15 februari 2019 • Sterrenhoop Hyaden valt uit elkaar
Onderzoekers van de universiteiten van Heidelberg en Wenen hebben vastgesteld dat de Hyaden – een bekende open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier – bezig is om uit elkaar te vallen. Ook hebben ze op slechts een paar honderd lichtjaar van de zon een nabije ‘rivier’ van minstens 4000 sterren opgespoord, die het restant lijkt te zijn van een veel grotere sterrenhoop. Beide ontdekkingen zijn gedaan aan de hand van gegevens van de Gaia-satelliet. In de loop van hun leven verliezen open sterrenhopen voortdurend sterren aan hun omgeving. De ‘slierten’ van sterren – zogeheten getijdenstaarten – die daarbij ontstaan geven inzicht in de manier waarop de sterrenhoop oplost. Tot nu toe waren in en rond de Melkweg alleen bij grote bolvormige sterrenhopen en dwergsterrenstelsels van die getijdenstaarten waargenomen. Maar theoretisch zouden ze ook bij open sterrenhopen moeten bestaan. Open sterrenhopen zijn verzamelingen van ruwweg honderd tot enkele duizenden sterren die vrijwel gelijktijdig uit dezelfde samentrekkende gaswolk zijn ontstaan en met dezelfde snelheid door de ruimte bewegen. Door invloeden van buitenaf beginnen deze sterren zich na een paar honderd miljoen jaar echter te verspreiden. Een belangrijke factor daarbij is de getijdenkracht van het sterrenstelsel waartoe ze behoren. Door de beweging van de sterrenhoop door de Melkweg vormen zich ‘staarten’ van sterren, die het begin van het einde van de sterrenhoop betekenen. De astronomen hebben dat verschijnsel nu voor het eerst waargenomen bij de Hyaden. Daartoe hebben ze gegevens bestudeerd van de Gaia-satelliet, die bezig is om de ruimtelijke posities en snelheden van sterren in onze Melkweg heel nauwkeurig te bepalen. Bij het onderzoek zijn twee getijdenstaarten in de Hyaden ontdekt, bestaande uit ongeveer 500 sterren die zich tot op 650 lichtjaar van de sterrenhoop hebben verspreid. Verrassend genoeg is in de Gaia-gegevens ook een grote verzameling sterren opgedoken die precies de verwachte kenmerken vertoont van een sterrenhoop die al helemaal uit elkaar getrokken is. Vanaf de aarde gezien bestrijken deze nabije sterren bijna de hele hemel, maar nu pas is duidelijk geworden dat ze bij elkaar horen. Geschat wordt dat ze een sterrenhoop hebben gevormd die aanzienlijk omvangrijker was dan alle sterrenhopen die momenteel in onze omgeving te zien zijn. Het verval van deze sterrenhoop zou ongeveer een miljard jaar geleden zijn begonnen. (EE)
Meer informatie:
Tidal tails -- The beginning of the end of an open star cluster

   
15 februari 2019 • Waterdichte methode om buitenaards leven op te sporen voor het eerst toegepast op aarde
Nederlandse wetenschappers hebben een instrument ontwikkeld waarmee ze op kilometers afstand het bestaan van levende planten kunnen aantonen. De techniek kan in de toekomst gebruikt worden bij de zoektocht naar buitenaards leven. Bioloog Lucas Patty maakt deze resultaten wereldkundig op 18 februari wanneer hij aan de VU zijn proefschrift verdedigt. Lucas Patty (Vrije Universiteit Amsterdam) bouwde de spectropolarimeter TreePol. Dat is een soort camera met speciale lenzen en ontvangers die de draaiing kan meten in licht dat door planten gereflecteerd wordt. Hij gebruikte het instrument eerst in het lab om bladeren van onder andere klimop en ficus te observeren. Daardoor bewees hij dat het instrument het verschil kan zien tussen gezonde gewassen en gewassen die aan het doodgaan zijn. TreePol maakt gebruik van het feit dat moleculen waaruit leven is opgebouwd, het invallend licht gedraaid weerkaatsen. Dit zogeheten circulair gepolariseerde licht verplaatst zich als een soort kurkentrekker en kan met de juiste apparatuur van grote afstand worden waargenomen. Bij TreePol gaat het specifiek om gedraaid licht dat van bladgroen komt, maar vrijwel alle moleculen waaruit het leven is opgebouwd, beschikken over de eigenschap om het licht gedraaid te weerkaatsen. Wetenschappers onderzoeken inmiddels of TreePol gebruikt kan worden voor het monitoren van landbouwgewassen vanuit een vliegtuig of een satelliet. In de toekomst willen de onderzoekers het instrument op nog grotere afstanden inzetten. Sterrenkundige en mede-ontwikkelaar Frans Snik (Universiteit Leiden): ‘We zijn zelfs al bezig met een versie die geschikt is voor het internationale ruimtestation ISS of voor een maanlander.’ Het onderzoeksproject maakt deel uit van het PEPSci-programma van NWO. Dat staat voor Planetary and Exoplanetary Science. In het programma werken biologen, sterrenkundigen, chemici en aardwetenschappers samen. De afgelopen twee decennia zijn bijna vierduizend exoplaneten ontdekt, planeten die draaien om andere sterren dan onze zon. Om uit te vinden of daar leven is, moeten eigenschappen worden geïdentificeerd die uniek zijn voor het leven zelf. Astrobiologen richten zich vaak op de aanwezigheid van water, zuurstof en koolstof, maar die moleculen en atomen duiden niet altijd op leven en leveren dus risico op vals alarm. Van het circulair gepolariseerde licht dat TreePol opspoort, is geen vals positief bekend. Dus áls TreePol in de toekomst een buitenaards signaal opvangt, dan duidt dat zeer waarschijnlijk op leven.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 februari 2019 • Zwaartekrachtgolven zullen kosmologisch raadsel oplossen
Metingen van de zwaartekrachtgolven van botsende neutronensterren kunnen uitsluitsel geven over een hardnekkig kosmologisch vraagstuk: de uitdijingssnelheid van het heelal. Dat stelt een internationaal team, met onder meer wetenschappers van de Radboud Universiteit in Nijmegen, in een artikel dat vandaag in Physical Review Letters is verschenen. Het heelal dijt al sinds zijn ontstaan – 13,8 miljard jaar geleden – uit. Op dit moment gebeurt dat met een snelheid die bekendstaat als de Hubble-constante. De twee beste methoden die worden gebruikt om de Hubble-constante te meten zijn echter niet met elkaar in overeenstemming. Dat kan betekenen dat het huidige ‘standaardmodel’ voor de structuur en evolutie van het heelal niet correct is. De ene methode is gebaseerd op waarnemingen van cepheïden (een bepaald type veranderlijke sterren) en supernova’s (exploderende sterren) in het nabije heelal. De andere maakt gebruik van metingen van de kosmische achtergrondstraling – de warmtestraling die kort na de oerknal is uitgezonden. Volgens de kosmologen kan deze kwestie met behulp van waarnemingen van zwaartekrachtgolven uit de wereld worden geholpen. Zwaartekrachtgolven ontstaan (bijvoorbeeld) wanneer twee om elkaar wentelende neutronensterren naar elkaar toe spiralen om uiteindelijk met elkaar in botsing te komen. Bij deze botsing ontstaat een explosie die gepaard gaat met een heldere lichtflits. De zwaartekrachtgolven die de neutronensterren tot aan de botsing produceren worden geregistreerd met detectoren zoals LIGO en Virgo. Dat levert een nauwkeurige waarde op voor de afstand van de dubbelster. Door bovendien het licht van de uiteindelijk explosie te detecteren, kunnen astronomen de snelheid bepalen waarmee de dubbelster ten opzichte van de aarde beweegt. Uit de combinatie van afstand en snelheid volgt de Hubble-constante. De onderzoekers hebben berekend dat waarnemingen van een vijftigtal van deze botsingen in de beste bepaling van de Hubble-constante ooit zullen resulteren. Jammer genoeg zijn de botsingen nogal zeldzaam: volgens de kosmologen zullen we nog vijf tot tien jaar geduld moeten hebben. (EE)
Meer informatie:
Gravitational Waves Will Settle Cosmic Conundrum

