland om de zon niet te zien verduisteren – maar opvallend was het zeker. Nóg opvallender waren de grote aantallen eclipsbrilletjes die op het eiland waren verspreid. Zelfs de meest onwetende toerist kon er niet aan voorbij: die middag zou de maan het eventjes winnen van de zon. Ik hoop dat het uiteindelijk ook is doorgedrongen tot die beachvolleyballende Amerikaanse die een paar uur voor de verduistering nog uitriep: ‘Ik verheug me al op die eclips vanavond!’

Strandwandeling

Een totale zonsverduistering op wat je met een beetje fantasie nog Nederlands grondgebied zou kunnen noemen...wat wil je nu nog meer? Wel, om een uur of twaalf wist ik het antwoord op deze retorisch bedoelde vraag: een onbewolkte hemel! Wat ’s morgens vroeg was begonnen als een vrijwel strakblauwe lucht, veranderde in de loop van de ochtend in een angstwekkend machtsvertoon van wolken. Tegen de middag had zich over de zuidelijke helft van het eiland een strakke wolkenband gevestigd, die vanuit onze positie tot net in het zenit reikte. Déze zonsverduistering leek extra vroeg te beginnen en ook onaangenaam lang te gaan duren.
Om de tijd de doden, maakten we een wandeling langs de vele waarneemposten die langs het strand waren opgesteld. Overal probeerden enigszins nerveuze eclipstoeristen een glimp op te vangen van de zon waaruit de maan inmiddels al een eerste hapje had genomen. Sommigen hadden zich eerder die ochtend op de zuidkant van het eiland opgesteld, omdat de eclips daar het langst zou duren. Maar daar waren de weersomstandigheden ook het slechtst: er was zelfs wat regen gevallen!
Merkwaardig genoeg konden we geen landgenoten ontdekken. Na een paar dagen Aruba is dat nauwelijks meer verbazingwekkend: wat eens een Hollands paradijs in de tropen was, is nu een charterbestemming voor Amerikanen en Canadezen. Tijd voor een kleine rondvraag. Niet ver van het zwembad van ons hotel, dichtbij de stand met speciale ‘eclipscocktails’, komen we Jim Fronberger uit de V.S. tegen, die met een camera op statief op zijn tweede totale zonsverduistering staat te wachten: ‘Ik heb er een gezien in Noord-Carolina toen ik een jaar of twaalf, dertien oud was,’ vertelt hij. Fronberger komt speciaal voor het hemelverschijnsel naar Aruba: ‘We waren al langer van plan naar dit eiland te komen, en toen zagen we ten tijde van Hale-Bopp advertenties in de bladen waarin deze verduistering werd aangekondigd. Als het hier tijdens de eclips bewolkt is, ben je tenminste nog op Aruba en niet in Siberië of zo!’
De bewolking begint inmiddels op te lossen. Het begint ernaar uit te zien dat Fronberger en zijn vele landgenoten niet voor niets naar Aruba zijn gekomen. Gary uit Cincinnati en Ralph uit Boston staan op hun eerste eclipservaring te wachten. Gewapend met een kleine Televue-kijker, een videocamera en een fototoestel hopen ze de gebeurtenissen zo goed mogelijk te registeren. En ondertussen doen hun kinderen hun uiterste best om de voorbereidingen op luidruchtige wijze te verstoren. Dat is het nadeel van zo’n mooie vakantiebestemming: naar Siberië hadden ze hun kroost vast niet meegenomen.
Op het terras aan de achterzijde van één van de vele hotels staat een indrukwekkend aantal telescopen en camera’s opgesteld. Daar zijn overduidelijk ervaren eclipsgangers in de weer. Het blijkt een groep van 22 Oostenrijkers te zijn. Herr Konrad uit Wenen vertelt dat hij en zijn metgezellen de nodige apparatuur hebben meegenomen en dat velen al meerdere eclipsen hebben gezien. ‘Voor mij is het de zesde,’ vertelt hij. ‘En ik heb in alle gevallen ook de totaliteit gezien. Alleen in Finland viel dat nog niet mee, want toen hebben we de verduistering op het nippertje nog vanuit een vliegtuig kunnen bekijken.’ Konrads eerste totale zonsverduistering was die in Kenia in 1980, en elke keer heeft hij er wat bij geleerd. Ditmaal is hij gewapend met een batterij fotocamera’s en heeft hij een videocamera met een 50x-zoomlens bij zich om de hele verduistering van seconde tot seconde te kunnen vastleggen. Ik kan me achteraf nauwelijks voorstellen dat hij de verduistering ook met eigen ogen heeft bekeken, maar misschien doe ik hem onrecht.
Volgende station: Canada. Ted Bronson uit Thunderbay, Ontario, staat achter een Celestron C5-telescoop die merkwaardig genoeg op een stokoud, maar robuust camerastatief is gemonteerd. ‘Een vriend van me heeft de adapterplaat gemaakt,’ legt Bronson uit als ik een beetje verbaasd naar die merkwaardige contraptie kijk. Ook de Canadees is hier voor zijn zesde totale zonsverduistering; zijn eerste staat hem nog helder voor ogen: ‘11 juli 1991 in Mexico, maar dat is niet de eerste die ik wílde zien. In februari 1979 heb ik geprobeerd de eclips in zuidelijk Alberta te zien. Maar toen was er een sneeuwstorm waardoor ik niet bij het vliegveld kon komen.’ Sinds de Big One in Mexico is Bronson verslaafd aan dit natuurverschijnsel en vooral aan het unieke ervan: ‘Er is maar één tijd en plaats in de natuur waar je in de schaduw kunt staan van een maan die 400 duizend kilometer verderop staat. Dit is ook de enige plek in het zonnestelsel waar je, zonder hulpmiddelen, de corona van de zon kunt zien. En wie weet is het zelfs de enige plek in het Melkwegstelsel waar je zoiets kunt zien!’

