27 februari 2017 • 'Star Wars'-ster heeft mogelijk aarde-achtige planeten
Sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er rond dubbelsterren ook aarde-achtige planeten kunnen draaien. Tot dusver zijn er bij (sommige) dubbelsterren alleen gasvormige reuzenplaneten ontdekt. Een dubbelster bestaat uit twee sterren die in een kleine baan om elkaar heen draaien. Vanaf een planeet rond zo'n dubbelster (zoals Tatooine, de thuisplaneet van Luke Skywalker uit Star Wars) zijn dan twee zonnen aan de hemel zichtbaar. De dubbelster in kwestie heet SDSS1557. Hij bestaat uit een kleine, compacte hete witte dwergster, waar een grotere maar minder zware en veel koelere bruine dwerg omheen draait. Precisiewaarnemingen aan het licht van de witte dwerg, uitgevoerd met de Gemini South Telescope en de Europese Very Large Telescope (beide in Chili), hebben uitgewezen dat de dampkring van de ster verontreinigd is met materiaal dat rijk is aan koolstof, silicium en magnesium. Alles wijst erop dat er in het recente verleden rotsachtig materiaal op de ster terecht is gekomen - ongeveer evenveel als overeenkomt met een planetoïde van ca. 4 kilometer in middelijn. Als er rotsachtige brokstukken (of rotsachtige hemellichamen) rond de dubbelster bewegen, lijkt het aannemelijk dat er in het verleden ook grotere aarde-achtige planeten ontstaan kunnen zijn, aldus de astronomen in een artikel dat vandaag gepubliceerd is in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Evidence of Star Wars-like Planetary System (origineel persbericht)

   
27 februari 2017 • Sterren worden freqent opgeslokt door zwarte gaten in botsende sterrenstelsels
In botsende sterrenstelsels worden sterren veel vaker uiteengerukt door de getijdenkrachten van zwarte gaten dan in enkelvoudige stelsels. Dat concluderen Britse astronomen op basis van de ontdekking van zo'n tidal disruption event in een steekproef van slechts 15 botsende stelsels. De resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy. Vrijwel alle sterrenstelsels hebben een superzwaar zwart gat in de kern. Een ster die te dicht in de buurt van zo'n zwart gat komt, kan uiteengerukt worden door de sterke getijdenkrachten, waarna het materiaal van de ster in hte zwarte gat wordt gezogen. Zulke tidal disruption events (TDE's) produceren karakteristieke uitbarstingen van straling. Astrononen gaan er vanuit dat een gemiddeld sterrenstelsel ongeveer eens in de tienduizend tot honderdduizend jaar zo'n TDE vertoont. De Britse astronomen hebben nu onderzoek gedaan aan een kleine steekproef van slechts vijftien botsende sterrenstelsels. Uit archiefwaarnemingen blijkt dat één daarvan, F01004-2237 geheten (op 1,7 miljard lichtjaar afstand van de aarde) in 2010 een TDE vertoonde. Dat doet volgens de astronomen vermoeden dat TDE's in botsende sterrenstelsels veel vaker voorkomen: eens in de paar eeuw. De vermoedelijke oorzaak: in de nasleep van de botsing en de versmelting van twee sterrenstelsels ontstaan er in de directe omgeving van het eveneens versmolten superzware zwarte gat grote aantallen nieuwe sterren, waardoor er ook veel meer sterren in de 'gevarenzone' terecht komen. (GS)
Meer informatie:
Stars Regularly Ripped Apart by Black Holes (origineel persbericht)

   
24 februari 2017 • Supernova 1987A viert 30ste verjaardag
Dertig jaar geleden, op 23 februari 1987, ontdekten sterrenkundigen een 'nieuwe ster' in de Grote Magelhaense Wolk, een relatief kleine begeleider van ons eigen Melkwegstelsel op 167.000 lichtjaar afstand. Supernova 1987A, zoals de explosie is genoemd, was tijdens het maximum ongeveer honderd miljoen maal zo helder als de zon. In de afgelopen drie decennia is de supernova uitgebreid bestudeerd, op alle mogelijke golflengten. Ter gelegenheid van de dertigste verjaardag zijn nieuwe foto's, filmpjes en 3D-modellen gepresenteerd van de sterexplosie. De exploderende ster had ca. 20.000 jaar vóór de fatale ontploffing al een ring van gas uitgestoten, die op het moment van de supernova een middellijn van ongeveer één lichtjaar had. Die gasring werd tot gloeien gebracht door de uitbarsting van energierijke straling van de sterexplosie. Materiaal van de geëxplodeerde ster werd met snelheden van 30 miljoen kilometer per uur de ruimte in geslingerd in een uitdijende wolk die inmiddels ongeveer een half lichtjaar in middellijn is. Een eerste schokgolf in de ijle interstellaire materie kwam rond de eeuwwisseling in botsing met de gasring, waardoor die ook röntgenstraling begin uit te zenden. De röntgenhelderheid is inmiddels aan het afnemen, wat erop wijst dat de schokgolf wel volledig gepasseerd is. Sinds 2012 is Supernova 1987A ook bestudeerd met de 66 schotelantennes van het ALMA-observatorium. ALMA heeft vooral onderzoek gedaan aan de stofdeeltjes die in de nasleep van de explosie zijn gevormd. Supernova's zoals SN1987A hebben in de kosmische geschiedenis het grootste deel van al het stof in het heelal geproduceerd. (GS)
Meer informatie:
The Dawn of a New Era for Supernova 1987A (origineel persbericht)

   
23 februari 2017 • Reusachtige verre gaswolk vertoont raadselachtige gloed
In het hart van een kolossale ‘cluster-in-aanbouw’ – een samenscholing van verre, jonge sterrenstelsels – is een reusachtige wolk van gloeiend gas ontdekt. De structuur lijkt deel uit te maken van het kosmische web van filamenten dat sterrenstelsels met elkaar verbindt. Maar wat de gaswolk ‘MAMMOTH-1’ doet oplichten is onduidelijk: er is geen voor de hand liggende lichtbron in de buurt. De gaswolk behoort tot de ‘enorme Lyman-alfa-nevels’ (ELAN’s), een categorie van objecten waar nog maar een handjevol van is waargenomen. ELAN’s zijn grote gaswolken in de intergalactische ruimte – de ruimte tussen de sterrenstelsels dus. (Lyman-alfa is een karakteristiek soort straling die wordt uitgezonden door waterstofgas.)Eerder ontdekte ELAN’s worden ogenschijnlijk tot lichten gebracht door de intense straling van quasars – de heldere kernen van actieve sterrenstelsels. Maar wat de oorzaak is van de gloed van het pas ontdekte exemplaar is een raadsel. Er lijkt geen quasar in de buurt te zijn, maar mogelijk gaat deze schuil achter dichte wolken van stof. De protocluster waar MAMMOTH-1 deel van uitmaakt, bestaat uit duizenden sterrenstelsels die zijn verspreid over een gebied dat ongeveer 50 miljoen lichtjaar groot is. Het kosmische gezelschap is ongeveer 10 miljard lichtjaar van ons verwijderd. (EE)
Meer informatie:
Vast luminous nebula poses a cosmic mystery