   
14 februari 2019 • ‘Ontbrekende materie’ opgespoord in het kosmische web
Astronomen hebben de vermoedelijke locatie gevonden waar een flink deel – een derde tot de helft – van de normale materie in het heelal zich schuilhoudt. Zoals computersimulaties al hadden voorspeld, blijkt deze materie te bestaan uit heet gas dat deel uitmaakt van het zogeheten kosmische web. Gewone materie zoals wij die kennen zou ongeveer vijf procent van het totaal aan materie en energie in het heelal moeten vertegenwoordigen. De rest komt voor rekening van de geheimzinnige ingrediënten donkere materie en donkere energie. Tot nu toe was een deel van die normale materie echter onvindbaar. Als je alles wat we aan gaswolken, sterren en sterrenstelsels waarnemen bij elkaar optelt, kom je namelijk niet aan die vijf procent. Een van de mogelijkheden was dat de ontbrekende materie zich ophoudt in de reusachtige filamenten van heet gas van het kosmische web – de draderige ‘hoofdstructuur’ van het heelal die de vele clusters en superclusters van sterrenstelsels met elkaar verbindt. Nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra lijken dat nu te bevestigen. Met Chandra is gekeken naar een quasar – de heldere kern van een ver sterrenstelsel. Als zich inderdaad heet gas heeft verzameld in het kosmische web, zou dat gas een deel van de röntgenstraling van zo’n quasar moeten absorberen. Het probleem daarbij was dat het absorptiesignaal van het gas uiterst gering zal zijn ten opzichte van de röntgenintensiteit van de quasar. Dat hebben astronomen nu omzeild door zich op specifieke delen van het röntgenspectrum te richten. Dat deden ze door eerst sterrenstelsels op te sporen die nabij de gezichtslijn naar de quasar stonden en die zich ook nog eens op dezelfde afstand bevonden als gebieden van gas die eerder op ultraviolette golflengten waren gedetecteerd. Op die manier werden 17 mogelijke filamenten tussen de quasar en ons opgespoord. Door rekening te houden met de uitdijing van het heelal, die ervoor zorgt dat lichtgolven tijdens hun lange reis door de ruimte worden uitgerekt oftewel een langere golflengte krijgen, konden de astronomen nu voorspellen wáár in het röntgenspectrum de absorptie van de gasfilamenten zou moeten optreden. Omdat het absorptiesignaal ook dan nog erg zwak is, werden de spectra van de 17 filamenten bij elkaar opgeteld. Op die manier is een signaal van heet zuurstofgas ontdekt. Vervolgens hebben de onderzoekers de geschatte hoeveelheid zuurstof in de filamenten geëxtrapoleerd naar andere elementen en naar het volledige heelal. Dat brengt ze tot de conclusie dat ze de ontbrekende normale materie in het heelal – of tenminste een flink deel ervan – inderdaad hebben opgespoord. (EE)
Meer informatie:
Where is the Universe Hiding its Missing Mass?

   
13 februari 2019 • Nieuwe NASA-missie moet de oorsprong van het heelal doorgronden
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA zet een nieuwe ruimtemissie op touw die meer inzicht moet geven in de evolutie van het heelal: de Spectro-Photometer for the History of the Universe, Epoch of Reionization and Ices Explorer oftewel SPHEREx. De lancering van de 242 miljoen dollar kostende missie staat gepland voor 2023. SPHEREx zal de hemel zowel op optische als op nabij-infrarode golflengten gaan afspeuren. Op die manier zullen gegevens over meer dan 300 miljoen sterrenstelsels op afstanden tot 10 miljard lichtjaar en meer dan 100 miljoen sterren en stervormingsgebieden in onze eigen Melkweg worden verzameld. Het doel van de missie is drieledig. Ze moet de ruimtelijke verdeling van de materie in het heelal in kaart brengen, om zo meer te weten te komen over de vroege (snelle) uitdijing ervan. Ook moet de totale lichtproductie van alle sterren en sterrenstelsels in de loop van de kosmische geschiedenis worden gemeten. Dat geeft inzicht in het ontstaan en de evolutie van sterrenstelsels. Het laatste doel betreft de rol die interstellair ijs speelt bij de toelevering van water en organische verbindingen aan proto-planetaire schijven – stoffen die cruciaal zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. (EE)
Meer informatie:
NASA Selects New Mission to Explore Origins of Universe

   
13 februari 2019 • Marsverkenner Opportunity is opgegeven
Het doek is gevallen voor de Amerikaanse Marsverkenner Opportunity. Het einde van zijn succesvolle missie, die bijna 15 jaar heeft geduurd, is onvermijdelijk geworden nadat meer dan duizend keer tevergeefs is geprobeerd om het contact met Opportunity te herstellen – voor het laatst afgelopen dinsdag. De laatste keer dat er iets van hem werd vernomen was op 10 juni vorig jaar. Opportunity is bezweken aan de gevolgen van een kolossale stofstorm die Mars vorig jaar langdurig heeft geteisterd. Daarbij kwam zoveel stof in de planeetatmosfeer terecht dat zijn zonnepanelen nauwelijks meer stroom konden opwekken. Daar is ook na het einde van de storm geen verandering in gekomen, wat erop kan wijzen dat er veel stof op de panelen is blijven liggen. Opportunity landde in januari 2004 op Mars en heeft sindsdien de vlakte Meridiani Planum verkend. Zijn tweeling, Spirit, was drie weken daarvoor al op de planeet aangekomen. Aan diens onderzoeksmissie kwam in mei 2011 al een einde. Beide Marsverkenners hebben overigens veel langer gewerkt dan tevoren was ingeschat. Hun ontwerp ging uit van een levensduur van 90 dagen. De dubbele verkenningsmissie heeft sterke aanwijzingen opgeleverd dat Mars vroeger veel natter is geweest dan nu. Ook zijn honderdduizenden foto’s van de planeet gemaakt. Op Mars rijdt nu nog één andere ‘Marsrover’ rond: de in augustus 2012 gelande Curiosity. En twee andere Marsverkenners – een Amerikaanse (Mars 2020) en een Europese (ExoMars) – staan in de startblokken. Zij worden in 2020 gelanceerd en zullen naar sporen van voormalig microbieel leven op Mars gaan zoeken. (EE)
Meer informatie:
NASA’s Opportunity Rover Mission on Mars Comes to End