Aftellen

Nog maar 25 minuten, en het begint nu duidelijk op te klaren. Het aftellen is begonnen en de stemming onder de vele amateur-astronomen en ‘gewone’ toeristen wordt duidelijk beter. Is het verbeelding, of wordt het nu ook al wat donkerder en koeler? Het wordt hoe dan ook hoog tijd om naar onze ‘waarneemplek’ te gaan.
We hadden natuurlijk gewoon op het strand kunnen gaan zitten, of op het terras bij ons hotel. Maar daags voor de verduistering zagen we een foldertje waarin te lezen stond dat je de eclips ook kon waarnemen vanaf het balkonterras van.... een oer-Hollandse molen! Een kwartier voor de totaliteit ploffen we neer op een rieten stoel van waaruit de gebeurtenissen aan de hemel niet alleen ongehinderd, maar ook heel comfortabel bekeken kunnen worden. Het oudere Amerikaanse echtpaar naast ons heeft het nog beter voor elkaar: temidden van de glazen en bakjes pinda’s hebben zij op hun tafel een klein statief met camera geplant.
Zelden heeft een pilsje me zo goed gesmaakt als het glas Amstel dat ik tijdens de totaliteit in mijn hand had. Slechts gewapend met een eclipsbrilletje en een verrekijker (voor de totale fase) laten we de verduistering over ons heen komen. Geruisloos scheert de schaduwkegel van de maan met een snelheid van 2000 kilometer per uur op ons af. De laatste zonnestralen verdwijnen achter de maanschijf en er ontvouwt zich een fraaie corona die wordt geflankeerd door de planeten Mercurius en Jupiter. Het wordt niet zo donker als ik had gedacht: je kunt het nog het best omschrijven als een ernstig geval van schemering. Sterren zijn er bijna niet te zien, al moet ik bekennen dat ik er ook niet echt op heb gelet. Het spookachtige ‘zwarte gat’ dat daar hoog aan de hemel staat, trekt alle aandacht.
De omgeving reageert onmiddellijk op de totaliteit. Naast me zit iemand te snotteren van vreugde, vleermuizen denken hun vroege avondvluchten te kunnen beginnen en in de verte hoor ik een haan kraaien. Ter verhoging van de feestvreugde wordt een eindje verderop wat vuurwerk ontstoken (alsof iemand daar aandacht voor heeft!). En dan is het plotseling weer voorbij. Het eerste randje van de zonneschijf piept weer te voorschijn en in luttele ogenblikken is de natuur weer op orde.