   
23 februari 2017 • Veel planeten zijn koeler dan gedacht
Volgens wetenschappers van het Planetary Habitability Laboratory (PHL) en de Arecibo-sterrenwacht op Puerto Rico zijn planeten in elliptische omloopbanen doorgaans kouder dan tot nu toe werd aangenomen. Een van de gevolgen daarvan is dat het aantal ‘leefbare’ planeten mogelijk groter is dan gedacht (Astrophysical Journal Letters, 23 februari). Niet alle planeten doorlopen zulke keurige cirkelbanen als de aarde of de zeven planeten van TRAPPIST-1. In veel gevallen is de baan van een planeet min of meer langwerpig, waardoor deze zich soms vrij dicht bij zijn ster bevindt en soms veel verder daarvandaan. Hierdoor varieert de hoeveelheid zon en warmte die de planeet van zijn ster ontvangt sterk, maar netto is de hoeveelheid energie die hij ontvangt groter naarmate zijn omloopbaan langwerpiger is. Tot nog toe gingen wetenschappers ervan uit dat dit automatisch betekent dat de gemiddelde temperatuur van planeten in zulke elliptische banen hoger is naarmate de omloopbaan langgerekter is. Nieuwe berekeningen laten echter zien dat dit niet zo is: de gemiddelde temperatuur van een planeet neemt juist enigszins af naarmate zijn baan langgerekter is. Dat betekent dat exoplaneten in sterk elliptische omloopbanen waarvan tot nu toe werd aangenomen dat ze te heet zijn, zoals de planeten van de rode dwergster Wolf 1061, wellicht toch tot de leefbare werelden mogen worden gerekend. (EE)
Meer informatie:
Most Planets Are Colder Than Thought

   
23 februari 2017 • Naamgeving van structuren op Pluto en zijn manen kan beginnen
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft de ‘spelregels’ vastgesteld voor de naamgeving van structuren – bergen, canyons, kraters e.d. – op de dwergplaneet Pluto en zijn manen. Vanaf nu kunnen naamsuggesties worden ingediend bij het team van de ruimtemissie New Horizons, dat de uiteindelijke voordrachten moet doen. De beslissing ligt bij een werkgroep van de IAU. Niet elke willekeurige naam komt in aanmerking. Er is een lijst van specifieke categorieën samengesteld, die passend zijn voor de verre ijswerelden. Daaronder vallen onder meer mythologische figuren uit de klassieke Onderwereld, wetenschappers die iets te maken hebben (gehad) met Pluto en de Kuipergordel, ruimtesondes en historische ontdekkingsreizigers die ‘nieuwe horizonten’ zijn gepasseerd. (EE)
Meer informatie:
Official Naming of Surface Features on Pluto and Its Satellites: First Step Approved

   
23 februari 2017 • Landelijke Sterrenkijkdagen op 3, 4 en 5 maart 2017
Onder het motto: ‘De hemel is van iedereen’ organiseert de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) elk jaar de Landelijke Sterrenkijkdagen. De 41ste Landelijke Sterrenkijkdagen vinden plaats op 3, 4 en 5 maart 2017. Bij meer dan zestig publieksterrenwachten, bij afdelingen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde en bij particulieren verspreid over Nederland is iedereen welkom om eens door een telescoop naar de hemel te kijken. Op www.sterrenkijkdagen.nl staat een overzicht van alle activiteiten. Ook als het niet helder zou zijn, is het nog steeds de moeite waard eens uit te zoeken waar u in de buurt terecht kunt. Er is meestal een aanvullend programma met verhalen over sterrenkundige onderwerpen en rondleidingen en met een planetarium kan de hemel ook naar binnen worden gehaald. De blikvangers van de avond zijn: de maan, nog enkele dagen voor het eerste kwartier; de planeten Venus (in de telescoop als kleine en smalle maansikkel), Mars en Jupiter, de reuzenplaneet met 4 (op 4 maart 3) van zijn manen en in het zuiden het sterrenbeeld Orion met zijn nevels en de jonge sterrenhoop de Plejaden of Zevengesternte.
Meer informatie:
Landelijke Sterrenkijkdagen

   
23 februari 2017 • Astronomische opnamen (nog) scherper dankzij kunstmatige intelligentie
De beeldscherpte van een telescoop wordt begrensd door de grootte van het objectief (lens of spiegel). Een groep Zwitserse onderzoekers heeft, met behulp van ‘neurale netwerken’ – een vorm van kunstmatige intelligentie – nu een methode ontwikkeld om die grens een stukje te overschrijden (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 23 februari). De Zwitserse wetenschappers leren een neuraal netwerk hoe sterrenstelsels eruitzien, en vragen het vervolgens om op basis van die informatie een onscherpe foto om te zetten in een scherpe. Dat leerproces gebeurt, net als bij een mens, door het netwerk voorbeelden te laten zien, in de vorm van onscherpe en scherpe opnamen van hetzelfde sterrenstelsel. In dit specifieke geval wordt gebruik gemaakt van twee neurale netwerken die met elkaar wedijveren. Na deze training, die op een snelle computer slechts een paar uur duurt, waren de neurale netwerken in staat om details op een foto te herkennen en reconstrueren die de telescoop zelf niet kon onderscheiden. Te denken valt aan stervormingsgebieden, balkstructuren en stofbanden in de sterrenstelsels. Het eindresultaat is aanzienlijk beter dan dat van bestaande beeldreconstructietechnieken. De nieuwe techniek kan bijvoorbeeld worden gebruikt om oude opnamen van hemelsurveys te verscherpen. Ook kan de techniek worden toegepast op ‘diepe’ opnamen van de Hubble-ruimtetelescoop en de toekomstige James Webb-ruimtetelescoop. Op die manier kunnen astronomen meer te weten komen over de vroegste structuren in het heelal. (EE)
Meer informatie:
Neural networks promise sharpest ever images