   
13 februari 2019 • ‘Marsthermometer’ in stelling gebracht
Op de dag dat het doek is gevallen voor de Marsverkenner Opportunity, heeft NASA bekend gemaakt dat de (stilstaande) Marslander InSight zijn tweede meetinstrument op het planeetoppervlak heeft neergezet. Het betreft het Heat Flow and Physical Properties Package (HP3). Dit instrument zal de temperatuur en het warmte-geleidende vermogen van de ondergrond gaan meten. Op die manier kan worden vastgesteld hoeveel warmte er vanuit het planeetinwendige naar buiten stroomt. Dat geeft weer informatie over de thermische activiteit van Mars en kan helpen vaststellen of de planeet nog een hete, vloeibare kern heeft. De warmtesonde is uitgerust met een 40 centimeter langer pin of ‘mol’ die zichzelf tot een diepte van vijf meter de bodem in kan slaan – dieper dan er ooit in Mars is ‘geprikt’. Het huidige record, gevestigd door de graafarm van de Viking 1 lander, staat op 22 centimeter. De mol moet binnen enkele dagen in actie komen. Als alles goed gaat, zal de procedure ongeveer een maand in beslag nemen. Zodra de mol zijn maximale diepte heeft bereikt, wordt er enkele maanden lang gemeten. Mocht de mol onderweg op een grote steen stuiten, dan zal de meetprocedure aanzienlijk langer (twee aardse jaren) gaan duren, om te kunnen corrigeren voor de ‘ruis’ die dat oplevert. (EE)
Meer informatie:
NASA’s InSight Prepares to Take Mars' Temperature

   
12 februari 2019 • Ondergronds meer op Mars alleen te verklaren met recent vulkanisme
Het ondergrondse meer dat vorig jaar werd ontdekt onder de zuidelijke poolkap van Mars kan alleen zijn ontstaan wanneer de planeet in het recente geologische verleden nog vulkanische activiteit heeft vertoond. Dat schrijven planeetonderzoekers in Geophysical Research Letters. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat Mars al zeer lange tijd niet meer vulkanisch actief is. Met het radarexperiment van de Europese ruimtesonde Mars Express is ontdekt dat zich aan de basis van de anderhalve kilometer dikke ijskap een reservoir van vloeibaar water bevindt, met afmetingen van ca. 20 kilometer. Die ontdekking werd vorig jaar gepubliceerd in Science; de auteurs suggereerden dat het water (ondanks de zeer lage temperatuur) vloeibaar kon blijven als gevolg van de aanwezigheid van zouten. Maar volgens modelberekeningen Michael Sori van de Universiteit van Arizona en zijn collega's is dat onmogelijk. Zij concluderen dat water onder de poolkap alleen vloeibaar kan blijven wanneer zich op grotere diepte een warmtebron bevindt, zoals een ondergrondse magmakamer. Dat zou betekenen dat er pakweg 300.000 jaar geleden (dus in het recente geologische verleden) nog vulkanische activiteit op Mars moet zijn geweest. De auteurs doen overigens geen uitspraak over de vraag of het ondergrondse meer wel echt bestaat. Als er in het recente verleden géén vulkanisme op Mars is geweest, zo stellen ze, is het onmogelijk dat er ondergrondse waterreservoirs voorkomen op de planeet. (GS)
Meer informatie:
Study Suggests Possibility of Recent Underground Volcanism on Mars (origineel persbericht)

   
12 februari 2019 • Isolerende korst hield ‘ijsmagma’ op dwergplaneet Ceres vloeibaar
Onderzoekers van de universiteit van Texas te Austin zijn dichterbij de oplossing gekomen van een vraagstuk rond het zogeheten ijsvulkanisme op de dwergplaneet Ceres. De eigenschappen van de korst van Ceres zouden daar een belangrijke rol bij spelen (Geophysical Research Letters, 8 februari). IJsvulkanisme komt voor op planeten en manen met een ijskorst, waar zoutwater vanuit ondergrondse reservoirs omhoog wordt geperst. Hoewel Ceres met een middellijn van nog geen duizend kilometer vrij klein is, zijn ook hier tekenen van ijsvulkanisme te zien. Het gaat daarbij om zoutafzettingen op de bodems van een aantal inslagkraters. Het feit dat deze afzettingen dicht bij het centrum van de kraterbekkens liggen, doet vermoeden dat de warmte en energie die vrijkomt bij inslagen van planeten de aanzet zijn geweest voor het ijsvulkanisme. Daarbij zou ondergronds ijs (deels) gesmolten zijn en via breuken in de korst aan de oppervlakte zijn gekomen. Er is echter iets merkwaardigs aan de hand. In de 20 miljoen jaar oude, 150 kilometer grote inslagkrater Occator zijn afzettingen te zien die niet veel ouder lijken dan 4 miljoen jaar. Dat suggereert dat het ondergrondse ijs 16 miljoen jaar gesmolten is gebleven, terwijl berekeningen aangeven dat dit ‘ijsmagma’ binnen 400.000 jaar na de inslag weer zou bevriezen. Op basis van de nieuwste gegevens over de chemische en fysische eigenschappen van de korst van Ceres komen de onderzoekers tot de conclusie dat er materialen in die korst kunnen zitten die de isolerende werking ervan versterken. Hierdoor zou het ijsmagma veel langzamer afkoelen dan tot nu toe werd aangenomen: dat proces zou wel eens 10 miljoen jaar kunnen duren. Daarmee is het ‘gat’ tussen het moment van inslag en de vorming van de zoutafzettingen aanzienlijk verkleind. Helemaal gedicht is het nog niet, maar wellicht is Occator simpelweg ook wat jonger dan gedacht en zijn de zoutafzettingen juist wat ouder. Dat maakt de discrepantie theoretisch overbrugbaar. (EE)
Meer informatie:
Insulating crust kept cryomagma liquid for millions of years on nearby dwarf planet

   
11 februari 2019 • Marssonde MAVEN verlaagt omloopbaan vanwege Mars 2020 Rover
De Amerikaanse ruimtesonde MAVEN (Mars Atmosphere and Volatile Evolution), die vanuit een elliptische omloopbaan rond Mars onderzoek doet aan de buitenlagen van de ijle dampkring van de planeet, wordt de komende maanden in een iets lagere en kleinere baan gebracht, met het hoogste punt op 4500 kilometer boven het oppervlak in plaats van 6200 kilometer. De omlooptijd wordt daardoor teruggebracht van 4,5 naar 3,5 uur. De reden voor het aanpassen van de baan is de lancering, volgend jaar, van een nieuwe Amerikaanse Marsrover, de Mars 2020. Wanneer die op de rode planeet aankomt, zal MAVEN (samen met andere Marssondes) dienst gaan doen als communicatiesatelliet. Dat lukt beter wanneer de ruimtesonde zich minder ver van de planeet bevindt, en wanneer er vaker per etmaal radiocontact kan zijn met de aarde. Om MAVEN in de lagere, kleinere omloopbaan te krijgen, wordt gebruik gemaakt van de aerobrake-techniek: met behulp van stuurraketjes wordt het laagste punt van de omloopbaan iets verlaagd (van 150 naar 125 kilometer), waardoor de ruimtesonde eens per omloop een klein beetje wordt afgeremd door wrijving met de extreem ijle bovenste lagen van de Marsdampkring. (GS)
Meer informatie:
NASA's MAVEN Shrinking Its Orbit for Mars 2020 Rover (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Extreem heldere uitbarsting gezien op jonge protoster
Met de James Clerk Maxwell Telescope (JCMT) op Hawaii is op 26 november 2016 een extreem krachtige uitbarsting waargenomen op een pasgeboren protoster (JW566 geheten) in de Orionnevel, een van de dichtstbijzijnde grote stervormingsgebieden in het Melkwegstelsel. De explosie, die slechts enkele uren duurde, was tien miljard maal zo intensief als een gemiddelde zonnevlam. De uitbarsting is gedetecteerd door de diepgekoelde SCUBA2-camera van de JCMT, die gevoelig is voor straling op submillimetergolflengten. Sterrenkundigen denken dat de explosie het gevolg is ven een plotselinge verstoring in het magnetisch veld rond de protoster, waardoor er opeens een grote hoeveelheid gas uit de omgeving op de ster kon 'vallen'. De waarnemingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
A Stellar Flare 10 Billion Times More Powerful than Those on the Sun (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Nóg een inslagkrater gevonden in Groenland
Onder de ijskap van Groenland ligt een tweede grote inslagkrater verborgen. Vorig jaar maakten geologen de ontdekking bekend van een 30 kilometer grote (en mogelijk slechts 12.000 jaar oude) krater onder de Hiawatha-gletsjer, aan de westkust van het mini-continent. Een glacioloog van NASA's Goddard Space Flight Center heeft in Geophysical Research Letters nu aanwijzingen gepubliceerd voor het bestaan van nóg een grote krater onder het ijs. Die heeft een middellijn van ca. 36 kilometer, en bevindt zich 180 kilometer ten zuidoosten van de Hiawatha-krater. De ronde structuur, met alle kenmerken van een inslagkrater, werd ontdekt in satellietmetingen van de Terra- en Aqua-satellieten, en in radarmetingen die de grenslaag tussen de ijskap en de bodem in kaart brengen. Uit de leeftijd van de bovenliggende ijslaag concluderen de onderzoekers dat de krater minstens 79.000 jaar oud is, maar hij kan ook veel ouder zijn - mogelijk tientallen miljoenen jaren. Dat de twee Groenlandse kraters tegelijkertijd zijn ontstaan, bijvoorbeeld bij de inslag van een dubbel-planetoïde, valt niet uit te sluiten, maar er zijn ook geen overtuigende aanwijzingen voor. (GS)
Meer informatie:
Possible Second Impact Crater Found Under Greenland Ice (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Aarde is relatief droog dankzij nabije supernova
Het leven op aarde bestaat dankzij de aanwezigheid van water. Maar de hoeveelheid water op aarde is eigenlijk verrassend klein - veel kleiner dan je zou verwachten op basis van de hoeveelheid water die wordt aangetroffen in de meeste stervormingsgebieden. Dat is overigens maar goed ook: als onze planeet veel méér water zou bevatten, was er geen landoppervlak geweest, en zouden allerlei geochemische processen niet kunnen plaatsvinden. Een van die geochemische processen op aarde is de koolstofcyclus, waaraan we ons stabiele klimaat te danken hebben. Zwitserse onderzoekers hebben nu computersimulaties uitgevoerd waaruit blijkt dat de aarde (en de andere planeten in de binnendelen van het zonnestelsel) relatief droog zijn dankzij een nabije supernova-explosie in de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Bij die explosie werden grote hoeveelheden radioactieve elementen geproduceerd, waaronder aluminium-26. Die gingen deel uitmaken van de planetesimalen - de kleine hemellichamen waaruit later de planeten zouden samenklonteren. Als gevolg van de hitte die geproduceerd werd door het radioactief verval van deze elementen verloren de planetesimalen een groot deel van hun oorspronkelijke watervoorraad. Met als uiteindelijk gevolg dat ook de aardse planeten relatief droog bleven. Zo beschouwd hebben we het leven op aarde dus mogelijk te danken aan het feit dat onze zon in een compacte sterrenhoop ontstond, waarin ook aanzienlijk zwaardere sterren voorkwamen. Die leefden maar kort, om vervolgens te exploderen als supernova. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Better to dry a rocky planet before use (origineel persbericht)

   
8 februari 2019 • ‘Sneeuwpop’ Ultima Thule is veel platter dan gedacht
Een nieuwe reeks opnamen van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons geeft een nogal verrassend beeld van het Kuipergordelobject Ultima Thule. New Horizons is nog steeds bezig om foto’s en meetgegevens naar de aarde te zenden van dit tweelobbige object, waar hij op nieuwjaarsdag dicht langs scheerde. De meest recent binnengekomen beelden zijn gemaakt tien minuten nadat New Horizons het punt van dichtste nadering had bereikt. Op basis van eerdere opnamen bestond de indruk dat Ultima Thule de vorm had van een sneeuwpop: twee bollen van verschillende afmetingen die aan elkaar waren geplakt. Maar de werkelijkheid blijkt toch een beetje anders te zijn. Uit een nieuwe analyse van beelden die voor en na de scheervlucht zijn gemaakt blijkt dat de beide lobben van Ultima Thule niet rond zijn. De kleinste van de twee heeft ongeveer de vorm van een walnoot, de grootste lijkt zelfs zo plat als een pannenkoek. De wetenschappers die bij het New Horizons-project betrokken zijn staan voor een raadsel. Het is nog volkomen onduidelijk hoe zo’n platte ijsdwerg kan zijn ontstaan. (EE)
Meer informatie:
New Horizons' Evocative Farewell Glance at Ultima Thule