Expeditie

Drie minuten heeft het natuurverschijnsel Aruba in zijn ban weten te houden. Nog uren later worden we door allerlei mensen aangesproken over hetgeen zich eerder die dag heeft afgespeeld. En ook de dagen erna krijgen we nog menig verhaal te horen. Het meest bizarre is nog wel dat van het vliegtuig dat precies op het moment van totaliteit op het eiland landde. ‘Was hier een zonsverduistering dan?’ De passagiers zullen zich er waarschijnlijk niet van bewust zijn dat het nog wel een paar honderd jaar duurt voordat Aruba weer een eclips te zien krijgt.
Ook naast ‘onze’ molen stijgt gejuich op. Op het dak van het nabijgelegen hotel is namelijk een groep sterrenkundigen en studenten van Williams College (Williamstown, Massachusetts), onder leiding van Jay Pasachoff, bezig om de verduistering door een wetenschappelijke bril te bekijken. ‘Vanaf drie uur ben je welkom,’ had Pasachoff de vorige avond gezegd. Een klein uur na de totaliteit klimmen we via een ladder naar het waarneemterras en ontmoeten we Pasachoff, die als een kapitein op een wonderlijke ‘schuit’ van provisorische houten windschermen staat. Hij wordt omringd door high tech-instrumenten en computers, en dat alles op luttele afstand van een vier meter diepe afgrond.
De stemming bij de onderzoekers is bepaald niet opperbest. Eén van de drie experimenten die zouden worden uitgevoerd is mislukt, omdat op het moment supreme een stroomkabel losschoot, waardoor de zon uit beeld liep. Het experiment, dat was bedoeld om de temperatuur van de corona in kaart te brengen, is daardoor geheel de mist in gegaan. De beide andere experimenten – waarnemingen aan snelle oscillaties in de corona en een filterkalibratie-experiment – zijn wel geslaagd, al zal het nog wel enige tijd duren voordat de resultaten van het onderzoek bekend zijn.
Het bijzondere aan Pasachoffs expeditie is het grote aantal studenten dat hij heeft meegenomen. Het slagveld overziend, begrijp ik ook waarom: acht slaafjes zijn heel welkom als er met zo veel apparatuur moet worden gesjouwd. We praten even met Mac Stocco, een van de undergraduate students, die voortdurend vanuit een ooghoek in de richting van de grote baas kijkt. Stocco is tijdens de verduistering niet betrokken geweest bij de drie hoofdexperimenten, maar moest in opdracht van Pasachoff een mooie serie dia’s van de verduistering maken. ‘We maken opnamen met tussenpozen van tien minuten, van het eerste contact tot het einde van de verduistering,’ vertelt hij. ‘Steeds vijf opnamen achter elkaar, bij verschillende belichtingstijden.’ Hij is overigens niet de enige die foto’s staat te maken, want het hele team – inclusief meegereisde familieleden – staat achter een camera of telescoop. Iedereen op één na: een onfortuinlijke student had de opdracht gekregen om tijdens de verduistering met grote regelmaat de tijd om te roepen...
Steve Martin is een van de onderzoekers van Williams College die zich tijdens de eclips heeft beziggehouden met het filterkalibratie-experiment. Hiertoe is een opname van de zon gemaakt door een groenfilter van hetzelfde type dat zich aan boord van de zonnesatelliet SOHO bevindt (zie omslag maartnummer). ‘De SOHO kan zelf geen eclipsen zien,’ vertelt Martin. ‘Maar de satelliet heeft wel een coronagraaf aan boord – de LASCO – waarin een zonsverduistering wordt nagebootst. Daarbij treedt lichtverstrooiing op, en we willen graag weten hoe we daarvoor moeten corrigeren.’ Om de ‘verduisteringen’ die SOHO produceert te kunnen vergelijken met een echte verduistering, heeft Martin opnamen van de corona gemaakt ten einde de buitenste zonsatmosfeer tot op driekwart graad van het centrum van de zonneschijf in kaart te kunnen brengen.

26ste verduistering

‘De eclips is voorbij,’ roept Pasachoff even later. Als ware het een commando trekt de maan zich terug van het laatste stukje zonneschijf. En even later ontmoeten we de grote baas in een hotelkamer die bezaaid ligt met foto-objectieven, filters en stapels papier en verpakkingsmateriaal. Ondanks de problemen met het temperatuurexperiment toont Pasachoff zich tevreden. ‘Het was een wonderschone eclips,’ aldus de Amerikaanse hoogleraar die zojuist zijn 26ste totale zonsverduistering had gezien. ‘De verduisterde zon stond hoog aan de hemel, waardoor de corona heel goed te zien was, en ook de ‘diamantring’ was prachtig en heel lang zichtbaar. Daarbij komt nog dat we, dankzij de waarnemingen die de SOHO gisteravond heeft gedaan, voor het eerst ook van tevoren wisten hoe de corona eruit zou zien, waardoor we onze instrumenten konden richten op de delen die het interessantst waren.’
Waarom die hemel tijdens de verduistering nog zo licht was? ‘Dat varieert per eclips,’ aldus Pasachoff. ‘Een van de factoren is de hoeveelheid stof in de atmosfeer: als er veel stof is, krijg je veel verstrooiing. De lucht is hier niet zo schoon, omdat het bijna nooit regent. Bovendien was de totaliteitszone vrij smal – maar 150 km in plaats van soms wel 300 km – en zaten we ook nog een beetje aan de rand ervan.’
Pasachoff laat zich door het mislukken van een van zijn experimenten niet uit het veld slaan. ‘We hebben vorig jaar al wat gegevens verzameld en we proberen het volgend jaar in Europa gewoon nog een keer,’ zegt hij. Waar we hem dan mogen verwachten? ‘Vooralsnog in Roemenië, maar dat staat nog niet vast. In elk geval zijn de weersvooruitzichten beter naarmate je verder naar het oosten gaat.’ Op naar de 27ste van Pasachoff!