   
22 februari 2017 • Gematigd warme ‘aardes’ ontdekt in buitengewoon rijk planetenstelsel
Astronomen hebben, slechts veertig lichtjaar hiervandaan, een stelsel van zeven aarde-achtige planeten ontdekt. Al deze planeten zijn gedetecteerd terwijl zij voor hun moederster – de ultrakoele dwergster TRAPPIST-1 – langs trokken. Dat is gebeurd met behulp van telescopen in de ruimte en op aarde, waaronder ESO’s Very Large Telescope. Drie van de planeten bevinden zich in de leefbare zone van hun ster en zouden oceanen van water op hun oppervlak kunnen hebben (Nature, 23 februari). Elk van de zeven planeten veroorzaakt een kleine daling van de helderheid van de ster wanneer hij voor deze langs trekt – een verschijnsel dat planeetovergang of transit wordt genoemd. Zulke planeetovergangen stellen astronomen in staat om informatie te vergaren over de afmetingen, samenstellingen en omloopbanen van de planeten. Daarbij is ontdekt dat in elk geval de zes binnenste planeten zowel qua grootte als qua temperatuur op de aarde lijken.Met slechts acht procent van de massa van de zon is TRAPPIST-1 erg klein voor een ster: ze is nauwelijks groter dan de planeet Jupiter. Hierdoor lijkt de ster, die in het sterrenbeeld Waterman staat, ondanks haar geringe afstand erg zwak. Astronomen vermoedden al dat zulke dwergsterren omgeven kunnen zijn voor aarde-achtige planeten in krappe omloopbanen, wat hen heel interessant maakt voor de zoektocht naar buitenaards leven. TRAPPIST-1 is het eerste stelsel van dit type dat is opgespoord.Het onderzoeksteam heeft vastgesteld dat alle planeten in het stelsel ongeveer net zo groot zijn als de aarde en Venus, of iets kleiner dan dat. De dichtheidsbepalingen wijzen erop dat in elk geval de zes binnenste planeten waarschijnlijk een rotsachtige samenstelling hebben. De zeven planeten die in het stelsel zijn ontdekt zouden vloeibaar water op hun oppervlak kunnen hebben, al is dat bij de ene planeet waarschijnlijker dan bij de andere.De omloopbanen van de planeten zijn niet veel groter dan die van de vier grootste manen van Jupiter en veel kleiner dan de omloopbaan van Mercurius, de binnenste planeet van het zonnestelsel. De kleinere afmetingen en lagere temperatuur van TRAPPIST-1 hebben echter tot gevolg dat deze planeten ongeveer net zoveel energie opvangen als de binnenste planeten van ons zonnestelsel. TRAPPIST-1c, d en f vangen vergelijkbaar veel energie op als respectievelijk Venus, de aarde en Mars.Klimaatmodellen geven aan dat de drie binnenste planeten, TRAPPIST-1b, c en d, waarschijnlijk te heet zijn om vloeibaar water te hebben, behalve misschien op een klein deel van hun oppervlak. De afstand van de buitenste planeet, TRAPPIST-1 h, is nog niet goed bepaald, maar waarschijnlijk bevindt deze zich zo ver van zijn ster dat het er te koud is voor vloeibaar water. TRAPPIST-1 e, f en g daarentegen kunnen worden beschouwd als de heilige graal van de planetenjacht: zij bevinden zich in de leefbare zone van hun ster en kunnen plaats bieden aan oceanen van oppervlaktewater. Dat er planeten om TRAPPIST-1 cirkelen, was al bekend sinds vorig voorjaar. Een team van Belgische astronomen liet toen weten drie planeten bij deze dwergster te hebben ontdekt. Dankzij vervolgonderzoek is dat aantal nu opgelopen tot zeven. (EE)
Meer informatie:
Ultrakoele dwerg en zijn zeven planeten

   
22 februari 2017 • Verrassende duinen op komeet 67P
Opmerkelijke beelden van de ruimtesonde Rosetta laten zien dat het oppervlak van de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko een soort duinenrijen vertoont. Dat blijkt uit onderzoek door Franse wetenschappers, die ook modellen hebben gemaakt die het verschijnsel proberen te verklaren. Ze geven aan dat door het grote drukverschil tussen de zonkant van de komeet en gebieden die in de schaduw liggen er een wind kan optreden die oppervlaktedeeltjes meesleept (PNAS, 21 februari). Normaal gesproken is er voor het ontstaan van wind een atmosfeer nodig, en die hebben kometen niet – althans niet permanent. Wanneer echter het oppervlak van een komeet door de zon wordt beschenen, sublimeert het daarin aanwezig ijs, waardoor een tijdelijke atmosfeer ontstaat. Deze is weliswaar heel ijl, maar daar staat tegenover dat de zwaartekracht van een komeet heel zwak is. Er is dus niet veel voor nodig om deeltjes in beweging te brengen. De Franse modelberekeningen laten zien dat de winden die door de temperatuurverschillen in de ijle komeetatmosfeer ontstaan, krachtig genoeg zijn om deeltjes met afmetingen tot een centimeter in beweging te zetten. De voortrollende deeltjes hopen zich bij obstakels op, waardoor er uiteindelijk duinen ontstaan – ongeveer net zoals dat met zandkorrels op aarde gebeurt. (EE)
Meer informatie:
Surprising dunes on comet Chury

   
21 februari 2017 • Ook centrum Andromedastelsel produceert mysterieuze gammastraling
Net als de kern van ons eigen Melkwegstelsel blijkt ook het centrum van het naburige Andromedastelsel een bron van hoogenergetische gammastraling te zijn. Dat is ontdekt door de Amerikaanse ruimtetelescoop Fermi. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Gammastraling kan op allerlei manieren ontstaan, bijvoorbeeld wanneer hoogenergetische elektrisch geladen deeltjes (kosmische straling) in wisselwerking treden met interstellair gas of met sterlicht. De gammastraling in het Andromedastelsel - op 2,5 miljoen lichtjaar afstand van het Melkwegstelsel - is echter voornamelijk afkomstig uit het kerngebied, en ontstaat dan ook vermoedelijk op een andere manier. Eerder ontdekte Fermi dat ook de kern van ons eigen Melkwegstelsel veel gammastraling produceert. Vermoedelijk gaat het in beide gevallen om hetzelfde verschijnsel. Er is echter nog geen zekerheid over de bron van de gammastraling. Volgens sommige natuurkundigen zou het straling kunnen zijn die ontstaat wanneer donkere-materiedeeltjes met elkaar botsen en elkaar annihileren. Het is echter ook denkbaar dat de waargenomen diffuse gammastraling eigenlijk afkomstig is van een groot aantal discrete bronnen, zoals snel roterende pulsars met een sterk magnetisch veld. (GS)
Meer informatie:
NASA's Fermi Finds Possible Dark Matter Ties in Andromeda Galaxy (origineel persbericht)

   
21 februari 2017 • Meer gasreuzen verwacht rond zonachtige sterren
Rond sterren zoals de zon kunnen meer gasvormige reuzenplaneten draaien dan tot nu toe werd gedacht. Die conclusie trekt Alan Boss van het Carnegie-instituut in Washington D.C. op basis van gedetailleerde computersimulaties. De resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Gasreuzen zoals Jupiter en Saturnus kunnen op twee manieren ontstaan: via 'kern-accretie' of uit 'schijf-instabiliteiten'. In het eerste geval klontert er uit rotsachtige en ijsachtige brokstukken eerst een relateif klein hemellichaam samen, dat pas in een later stadium gas uit zijn omgeving aantrekt, waardoor een zeer dikke gasmantel ontstaat. In het tweede geval ontstaat de gasreus vrij plotseling, op een manier die vergelijkbaar is met de vorming van een ster: door een gravitationale instabiliteit in de gas- en stofschijf rond de pasgeboren moederster. Onderzoek aan exoplaneten lijkt er tot nu toe op te wijzen dat kern-accretie alleen kan voorkomen op relateif kleine afstanden van de moederster. Theoretische overwegingen deden tot nu toe vermoeden dat schijf-instabiliteiten juist alleen op afstanden van minstens enkele miljarden kilometers kunnen leiden tot de vorming van een planeet. De nieuwe computersimulaties doen nu vermoeden dat dit tweede ontstaansproces toch ook op kleinere afstand van de ster kan leiden tot het ontstaan van planeten zoals Jupiter en Saturnus (ook die twee planeten zouden volgens Boss ontstaan zijn uit schijf-instabiliteiten). Dat betekent dat er rond zonachtige sterren nog veel tot nu toe onontdekte gasvormige reuzenplaneten zouden kunnen rondwentelen. (GS)
Meer informatie:
More Gas Giants Will Be Found Orbiting Sun-like Stars (origineel persbericht)