   
7 februari 2019 • Nieuwe surveytelescoop ontdekt bijzondere planetoïde
Amerikaanse astronomen hebben de eerste oogst aan ontdekkingen gepresenteerd van de Zwicky Transient Facility (ZTF) op Palomar Mountain. De ZTF maakt gebruik van de 1,2-meter Samuel Oschin Telescope om de noordelijke hemel af te speuren naar alles wat ontploft, beweegt of van helderheid verandert. Tot nu toe zijn daarbij vijftig kleine aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) en meer dan 1100 supernova’s ontdekt. Twee van de ontdekte aardscheerders, 2018 NX en 2018 NW, passeerden onze planeet op nog geen 125.000 kilometer. Maar de meest opmerkelijke ontdekking is die van planetoïde 2019 AQ3. Deze heeft een omlooptijd van slechts 165 dagen – de kortste van alle bekende planetoïden. Bijzonder is ook dat zijn omloopbaan zowat haaks op het vlak van de planeten staat. Het binnenste punt van de omloopbaan van 2019 AQ3 ligt dichter bij de zon dan Mercurius, het verste punt even buiten de baan van Venus. Objecten van dit type, die Atira’s worden genoemd, zijn heel schaars. Tot nu toe zijn er nog maar een stuk of twintig bekend. De ZTF is de voorganger van de Large Synoptic Survey Telescope (LSST) die momenteel in het noorden van Chili wordt gebouwd. De LSST komt in 2022 in gebruik en zal naar verwachting nog grotere aantallen planetoïden en supernova’s ontdekken. (EE)
Meer informatie:
Asteroid from "Rare Species" Sighted in the Cosmic Wild

   
7 februari 2019 • Keukenzout ontdekt rond jonge, zware ster in Orionnevel
Een Amerikaans-Nederlands team van sterrenkundigen en chemici heeft keukenzout waargenomen in de planeetvormende schijf rond een jonge zware ster in de Orionnevel. Er was al wel zout gevonden rond stervende sterren, maar nu is er voor het eerst zout rond een jonge ster ontdekt. De onderzoekers publiceren hun bevindingen binnenkort in het tijdschrift The Astrophysical Journal. Het onderzoeksteam detecteerde met de ALMA-telescoop (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array in Chili) een reeks chemische streepjescodes die duidden op keukenzout (NaCl, natriumchloride) en enkele andere zoutverbindingen. Het zout is aanwezig in de stofschijf rond de ster Orion Source I. Dat is een jonge, zware ster in het stervormingsgebied de Orionnevel in het sterrenbeeld Orion op zo’n 1500 lichtjaar afstand van de aarde. Het zout bevindt zich in een gebied op dertig tot zestig astronomische eenheden van de ster (een astronomische eenheid is de afstand aarde-zon). De sterrenkundigen hebben berekend dat er mogelijk een triljard kilo zout in het gebied te vinden is (een 1 met 21 nullen erachter). De variatie in chemische streepjescodes duidt op grote temperatuurverschillen, van ongeveer -175 graden Celsius tot 3700 graden Celsius. Het is nog onduidelijk waar de zouten vandaan komen. De Italiaanse onderzoeker in Nederlandse dienst Ciriaco Goddi (Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden) en zijn collega’s vermoeden dat ze de nasleep zien van stofdeeltjes die uit elkaar worden geblazen in de protoplanetaire schijf rond de ster. In 2011 ontdekte een door Goddi geleid team namelijk dat Orion Source I ongeveer 550 jaar geleden vanuit zijn kraamkamer is weggeschoten. Het zou kunnen dat de ster en zijn schijf toen een andere ster hebben geschampt en dat de bijbehorende schokgolven ervoor zorgden dat de vaste zoutdeeltjes verdampten.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
7 februari 2019 • Botsing met Andromedastelsel komt later dan gedacht
Aan de hand van gegevens van de Europese satelliet Gaia hebben astronomen een nieuw tijdschema gemaakt voor de botsing tussen het Andromedastelsel (M31) en onze eigen Melkweg. Daarbij is ook de invloed van het kleinere Driehoekstelsel (M33) in rekening gebracht. Gaia heeft de afzonderlijke posities en snelheden van duizenden sterren in de beide extragalactische stelsels gemeten. Daaruit kunnen niet alleen de ruimtelijke bewegingen van de stelsels worden afgeleid, maar ook hun rotatiesnelheden – iets wat nog niet eerder was gelukt. Door de nieuwe meetwaarden te combineren met al beschikbare gegevens, hebben de astronomen kunnen vaststellen hoe M31 en M33 ten opzichte van elkaar en ten opzichte van het Melkwegstelsel bewegen. Vervolgens is berekend hoe de trage dans tussen de drie stelsels zich de komende miljarden jaren zal ontwikkelen. De modellen laten zien dat M33 bezig is om voor de eerste keer naar M31 toe te vallen. Het stelsel beweegt dus niet in een lange omloopbaan om M31, wat ook een mogelijkheid was. Het gevolg hiervan is dat de beweging van het Andromedastelsel iets zal afwijken ten opzichte van eerdere berekeningen. De botsing met het Melkwegstelsel zal daardoor eerder schampend zijn dan frontaal. Ook komt de botsing later dan gedacht: niet over 3,9 miljard jaar, maar over 4,5 miljard jaar. (EE)
Meer informatie:
Gaia clocks new speeds for Milky Way-Andromeda collision http://www.esa.int/Our_Activities/Space_Science/Gaia/

   
7 februari 2019 • Nieuwe donkere vlek verschenen in atmosfeer Neptunus
Tijdens zijn jaarlijkse waarnemingen van de buitenste planeten van ons zonnestelsel heeft de Hubble-ruimtetelescoop een geheimzinnige donkere storm in de atmosfeer van Neptunus ontdekt. Ook zijn nieuwe beelden gemaakt van de storm die al een hele tijd bij de noordpool van Uranus te zien is. Net als de aarde hebben Uranus en Neptunus seizoenen, die van invloed zijn op hun atmosferen. Hun seizoenen duren wel veel langer dan die op aarde: tientallen jaren in plaats van maanden. De donkere wervelstorm op Neptunus is tijdens de zuidelijke zomer van de planeet ontstaan. Het is voor de vierde keer sinds 1993 dat de ruimtetelescoop een weercomplex van dit type heeft waargenomen. Ook de ruimtesonde Voyager 2 heeft, toen hij in 1989 langs Neptunus vloog, zo’n donkere vlek gezien. Onderzoek laat zien dat ze eens in de ongeveer vijf jaar ontstaan en twee jaar later weer verdwenen zijn. De nieuwe storm is in september 2018 ontdekt en is ruwweg 11.000 kilometer groot. Net als de vorige keren gaat de donkere vlek gepaard met witte wolken, die lijken te ontstaan doordat luchtstromen moeten opstijgen om de storm te kunnen passeren, waardoor zich kristallen van methaanijs vormen. Hoe de storm zelf is ontstaan is nog een raadsel. De wervelstorm aan de noordpool van Uranus is vermoedelijk het resultaat van de bijzondere rotatie van deze planeet. Uranus ligt bijna precies op zijn kant, waardoor de zon tijdens de zomer vrijwel recht boven de noordpool staat en nooit ondergaat. De witte ‘poolkap’ van de planeet lijkt dus simpelweg een seizoenseffect te zijn. De beide planeten staan te boek als ‘ijsreuzen’. Ze hebben geen vast oppervlak, maar mantels van waterstof en helium, met daaronder een vaste kern van ijs en wellicht ook gesteente. Hun blauwe kleur hebben ze te danken aan het feit dat het methaangas in hun atmosfeer rood licht absorbeert en blauw-groen licht juist verstrooit. (EE)
Meer informatie:
Hubble Reveals Dynamic Atmospheres of Uranus and Neptune

   
7 februari 2019 • Nieuwe Europese Marsverkenner heet Rosalind
De nieuwe Europese onderzoeksrobot die in 2021 op de planeet Mars zal landen heeft een naam: Rosalind Franklin. Hij is vernoemd naar de Britse scheikundige die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontdekking van de dubbele-helixstructuur van het DNA-molecuul. De nieuwe Marsverkenner wordt de eerste die zich over de planeet kan verplaatsen en ook diep in de bodem kan boren. Mars heeft ooit water gehad, maar heeft nu een kurkdroog oppervlak dat aan dodelijke straling blootstaat.‘Rosalind’ zal diepe boringen gaan doen, om meer te weten te komen over de samenstelling ervan en misschien zelf sporen van (vroeger) leven te vinden. De Marsverkenner maakt deel uit van het ExoMars-programma dat het Europese ruimteagentschap ESA samen met het Russische staatsbedrijf Roscosmos uitvoert. (EE
Meer informatie:
ESA’s Mars rover has a name – Rosalind Franklin

   
6 februari 2019 • ‘Jet’ van jonge ster ontdekt in naburig sterrenstelsel
Met de Europese Very Large Telescope is een zogeheten Herbig-Haro-object gefotografeerd in de Grote Magelhaense Wolk. Een Herbig-Haro-object is een straal van materie die door een jonge ster – in dit geval een object van ongeveer twaalf zonsmassa’s – is uitgestoten. Het is voor het eerst dat zo’n ‘jet’ buiten onze Melkweg in zichtbaar licht is waargenomen. De Grote Magelhaense Wolk is een satellietstelsel van de Melkweg dat vooral vanaf het zuidelijk halfrond goed te zien is. Met een afstand van slechts ongeveer 160.000 lichtjaar ligt het praktisch voor onze deur. Niet alleen ligt de GMW dicht bij huis, we zien zijn enige spiraalarm ook nog eens van bovenaf, waardoor astronomen goed zicht hebben op de daarin aanwezige stervormingsgebieden. Het recent ontdekte Herbig-Haro-object – HH 1177 – is aangetroffen in het stervormingsgebied N180 B, waar ESO vandaag een schitterende opname heeft vrijgegeven. Met een lengte van bijna 33 lichtjaar is het een van de langste jets van dit type die ooit zijn waargenomen. De jet is sterk gecollimeerd: hij wordt naar het uiteinde toe nauwelijks breder. Herbig-Haro-objecten geven inzicht in de vroege levensfasen van sterren. Jonge sterren zijn omgeven door een accretieschijf waarin zich materiaal ophoopt dat de ster uit zijn omgeving verzamelt. Niet al het gas in de accretieschijf bereikt de ster: een deel ervan wordt in de vorm van twee jets loodrecht op de schijf terug de ruimte in geblazen. Astronomen hebben ontdekt dat zowel zware als lichte sterren gecollimeerde jets zoals HH 1177 uitstoten. Dat doen ze ongeveer op dezelfde manier, wat erop wijst dat de vorming van zware sterren op vergelijkbare wijze verloopt als die van hun lichtere tegenhangers. (EE)
Meer informatie:
Bellen van gloednieuwe sterren

   
5 februari 2019 • Contact met MarCO-sondes verloren
Vluchtleiders van NASA hebben het radiocontact met de twee micro-satellieten MarCO-A en MarCO-B verloren. De twee kleine ruimtesondes (formaat diplomatenkoffertje) vlogen samen met NASA's Marslander InSight naar Mars, waar ze eind november, toen InSight naar het oppervlak afdaalde, de radiocommunicatie met de aarde verzorgden. Het zijn de eerste twee zogeheten cube sats die ooit de interplanetaire ruimte zijn ingestuurd (MarCO staat voor Mars Cube One). De twee kleine en goedkope ruimtesondes, met de bijnamen WALL-E en EVE, hadden geen raketmotoren aan boord om bij Mars af te remmen. Ze vlogen de planeet dan ook gewoon voorbij, en draaien nu in een enigszins langgerekte baan rond de zon. Inmiddels bevinden ze zich op een paar miljoen kilometer voorbij Mars. Op 29 december werd voor het laatst een signaal opgevangen van MarCO-A; vijf dagen later voor het laatst van MarCO-B. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het radiocontact ooit nog zal worden hersteld. Het project heeft echter aan alle verwachtingen voldaan; in de toekomst zullen cube sats ongetwijfeld vaker gebruikt worden bij planetaire onderzoeksmissies. (GS)
Meer informatie:
Beyond Mars, the Mini MarCO Spacecraft Fall Silent (origineel persbericht)

   
5 februari 2019 • Dwingeloo-telescoop ontvangt Chinese foto van maan en aarde
Radio-amateurs van CAMRAS (C.A. Muller Radio Astronomy Station) hebben met de historische 25-meter radiotelescoop van Dwingeloo foto's opgevangen van de Chinese maansatelliet Longjiang-2, die in juni 2018 in een elliptische baan rond de maan werd gebracht. De foto's tonen de (door de zon verlichte) achterkant van de maan, met op de achtergrond de aarde. Nooit eerder zijn opnamen gemaakt waarop de volledige achterzijde van de maan en de aarde samen te zien zijn. (GS)
Meer informatie:
Achtergrondinformatie CAMRAS

   
4 februari 2019 • Melkwegstelsel is gewelfd
Ons Melkwegstelsel is gewelfd. In de buitendelen van het stelsel is het waterstofgas niet netjes verdeeld in een vlakke schijf, maar is er sprake van een soort golving. Dat blijkt uit metingen aan vele honderden veranderlijke sterren, deze week gepubliceerd in Nature Astronomy. Astronomen van de National Astronomical Observatories of the Chinese Academy of Sciences (NAOC) en van Macquarie University in Sydney, Australië, hebben nauwkeurig de ruitmelijke posities bepaald van 1339 zogeheten cepheïden: jonge, zware en heldere sterren die op een regelmatige manier van helderheid veranderen. Uit de gemeten lichtwisselingsperiode van een cepheïde kan de werkelijke lichtkracht worden afgeleid, en door die te vergelijken met de waargenomen helderheid is de afstand te bepalen, tot op een paar procent nauwkeurig. Omdat heldere cepheïden niet ouder worden dan enkele tientallen miljoenen jaren, bevinden ze zich nog in de gasrijke centrale schijf van het Melkwegstelsel, waarin ze ook zijn ontstaan. Uit het onderzoek (waaraan ook is deelgenomen door de Nederlandse astronoom Richard de Grijs) blijkt nu dat cepheïden in de buitendelen van het Melkwegstelsel een ruimtelijke verdeling hebben die overeenkomt met een gewelfde structuur. Dat betekent dat ook de verdeling van waterstofgas in de buitendelen van het Melkwegstelsel gewelfd is. Een vergelijkbare structuur is ook bij veel andere sterrenstelsels waargenomen. De ontdekking werpt nieuw licht op de evolutie van ons Melkwegstelsel. De gewelfde structuur is mogelijk veroorzaakt door torsiekrachten van het (relatief zwaardere) binnendeel van de gasschijf. Een andere mogelijke oorzaak is de getijdenwerking van een naburig sterrenstelsel; mogelijk de Grote Magelhaense Wolk. (GS)
Meer informatie:
The Milky Way in a twist (origineel persbericht)

   
4 februari 2019 • Uitbarsting van jonge ster brengt organische moleculen aan het licht
De protoplanetaire schijf rond de pasgeboren ster V883 Orionis, op 1300 lichtjaar afstand van de aarde, bevat een veelheid aan complexe organische moleculen, zo blijkt uit waarnemingen van het ALMA-observatorium in Noord-Chili. Op kleine afstand van de ster komen deze moleculen naar alle waarschijnlijkheid in de gasvorm voor, maar daar zijn ze moeilijk waarneembaar, deels vanwege de nabijheid van de ster, en deels doordat hun (sub-)millimeterstraling geabsorbeerd wordt door stof. Op grotere afstand van de ster, buiten de zogeheten sneeuwlijn, maken de complexe moleculen deel uit van de dunne, bevroren ijsmanteltjes van stofkorrels, waardoor ze normaal gesproken ook niet zichtbaar zijn voor ALMA. V883 Orionis onderging enige tijd geleden echter een krachtige uitbarsting, vermoedelijk doordat er plotseling een grote hoeveelheid gas op de ster-in-wording terecht kwam. Als gevolg van de uitbarsting nam overal in de protoplanetaire schijf de temperatuur fors toe, waardoor de sneeuwlijn verder naar buiten kwam te liggen. Dankzij de verdamping van het ijs kon ALMA in de nasleep van de uitbarsting de aanwezigheid bevestigen van een groot aantal complexe organische moleculen, waaronder methanol (CH3OH) en aceton (CH3COCH3). Aceton is nooit eerder waargenomen in een protoplanetaire schijf. De nieuwe resultaten, vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy, wijzen uit dat het materiaal in de schijf rond V883 Orionis qua samenstelling overeenkomt met het materiaal waaruit kometen in ons eigen zonnestelsel bestaan. In ons zonnestelsel hebben deze moleculen vermoedelijk een rol gespeeld in het ontstaan van leven op aarde. (GS)
Meer informatie:
Retreating Snow Line Reveals Organic Molecules around Young Star (origineel persbericht)

   
4 februari 2019 • Seismometer InSight voorzien van beschermkap
De extreem gevoelige seismometer van de Amerikaanse Marslander InSight is vandaag met succes voorzien van een beschermkap. InSight maakte op 26 november 2018 een zachte landing op Mars; de seismometer werd op 19 december op het oppervlak geplaatst. De aerodynamisch gevormde kap moet het instrument beschermen tegen de invloed van wind en temperatuurschommelingen. In de loop van de volgende week moet ook het tweede instrument van InSight, een warmtetransportmeter, geplaatst worden. (GS)
Meer informatie:
InSight's Seismometer Now Has a Cozy Shelter on Mars (origineel persbericht)

   
4 februari 2019 • Exoplaneet Kepler 107c is mogelijk zijn mantel kwijtgeraakt
In het planetenstelsel van de ster Kepler 107 heeft lang geleden mogelijk een kolossale botsing plaatsgevonden. Dat schrijft een internationaal team van astronomen deze week in Nature Astronomy. Om Kepler 107, die iets groter is dan de zon, cirkelen minstens vier planeten. De twee binnenste daarvan zijn interessant: ze hebben bijna dezelfde afmetingen, maar de buitenste van de twee heeft een ruim twee keer zo hoge dichtheid als de binnenste. Beide hebben overigens aanzienlijk meer massa dan de aarde. Het zou ‘logischer’ zijn geweest als de situatie precies omgekeerd was. Astronomen gaan er namelijk van uit dat de vorming van een planeet die zich dichter bij zijn ster bevindt meer hinder heeft van een proces dat foto-evaporatie wordt genoemd. Dit komt er kort gezegd op neer dat de ultraviolette straling van een ster ervoor zorgt dat lichtere elementen uit zijn directe omgeving worden verdreven. Dat uitgerekend de binnenste van de beide planeten meer lichte elementen bevat dan de buitenste moet dus een andere oorzaak hebben. De astronomen vermoeden nu dat planeet Kepler 107c het resultaat is van een botsing met een soortgenoot, waarbij hij zijn relatief lichte buitenlagen is kwijtgeraakt. Computersimulaties laten zien dat dit de hoge dichtheid van de planeet inderdaad kan verklaren. (EE)
Meer informatie:
Massive collision in the planetary system Kepler 107

   
31 januari 2019 • Marsverkenner Curiosity doet zwaartekrachtsmetingen op Mars
Door slim gebruik te maken van niet-wetenschappelijke meetgegevens van de Marsverkenner Curiosity heeft een team van Amerikaanse planeetwetenschappers de dichtheid kunnen bepalen van bodemgesteenten in de grote Marskrater Gale. De resultaten laten zien dat die gesteenten relatief poreus zijn en minder hard zijn samengeperst dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 1 februari). Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van versnellingsmeters zoals die ook in smartphones zitten. Bij deze laatste bepalen ze de oriëntatie en beweging van de telefoon (en zijn gebruiker). De sensoren van Curiosity doen dat ook, maar dan veel nauwkeuriger. En op momenten dat de Marsverkenner stilstaat, meten ze ook de sterkte van de zwaartekracht op die locatie. Het team heeft de gegevens van de Curiosity’s versnellingsmeters gebruikt om voor meer dan 700 punten op het traject dat de Marsverkenner heeft afgelegd de sterkte van het zwaartekrachtsveld te bepalen. Toen deze de centrale berg Mount Sharp begon te beklimmen, begon ook de berg aan hem te trekken, maar niet zo hard als verwacht. Dat betekent dat de onderste delen van Mount Sharp verrassend poreus zijn, terwijl er toch aanwijzingen waren dat ze ooit onder een laag sediment hebben gelegen. Sterker nog: veel wetenschappers menen dat de Gale-krater ooit volledig gevuld is geweest met sediment dat door wind en water is aangevoerd. In dat geval moet de laag sediment ongeveer vijf kilometer dik zijn geweest – vrijwel precies de huidige hoogte van Mount Sharp, die eigenlijk niets anders dan het sterk geërodeerde restant van het sedimentenpakket zou zijn. Als dat zou kloppen, zouden de bodemgesteenten in de Gale-krater echter veel steviger zijn samengeperst en een grotere dichtheid hebben dan het nieuwe onderzoek suggereert. De planeetwetenschappers vermoeden nu dat de krater niet helemaal met sedimenten gevuld was, en dat het bovenste stuk van Mount Sharp simpelweg bestaat uit geërodeerd bodemmateriaal dat door valwinden naar het centrum van de krater is geblazen. (EE)
Meer informatie:
Mars Rover Curiosity Makes First Gravity-Measuring Traverse on the Red Planet

   
31 januari 2019 • Natriumwolk verraadt vulkanische activiteit op Jupitermaan Io
Bijna ongemerkt heeft er een grote vulkanische uitbarsting plaatsgevonden op de Jupitermaan Io. Het verschijnsel is niet rechtstreeks waargenomen als een sterke uitbarsting van infraroodstraling (warmte dus), maar heeft zich verraden door een sterke uitstoot van natriumgas (Astrophysical Journal Letters). De uitbarsting vond plaats tussen medio december 2017 en begin januari 2018. Het gas dat erbij vrijkwam stroomde de magnetosfeer van Jupiter – de ruimte die gedomineerd wordt door het magnetische veld van de planeet – en was tot begin juni waarneembaar. Io is het meest actieve vulkanische hemellichaam in ons zonnestelsel. Veelal worden uitbarstingen op zijn oppervlak opgemerkt doordat er veel warmte bij vrijkomt, maar vreemd genoeg was daar ditmaal geen sprake van. Hoewel Jupiter, ter ondersteuning van de ruimtemissie Juno, de afgelopen jaren op allerlei manieren in de gaten is gehouden, werd de gebeurtenis op Io op geen enkele andere wijze opgemerkt. Opmerkelijk genoeg is de uitstoot van natriumgas op Io waargenomen met een instrument van bescheiden afmetingen: een 35-cm ‘amateur-telescoop’, voorzien van een coronagraaf – een ondoorzichtig schijfje dat het heldere licht van Jupiter afschermt, zodat alles wat zich in de omgeving van de planeet afspeelt beter te zien is. (EE)
Meer informatie:
Sodium, Not Heat, Reveals Volcanic Activity on Jupiter’s Moon Io

   
31 januari 2019 • Hubble-ruimtetelescoop ontdekt bij toeval nabij sterrenstelsel
Astronomen die de Hubble-ruimtetelescoop gebruikten om de bolvormige sterrenhoop NGC 6752 te onderzoeken, hebben een onverwachte vondst gedaan. Ze ontdekten een dwergsterrenstelsel in onze kosmische achtertuin, slechts 30 miljoen lichtjaar hier vandaan (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters). Aan de rand van het beeldveld van de Advanced Camera for Surveys waarmee NGC 6752 werd bekeken, was een compacte verzameling sterren te zien. Uit nadere inspectie bleek dat deze sterren geen deel uitmaken van de sterrenhoop, die tot onze eigen Melkweg behoort, maar zich miljoenen lichtjaren verder weg bevinden. Het langwerpige sterrenstelsel, dat de bijnaam Bedin 1 heeft gekregen, is van bescheiden afmetingen. Zijn lengte bedraagt slechts 3000 lichtjaar. Het lijkt te gaan om een sferoïdaal dwergstelsel – een sterrenstelsel dat niet veel licht produceert en voornamelijk uit oude sterren bestaat. Uit de eigenschappen van die sterren leiden astronomen af dat het stelsel ongeveer 13 miljard jaar oud is – bijna net zo oud als het heelal. Waarschijnlijk gaat het om een galactisch ’fossiel’: een klein sterrenstelsel dat miljarden jaren uit de greep van grotere sterrenstelsels is gebleven en niet – zoals de meeste van zijn soortgenoten – is opgeslokt. (EE)
Meer informatie:
Hubble Fortuitously Discovers a New Galaxy in the Cosmic Neighbourhood

   
31 januari 2019 • Nederland gaat uitbarstingen op de zon in real-time monitoren
ASTRON (Nederlands instituut voor radioastronomie) en S[&]T (Science [&] Technology) starten met de bouw van een zonneradiotelescoop die uitbarstingen op de zon direct signaleert. Aanleiding voor de bouw is een verzoek van het Ministerie van Defensie. Ook het KNMI neemt deel aan dit project. De eerste fase van het project DISTURB (Disturbance detection by Intelligent Solar radio Telescope of (Un)perturbed Radiofrequency Bands) waarin het ontwerp van de radiotelescoop wordt ontwikkeld heeft op 30 januari plaatsgevonden. Uitbarstingen op de zon komen regelmatig voor en geven doorgaans geen problemen. Af en toe zijn de uitbarstingen echter zo intens dat ze radars, gps-ontvangers of radioverbindinsgen ernstig kunnen storen. Zo ondervond in 2015 het vliegverkeer in Zweden ernstige vertraging doordat een radar op de luchthaven van Malmö werd ‘verblind’. Het Ministerie van Defensie en het KNMI willen militaire en civiele gebruikers van antennesystemen voor dergelijke intense uitbarstingen kunnen waarschuwen. De zonneradiotelescoop van het project DISTURB voedt hun waarschuwingssystemen met de noodzakelijke data. Tot nu toe zijn er praktisch geen vergelijkbare instrumenten die in real-time storingsgegevens van de zon kunnen leveren. Degene die er zijn, zijn niet toegankelijk, hebben een minder goede kwaliteit of produceren met een aanzienlijke vertraging, wat op cruciale momenten problematisch kan uitpakken. Daarom hebben ASTRON, S[&]T en het KNMI de handen ineengeslagen en zetten zij nu de eerste stap naar een telescoop die metingen van extreme uitbarstingen op de zon vrij toegankelijk maakt. Nadat het ontwerp van de zonneradiotelescoop voltooid is, wordt er een eerste prototype op volle schaal gebouwd. Daarna kan er worden opgeschaald naar 12 tot 20 stations wereldwijd verspreid, zodat de radiotelescoop een globale dekking heeft. De telescoop wordt gebaseerd op het model van antennes van verschillende bestaande en toekomstige telescopen zoals LOFAR (LOw Frequency ARray, radiotelescoop van ASTRON) en SKA (Square Kilometer Array). Wanneer de telescoop detecteert dat er een uitbarsting op de zon plaatsvindt, zal LOFAR hier op reageren door o.a. radiofoto’s van de zon te maken en het Ministerie van Defensie zal weten dat ze storing kunnen ondervinden op hun systemen. Daarnaast is deze ontwikkeling belangrijk voor de internationale civiele luchtvaart die effecten van de zon steeds meer meeneemt in haar procedures. S[&]T leidt het project. De verwachting is dat de eerste fase van het project waarin het ontwerp tot stand komt 15 maanden in beslag zal nemen.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht