18 juli 2018 • Puin van botsende planeten hult jonge ster in ijzerrijk puin
Astronomen zijn mogelijk voor het eerst getuige geweest van de verwoesting van een of meerdere jonge planeten rond een nabije ster. Waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra wijzen erop dat de moederster momenteel bezig is om planetair puin op te slokken. Dit blijkt uit een duidelijke afname van de röntgenhelderheid van de ster (Astronomical Journal, 18 juli). De gebeurtenis speelde zich af bij de jonge ster RW Aurigae A, die 450 lichtjaar van de aarde verwijderd is. Al sinds 1937 verbazen astronomen zich over het veranderlijke karakter van deze ster. Zo eens in de enkele tientallen jaren werd zij zwakker, om in de loop van een maand weer helderder te worden. Mettertijd volgden zulke episoden zich steeds vaker op en duurden haar ‘verduisteringen’ ook langer. Met behulp van Chandra hebben de wetenschappers nu de mogelijke oorzaak van de meest recente helderheidsafname van de ster ontdekt: een botsing tussen twee objecten, waarvan de ene groot genoeg was om een planeet te zijn. Als gevolg daarvan zou de ster tijdelijk gehuld zijn geweest in dikke sluiers van gas en stof. Vermoed wordt dat de eerdere helderheidswisselingen van de ster door soortgelijke gebeurtenissen zijn veroorzaakt. RW Aurigae A maakt deel uit van een stervormingsgebied dat duizenden jonge sterren telt. De ster is naar schatting enkele miljoenen jaren oud en wordt nog omringd door een schijf van gas en stof. Uit de kenmerken van het opgevangen röntgenlicht van de ster leiden de astronomen af dat er tijdens perioden dat de ster zwakker lijkt minstens tien keer zoveel ijzer in die schijf zit dan normaal. Omdat planeten flinke hoeveelheden ijzer kunnen bevatten, lijkt het de onderzoekers aannemelijk dat de bron van dat ijzer daar moet worden gezocht. (EE)
Meer informatie:
Chandra May Have First Evidence of a Young Star Devouring a Planet

   
18 juli 2018 • Europese telescoop maakt foto’s van Hubble-kwaliteit
De Europese Very Large Telescope in het noorden van Chili is uitgerust met een nieuw hulpmiddel waarmee bijzonder scherpe opnamen kunnen worden gemaakt. Het nieuwe hulpmiddel, dat ‘lasertomografie’ wordt genoemd, stelt de al bestaande adaptieve optiek van de telescoop in staat om nog beter te corrigeren voor atmosferische turbulenties. Dat levert foto’s op die scherper zijn dan die van de Hubble-ruimtetelescoop. Adaptieve optiek is een systeem dat het beeld-vertroebelende effect van de atmosfeer corrigeert. Een van de vier telescopen waaruit de VLT bestaat kan worden uitgerust met lasers die 30 centimeter brede bundels van intens oranje licht op de hemel richten. Zo ontstaan, hoog in de atmosfeer, kunstmatige ‘richtsterren’ die door het adaptieve optische systeem worden gebruikt om vast te stellen hoe turbulent de atmosfeer is. Het systeem berekent duizend keer per seconde hoe het beeld voor die turbulenties gecorrigeerd moet worden. Het geeft daarbij de dunne, vervormbare secundaire spiegel van de telescoop de opdracht om steeds zodanig van vorm te veranderen dat de atmosferische beeldvervorming wordt tegengegaan. Tot nu toe werd deze werkwijze alleen gebruikt voor de onderste kilometer van de aardatmosfeer, de zogeheten grondlaag. Maar dankzij lasertomografie kan het systeem nu ook corrigeren voor atmosferische turbulenties op hoogten van 3, 9 en 14 kilometer. Dat resulteert in opnamen die de theoretische beeldscherpte van de telescoop – dat wil zeggen: de beeldscherpte die de telescoop zou bereiken als er géén atmosfeer was – benaderen. Het nadeel van het nieuwe systeem is dat het alleen kan worden toegepast op een stukje hemel ter grootte van 7,5 boogseconde – 4 duizendste van de schijnbare middellijn van de maan. Dat betekent dat heel veel hemelobjecten niet compleet in beeld kunnen worden gebracht. De eerste testopnamen tonen de verre, en dus schijnbaar kleine, planeet Neptunus en het centrale deel van de bolvormige sterrenhoop NGC 6388. (EE)
Meer informatie:
Superscherpe foto’s met de nieuwe adaptieve optiek van de VLT

   
17 juli 2018 • Britse cryostaat voor Amerikaanse detector donkere materie
Het Britse Rutherford Appleton Laboratory heeft een grote titanium-cryostaat gebouwd en geleverd voor de Amerikaanse LUX-Zeplin-detector (LZ). LZ gaat in een diepe mijn in South Dakota jacht maken op de mysterieuze donkere materie in het heelal, waarvan de ware aard nog steeds niet is opgehelderd. De cryostaat (een soort overmaatse thermosfles) is gemaakt van ulra-zuiver titanium, weegt 2000 kilogram en houdt het feitelijke LZ-experiment op een temperatuur van 100 graden Celsius onder nul. Er is tweeënhalf jaar aan de cryostaat gewerkt. LUX-Zeplin moet in 2020 operationeel zijn. (GS)
Meer informatie:
UK delivers super-cool kit to USA for Next-Generation Dark Matter Experiment (origineel persbericht)

   
17 juli 2018 • Standaard-kosmologiemodel ondersteund door laatste data release Planck
Ook de nieuwste, meest complete data release van de Europese ruimtetelescoop Planck, die tussen 2009 en 2013 precisiemetingen heeft verricht aan de kosmische achtergrondstraling, ondersteunt het standaardmodel van de kosmologie, waarin het heelal voor het grootste deel bestaat uit mysterieuze donkere materie en al even raadselachtige donkere energie. Alle meetgegevens van Planck, zowel aan de temperatuur als aan de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling (de 'echo' van de oerknal waarmee het heelal 13,8 miljard jaar geleden ontstond), zijn nu verwerkt en in detail geanalyseerd. De conclusies voor wat betreft de samenstelling en de evolutie van het universum zijn - net als in de vorige, nog enigszins incomplete data release - volledig in overeenstemming met het kosmologische standaardmodel. Daarmee is overigens bepaald nog geen oplossing gevonden voor het merkwaardige gegeven dat de huidige uitdijingssnelheid van het heelal, zoals bepaald op basis van een extrapolatie van de Planck-data, significant afwijkt van de waarde die gevonden wordt op basis van metingen in het huidige, 'lokale' heelal, onder andere door de ruimtetelescoop Gaia. Een reeks van 12 wetenschappelijke artikelen waarin alle Planck-data worden beschreven, is gepubliceerd op de website van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. (GS)
Meer informatie:
Planck: final data from the mission lends strong support to the standard cosmological model (origineel persbericht)

   
17 juli 2018 • Twaalf nieuwe Jupitermaantjes ontdekt
Bij de reuzenplaneet Jupiter zijn maar liefst 12 nieuwe maantjes ontdekt. Daarmee is het totaal aantal bekende Jupitermanen op 79 gekomen. De ontdekking is vandaag gepubliceerd in een circulaire van het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie. Twee van de nieuwe manen maken deel uit van de binnenste 'prograde' groep van kleine Jupitermaantjes - hemellichamen van hooguit enkele tientallen kilometers groot die in de 'normale' richting rond de planeet draaien. Negen nieuwe maantjes horen bij de buitenste, veel grotere 'retrograde' groep. Deze maantjes zijn soms niet groter dan een paar kilometer, en draaien in de 'verkeerde' richting rond Jupiter. Het twaalfde maantje, dat de (onofficiële) naam Valetudo heeft gekregen, naar een achterkleindochter van de Romeinse oppergod Jupiter, is een merkwaardig buitenbeentje. Het beweegt in de normale richting rond de planeet, maar zijn baan kruist die van de retrograde manen. Volgens de ontdekkers is Valetudo mogelijk het overblijfsel van een grotere prograde maan die in het verleden een aantal frontalte botsingen heeft ondergaan. De kleine retrograde maantjes zouden daarbij ontstaan kunnen zijn. Voorlopige berekeningen wijzen uit dat de baan van Valetudo niet stabiel is, dus het lijkt onvermijdelijk dat er ook in de toekomst nieuwe botsingen zullen plaatsvinden. (GS)
Meer informatie:
A Dozen New Moons of Jupiter Discovered (origineel persbericht)

   
17 juli 2018 • Combinatie van technieken vindt langperiodieke exoplaneten in een paar maanden tijd
Door verschillende detectietechnieken met elkaar te combineren, zijn astronomen erin geslaagd om binnen een paar maanden tijd het bestaan aan te tonen van een exoplaneet met een omloopperiode van vele jaren. De nieuwe resultaten worden beschreven in een artikel in Astronomy & Astrophysics. Planeten worden vaak ontdekt met behulp van de zogeheten overgangsmethode, waarbij de planeet voor zijn moederster langsschuift en zo een piepkelin beetje sterlicht onderschept. Normaal gesproken zijn er drie van zulke overgangen nodig voordat astronomen er zeker van kunnen zijn dat het echt om een bona fide planeet gaat. Voor planeten met omlooptijden van vele jaren is dat dus heel tijdrovend. Een team van sterrenkundigen heeft nu met de ruimtetelescoop Kepler een plotselinge, enkelvoudige dip ontdekt in de helderheid van een ster (EPIC 248847494 geheten). Uit de metingen is niet meteen duidelijk of dat helderheidsdipje veroorzaakt wordt door een planeet of door een begeleidende ster. Metingen door de Europese Gaia-ruimtetelescoop bieden echter informatie over de afstand en de middellijn van EPIC 248847494. Uit de duur van de overgang (53 uur) kon vervolgens de omlooptijd van de planeet worden berekend: ongeveer tien jaar. Daarna werd met de Euler-telescoop op de La Silla-sterrenwacht in Chili de radiale snelheid van de ster bestudeerd. Subtiele variaties in die radiale snelheid - opgemeten in de loop van slechts vier maanden - leveren de massa van de begeleider. Omdat die geringer is dan 13 Jupitermassa's moet het om een echte (gasvormige) planeet gaan, en niet om een ster. (GS)
Meer informatie:
Finding a planet with a 10 years orbit in a few months (origineel persbericht)

   
17 juli 2018 • Dubbelganger van exoplaneet ontstond op totaal andere wijze
Ook als twee exoplaneten (planeten bij andere sterren dan de zon) op totaal verschillende wijzen zijn ontstaan, kunnen ze als twee druppels water op elkaar lijken. Dat blijkt uit de ontdekking van exoplaneet 2MASS 0249 c, met de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope (CFHT) op Mauna Kea, Hawaii. De planeet heeft dezelfde massa, dezelfde (infrarood-)helderheid en vrijwel hetzelfde spectrum als de beroemde exoplaneet Beta Pictoris b. Toch zijn de twee planeten op totaal verschillende manieren ontstaan. Beta Pictoris b draait op relatief kleine afstand (ca. 1,35 miljard kilometer) rond een ster die tien maal zoveel energie uitstraalt als onze eigen zon. De planeet is zo goed als zeker vrijwel tegelijkertijd met de ster ontstaan door samenklontering van materiaal in een ronddraaiende schijf van gas en stof. 2MASS 0249 c daarentegen draait in een extreem wijde baan op een afstand van ca. 300 miljard kilometer rond een nauwe dubbelster die uit twee bruine dwergen bestaat: lichte, koele en lichtzwakke samenballingen van gas waarin geen spontane kernfusie van waterstof op gang komt. Deze planeet is vermoedelijk op dezelfde wijze ontstaan als de twee bruine dwergen: door het plotseling onder zijn eigen gewicht ineenstorten van een concentratie aan gas. Overigens maken beide sterren deel uit van de Beta Pictoris Moving Group; dat wijst erop dat ze tegelijkertijd zijn ontstaan in hetzelfde stervormingsgebied. De nieuwe resultaten zijn beschreven in een artikel in The Astronomical Journal. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Find a Famous Exoplanet's Doppelgänger (origineel persbericht)

   
16 juli 2018 • Telescopennetwerk maakt superscherpe radiofoto van een zwaartekrachtlens
Met behulp van een wereldwijd netwerk van radiotelescopen heeft een internationaal team van sterrenkundigen onder Nederlandse leiding een van de scherpste radiofoto’s ooit van een zwaartekrachtlens gemaakt. Deze opname bevestigt dat donkere materie ongelijk is verdeeld in een groep sterrenstelsels. De onderzoekers publiceren hun bevindingen vandaag in het vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Sterrenkundigen willen weten hoeveel donkere materie aanwezig is in sterrenstelsels, en hoe het is verdeeld. Deze kennis is namelijk nodig om te weten hoe het heelal in de loop van de tijd is gegroeid en veranderd. Huidige theorieën voorspellen dat er vier keer zoveel donkere materie in het heelal is als het normale materiaal dat we kunnen zien. Een reden hiervoor is dat veel sterrenstelsels heel snel roteren, en zonder de extra massa van donkere materie zouden ze uit elkaar vliegen. “Deze missende donkere materie is misschien verstopt in dwergsterrenstelsels”, zegt eerste auteur Cristiana Spingola van de Rijksuniversiteit Groningen. “Volgens berekeningen zouden duizenden dwergsterrenstelsels rondom een sterrenstelsel zoals onze Melkweg moeten cirkelen. Maar tot op heden zijn er slechts ongeveer honderd gevonden. Donkere materie is namelijk onzichtbaar, wat kan verklaren dat de dwergsterrenstelsels moeilijk te vinden zijn.” Een manier om donkere materie zichtbaar te maken, is om het effect te bestuderen dat haar zwaartekracht heeft op andere objecten. Dit wordt een zwaartekrachtlens genoemd: de zwaartekracht van donkere materie buigt het licht af van een object dat zich achter de donkere materie bevindt. In dit onderzoek hebben de sterrenkundigen donkere materie bestudeerd in een groep sterrenstelsels op 3,9 miljard lichtjaren van de aarde. Deze sterrenstelsels werkten als een vergrootglas voor een radiobron verder weg: een zwart gat dat een straal van materiaal uitspuwt op 11,7 miljard lichtjaar van de aarde. De foto van de resulterende radioboog is bijzonder, omdat er nog nooit zo’n scherp beeld met deze techniek is gemaakt. Normaal gesproken zijn zulke foto’s onscherp, met maar een klein gedeelte van de boog zichtbaar. De sterrenkundigen hebben deze opname gemaakt door de waarnemingen van 24 radiotelescopen van over de hele wereld samen te voegen, waaronder die van de Westerbork Synthese Radio Telescoop van het Nederlands instituut voor radioastronomie, ASTRON. De gegevens werden samengevoegd door de supercomputer van JIVE in Dwingeloo. Uit de nieuwe foto konden de onderzoekers de afstand, helderheid en grootte van het zwarte gat bepalen. Daarnaast konden ze dankzij het lens-effect zien hoe de donkere materie verdeeld is in de groep sterrenstelsels: namelijk klonterig en ongelijk. “Dat kan betekenen dat er zich onzichtbare dwergsterrenstelsels in dat gebied bevinden, of een andere onbekende structuur van donkere materie, maar we weten het niet zeker”, zegt Spingola. Om de eigenschappen van donkere materie beter te begrijpen, past het team nu geavanceerde numerieke algoritmen toe om de aard van de klonterige donkere materie te kwantificeren. Maar ze zijn ook op zoek naar meer radiobogen zoals deze. "Er zijn slechts een beperkt aantal zwaartekrachtlenzen geschikt voor dit onderzoek”, zegt projectleider John McKean van ASTRON en de Rijksuniversiteit Groningen. “Maar met behulp van het wereldwijde netwerk van radiotelescopen verwachten we in de toekomst meer van dit soort gigantische radiobogen te vinden.”
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
13 juli 2018 • Ruimtesonde Juno ontdekt nieuwe vulkaan op Jupitermaan Io
Op infraroodfoto's van de binnenste grote Jupitermaan Io, gemaakt door de NASA-ruimtesonde Juno, is een nieuwe hot spot ontdekt met een middellijn van een paar honderd kilometer. Het gaat zo goed als zeker om een tot nu toe onbekende vulkaan op Io, nabij de zuidpool van het hemellichaam, dat net iets groter is dan onze eigen maan. Het vulkanisme op Io wordt aangedreven door de sterke getijdenkrachten van de moederplaneet. De eerste aanwijzing voor het bestaan van vulkanen op Io werden in 1979 gevonden, vlak voordat ruimtesonde Voyager 1 op kleine afstand langs Jupiter vloog. (GS)
Meer informatie:
NASA Juno data indicate another possible volcano on Jupiter moon Io (origineel persbericht)

   
13 juli 2018 • MeerKAT-radiotelescoop brengt Melkwegcentrum in beeld
Vandaag is de MeerKAT radiotelescoop in Zuid-Afrika officieel in gebruik gesteld. Ter gelegenheid daarvan is een nieuwe opname gepresenteerd van het centrum van onze Melkweg – de duidelijkste ‘radiofoto’ van dit gebied tot nu toe. Het Melkwegcentrum staat in de richting van het sterrenbeeld Boogschutter, op ongeveer 25.000 lichtjaar van de aarde. Het is gehuld in dichte wolken van gas en stof, waardoor het met normale telescopen niet waarneembaar is. Op infrarode, röntgen- en radiogolflengten is dat stof echter min of meer doorzichtig. Eerder dit jaar, op 25 mei om precies te zijn, is ook de MeerLICHT-telescoop geïnaugureerd. Deze in Nederland gebouwde optische telescoop is het ‘oog’ van de 64 MeerKAT-radioschotels. MeerKAT en MeerLICHT gaan gelijktijdig de zuidelijke sterrenhemel scannen op onder meer sterexplosies. (EE)
Meer informatie:
Meerkat Radio Telescope Inaugurated in South Africa

   
12 juli 2018 • Planetoïde die langs de aarde scheerde bestaat uit twee stukken
Waarnemingen met drie van de grootste radiotelescopen ter wereld hebben laten zien dat een eind vorig jaar ontdekte planetoïde uit twee delen bestaat. Beide zijn ongeveer 900 meter groot. Het is pas voor de vierde keer dat bij een planetoïde is vastgesteld dat hij bestaat uit twee stukken van vergelijkbare grootte die om elkaar heen wentelen. ‘Aardscheerder’ 2017 YE5 werd op 21 december 2017 ontdekt met de Morocco Oukaimeden Sky Survey, maar pas afgelopen juni werd duidelijk dat het om een dubbelplanetoïde gaat. Op 21 juni passeerde het object onze planeet op de relatief kleine afstand van 6 miljoen kilometer. Bij die gelegenheid is 2017 YE5 onderzocht met het radarsysteem van de Goldstone-radiotelescoop van NASA. Maar met dat instrument kon nog niet met zekerheid worden vastgesteld dat de planetoïde uit twee losse delen bestond. Dat bleek pas toen enkele dagen later de grote radiotelescoop op Arecibo en de Green Bank-radiotelescoop in West-Virginia als radarsysteem werden ingezet. De nieuwe waarnemingen wijzen erop dat de twee delen van de planetoïde in 20 à 24 uur om elkaar heen wentelen. Ook lijkt het erop dat het oppervlak van 2017 YE5 zo donker is als houtskool. Opvallend is verder dat de twee delen niet dezelfde radar-reflectiviteit hebben. Dat laatste betekent dat het oppervlak van ene helft ruwer is dan dat van de andere, wat een aanwijzing zou kunnen zijn dat ze niet dezelfde samenstelling hebben. In dat opzicht onderscheidt 2017 YE5 zich van alle andere dubbele planetoïden die sinds 2000 met radar zijn onderzocht. Dat zijn er een stuk of 50. Geschat wordt dat ongeveer 15 procent van alle planetoïden groter dan 200 meter die in de buurt van de aarde komen ‘dubbel’ zijn. In verreweg de meeste gevallen is de ene component echter veel groter dan de andere.
Meer informatie:
Observatories Team Up to Reveal Rare Double Asteroid

   
12 juli 2018 • Neutrinodetector IceCube spoort lang gezochte versneller van kosmische straling op
Een groot internationaal onderzoeksteam, met flinke inbreng van wetenschappers van de Vrije Universiteit Brussel en de Universite Libre de Bruxelles, heeft een hoogenergetische bron van kosmische neutrino’s opgespoord. Met behulp van de ‘neutrinotelescoop’ IceCube op Antarctica hebben zij een energierijk neutrino gedetecteerd dat afkomstig is van een superzwaar zwart gat in de kern van een sterrenstelsel op bijna 4 miljard lichtjaar van de aarde. De ontdekking brengt de oplossing van het vraagstuk van de kosmische straling een belangrijke stap dichterbij. Neutrino’s zijn spookachtige subatomaire deeltjes die onder meer ontstaan bij extreme processen in het heelal, zoals supernova-explosies en superzware zwarte gaten die materie uit hun omgeving opslokken. Vermoed wordt dat bij deze processen protonen tot relativistische snelheden worden versneld, wat gepaard zou gaan met het uitzenden van neutrino’s. Zowel de protonen als de neutrino’s kunnen afstanden van miljarden lichtjaren overbruggen en de aarde bereiken. Probleem is echter dat protonen geladen deeltjes zijn, die door magnetische velden in de ruimte van koers worden gebracht. Hierdoor kunnen we aan de energierijke protonen die hier arriveren niet meer ‘zien’ waar ze vandaan komen. Bij neutrino’s lukt dat wel: die hebben geen elektrische lading. Met het IceCube Neutrino Observatory nabij de Zuidpool is op 22 september 2017 een energierijk neutrino geregistreerd waarvan wetenschappers de herkomst hebben kunnen achterhalen. Daarbij zijn zij geholpen door achttien sterrenwachten en ruimtetelescopen, die kort na de detectie op de door IceCube aangegeven positie werden gericht. De gecombineerde waarnemingen laten zien dat het neutrino afkomstig was van een reeds bekende ‘blazar’. Dat is een reusachtig elliptisch sterrenstelsel met een actief superzwaar gat in zijn kern. Het feit dat deze blazar neutrino’s onze kant op ‘schiet’, bewijst dat hij als een deeltjesversneller fungeert. En dat maakt het aannemelijk dat de blazar ook een bron van energierijke protonen is – het hoofdbestanddeel van de zogeheten kosmische straling. Kosmische straling is de verzamelnaam voor de hoogenergetische deeltjes die continu vanuit de ruimte op de aarde ‘neerregenen’. De betreffende deeltjes kunnen tot wel honderd miljoen keer zoveel energie hebben als de deeltjes die in de Large Hadron Collider bij CERN in Zwitserland worden geproduceerd. Het stond al vast dat deze deeltjesstraling van buiten ons Melkwegstelsel afkomstig moest zijn, maar de precieze bron was nog onduidelijk. Dankzij de nieuwe ontdekking weten wetenschappers nu dat op z’n minst een flink deel ervan door actieve sterrenstelsels wordt geproduceerd. De onderzoeksresultaten verschijnen vrijdag 13 juli in het wetenschappelijke tijdschrift Science. (EE)
Meer informatie:
Neutrino observation points to one source of high-energy cosmic rays

   
12 juli 2018 • Kloof tussen bepalingen Hubble-constante groeit
Nieuwe gegevens van de ruimtetelescopen Hubble en Gaia hebben een nieuwe nauwkeurige bepaling opgeleverd van de zogeheten Hubble-constante – een maat voor de uitdijingssnelheid van ons heelal. Het resultaat is meer dan ooit in strijd met de Hubble-constante zoals de Planck-satelliet die ‘voorspelt’ (Astrophysical Journal, 12 juli). Planck heeft metingen gedaan van de kosmische achtergrondstraling en zo het heelal in kaart gebracht zoals het er slechts 360.000 jaar na de oerknal uitzag. Daarbij zijn de afmetingen gemeten van bepaalde rimpelingen in de achtergrondstraling, die informatie geven over hoeveel donkere en normale materie er is en hoe snel het heelal destijds uitdijde. Daaruit kan dan in principe worden afgeleid hoe snel het heelal nú zou moeten uitdijen. De onzekerheidsmarges waren groot genoeg om de meetwaarden van Hubble en Planck te kunnen verenigen. Maar nu het Hubble-resultaat met hulp van Gaia nog wat is aangescherpt (de onzekerheid is nog maar 2,2 procent), staan de resultaten duidelijk op gespannen voet met elkaar. Met behulp van Hubble en Gaia komen wetenschappers op een uitdijingssnelheid van 73,5 kilometer per seconde per megaparsec, terwijl de Planck-voorspelling blijft steken bij 67,0 km/s/mpc. Hoe de kloof tussen de beide Hubble-constanten kan worden gedicht, is nog onduidelijk. Misschien heeft het te maken met onze gebrekkige kennis van de hoofdbestanddelen van het heelal – de donkere materie en de donkere energie. Of misschien is er een nog onbekend deeltje in het spel. Hoe dan ook: ergens klopt iets niet. (EE)
Meer informatie:
Hubble and Gaia Team Up to Fuel Cosmic Conundrum

   
11 juli 2018 • China investeert fors in ruimteonderzoek
De Chinese Academie van Wetenschappen (CAS) heeft plannen bekendgemaakt voor de lancering van vier nieuwe wetenschappelijke satellieten, waarvan de eerste al in 2020 moet plaatsvinden. Het Chinese ruimteonderzoek, dat pas een jaar of tien geleden werd opgestart, begint dus goed op stoom te komen. De eerste van de nieuwe missies is de Gravitational Wave High-energy Electromagnetic Counterpart All-sky Monitor (GECAM). Deze bestaat uit twee satellieten voor de detectie van kosmische gammastraling die tegenover elkaar om de aarde gaan cirkelen. Op die manier kunnen ze voortdurend de complete hemel overzien. Hoofddoel van GECAM is de detectie van de uitbarstingen van gammastraling die gepaard gaan met zwaartekrachtgolven zoals die met LIGO worden gedetecteerd. Bij dit onderzoek krijgt GECAM ondersteuning van de Einstein Probe (EP), die de hemel zal afspeuren naar uitbarstingen van röntgenstraling, zoals die gepaard gaan met verschijnselen als gammaflitsen en botsingen tussen zwarte gaten. De twee andere missies – de Advanced Space-based Solar Observatory (ASO-S) en de Solar wind Magnetosphere Ionosphere Link Explorer (SMILE) – zijn gericht op het onderzoek van de zon en de interactie tussen de zonnewind en de magnetosfeer van de aarde. SMILE is een samenwerkingsproject met het Europese ruimteagentschap ESA. Ook een vijfde grote ruimtemissie staat al in de steigers: de enhanced X-ray Timing and Polarimetry-missie (eXTP). Deze ambitieuze internationale röntgenmissie, die voor 2025 op het programma staat, is gericht op het onderzoek van (magnetische) neutronensterren en zwarte gaten. (EE)
Meer informatie:
New China space missions will watch for colliding black holes, solar blasts (Science)

   
11 juli 2018 • Lofar reageert direct op mysterieuze astronomische gebeurtenissen
Op vrijdag 6 juli 2018 om 10.25 uur (MEZT) reageerde de Low Frequency Array (LOFAR) van ASTRON voor de eerste keer automatisch op een kortdurende astronomische gebeurtenis (een ‘transient’). De NASA-satelliet Swift detecteerde een heldere uitbarsting van gammastraling, waarna het een urgent signaal naar aardse observatoria stuurde. Binnen enkele minuten stopte LOFAR met wat het aan het doen was en begon het een nieuwe observatie van het exploderende astrofysische object. Deze snelle responsmodus van LOFAR is cruciaal om de bronnen van mysterieuze kortdurende astronomische gebeurtenissen te helpen identificeren.Transients zijn astronomische gebeurtenissen in het heelal die slechts korte tijd duren, van milliseconden tot uren. Voorbeelden van deze gebeurtenissen zijn gammaflitsen of snelle radioflitsen. Gammaflitsen zijn extreem energierijke explosies die zijn geassocieerd met ontploffende zware sterren en het samensmelten van een neutronenster met een andere neutronenster of een zwart gat. Op dit moment is het LOFAR transient-team bezig om de waarneming van de gammaflits van vorige week vrijdag, GRB 180706A genaamd, te verwerken. Naar verwachting zal de radiotelescoop vanaf nu elke maand signalen krijgen van nieuwe kortdurende gebeurtenissen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
10 juli 2018 • Onderzoek moederster werpt nieuw licht op planeet Ross 128b
Ross 128b, een exoplaneet op slechts 11 lichtjaar afstand van de aarde, bestaat grotendeels uit gesteenten en heeft vermoedelijk een gematigd klimaat. Die conclusies trekken astronomen op basis van onderzoek aan het licht van de moederster, Ross 128. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ross 128 is een zwakke rode dwergster. Infraroodspectroscopie van de ster, uitgevoerd door de Sloan Digital Sky Survey, heeft meer informatie opgeleverd over de chemische samenstelling van de ster. Indirect vertelt dat iets over de samenstelling van de schijf van gas en stof waaruit rondcirkelende planeten zijn ontstaan. Op basis van de relatieve abundanties van ijzer en magnesium in de dwergster komt het onderzoeksteam tot de conclusie dat de metaalkern van Ross 128b in verhouding groter moet zijn dan die van de aarde. Ook konden boven- en ondergrenzen worden afgeleid voor de afmetingen van de planeet, waaruit blijkt dat die net als de aarde grotendeels uit gesteenten moet bestaan. Door die gegevens te combineren met de afstand tot de ster maken de astronomen aannemelijk dat er op de planeet een gematigd klimaat zal heersen. (GS)
Meer informatie:
Rocky Planet Neighbor Looks Familiar but Is Not Earth's Twin (origineel persbericht)

   
10 juli 2018 • Topografie Pluto en Charon in kaart gebracht
Op basis van stereoscopische foto's die in 2015 gemaakt zijn door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons zijn de eerste officiële hoogtekaarten samengesteld van de kleine dwergplaneet Pluto en zijn maan Charon. Tenzing Montes, aan de zuidwestrand van de bevroren vlakte Sputnik Planitia, blijkt de hoogste bergrug op Pluto te zijn; de hoogste top reikt tot ca. 6 kilometer boven het gemiddelde niveau - vergelijkbaar met de Kilimanjaro op aarde. Sputnik Planitia zelf ligt juist diep ónder dat gemiddelde niveau: ca. 2,5 kilometer lager, en aan de randen zelfs 3,5 kilometer lager. Uit de topografische gegevens is ook het bestaan afgeleid van een oud, 3000 kilometer lang breuksysteem op Pluto, dat min of meer noord-zuid is gericht. Charon - met een middellijn van 1200 kilometer bijna half zo klein als Pluto - vertoont een nog sterker reliëf: aan de noordpool bevindt zich een bekken met een diepte van ongeveer 14 kilometer. De nieuwe kaarten zijn gepubliceerd in het vakblad Icarus. (GS)
Meer informatie:
LPI Leads Mapping Effort of Newly Published Global Maps of Pluto and Charon (origineel persbericht)

   
10 juli 2018 • ‘Spookduinen’ ontdekt op Mars
Wetenschappers hebben sikkelvormige afdrukken ontdekt op de planeet Mars. Deze structuren, die ’spookduinen’ worden genoemd zijn de verharde contouren van oude zandduinen die zijn ontstaan toen lava of natte sedimenten om de duin heen stroomden en stolden. Nadat de wind het zand van de duin had weggeblazen, bleef een duinvormige holte achter. De spookduinen zijn op twee plaatsen aangetroffen: bijna 500 in Noctis Labyrinthus, een wirwar van tafellanden en canyons nabij de evenaar, en 300 in Hellas Planitia een 2300 kilometer groot inslagbekken op het zuidelijk halfrond. De duinenvelden zijn naar schatting 2 miljard jaar oud. Uit de oriëntatie van de duinen leiden de onderzoekers af dat de heersende winden tijdens hun vorming uit een andere richting kwamen dan nu. Ze kwamen uit het noorden tot noordwesten, terwijl die van nu noordoostelijke tot zuidoostelijk zijn. Volgens de onderzoekers bewijst dit dat de klimatologische omstandigheden op de planeet destijds langdurig stabiel waren, maar anders waren dan nu. Deze kennis van belang voor de juiste interpretatie van geologische structuren op Mars. (EE)
Meer informatie:
Scientists discover “ghost dunes” on Mars

   
9 juli 2018 • Zuurstofrijke dampkring van de aarde ontstond met vallen en opstaan
Sinds 2,4 miljard jaar is de dampkring van de aarde rijk aan zuurstof, aanvankelijk volledig geproduceerd door micro-organismen. Algemeen wordt aangenomen dat zuurstof een betrouwbare 'biomarker' is: wanneer er in de dampkring van een exoplaneet (een planeet bij een andere ster dan de zon) zuurstof voorkomt, zou dat kunnen wijzen op biologische activiteit aan het oppervlak, en wanneer zuurstof ontbreekt, is de planeet vermoedelijk levenloos. Geofysici van de Universiteit van Washington hebben nu echter ontdekt dat het zuurstofgehalte in de dampkring van de aarde eerder al een paar keer is toe- en afgenomen. Uit onderzoek aan stikstofisotopen in afzettingsgesteenten in West-Australië blijkt dat bijvoorbeeld 2,66 miljard jaar geleden ook al gebeurd te zijn, gedurende een periode van circa 50 miljoen jaar. Eerder waren al aanwijzingen gevonden voor een tijdelijke zuurstoftoename rond 2,5 miljard jaar geleden. Kennelijk vond er op aarde geen duidelijke, eenmalige omslag plaats van een zuurstofarme naar een zuurstofrijke dampkring, maar was er eerder sprake van verscheidene 'pogingen', die niet allemaal direct 'succesvol' waren. Het onderzoek, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, is ook van belang voor de astrobiologie: de afwezigheid van zuurstof in een planeetdampkring betekent niet per se dat er geen micro-organismen op de planeet leven. (GS)
Meer informatie:
Oxygen levels on early Earth rose and fell several times before the successful Great Oxidation Event (origineel persbericht)

   
9 juli 2018 • Plasmagolven verbinden Saturnus met zijn maan Enceladus
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft op 2 september, vlak voordat hij de dampkring van Saturnus in dook, krachtige plasmagolven gedetecteerd die op en neer reizen tussen de Saturnusmaan Enceladus en de planeet zelf. De plasmagolven - radiogolven die zich voortplanten in een ijl plasma van elektrisch geladen deeltjes - bewegen langs de magnetische veldlijnen van de planeet. Anders dan het geval is bij onze eigen maan ligt de baan van de kleine maan Enceladus volledig in het magnetisch veld van zijn moederplaneet. Bovendien spuiten er vanaf het zuidpoolgebied van het ijsmaantje geisers van onder andere waterdamp de ruimte in. Onder invloed van onder andere zonlicht raken de weggeblazen moleculen en atomen geïoniseerd, waardoor Enceladus zich hult in een ijle wolk van elektrisch geladen deeltjes. NASA-technici hebben de waargenomen radiosignalen omgezet in geluid, zoals een ouderwetse transistorradio opgevangen radiogolven ook kan omzetten in geluid. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. (GS)
Meer informatie:
Listen: Sound of Electromagnetic Energy Moving Between Saturn, Enceladus (origineel persbericht)

   
9 juli 2018 • Verste quasar-jet ooit ontdekt
Op een afstand van bijna 13 miljard lichtjaar is een quasar ontdekt die extreem helder is op radiogolflengten. Detailwaarnemingen, verricht met de Amerikaanse Very Long Baseline Array, laten zien dat het radiobeeld van de quasar uit drie verschillende componenten bestaat, verspreid over een gebied van 5000 lichtjaar. Eén daarvan is waarschijnlijk de eigenlijke quasarkern; de andere twee wijzen op het bestaan van een zogeheten jet (straalstroom) van energierijke deeltjes die met bijna de lichtsnelheid de ruimte in worden geblazen. Quasars zijn de heldere kernen van sterrenstelsels met een actief superzwaar zwart gat in hun centrum. Ongeveer tien procent van alle quasars zendt ook radiostraling uit, vaak geproduceerd in relativistische jets. Zulke jets zijn echter nooit eerder waargenomen in de prille jeugd van het heelal. De nieuw ontdekte quasar (PSO J352.4034-15.3373, of kortweg P352-15 geheten) staat zo ver weg dat we hem zien zoals hij er uitzag toen het heelal minder dan één miljard jaar oud was. Onderzoek aan de quasar biedt astronomen dus inzicht in de vroege evolutie van de eerste sterrenstelsels in de geschiedenis van het heelal. De ontdekking en de radiowaarnemingen van de verre energierijke quasar zijn beschreven in twee publicaties in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Quasar Shines Light on Early Galaxy Formation (origineel persbericht)

   
6 juli 2018 • Botswana-meteoriet gevonden na voorspelde inslag
Onder leiding van de Nederlandse meteorietendeskundige Peter Jenniskens (verbonden aan het SETI-instituut in Californië) heeft een team van onderzoekers een meteoriet gevonden die afkomstig is van planetoïde 2018LA. Het is pas de tweede keer dat er een of meer meteorieten zijn gevonden na een 'voorspelde' inslag van een klein kosmisch projectiel. 2018LA was een kleine planetoïde, hooguit een paar meter groot, die op 2 juni ontdekt werd door de Catalina Sky Survey in Arizona, slechts 8 uur voordat de ruimtekei boven het zuiden van Afrika de aardse dampkring zou binnendringen. De heldere vuurbol die daarbij ontstond werd waargenomen in Botswana en omringende landen. Baanberekeningen wezen uit dat eventuele meteorieten terecht zouden zijn gekomen in een gebied van ca. 200 vierkante kilometer in de uitgestrekte Kalahari-woestijn. Net als in 2008, toen zich een vergelijkbare situatie afspeelde boven Soedan, ging Peter Jenniskens op zoek, geholpen door medewerkers van de Botswana International University of Science and Technology en enkele andere instituten. Na vijf dagen intensief zoeken werd de eerste meteoriet gevonden. (GS)
Meer informatie:
Fragment of Impacting Asteroid Recovered In Botswana (origineel persbericht)

   
5 juli 2018 • Jupitermanen laten sporen achter in het poollicht van hun moederplaneet
Nieuwe opnamen van de ruimtesonde Juno laten zien dat de manen van Jupiter bijzondere sporen achterlaten in de poollichten van hun moederplaneet. De gegevens laten zien dat de maan Io niet één ‘schaduw’ op het poollicht werpt, maar een hele rits. De grootste Jupitermaan, Ganymedes, werpt een dubbele schaduw (Science, 6 juli). Net als bij de aarde ontstaan de poollichten van Jupiter doordat elektrisch geladen deeltjes langs de magnetische veldlijnen van de planeet worden versneld en in botsing komen met atomen in diens atmosfeer. De grootste Jupitermanen beïnvloeden dit verschijnsel doordat ze de deeltjesstromen afbuigen. Daarbij veroorzaakt elk van deze manen heldere plekken in zowel het noorder- als het zuiderlicht. De Juno-beelden laten zien dat de ‘voetafdrukken’ van Io ongeveer zo groot zijn als de maan zelf. Het patroon dat zij veroorzaken lijkt op een spoor van kolkende wervelingen dat zich soms in twee bogen splitst. Volgens de wetenschappers die het onderzoek hebben gedaan kunnen deze vreemde patronen zijn veroorzaakt door magnetische interacties in de buurt van de manen of door interferentie tussen reusachtige golven van elektrische deeltjes. (EE)
Meer informatie:
Jupiter’s moons create uniquely patterned aurora on the gas giant planet

   
4 juli 2018 • Einsteins gelijk opnieuw bewezen: alle objecten vallen op dezelfde manier
Einsteins zwaartekrachttheorie, de algemene relativiteitstheorie, voorspelt dat alle objecten op dezelfde manier vallen, ongeacht hun massa of samenstelling. Maar geldt dit principe ook voor objecten met extreem sterke zwaartekracht? Een internationaal team van astronomen heeft dit getest met behulp van drie sterren die om elkaar heen draaien: een neutronenster en twee witte dwergen. Hun bevindingen bewijzen dat Einsteins theorie de test ook doorstaat in dergelijke extreme omstandigheden (Nature, 5 juli). Een hamer en een veer vallen met dezelfde versnelling op de maan. En als een lichte en zware kanonskogel van de toren van Pisa worden gegooid, raken ze op hetzelfde moment de grond. Zelfs de aarde en de maan vallen op dezelfde manier naar de zon toe. Einsteins theorie heeft alle tests in laboratoria en elders in ons zonnestelsel doorstaan. Maar de meeste alternatieve zwaartekrachttheorieën voorspellen dat objecten met extreem sterke zwaartekracht, zoals neutronensterren, anders vallen dan objecten met geringe zwaartekracht. Dankzij de ontdekking van een ‘natuurlijk, kosmisch laboratorium’ hebben astronomen deze theorie nu kunnen testen in extreme omstandigheden: het drievoudige stersysteem PSR J0337+1715, op 4200 lichtjaar afstand van de aarde. In dit unieke, in 2012 ontdekte systeem draaien een neutronenster en een witte dwerg in 1,6 dagen om elkaar heen. En dit paar cirkelt in een baan van 327 dagen om een andere witte dwerg, veel verder weg. Volgens sommige alternatieve zwaartekrachttheorieën zouden de neutronenster en de binnenste witte dwerg elk op een andere manier naar de buitenste witte dwerg moeten vallen. ‘We hebben dit getest door de neutronenster te volgen’, licht eerste auteur Anne Archibald (postdoc aan de Universiteit van Amsterdam en ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie) toe. ‘De neutronenster, een millisecondepulsar, gedraagt ​​zich als een klok: hij wentelt 366 keer per seconde om zijn as, en bundels radiogolven roteren mee. Ze zwaaien met regelmatige tussenpozen als een kosmische vuurtoren over de aarde en produceren pulsen. We hebben deze radiopulsen gebruikt om de beweging van de neutronenster te volgen.’ Het team van astronomen volgde de neutronenster zes jaar lang met de Westerbork Synthese Radiotelescoop in Nederland, de Green Bank Telescoop in West Virginia, VS en het Arecibo Observatorium in Puerto Rico, VS. ‘We kunnen elke puls van de neutronenster nagaan sinds het begin van onze waarnemingen’, zegt Archibald. ‘En zijn locatie weten we tot op een paar honderd meter nauwkeurig. We weten daarom heel precies waar de neutronenster is geweest en waar hij naartoe gaat. Als de neutronenster anders zou vallen dan de witte dwerg, zouden de pulsen op een ander tijdstip aankomen dan verwacht.’ Archibald en haar collega’s ontdekten dat een eventueel verschil tussen de versnelling van de neutronenster en van de witte dwerg te klein is om te detecteren. ‘Als er al een verschil is, is het niet meer dan drie op een miljoen’, zegt Nina Gusinskaia, promovenda aan de Universiteit van Amsterdam. “En dat is heel erg weinig. We ontkrachten hiermee een deel van de alternatieve zwaartekrachttheorieën. Ook hebben we de nauwkeurigheid van de beste zwaartekrachttest ongeveer tien keer verbeterd, zowel binnen het zonnestelsel als met andere pulsars.’
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
4 juli 2018 • Evenement rond totale zonsverduistering 2019 op ESO’s La Silla-sterrenwacht in Chili
De zonsverduistering van 2 juli 2019 is onder meer waarneembaar vanaf La Silla, een van de bergen in het noorden van Chili waar de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) is gevestigd. Ter gelegenheid van dit bijzonder toeval organiseert ESO die dag een groot publieksevenement op La Silla. Voor belangstellenden zijn 300 kaarten beschikbaar, die komende vrijdag (6 juli) om 13 uur in de verkoop gaan. De verduistering komt op een bijzonder moment, want de ESO-sterrenwacht bestaat in 2019 precies 50 jaar. Een mooie gelegenheid voor een feestje dus. Naar verwachting zullen duizenden bezoekers van over de hele wereld naar het noorden van Chili reizen om de zonsverduistering tegen de prachtige achtergrond van het spectaculaire Chileense landschap te mogen ervaren. Wie een toegangskaart voor de ESO-sterrenwacht weet te bemachtigen wordt getrakteerd op een uitgebreid programma. Omdat de eclips zelf pas tegen het einde van de middag zal plaatsvinden, zal de rest van de dag gewijd zijn aan allerlei verschillende activiteiten, waaronder rondleidingen langs de telescopen op La Silla, lezingen en workshops. Of de zonsverduistering ook werkelijk te zien zal zijn hangt uiteraard af van de weersomstandigheden. De kans op een volledig onbewolkte hemel wordt geschat op 40 procent. De kans dat het die dag volledig bewolkt zal zijn is ruim 30 procent. Meer informatie over het ESO-evenement is vanaf nu online beschikbaar. Kaarten kunnen vanaf vrijdag om 13 uur worden besteld in de ESOshop. Ze kosten 200 euro, inclusief vervoer van de voet van de berg La Silla naar de sterrenwacht, een eclipsbril en toegang tot alle activiteiten ter plaatse. Voor de kaartverkoop geldt: wie het eerst komt, het eerst maalt. (EE)
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
4 juli 2018 • Grote botsing gaf vorm aan onze Melkweg
Een internationaal team van astronomen heeft aanwijzingen gevonden dat ons Melkwegstelsel 8 tot 10 miljard jaar geleden frontaal in botsing is gekomen met een kleiner object, dat het ‘Worststelsel’ wordt genoemd. De gebeurtenis was bepalend voor de vroege ontwikkeling van ons sterrenstelsel. Van het dwergstelsel zelf bleef weinig over, maar sommige van zijn sterren bestaan nog steeds. De sterren van het aan flarden getrokken Worststelsel doorlopen nu extreem lange en smalle banen, die hen periodiek dicht langs het Melkwegcentrum voeren. Volgens de astronomen is dat een sterke aanwijzing dat het dwergstelsel zelf een sterk excentrische baan volgde. Aan de vorm van hun snelheidsverdeling heeft het dwergstelsel zijn merkwaardige bijnaam te danken. De ontdekking is gebaseerd op gegevens van de Europese Gaia-satelliet, die de stellaire bevolking van de Melkweg in kaart brengt. Daarbij worden niet alleen de posities van grote aantallen sterren gemeten, maar ook de banen die zij doorlopen. De Melkweg is nadien bij nog meer botsingen betrokken geweest, en zal dat ook in de toekomst zijn, maar die waren van veel bescheidener omvang. Hoewel het Worststelsel tot de dwergstelsels wordt gerekend, bevatte het naar schatting altijd nog 10 miljard zonsmassa’s aan gas, sterren en donkere materie. Dat was waarschijnlijk voldoende om de normaal gesproken vrij dunne schijf van de Melkweg na de botsing flink te doen opzwellen. Het ‘puin’ van het Worststelsel verspreidde zich over de centrale delen van de Melkweg. Dat zou de vorming van de ‘bulge’ (centrale verdikking) hebben veroorzaakt, evenals die van de ijle halo van sterren die de Melkweg omgeeft. Ook zou het Worststelsel acht bolvormige sterrenhopen hebben achtergelaten. Een en ander wordt afgeleid uit computersimulaties van de botsing. (EE)
Meer informatie:
The Gaia Sausage: The Major Collision That Changed the Milky Way Galaxy

   
3 juli 2018 • Explosieve ster Eta Carinae is bron van kosmische straling
De explosieve reuzenster Eta Carinae, op 7500 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel, is een bron van kosmische straling - elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk elektronen) met een extreem hoge energie. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen, verricht met NASA's röntgenkunstmaan NuSTAR, die deze week gepubliceerd zijn in Nature Astronomy. Eta Carinae staat te ver weg om met het blote oog waargenomen te kunnen worden, maar de extreem zware en lichtsterke ster onderging in de jaren '40 van de negentiende eeuw een zeer krachtige uitbarsting, waarbij hij even tot de helderste sterren aan de hemel behoorde. Inmiddels is bekend dat Eta Carinae een dubbelster is, waarin twee hete sterren eens in de 5,5 jaar in een elliptische baan om elkaar heen draaien. Daarbij naderen ze elkaar eens per omloop tot op niet meer dan 225 miljoen kilometer - ongeveer de afstand van Mars tot de zon. NuSTAR heeft nu laten zien dat de dubbelster vooral tijdens die dichtste nadering een krachtige bron is van 'harde' (energierijke) röntgenstraling. Eerder waren ook al aanwijzigen gevonden dat Eta Carinae mogelijk gammastraling uitzendt. De röntgen- en gammastraling ontstaan volgens de astronomen door de wisselwerking van zichtbaar licht met relativistische elektronen, die tot vlakbij de lichtsnelheid worden versneld in krachtige schokgolven op plaatsen waar de sterrenwinden van de twee reuzensterren met elkaar in botsing komen. De verwachting is dat een deel van die energetische elektronen wordt uitgestraald in de vorm van kosmische straling. Sommige van die Eta Carinae-deeltjes kunnen zelfs op aarde aankomen. (GS)
Meer informatie:
NASA's NuSTAR Mission Proves Superstar Eta Carinae Shoots Cosmic Rays (origineel persbericht)

   
3 juli 2018 • Moleculaire zuurstof in atmosfeer komeet 67P niet afkomstig van oppervlak
Wetenschappers hebben ontdekt dat de moleculaire zuurstof rond een komeet niet op zijn oppervlak wordt geproduceerd, maar wellicht uit zijn inwendige afkomstig is. Dat wordt afgeleid uit gegevens die in de periode 2014-2016 zijn verzameld door de Europese ruimtesonde Rosetta, toen deze om de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko cirkelde (Nature Communications, 3 juli). Wanneer een komeet dicht genoeg in de buurt van de zon komt, kan het ijs op zijn oppervlak gaan sublimeren – van vaste stof overgaan in gas. Er ontstaat dan een ijle atmosfeer die coma wordt genoemd. Uit gegevens die met instrumenten van Rosetta zijn verkregen blijkt dat de coma van komeet 67P niet alleen water, koolstofmonoxide en koolstofdioxide bevatte, maar ook moleculair zuurstof. Dit laatste gas was nog nooit eerder waargenomen bij een komeet. Aanvankelijk gingen Rosetta-wetenschappers ervan uit dat de zuurstof waarschijnlijk afkomstig was uit het vaste deel van de komeet – de kern. Dat zou dan betekenen dat de komeet dit gas al tijdens zijn vorming, 4,6 miljard jaar geleden, had meegekregen. Een groep wetenschappers van buitenaf kwam echter met de suggestie dat moleculaire zuurstof ook kon ontstaan bij reacties tussen ionen (elektrisch geladen moleculen) op het oppervlak van de komeet. Een nieuwe analyse heeft nu echter laten zien dat dit mechanisme niet voldoende moleculaire zuurstof oplevert om de waargenomen hoeveelheid te verklaren. De Rosetta-wetenschappers blijven dan ook bij hun oorspronkelijke conclusie: de moleculaire zuurstof in de komeet is hoogstwaarschijnlijk zo oud als het zonnestelsel. Dat is overigens ook in overeenstemming met recente theorieën die aangeven dat moleculaire zuurstof zich kan vormen in de donkere wolken van gas en stof waaruit sterren en planeten ontstaan. (EE)
Meer informatie:
Molecular oxygen in comet’s atmosphere not created on its surface

   
2 juli 2018 • Kosmische catastrofe bepaalde de evolutie van Uranus
Zo'n vier miljard jaar geleden werd de reuzenplaneet Uranus in de flank geraakt door een kleinere protoplaneet van ijs en gesteenten die ongeveer twee maal zo zwaar was als de aarde. Dat concluderen onderzoekers van Durham University op basis van gedetailleerde computersimulaties, vandaag gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Uranus is de op één na buitenste planeet in het zonnestelsel. Hij valt op door zijn 'omgevallen' stand: de draaiingsas van de planeet staat niet min of meer loodrecht op het baanvlak, zoals bij de andere planeten het geval is, maar ligt ongeveer in het baanvlak. Metingen van de ruimtesonde Voyager 2 in 1986 hebben bovendien uitgewezen dat Uranus een zeer asymmetrisch magneetveld heeft, waarvan het 'middelpunt' niet samenvalt met het centrum van de planeet. De astronomen hebben met gedetailleerde computermodellen meer dan vijftig verschillende kosmische botsingen gesimuleerd, om te onderzoeken of de bijzondere eigenschappen van Uranus op die manier goed te reproduceren zijn. Dat blijkt inderdaad het geval, bij een botsing met een kleiner hemellichaam van circa twee aardmassa's. De inslag moet enigszins schampend zijn geweest, getuige het feit dat de planeet het grootste deel van zijn dikke gasmantel heeft weten te behouden. Ook het asymmetrische magneetveld van Uranus kan verklaard worden als resultaat van de kosmische catastrofe, alsmede het bestaan van de kleine binnenste planeetmaantjes en de dunne, donkere ringen. (GS)
Meer informatie:
"Cataclysmic" Collision Shaped Uranus's Evolution (origineel persbericht)

   
2 juli 2018 • Neutronensterbotsing produceerde 'scheve' jets
Bij de neutronensterbotsing die op 17 augustus 2017 werd waargenomen in een sterrenstelsel op 130 miljoen lichtjaar afstand zijn krachtige jets ('straalstromen') van zeer snel bewegend plasma geproduceerd. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen die verricht zijn met de Hubble Space Telescope. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. De botsing en versmelting van de twee extreem kleine en compacte neutronensterren verraadde zich als eerste door een 'uitbarsting' van zwaartekrachtgolven - minieme rimpelingen in de ruimtetijd, waargenomen door gevoelige detectoren in de Verenigde Saten en in Italië. Twee seconden na de aankomst van de zwaartkrachtgolven (GW170817) registreerden kunstmanen een (relatief zwakke) explosie van energierijke gammastraling - een gammaflits. Binnen een paar uur hadden aardse telescopen de bijbehorende explosie in zichtbaar licht opgespoord, in het verre sterrenstelsel NGC 4993. Als gevolg van de beweging van de aarde rond de zon was het verre stelsel de afgelopen drie maanden niet zichtbaar, doordat het zich aan de hemel min of meer achter de zon bevond. Ruim honderd dagen na de explosie konden echter weer metingen worden verricht met de Hubble Space Telescope. De nieuwe waarnemingen wijzen uit dat er bij de neutronensterbotsing krachtige jets geproduceerd zijn, die niet direct op de aarde zijn gericht. Was dat wél het geval geweest, dan zouden de gammaflits en de bijbehorende 'nagloeier' veel helderder zijn geweest. De Hubble-metingen doen vermoeden dat elke neutronensterbotsing een gammaflits oplevert, maar dat die alleen goed zichtbaar is wanneer de jet toevallig in de richting van de aarde wijst (of wanneer de botsing relatief dichtbij plaatsvindt, zoals in augustus 2017 het geval was). De bijbehorende zwaartekrachtgolven worden echter in alle richtingen 'uitgestraald'. Gammaflitsen komen dus vermoedelijk veel vaker voor dan tot nu toe werd gedacht, en met behulp van zwaartekrachtgolfdetectoren kunnen ze worden opgespoord. (GS)
Meer informatie:
Researchers wait over 100 days to see beam of light from first confirmed neutron star merger emerge from behind the sun (origineel persbericht)