   
21 februari 2017 • Zonsverduistering wordt vastgelegd in 'megamovie'
De Universiteit van Californïe in Berkeley werkt samen met Google aan een uniek project om de totale zonsverduistering van 21 augustus dit jaar vast te leggen in een 'megamovie'. De eclips zal zichtbaar zijn vanuit een relatief smalle strook die min of meer diagonaal door de Verenigde Staten loopt, van Oregon tot South Carolina. Iedere waarnemer ziet de zon slechts gedurende pakweg twee minuten schuilgaan achter de maan, maar als je met de maanschaduw mee zou kunnen vliegen, zou de eclipsduur ongeveer anderhalf uur bedragen. Het plan is nu om vrijwilligers te trainen in het vastleggen van de verduistering (fotografisch of op video) en later al dat materiaal samen te voegen tot één film. Volgens de onderzoekers biedt dat ongekende mogelijkheden om onderzoek te doen aan de corona - de ijle atmosfeer van de zon, die alleen tijdens totale verduisteringen goed zichtbaar is. De eerste versie van de megamovie moet op de avond van 21 augustus al beschikbaar zijn. (GS)
Meer informatie:
Megamovie Project to Crowdsource Images of August Solar Eclipse (origineel persbericht)

   
21 februari 2017 • Carole Jackson wordt nieuwe directeur ASTRON
De Raad van Bestuur van NWO heeft professor Carole Jackson benoemd tot algemeen en wetenschappelijk directeur van ASTRON, het Nederlands Instituut voor Radio Astronomie in Dwingeloo. Momenteel is Jackson nog directeur van het Curtin Institute for Radio Astronomy en daarnaast wetenschappelijk directeur van the International Centre for Radio Astronomy Research (ICRAR) in Perth, Australië. In april zal zij haar nieuwe functie in Nederland aanvaarden en ASTRON door een belangrijke fase leiden. ASTRON werkt aan de voorbereiding van zeer ambitieuze projecten, zowel op technisch als wetenschappelijk gebied, waarin samengewerkt wordt met partners van over de hele wereld. Prof. Jackson begon haar carrière in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, voordat zij uiteindelijk de overstap maakte naar de sterrenkunde. In 1997 promoveerde zij aan de Universiteit van Cambridge, waarna zij verhuisde naar Australië. Daar speelde zij een sleutelrol in de ontwerpfase van het Square Kilometre Array (SKA) project. De onderzoeksinteressen van prof. Jackson liggen bij extragalactische radioastronomie en technologisch leiderschap via innovatieve instrumenten en samenwerkingsverbanden met de industrie. “Wij zijn zeer verheugd met Carole als onze nieuwe algemeen directeur”, aldus Marco de Vos, Managing Director van ASTRON. “Zij brengt precies de juiste mix van ervaring en deskundigheid mee, die een instituut zoals ASTRON nodig heeft. Juist de combinatie van astronomisch onderzoek en technologische ontwikkeling zijn bij ons altijd de sleutel tot succes.”ASTRON is al jarenlang leading partner in het SKA-project, dat draait om het ontwikkelen van extreem grote radiotelescopen, die zowel in Zuid-Afrika als in West-Australië gebouwd zullen worden. Binnen dit wereldwijde en zeer ambitieuze project zal prof. Jackson een bepalende rol spelen, met haar ruime kennis en ervaring en haar substantiële betrokkenheid bij zowel de politieke, bestuurlijke als wetenschappelijk aspecten. Daarmee is zij ook van grote waarde voor de astronomische gemeenschap in Nederland.“Ik ben erg enthousiast om de leiding van ASTRON op mij te nemen in deze belangrijke fase”, reageert Carole Jackson op haar nieuwe aanstelling. “Ik kijk er naar uit, om dit team van getalenteerde medewerkers te begeleiden om een significante bijdrage te leveren aan de volgende fase van LOFAR en aan de realisatie van SKA. Mijn doel daarbij is, dat ASTRON zijn toonaangevende faciliteiten blijft aanbieden aan de Nederlandse radioastronomische gemeenschap en ook blijft investeren in innovatieve technologische ontwikkelingen en het actief betrekken van de industrie in waardevolle allianties.”In haar eigen onderzoek richt Jackson zich op geïntegreerde modellen voor “Active Galactic Nuclei” (Melkwegstelsels met een kern, die zeer sterke radiostraling uitzenden). Ze kijkt daarbij naar de ontwikkeling van deze stelsels vanaf hun ontstaan in het vroege heelal. Ook onderzoekt ze technieken om subtiele signalen naar voren te halen in grote dataverzamelingen. Prof. Jackson is de auteur van verschillende invloedrijke rapporten, die de technische grondslag vormen voor het ontwerp en de planning van de volgende generaties telescopen, waaronder SKA.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
21 februari 2017 • Radiostraling onthult stervormingstempo van sterrenstelsels
Als je wilt weten in welk tempo er nieuwe sterren worden geboren in een ver sterrenstelsel, hoef je alleen maar de radiostraling van dat stelsel te meten. Die conclusie trekken radioastronomen in een artikel in The Astrophysical Journal, op basis van een onderzoek aan 52 uiteenlopende sterrenstelsels. Het stervormingstempo in een sterrenstelsel is niet altijd gemakkelijk te achterhalen. Optische straling van pasgeboren sterren kan geabsorbeerd worden door stofwolken; infraroodwaarnemingen worden soms verstoord door andere effecten. Een team onder leiding van Fatemeh Tabatabaei van het Spaanse IAC-instituut op Tenerife heeft nu ontdekt dat de hoeveelheid radiostraling in het frequentiegebied tussen 1 en 10 gigahertz een betrouwbare indicatie is voor het stervormingstempo in een sterrenstelsel. De astronomen gebruikten de 100-meter radiotelescoop in Effelsberg, bij Bonn, om de radiostraling van 52 stelsels op te meten en in kaart te brengen. De stelsels maakten deel uit van de KINGFISH-survey (Key Insights on Nearby Galaxies: a Far-Infrared Survey with Herschel); hun stervormingstempo was goed bekend. Radiostraling wordt niet geabsorbeerd door interstellair gas en stof, en wordt uitgezonden door stervormingsgebieden, zware protosterren, en supernovaresten. Al met al blijkt de hoeveelheid radiostraling van een stelsel een nauwkeurige indicatie te vormen van de stervormingsactiviteit. (GS)
Meer informatie:
Tune your radio: galaxies sing while forming stars (origineel persbericht)

   
21 februari 2017 • Eerste licht voor camera die exo-ringen gaat spotten
Sterrenkundigen uit onder andere Leiden hebben in Zuid-Afrika de eerste astronomische opnamen gemaakt met de door hen gebouwde bRing-camera. Deze camera zal een jaar lang gericht staan op de planeet die rond de ster Beta Pictoris draait, om te kijken of deze planeet een ringenstelsel heeft. Beta Pictoris staat op ‘slechts’ 63 lichtjaar van de aarde en is de op een na helderste ster in het zuidelijke sterrenbeeld Schilder (Pictor). De jonge ster, die met het blote oog te zien is, heeft nog altijd een grote schijf van stof en gas om zich heen. Deze schijf is vanaf de aarde precies van opzij te zien. In 2008 werd ontdekt dat de ster een gigantische planeet heeft. Deze planeet, Beta Pictoris b, doet ongeveer 20 jaar over een omloop rond zijn moederster. In 2014 ontdekten Matthew Kenworthy (Leiden) en Eric Mamajek (University of Rochester, VS) een gigantisch ringenstelsel rond een planeet die om een andere jonge ster (J1407) draait. Daarmee lieten zij zien dat jonge planeten ringen kunnen hebben die veel groter zijn dan die van Saturnus. Op basis van 35 jaar oude data houden de astronomen het voor mogelijk dat ook Beta Pictoris b door zo’n ringstructuur wordt omgeven. Dit jaar schuift de planeet opnieuw voor zijn ster langs. Als de planeet een ringenstelsel heeft, zouden de astronomen vanaf de aarde de schaduw van de reuzenringen rond de planeet moeten kunnen zien, als en zodra die door onze zichtlijn bewegen. De periode dat de ringen zouden kunnen opduiken is april 2017 tot februari 2018. Op grote telescopen is geen waarneemtijd beschikbaar voor het bestuderen van een enkele ster gedurende zo’n lange periode. Daarom hebben de astronomen van de Universiteit Leiden, Rochester University en de South African Astronomical Observatory (SAAO) besloten een klein instrument te bouwen dat een jaar lang zal kijken naar Beta Pictoris. Het mini-observatorium bestaat uit twee cameralenzen met beschermkappen die opengaan na zonsondergang. Zodra er een wijziging is in de helderheid van de ster, wat de aanwezigheid van ringen rond de planeet verraadt, worden grotere telescopen en instrumenten ingezet om het ringenstelsel in meer detail te bestuderen. Overigens zullen de camera’s als bijvangst van deze waarneemcampagne ook duizenden andere sterren monitoren op interessante en onverwachte verschijnselen. Het bRing-project, dat later dit jaar wordt uitgebreid met een station in Australië, is gefinancierd door de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en de Universiteit Leiden, met bijdragen van de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse wetenschapsfinanciers NWO en NRF. Het bRing-instrument is gebouwd door de Leidse astronomen Matthew Kenworthy, Remko Stuik, John I. Bailey III en Patrick Dorval en wordt gehost door de Zuid-Afrikaanse astronomen Steve Crawford en Blaine Lomberg van SAAO.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
21 februari 2017 • Recordpulsar stelt astronomen voor raadsel
Met de Europese röntgenruimtetelescoop XMM-Newton is een verre pulsar ontdekt die ongeveer duizend maal zoveel energie produceert als tot nu toe voor mogelijk werd gehouden. De ultra-lichtsterke röntgenbron bevindt zich in het sterrenstelsel NGC 5907, op een afstand van ca. 50 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Draak. Daarmee is het bovendien de verste pulsar die ooit is ontdekt. Röntgenstraling wordt geproduceerd wanneer gas op een compact object valt en daarbij sterk wordt verhit. Hoe zwaarder het compacte object (een neutronenster of een zwart gat), hoe meer röntgenstraling er wordt gegenereerd. Ultra-lichtsterke röntgenbronnen zijn dan ook meestal geassocieerd met zware zwarte gaten. In het geval van NGC 5907 X-1 is nu echter ontdekt dat het om een pulsar moet gaan - een snel roterende neutronenster, die maximaal een paar keer zo zwaar kan zijn als de zon. Er zijn namelijk duidelijk pulsen van röntgenstraling ontdekt, die karakteristiek zijn voor dit soort objecten. Op theoretische gronden is altijd aangenomen dat neutronensterren een maximale röntgenhelderheid kunnen bereiken waarbij in één seconde ongeveer evenveel energie wordt uitgestraald als de zon produceert in één dag. NGC 5907 X-1 produceert in één seconde echter evenveel energie als de zon in 3,5 jaar. De pulsar werd ontdekt door een gedetailleerde analyse van bestaande röntgenwaarnemingen van XMM-Newton en van de Amerikaanse ruimtetelescoop NuSTAR. De rotatietijd van de snel rondtollende neutronenster is in elf jaar tijd afgenomen van 1,43 seconde in 2003 tot 1,13 seconde in 2014 - ook die versnellende rotatie wijst erop dat er enorme hoeveelheden materiaal op het oppervlak van de ster neerdalen. In een artikel dat deze week in Science verschijnt opperen de onderzoekers dat de pulsar een heel complex magnetisch veld moet hebben. Alleen dan is het in principe mogelijk dat er zulke grote hoeveelheden gas op het oppervlak terechtkomen. (GS)
Meer informatie:
The brightest, furthest pulsar in the Universe (origineel persbericht)

   
20 februari 2017 • Astronomen achterhalen 'familiestamboom' van sterren
Astronomen van de Universiteit van Cambridge onderzoeken de mogelijkheid om de 'familiestamboom' van sterren te achterhalen op basis van precisiemetingen aan samenstelling, leeftijd en bewegingen. Daarbij worden technieken gebruikt die ontleend zijn aan de evolutiebiologie. Sterren met exact dezelfde scheikundige samenstelling en leeftijd zijn vermoedelijk tegelijkertijd ontstaan uit dezelfde interstellaire gas- en stofwolk. In de loop van het leven van een ster verandert de scheikundige samenstelling enigszins. Ook blaast vrijwel elke ster tijdens zijn leven (en tijdens zijn dood) materiaal de ruimte in, waaruit weer nieuwe sterren kunnen ontstaan. Uit onderzoek aan de samenstelling, de leeftijd en de bewegingen van sterren zou het mogelijk moeten zijn om informatie te achterhalen over hun 'genetische' relatie. De astronomen hebben een eerste proef uitgevoerd met 22 sterren, waaronder de zon. De onderzochte sterren hebben leeftijden tussen 700 miljoen en 10 miljard jaar (de zon is 4,6 miljard jaar oud). De fylogenetische algoritmes die bij het onderzoek zijn gebruikt, zijn ontleend aan de evolutiebiologie. De voorlopige resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De hoop en verwachting is dat zulke technieken, toegepast op misschien wel tienduizenden of honderdduizenden sterren, in de toekomst veel informatie zullen opleveren over de evolutionaire geschiedenis van het Melkwegstelsel. (GS)
Meer informatie:
Mapping the family tree of stars (origineel persbericht)

   
18 februari 2017 • Explosies op witte dwergen bestudeerd in laboratorium
Hooguit dertig procent van het radioactieve element aluminium-26 is geproduceerd in nova-explosies. De rest moet afkomstig zijn van andere bronnen, zoals supernova's. Dat is een van de conclusies van laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd in het National Superconducting Cyclotron Laboratory van Michigan State University. Nova-explosies zijn thermonuclearie explosies aan het oppervlak van witte dwergsterren, die optreden wanneer een witte dwerg materiaal opzuigt van een begeleider. In tegenstelling tot supernova-explosies, waarbij een ster volledig explodeert, is een 'gewone' nova geen terminale explosie - de witte dwergster overleeft. Er zijn zelfs flink wat gevallen bekend van herhalende nova's. Ook bij nova-explosies ontstaan veel nieuwe (en vaak radioactieve) elementen, als gevolg van thermonucleaire reacties. Daar zitten ook elementen tussen die van groot belang zijn voor de vorming van planeten en leven. In welke relatieve hoeveelheden die elementen ontstaan, is echter niet precies bekend. De laboratoriumexperimenten, gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Sciences, werpen daar nu een nieuw licht op. Het radioactieve aluminium-26 is in de ontstaansperiode van het zonnestelsel indirect van invloed geweest op de hoeveelheid water die ontstond. De kosmische herkomst van Al-26 stond echter niet volledig vast. Nu is ontdekt dat hooguit 30 procent in nova-explosies kan zijn ontstaan. In de toekomst hopen de onderzoekers nog veel meer kosmische reacties te kunnen nabootsen in de Facility for Rare Isotope Beams. (GS)
Meer informatie:
Examining Exploding Stars Through the Atomic Nucleus (origineel persbericht)

   
17 februari 2017 • Mysterieus geluid van vuurbol mogelijk veroorzaakt door licht
Wanneer een ruimtesteen van een paar centimeter tot een paar decimeter groot met hoge snelheid de aardse dampkring binnendringt, is er aan de hemel een heldere vuurbol zichtbaar. Soms gaat zo'n vuurbol vergezeld van mysterieuze sissende geluiden, die tegelijk met het lichtverschijnsel worden waargenomen. Een bevredigende verklaring voor die geluidswaaarnemingen is er echter niet. Vuurbollen ontstaan op tientallen kilometers hoogte in de dampkring, en omdat geluid een veel lagere snelheid heeft dan licht, verwacht je niet dat er sprake is van gelijktijdige waarneming - in elk geval niet wanneer het geluid veroorzaakt wordt door de wrijving van de ruimtesteen met de aardse dampkring. In het verleden is dan ook vaak geopperd dat de geluidswaarnemingen op suggestie zouden berusten. Onderzoekers van Sandia National Laboratories hebben nu echter aangetoond dat het krachtige licht van een heldere vuurbol kan leiden tot een geringe maar zeer snelle opwarming van objecten in de directe omgeving van de waarnemer, zoals gras, bladeren en zelfs hoofdhaar. Die minieme opwarming verwarmt ook de omringende lucht, met als gevolg dat er kleine drukgolfjes kunnen ontstaan - geluid. Het effect staat bekend als foto-akoestische koppeling. Uit de experimenten, ondersteund door theoretische berekeningen, blijkt dat de geluiden die soms tijdens vuurbolwaarnemingen worden gehoord, op deze manier zouden kunnen ontstaan. (GS)
Meer informatie:
Origin of Spooky Meteor Noises Reappraised by Researchers (origineel persbericht)

   
17 februari 2017 • Ruimtesonde Juno blijft in huidige baan om Jupiter
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft besloten om de ruimtesonde Juno, die op 4 juli vorig jaar is aangekomen bij Jupiter, in haar huidige polaire omloopbaan te laten blijven. Momenteel volgt Juno een langgerekte baan met een omlooptijd van 53 dagen. Aanvankelijk was het de bedoeling om dat te bekorten tot 14 dagen, maar daar wordt nu dus van afgezien, voornamelijk vanwege een technisch probleem met de hoofdmotor van de ruimtesonde. Wetenschappers zijn overigens zeer tevreden over de kwaliteit van de gegevens die Juno’s meetinstrumenten momenteel verzamelen. Ze willen de missie dan ook niet in gevaar brengen. Voor de dichtste naderingen tot de planeet heeft het besluit overigens geen gevolgen: de nieuwe omloopbaan zou alleen minder langwerpig zijn geweest. Tijdens elke omloop scheert Juno op een afstand van ongeveer 4100 kilometer langs het wolkendek van Jupiter. De volgende keer zal op 27 maart zijn. Het langere verblijf in de huidige omloopbaan zal worden benut om de magnetische invloedssfeer van Jupiter aan een nader onderzoek te onderwerpen. Uit de metingen die tot nu toe zijn gedaan kan al worden geconcludeerd dat het magnetische veld van de planeet omvangrijker en krachtiger is dan tot nu toe werd gedacht. De missie van Juno duurt in principe tot en met juli 2018, maar kan nog worden verlengd. (EE)
Meer informatie:
NASA's Juno to Remain in Current Orbit at Jupiter

   
16 februari 2017 • Organisch materiaal gedetecteerd op dwergplaneet Ceres
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft organische verbindingen gedetecteerd op het oppervlak van de dwergplaneet Ceres. Het materiaal, waarvan de chemische samenstelling niet precies bekend is, is slechts op enkele plekken te vinden. De meeste daarvan liggen in de omgeving van de vijftig kilometer grote inslagkrater Ernutet. Vermoed wordt dat het materiaal afkomstig is uit het inwendige van Ceres (Science, 17 februari). Theoretisch zou het ook mogelijk zijn dat het organische materiaal van buitenaf op Ceres is beland. Volgens de onderzoekers is het echter onwaarschijnlijk dat organische verbindingen als deze de hitte van een inslag zouden doorstaan. Bovendien stemt de verdeling over het oppervlak niet overeen met wat je na een inslag zou verwachten. Aangezien Ceres duidelijke tekenen van hydrothermale activiteit vertoont – haar inwendige is blijkbaar nog niet geheel afgekoeld – is het aannemelijk dat het organische materiaal langs die weg aan de oppervlakte is gekomen. De precieze gang van zaken is echter nog onduidelijk. (EE)
Meer informatie:
SWRI Scientist Studies Geology of Ceres to Understand Origin of Organics

   
16 februari 2017 • Tweede trojaanse planetoïde ontdekt bij Uranus
Er is een tweede planetoïde ontdekt die in dezelfde baan om de zon draait als de planeet Uranus. De planetoïde (2014 YX49) werd al eind 2014 opgespoord, maar pas medio 2016 bleek dat hij dezelfde omlooptijd heeft als Uranus. Nieuwe berekeningen hebben nu uitgewezen dat hij tijdelijk ‘gevangen’ zit in het L4-punt van het zon-Uranus-stelsel – een van de twee ‘libratiepunten’ in de omloopbaan van Uranus, waar kleine objecten een vaste positie kunnen behouden ten opzichte van de planeet. Planetoïden van dit type worden trojanen genoemd. De planeten Jupiter en Neptunus hebben talrijke trojanen, maar Saturnus heeft er voor zover bekend geen en Uranus leek er pas één te hebben. Dat komt doordat deze laatste planeten aan beide kanten van hun omloopbaan een grote planeet als buur hebben, in plaats van aan één kant. Dat maakt dat trojanen gemakkelijker kunnen ontsnappen. 2014 YX49 lijkt een slag groter dan de eerste trojaan van Uranus (2011 QF99), die maar ongeveer zestig kilometer meet. Omdat hij bij toeval werd ontdekt, vermoeden astronomen dat er bij Uranus nog meer trojanen te vinden zullen zijn. Maar door de verstorende zwaartekrachtsinvloed van de buurplaneten Saturnus en Neptunus zullen dat steevast tijdelijke trojanen zijn. Vermoedelijk behoort 2014 YX49 tot de klasse van de centaurs – een groep planetoïden die rondzwerven tussen de omloopbanen van Jupiter en Neptunus. Hij zal ongeveer 60.000 jaar geleden zijn aangekomen in het L4-punt, en over ongeveer 80.000 jaar weer daaraan ontsnappen. (EE)
Meer informatie:
Far-off asteroid caught cohabiting with Uranus around the sun

   
15 februari 2017 • Zoek mee naar Planeet 9
NASA heeft een nieuwe zoekcampagne opgezet die moet leiden tot de ontdekking van onbekende objecten aan de rand van ons zonnestelsel (of zelfs daarbuiten), waaronder de hypothetische ‘Planeet 9’. Via een nieuwe website, Backyard Worlds: Planet 9, kan iedereen aan de zoekactie meedoen. Op de website staan korte ‘filmpjes’ bestaande uit opnamen die gemaakt zijn met de infraroodsatelliet WISE. Op deze opnamen zijn, behalve veel beeldruis, voornamelijk sterren te zien. Maar zo af en toe duikt er een lichtstipje op dat zich ten opzichte van de sterren verplaatst. Dat is dan een nabijer object. Door de filmpjes grondig te bestuderen kunnen deelnemers aan het project bijvoorbeeld Pluto-achtige ijswerelden opsporen. Maar op de WISE-opnamen kunnen ook zogeheten bruine dwergen – ‘mislukte sterren’ – in de ruimte vlak buiten ons zonnestelsel zijn vastgelegd. (EE)
Meer informatie:
NASA-funded Website Lets the Public Search for New Nearby Worlds

   
14 februari 2017 • Straalstromen van zwart gat produceren brandstof voor stervorming
In het centrum van de Phoenix-cluster van sterrenstelsels, op 5,7 miljard lichtjaar afstand van de aarde, bevindt zich een groot sterrenstelsel met een superzwaar zwart gat in de kern. Uit de directe omgeving van dit zwarte gat worden twee jets (straalstromen) van straling en geladen deeltjes de ruimte in geblazen, in twee tegenovergestelde richtingen. Met NASA's Chandra X-ray Observatory was al ontdekt dat die straalstromen grote holtes creëren in de uitgestrekte halo van ijl, heet gas rond het sterrenstelsel. Algemeen werd aangenomen dat de activiteit van het zwarte gat een rem zet op de stervormingsactiviteit in het stelsel. Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Noord-Chili is nu ontdekt dat zich rond de wanden van de bovengenoemde holtes slierterige structuren bevinden van koel, moleculair gas, tot op afstanden van ruim 80.000 lichtjaar van het centrum. Op de een of andere manier ontstaan die koele structuren kennelijk onder invloed van de jets. Het koele gas 'valt' op den duur terug naar de kern van het stelsel, waar het de brandstof vormt voor de geboorte van nieuwe sterren (en ook voor het hongerige zwarte gat). De ontdekking, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, maakt duidelijk dat de invloed van een superzwaar zwart gat op zijn omgeving veel complexer en veelzijdiger is dan tot nu toe werd aangenomen. Mogelijk is er sprake van een thermostaat-achtig 'feedback'-mechanisme, waardoor de geboorte van nieuwe sterren in het stelsel gereguleerd wordt. (GS)
Meer informatie:
Black-Hole-Powered Jets Forge Fuel for Star Formation (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Planeet veroorzaakt pulsaties in moederster
Een hete, heldere ster op een kleine 400 lichtjaar afstand van de zon in het sterrenbeeld Hercules vertoont minieme helderheidsvariaties die het gevolg zijn van pulsaties in de buitenlagen van de ster, veroorzaakt door een rondcirkelende planeet. De ster, HAT-P-2, is heter en helderder dan de zon. Er draait een zware reuzenplaneet omheen (8 keer zo zwaar als Jupiter) in een zeer excentrische baan met een omlooptijd van 5,633 dagen. De planeet (HAT-P-2b) is ontdekt doordat hij eens per omloop voor zijn moederster langs beweegt en daarbij een klein beetje licht onderschept. Sterrenkundigen van onder andere het Massachusetts Institute of Technology hebben nu in totdaal 350 uur aan waarnemingsgegevens van de ster geanalyseerd, die tussen juli 2011 en november 2015 zijn verzameld door de Amerikaanse Spitzer Space Telescope. Daarbij ontdekten ze dat de ster continu minieme helderheidsvariaties vertoont met een periode van 87 minuten. De helderheidsfluctuaties worden veroorzaakt doordat de ster een beetje pulseert in een tempo dat in een zogeheten harmonische verhouding staat tot de omlooptijd van de planeet. Vermoedelijk veroorzaakt de zware planeet kleine vervormingen in de buitenlagen van de ster wanneer hij in zijn excentrische baan het punt bereikt waar de afstand tot de ster het kleinst is. Het is voor het eerst dat astronomen een ster ontdekken die 'reageert' op de aanwezigheid van een planeet. De ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)  
Meer informatie:
The heart of a far-off star beats for its planet (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Verzwakking aards magneetveld past in natuurlijke variatie
De magnetische veldsterkte van de aarde is al vele tientallen jaren lang aan het afnemen. Volgens sommige onderzoekers zou dat kunnen wijzen op een op handen zijnde ompoling van het veld, zoals die in het geologische verleden wel vaker heeft plaatsgevonden. Tijdens zo'n ompoling staat de aarde bloot aan schadelijke kosmische straling, met alle gevolgen van dien. Archeologen van de Tel Aviv University komen nu echter met geruststellender nieuws: de sterkte van het aardse magneetveld is in de afgelopen duizenden jaren (dus op veel kortere tijdschaal dan waarop de ompolingen zich afspelen) regelmatig toe- en afgenomen. De grootste veldsterkte werd rond de 8ste eeuw voor Christus bereikt. De huidige afname van de veldsterkte past in dat patroon van 'natuurlijke variatie'. De resultaten, gepubliceerd in Publications of the National Academy of Sciences, zijn gebaseerd op onderzoek aan eeuwenoud Joods aardewerk. Keramiek bevat bepaalde mineralen die bij verhitting en daaropvolgende afkoeling informatie 'bewaren' over de sterkte van het magnetisch veld ten tijde van het bakproces. Het onderzoek kan wellicht ook meer informatie opleveren over het inwendige van de aarde, waar het magnetisch veld wordt opgewekt. (GS)
Meer informatie:
Ancient Jars Found in Judea Reveal Earth's Magnetic Field is Fluctuating, Not Diminishing (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Mobiele telefoons kunnen nabije kosmische radioflitsen ‘horen’
Het lijkt een vroege aprilgrap, maar mobiele telefoons zouden wel eens een rol kunnen gaan spelen bij de ontraadseling van de zogeheten snelle radioflitsen – korte stoten radiostraling uit het verre heelal waar nog geen goede verklaring voor is. Alle snelle radioflitsen die tot nu toe zijn geregistreerd – het zijn er slechts enkele tientallen – speelden zich af buiten ons Melkwegstelsel. Ze zijn opgepikt met enkele van de grootste radiotelescopen op aarde. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat de Melkweg gevrijwaard blijft van deze uitbarstingen van radiostraling. En als er dan eentje in onze eigen kosmische achtertuin optreedt, zou deze wel eens zo krachtig kunnen zijn dat hij door een mondiaal netwerk van mobieltjes kan worden ‘gehoord’. De frequenties waarop snelle radioflitsen hoorbaar zijn, liggen namelijk dicht bij de frequenties die worden gebruikt voor mobiele telefonie, wifi en vergelijkbare toepassingen. Twee astronomen van de universiteit van Tel-Aviv (Israël) en de Harvard-universiteit (VS) denken dan ook dat het mogelijk moet zijn om een op de achtergrond draaiende app te ontwikkelen die naar mogelijke kosmische radioflitsen luistert. Eventuele registraties kunnen automatisch naar een dataverwerkingscentrum worden doorgestuurd. Het vinden van de snelle radioflits in onze Melkweg zou wel veel geduld kosten. Op basis van de beschikbare gegevens schatten de astronomen dat er maar eens in de 30 tot 1500 jaar zo’n flits in ons sterrenstelsel afgaat. Anderzijds zijn er ook al gevallen ontdekt van objecten die vrij kort na elkaar meerdere radioflitsen produceren. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Propose a Cell Phone Search for Galactic Fast Radio Bursts

   
14 februari 2017 • Geen hechte partner voor jonge, zware sterren in Omeganevel
Astronomen uit Leuven (België) en Amsterdam hebben ontdekt dat de zware sterren in het stervormingsgebied M17 (de Omeganevel) tegen de verwachting in geen deel uitmaken van een nauwe dubbelster. Ze leiden hun leven alleen of met een verre partner-ster. De onderzoekers baseren hun conclusie op gegevens van de X-shooter-spectrograaf op ESO’s Very Large Telescope in Noord-Chili. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics Letters. De Omeganevel is een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Boogschutter, op een afstand van zo’n 5000 lichtjaar. De centrale open sterrenhoop in de nevel bevat enkele tientallen jonge, hete sterren. Hugues Sana (KU Leuven), Maria Ramirez-Tannus, Lex Kaper en Alex de Koter (Universiteit van Amsterdam) ontdekten dat deze zware sterren een verrassend kleine spreiding hebben in hun radiële snelheid (naar ons toe of van ons af). Als deze sterren dubbelsterren waren, zou hun radiële snelheid variëren met enkele tientallen kilometers per seconde omdat zij in hun banen om elkaar heen draaien. In M17 varieert die met slechts vijf kilometer per seconde. De meeste sterren zijn niet alleen. Recent onderzoek toont aan dat 70% van de zware sterren (zo’n 10 tot 100 keer de massa van de zon), die hun leven eindigen als neutronenster of zwart gat, een of meer nabije begeleiders heeft. Een statistische analyse laat zien dat in M17 slechts ongeveer 10% van de zware sterren nauwe dubbelsterren zijn. Tegelijkertijd heeft M17 juist veel wijde dubbelsterren, vergeleken met oudere stervormingsgebieden die zowel nauwe als wijde dubbelsterren herbergen. Dit is de eerste keer dat zo’n jong stervormingsgebied is onderzocht op de aanwezigheid van dubbelsterren. De reden is dat dergelijke gebieden aan het zicht worden onttrokken door het gas en stof waaruit de nieuwe sterren worden gevormd. Het is dan ook een uitdaging om van zulke sterren spectra van hoge kwaliteit te krijgen, waaruit de radiële snelheid kan worden bepaald. Eerste auteur Sana: “Als M17 inderdaad geen nauwe dubbelsterren heeft, moeten dit soort systemen pas later in de evolutie ontstaan. Misschien vormen ze eerst wijde dubbelsterren, die pas later naar elkaar toe migreren.” Ramirez-Tannus is enthousiast over het resultaat. “We hebben er nu tien waargenomen en gaan er nog veel meer bestuderen om te begrijpen hoe wijde dubbelsterren veranderen in nauwe dubbelsterren.” Het antwoord op de vraag of zware sterren meestal dubbelsterren zijn is belangrijk voor meer begrip van het stervormingsproces. Het is ook een indicatie voor de vorming van het aantal neutronendubbelsterren en dubbele zwarte gaten, die uiteindelijk een zwaartekrachtgolf kunnen produceren.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
13 februari 2017 • Zwaarste sterren ontstaan ook uit schijven
Superzwaarlijvige sterren blijken óók te ontstaan in een proces met draaiende stofschijven, net als hun broertjes en zusjes met een ‘normaal’ gewicht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van 24 onderzoekers, onder wie Floris van der Tak (SRON), die willen weten waarom niet alle sterren hetzelfde worden. Als een zon-achtige ster geboren wordt uit een wolk gas en stof, valt het stof en gas niet rechtstreeks op de aangroeiende baby-ster. Stof dat in de buurt komt, gaat eerst als een schijf om deze protoster heen draaien en voegt zich dan via de schijf bij de ster. Maar behalve de heel veel voorkomende sterren zoals onze zon, zijn er ook sterren uit veel zwaardere categorieën, waarbij het O-type de zwaarste categorie is. Zulke sterren zijn tenminste meer dan tien keer zo zwaar als onze zon. De onderzoekers vroegen zich af of ze ook ergens in het heelal de geboorte van deze zware types konden zien, en of er dan ook schijven omheen draaien. En wat dan de verschillen zijn in eigenschappen tussen de schijven van babyzonnen en die van hun zwaardere familieleden. In 2015 is de geboorte van een dergelijk zwaar O-type ster met een schijf eromheen al eens gezien. De 24 onderzoekers, onder leiding van Riccardo Cesaroni hebben er nu nog vier beschreven, en met de ALMA telescoop in Chili in infrarood licht bekeken. Zo konden ze ook hier de draaiende schijven zien. De zware schijven wogen zelf alleen al ongeveer de helft van hun protoster. Dat is veel: bij zonachtige sterren-in-spe weegt de schijf ongeveer 1 tot 10 procent van de protoster. "Zulk gewicht maakt de zware schijven bovendien instabiel vanwege hun eigen zwaartekracht. Misschien verklaart dit wel waarom dit type sterren zoveel zwaarder kan worden dan zonachtige sterren", aldus Van der Tak. De onderzoekers publiceren hun resultaat in het gerenommeerde vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht