24 september 2018 • Oude metingen ondersteunen inslagtheorie voor ontstaan Marsmaantjes
De kleine Marsmaantjes Phobos en Deimos zijn vermoedelijk ontstaan in de nasleep van een catastrofale inslag op Mars. Eerder werden al theoretische aanwijzingen gevonden voor die inslaghypothese; nu zijn er ook waarnemingen gepubliceerd die dit ontstaansscenario ondersteunen. Phobos en Deimos zijn slechts enkele tientallen kilometers groot en lijken op het eerste gezicht op donkere planetoïden. Als het 'ingevangen' planetoïden zouden zijn, zouden ze echter niet in zulke mooi cirkelvormige banen bewegen. Vandaar dat lang geleden al werd geopperd dat het mogelijk de resterende brokstukken zijn van een kolossale inslag op Mars, die miljarden jaren geleden plaatsgevonden moet hebben. Uit computersimulaties bleek eerder dit jaar al dat dit inderdaad een denkbaar scenario is voor de herkomst van de twee kleine maantjes. Twintig jaar oude waarnemingen van de ruimtesonde Mars Global Surveyor (MGS) lijken het idee nu te bevestigen. MGS-metingen van Phobos op mid-infrarode golflengten laten zien dat het oppervlaktemateriaal van deze Marsmaan niet dezelfde samenstelling heeft als dat van donkere planetoïden, maar meer overeenkomsten vertoont met het bazalt in de Marskorst - precies wat je verwacht als Phobos ontstaan is bij een zware kosmische inslag. De Japanse ruimtesonde MMX moet over een paar jaar definitief uitsluitsel bieden, door bodemmonsters van Phobos terug te  brengen naar de aarde voor gedetailleerd laboratoriumonderzoek. De nieuwe analyse van de oude MGS-waarnemingen is gepubliceerd in Journal of Geophysical Research. (GS)
Meer informatie:
Martian Moon May Have Come from Impact on Home Planet (origineel persbericht)

   
24 september 2018 • Stofstormen ontdekt op Saturnusmaan Titan
In het evenaargebied van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus en de enige planeetmaan met een substantiële dampkring, komen af en toe grote stofstormen voor. Titan is daarmee - naast de aarde en Mars - het derde hemellichaam in het zonnestelsel waarvan bekend is dat er stofstormen woeden. De stofstormen zijn ontdekt op infraroodfoto's van de ruimtesonde Cassini, die tussen 2004 en 2017 in een baan rond Saturnus draaide en tientallen malen op kleine afstand langs Titan vloog. Aanvankelijk dachten planeetonderzoekers dat de heldere vlekken op de infraroodfoto's kolossale 'regen'-buien van vloeibaar methaan waren (op Titan is het zo koud dat methaangas er vloeibaar is en de rol van water op aarde speelt), maar nader onderzoek bracht aan het licht dat het gigantische stofstormen moeten zijn. Het bestaan van de stofstormen wijst uit dat het oppervlaktemateriaal van Titan - inclusief de vele organische verbindingen die er voorkomen - gemakkelijk door de dampkring getransporteerd kan worden, en dat er aan het oppervlak soms flinke windsnelheden voorkomen, van minimaal 5 meter per seconde. Mogelijk ontstaan die relatief hoge windsnelheden wel onder invloed van de zware methaanbuien op Titan; ook op aarde worden zware regenbuien in droge gebieden vaak voorafgegaan door stoftormen - de zogeheten haboobs. De ontdekking van de stofstormen op Titan is gepubliceerd in Nature Geoscience. (GS)
Meer informatie:
Dust storms on Titan spotted by Cassini for the first time (origineel persbericht)

   
24 september 2018 • Mars had lang geleden de juiste omstandigheden voor ondergronds leven
De planeet Mars vertoonde lang geleden de juiste omstandigheden voor het bestaan van ondergronds leven. Dat concluderen planeetdeskundigen van Brown University in een artikel dat later dit jaar verschijnt in Earth and Planetary Science Letters. Gedurende honderden miljoenen jaren zouden er micro-organismen onder het Marsoppervlak geleefd kunnen hebben, vergelijkbaar met de zogeheten SLIME's (subsurface lithotrophic microbial ecosystems) onder het aardoppervlak. Metingen aan de hoeveelheid radioactieve elementen in het binnenste van Mars, uitgevoerd door de ruimtesonde Mars Odyssey, laten zien dat er circa vier miljard jaar geleden voldoende energie vrijkwam om watermoleculen in de Marskorst op te breken in afzonderlijke waterstofmoleculen (H2) en zuurstofatomen (O). Moleculair waterstof vormt op aarde een energiebron voor ondergrondse micro-organismen: de bacteriën 'stelen' een elektron van het waterstofmolecuul, en vergaren op die manier de benodigde energie om in leven te kunnen blijven. Volgens de onderzoekers waren de omstandigheden onder het Marsoppervlak (in een laag van een paar kilometer dik) vier miljard jaar geleden goed vergelijkbaar met de huidige omstandigheden onder het aardoppervlak. Dat betekent niet dat er indertijd ook daadwerkelijk micro-organismen op Mars leefden, maar wel dat er toen sprake was van een ondergrondse 'bewoonbare zone'. Toekomstige ruimtemissies, zoals de Amerikaanse Mars 2020 en de Europese ExoMars, moeten daadwerkelijk op zoek gaan naar fossiele sporen van Marsbacteriën. (GS)
Meer informatie:
Ancient Mars Had Right Conditions for Underground Life (origineel persbericht)

   
22 september 2018 • Landing van ‘mini-robots’ op planetoïde is geslaagd
De twee kleine landingsmodules die de Japanse ruimtesonde Hayabusa2 op 21 september heeft losgelaten, zijn veilig aangekomen op het oppervlak van planetoïde Ryugu. Ze zijn in goede staat en zenden beelden en gegevens door. Een eerste analyse van de data laat zien dat minstens een van beide modules zich (springend) over het oppervlak verplaatst. De MINERVA-II1-rovers zijn de eerste mobiele verkenningsrobots die op het oppervlak van een planetoïde zijn geland. Bijzonder daarbij is dat het tweetal autonoom beweegt en foto’s maakt. Heel erg scherp zijn die beelden overigens niet, maar dat mag de pret niet drukken. (EE)
Meer informatie:
MINERVA-II1: Successful image capture, landing on Ryugu and hop!

   
21 september 2018 • Nieuwe online catalogus geeft overzicht van vier eeuwen planetaire cartografie
Tijdens het European Planetary Science Congress in Berlijn is een catalogus gepresenteerd die een overzicht geeft van meer dan 2200 planetaire kaarten die tussen 1600 en 2018 zijn gemaakt. De catalogus is geproduceerd door Henrik Hargitai, van de Eötvös Loránd Universiteit in Boedapest (Hongarije), en Mateusz Pitura, van de Universiteit van Wroclaw (Polen). De International Catalogue of Planetary Maps – beschikbaar via planetarymapping.wordpress.com – bevat kaarten uit alle delen van de wereld. De data kunnen worden geselecteerd op maker, jaar, schaal en type. Ze geven een compleet overzicht van de evolutie van het kaartmateriaal door de eeuwen heen. Het grootste aandeel in de catalogus hebben de planeet Mars, met 40 procent van alle kaarten, en de maan (46%). De rest komt voor rekening van Venus, Mercurius, Ceres, diverse manen (voornamelijk van Jupiter en Saturnus) en enkele planetoïden. (EE)
Meer informatie:
Catalogue of planetary maps, past and present, highlights our evolving view of our Solar System

   
20 september 2018 • Net als de zon draaien sterren aan de evenaar in kortere tijd rond dan aan de polen
Onderzoekers hebben ontdekt dat zonachtige sterren dezelfde ‘differentiële’ rotatie vertonen als onze zon. Dat betekent dat hun rotatieperiode aan de evenaar kleiner is dan daarboven en daaronder. Het verloop in rotatieduur is wel groter dan bij de zon – groter ook dan theoretisch werd verwacht (Science, 21 september). Net als onze zon zijn sterren draaiende bollen van heet gas. Daardoor roteren ze niet als een vaste bol: hun rotatieperiode varieert met de breedtegraad. Dit effect, dat differentiële rotatie wordt genoemd, wordt verantwoordelijk gehouden voor de opwekking van magnetische velden en daarmee ook voor het ontstaan van sterrenvlekken – donkere, koelere gebieden op het oppervlak van de ster. Onze zon heeft aan haar evenaar een rotatieperiode van ongeveer 25 dagen. Naar de polen toe loopt dit geleidelijk op naar 31 dagen. Maar hoe zit dat bij andere sterren? Om dat te onderzoeken heeft een team van Duitse en Amerikaanse astronomen de rotatie van 40 sterren onderzocht die qua massa op onze zon lijken. Van 13 van deze sterren kon de differentiële rotatie ook daadwerkelijk worden gemeten. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler, die sterren normaal gesproken onderzoekt op de aanwezigheid van planeten. Zoals gezegd blijkt uit de metingen dat deze sterren – zoals verwacht – ook differentiële rotatie vertonen. Dat het verschil tussen de rotatieperiode aan de evenaar en verder daarvandaan vaak groter is dan bij onze zon komt echter als een verrassing. En een verklaring daarvoor ontbreekt nog. (EE)
Meer informatie:
A new twist on stellar rotation

   
20 september 2018 • Kleine robotverkenners dalen af naar planetoïde Ryugu
Het Japanse ruimtevaartagentschap JAXA staat op het punt om twee kleine robotverkenners te laten afdalen naar het oppervlak van de planetoïde Ryugu. De twee verkenners zullen zich over het oppervlak van het slechts 1 kilometer grote object verplaatsen door een paar sprongetjes te maken. Er zullen foto’s worden gemaakt en temperatuurmetingen worden gedaan. De robotverkenners, Minerva II-1A en -1B, maken deel uit van de Hayabusa2-missie. Hun moedersonde kwam in juni van dit jaar aan bij Ryugu en is deze laatste inmiddels al tot op 8 kilometer genaderd. Zodra haar afstand tot de planetoïde een meter of zestig bedraagt, zal ze de kleine ‘hoppers’ bijna letterlijk overboord gooien. Dat gebeurt vrijdagochtend rond 06.00 uur Nederlandse tijd. Op 3 oktober zal nog een wat grotere lander, Mascot, geheten op Ryugu worden afgezet. Eind oktober zal Hayabusa2 zelf naar het oppervlak van de planetoïde afdalen om bodemmonsters te verzamelen. (EE)
Meer informatie:
JAXA-website over de Hayabusa2-missie

   
20 september 2018 • NASA-satelliet TESS ontdekt zijn eerste (en tweede!) exoplaneet
Bij de ster Pi Mensae, 60 lichtjaar van ons verwijderd, is een planeet ontdekt die ongeveer twee keer zo groot is als de aarde. Het is de eerste exoplaneet die ontdekt is met de Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS) van NASA – een satelliet die nog maar net begonnen is met zijn zoektocht naar planeten buiten ons zonnestelsel. De planeet, die de aanduiding Pi Mensae c heeft gekregen, doet er 6,27 dagen over om één rondje om zijn ster te maken. In 2001 werd bij dezelfde ster al een kolossale planeet van tien Jupitermassa’s ontdekt. Deze laatste beweegt echter in een veel wijdere baan om de ster en heeft een omlooptijd van bijna zes jaar. Aanvullende spectroscopische gegevens, verkregen met een telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en een Australische telescoop, wijzen erop dat Pi Mensae c bijna vijf keer zoveel massa heeft als de aarde. Dat wordt afgeleid uit de kleine schommelbeweging die de planeet bij zijn moederster teweegbrengt. Afgaande op de grootte en massa van de planeet gaat het waarschijnlijk om een kleinere versie van de planeet Neptunus, met een dichte atmosfeer van waterstof en helium. De ontdekking is bekendgemaakt via de preprint-site arXiv.org. [Update: inmiddels is bekend dat TESS nog een tweede planeet heeft ontdekt.] (EE)
Meer informatie:
NASA’s new exoplanet-hunter has spotted its first alien world (New Scientist)

   
20 september 2018 • Materie valt met 30% van de lichtsnelheid in zwart gat
Een Brits team van astronomen heeft materie gedetecteerd die met 30 procent van de lichtsnelheid in een superzwaar zwart gat valt. Het verschijnsel, waargenomen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton, speelt zich af in het centrum van het meer dan een miljard lichtjaar verre sterrenstelsel PG211+143 (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). In het centrum van bijna elk volwaardig sterrenstelsel bevindt zich een zwart gat met miljoenen tot miljarden keer zoveel massa als onze zon. Deze superzware zwarte gaten trekken materie uit hun omgeving aan, maar die materie heeft vaak zoveel draaiing dat zij niet rechtstreeks het zwarte gat in stroomt. In plaats daarvan spiraalt ze ernaartoe, waardoor zich een zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat vormt. Aangenomen werd het toestromende gas doorgaans banen volgt die loodrecht op de rotatieas van het zwarte gat staan. Maar echt noodzakelijk is dat niet – zoals de situatie in PG211+143 bewijst. Als de accretieschijf scheef staat ten opzichte van het zwarte gat, kan deze uiteenvallen in afzonderlijke ringen die met elkaar in botsing komen. Daarbij heffen ze elkaars rotatie op, waarna hun gas alsnog rechtstreeks het zwarte gat in valt. Daarbij worden veel hogere snelheden bereikt dan bij normale accretie – in dit geval dus ruwweg 100.000 kilometer per seconde. Dankzij deze chaotische vorm van accretie kunnen zwarte gaten zich heel snel voeden met materie uit hun omgeving. Mogelijk is dat ook de reden waarom de zwarte gaten die vroeg in de geschiedenis van het heelal zijn ontstaan zo snel zoveel massa hebben gekregen. (EE)
Meer informatie:
Matter falling into a black hole at 30 percent of the speed of light

   
19 september 2018 • Parker Solar Probe zendt testdata naar de aarde
De op 12 augustus jl. gelanceerde Parker Solar Probe heeft zijn eerste praktijktests goed doorstaan. Alle vier de instrumenten van de ruimtesonde, die onze zon van heel dichtbij moet gaan onderzoeken, hebben hun eerste gegevens verzameld. Het meest in het oog springend zijn de testopnamen van de camera WISPR. Deze laten niet de zon zien, maar een stuk van de Melkweg. Ook de planeet Jupiter is op de beelden te zien. WISPR bestaat uit twee telescopen waarmee straks opnamen moeten worden gemaakt van de corona van de zon – het ijle buitenste deel van de zonsatmosfeer. De drie andere instrumenten hebben energierijke deeltjes gedetecteerd, het magnetische veld van de zonnewind gemeten enradiostraling van een zonnevlam opgevangen. Alles lijkt naar wens te functioneren, maar pas in november zal de Solar Probe écht op de proef worden gesteld. Dan zal hij de zon voor het eerst tot op relatief kleine afstand naderen. (EE)
Meer informatie:
Illuminating First Light Data from Parker Solar Probe

   
19 september 2018 • Klein sterrenstelsel maakte ‘slakkenhuis’ in onze hoek van Melkweg
De passage van een klein sterrenstelsel, ongeveer 500 miljoen jaar geleden, heeft de banen van sterren in de buurt van de zon flink verstoord. Deze opvallende ontdekking laat zien dat invloeden van buitenaf veel belangrijker zijn voor de vorm de Melkweg dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 20 september). ‘De schijfvormige structuur in de buurt van de zon is verschoven – iets heeft er een flinke trap tegen gegeven’, aldus hoogleraar sterrenkunde Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen en medeauteur van het Nature-artikel. De ontdekking is gebaseerd op gegevens van de Europese Gaia-satelliet, die de posities en bewegingen van vele miljoenen sterren in onze Melkweg heeft gemeten. Door de banen van deze sterren te plotten werd een structuur als een slakkenhuis zichtbaar. Daaruit blijkt dat een flink deel van de sterren niet alleen ronddraait in het vlak van de Melkwegschijf maar ook erboven, wat leidt tot een spiraalvormige structuur. ‘Zo’n ‘slakkenhuis’ is niet eerder waargenomen’, zegt hoofdauteur Teresa Antoja van de Universiteit van Barcelona. Uit de vorm ervan heeft ze afgeleid wanneer de verstoring die voor deze structuur heeft gezorgd moet hebben plaatsgevonden: tussen de 300 en 900 miljoen jaar geleden, vermoedelijk rond 500 miljoen jaar. Dat valt samen met een nabije passage van het Sagittarius-dwergstelsel, dat op dit moment een koers volgt waardoor het ergens in de komende 500 miljoen jaar door de Melkweg zal worden opgeslokt. De grootte van de verstoring heeft de astronomen verrast. Tot nu toe werd aangenomen dat dit soort verstoringen relatief klein zouden zijn. De massa van de Sagittarius-dwerg is immers tienduizend keer zo klein als die van de Melkweg. ‘We hebben de dynamiek van de Melkweg altijd bestudeerd zonder rekening te houden met dit soort externe invloeden, alsof ieder sterrenstelsel in een eigen privé-universum bestaat. Dat blijkt dus niet juist te zijn’, concludeert Helmi. ‘We moeten dit op een of andere manier opnemen in de modellen die de evolutie van sterrenstelsels beschrijven – al weet ik nog niet hoe dat moet.’ 
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
19 september 2018 • Marsastronauten zullen blootstaan aan flinke hoeveelheden straling
Astronauten die op missie naar Mars gaan, zouden alleen al tijdens de reis naar de planeet en terug blootstaan aan minstens 60% van de maximale dosis straling die ze tijdens hun hele carrière zouden mogen opdoen. Dat blijkt uit gegevens van de Europees/Russische Trace Gas Orbiter (TGO) die tijdens het European Planetary Science Congress in Berlijn zijn gepresenteerd. De Trace Gas Orbiter is in april met zijn onderzoeksprogramma begonnen. Hoewel hij voornamelijk gegevens verzameld over de atmosfeer van Mars, meet hij al sinds zijn lancering in 2016 óók de straling in de ruimte. Onze aarde wordt door een sterk magnetisch veld en een dichte atmosfeer tegen deze kosmische straling, die uit snel bewegende deeltjes bestaat beschermd. In de ruimte heeft deze straling echter vrij spel en kan zij bij mensen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals stralingsziekte en kanker. De TGO heeft metingen gedaan in een periode dat onze zon niet erg actief was. Hierdoor was de kosmische intenser dan normaal. Een hogere zonneactiviteit kan de kosmische straling doen afbuigen, maar tegelijkertijd vormen ook grote uitbarstingen op de zon een gevaar voor astronauten. Hoe dan ook: de stralingsdoses die astronauten in de interplanetaire ruimte opdoen zijn honderden keren zo hoog als die op aarde en ook nog enkele keren zo hoog als in het internationale ruimtestation ISS. (EE)
Meer informatie:
ExoMars Highlights Radiation Risk for Mars Astronauts, and Watches as Dust Storm Subsides

   
18 september 2018 • Thuisplaneet van Mr. Spock ontdekt
Met de 50-centimeter DEFT-telescoop (Dharma Endowment Foundation Telescope) op Mount Lemmon in Arizona is een zogeheten superaarde ontdekt in een baan rond de zonachtige ster HD 26965, ook bekend als 40 Eridani A. De ster is net iets koeler en minder zwaar dan de zon, maar heeft ongeveer dezelfde leeftijd. Hij maakt deel uit van een drievoudig systeem, bevindt zich op 16 lichtjaar afstand en is zichtbaar met het blote oog. De nieuw ontdekte planeet, HD 26965b, is ongeveer twee maal zo groot als de aarde en draait eens in de 42 dagen rond de ster, in een baan die net binnen de 'bewoonbare zone' ligt. Het is de eerste superaarde die ontdekt is met de DEFT-telescoop - een relatief klein instrument dat uitsluitend gebruikt wordt voor het speuren naar exoplaneten. 40 Eri A is bij sciencefictionliefhebbers en 'trekkies' bekend als de moederster van Vulcan, de fictieve thuisplaneet van Mr. Spock uit de Star Trek-serie. De ster blijkt nu dus echt vergezeld te worden door een planeet, en de naam Vulcan (naar de Romeinse god Vulcanus) is zeer toepasselijk, gezien de hoge temperatuur op de planeet. De ontdekking van HD 26965b (of 40 Eri Ab) is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
"Star Trek" Planet Vulcan Found; Could Be Spock's Home World (origineel persbericht)

   
18 september 2018 • Waren er ooit drie Magelhaense Wolken?
Ons Melkwegstelsel wordt vergezeld door twee kleine satellietstelsel: de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk. Vanuit de Tropen en vanaf het zuidelijk halfrond zijn ze gemakkelijk met het blote oog zichtbaar. In een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society suggereren Australische astronomen nu dat er ooit een derde 'Magelhaense Wolk' is geweest. Dat stelsel zou drie à vijf miljard jaar geleden in botsing zijn gekomen en zijn versmolten met de Grote Magelhaense Wolk. De sterrenkundigen baseren hun (nog enigszins speculatieve) conclusie op computersimulaties van botsingen van sterrenstelsels en op waarnemingen van de sterren in de Grote Magelhaense Wolk. Een deel van de sterren in het satellietstelsel draait in de 'verkeerde' richting rond het centrum, tegen de bewegingsrichting van de meeste andere sterren in. Bovendien is al lange tijd bekend dat de sterren en sterrenhopen in de Grote Magelhaense Wolk óf heel oud zijn, óf juist heel jong - alsof er in het relatief recente verleden een nieuwe geboortegolf van sterren op gang is gekomen. Zowel de tegendraads roterende sterren als de opmerkelijke leeftijdsverdeling van de sterren is goed te verklaren door aan te nemen dat de Grote Magelhaense Wolk een paar miljard jaar geleden een ander satellietstelsel heeft opgeslokt. (GS)
Meer informatie:
Magellanic Clouds Duo May Have Been a Trio (origineel persbericht)

   
18 september 2018 • Nieuwe neutrino-detector ziet eerste deeltjessporen
Op het Europese deeltjeslaboratorium CERN in Genève zijn de eerste metingen verricht met het prototype van een nieuwe neutrinodetector. Neutrino's zijn mysterieuze elementaire deeltjes die vrijwel geen wisselwerking vertonen met gewone materie. Ze ontstaan onder andere in de zon en bij supernova-explosies, maar verreweg de meeste neutrino's in het heelal ontstonden bij de oerknal. ProtoDUNE is een gigantische kubusvormige tank, zo hoog als een huis van drie verdiepingen, gevuld met 800 ton vloeibare argon, bij een temperatuur van 185 graden onder nul. Wanneer een neutrino een zeldzame interactie aangaat met een argonkern, worden secundaire deeltjes gevormd die een 'spoor' achterlaten in de detector. Het exerpiment is gevoelig voor zowel gewone neutrino's als antineutrino's. De meetresultaten moeten natuurkundigen meer inzicht bieden in de vraag waarom er vlak na de oerknal net iets meer materie dan antimaterie is gevormd. Een tweede ProtoDUNE-detector wordt binnenkort in gebruik genomen. De twee prototypes zijn de voorlopers van het toekomstige Deep Underground Neutrino Experiment (DUNE) dat door het Amerikaanse Fermilab gebouwd gaat worden in een anderhalve kilometer duepe mijn in South Dakota. DUNE wordt 20 maal zo groot als ProtoDUNE en moet in 20s6 operationeel zijn. (GS)
Meer informatie:
First particle tracks seen in prototype for international neutrino experiment (origineel persbericht)

   
18 september 2018 • Eerste fase NOEMA-telescoop in Franse Alpen gereed
Op Plateau de Bure, op grote hoogte in de Franse Alpen, is de eerste bouwfase voltooid van een groot nieuw observatorium voor het waarnemen van millimeterstraling uit het heelal. NOEMA (NOrthern Extended Millimeter Array) is het krachtigste observatorium voor deze kortgolvige radiostraling op het noordelijk halfrond. Waarnemingen met het nieuwe instrument moeten onder andere meer inzicht opleveren in het ontstaan van de allereerste sterren, kort na de oerknal. NOEMA bestaat momenteel uit tien schotelantennes, elk met een middellijn van 15 meter. De antennes werken samen als één grote telescoop, dankzij de inzet van een supercomputer (de zogeheten correlator) die alle afzonderlijke metingen combineert. De NOEMA-schotels zijn verrijdbaar over rails: voor sommige waarnemingen moeten ze relatief dicht bij elkaar staan, voor andere juist op grote onderlinge afstanden. In de komende drie jaar worden nog twee schotels geplaatst, en wordt het railsysteem uitgebreid, zodat uiteindelijk de beelscherpte behaald kan worden van een denkbeeldige antenne met een middellijn van 1,7 kilometer. (GS)
Meer informatie:
Halfway mark for NOEMA (origineel persbericht)

   
18 september 2018 • Is Mercurius ontstaan uit gecondenseerde damp?
Een maand voor de geplande lancering van de Europees/Japanse ruimtemissie BepiColombo naar Mercurius werpen twee nieuwe onderzoeken een ander licht op de vorming van deze planeet en zijn eigenaardige chemische samenstelling. De resultaten worden vandaag door wetenschappers van de universiteit van Aix Marseille gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Berlijn. Mercurius is de minst onderzochte ‘aardse’ planeet van ons zonnestelsel, en ook nog eens een buitenbeentje. Hij is heel klein, heeft een hoge dichtheid en is ontstaan onder omstandigheden die met zich meebrachten dat hij veel minder geoxideerd materiaal bevat dan Venus, de aarde en Mars. De wetenschappers vermoeden nu dat Mercurius is opgebouwd uit ijzerrijke planetesimalen (planetaire ‘bouwstenen’) in het allerbinnenste deel van het zonnestelsel. Deze zouden hebben bestaan uit gerecycled materiaal dat voordien onder extreem hoge temperaturen was verdampt. Bovendien zouden bij de vorming van de planeet vrijwel geen planetesimalen van verder weg te pas zijn gekomen. Dat verklaart waarom hij zo weinig geoxideerd materiaal bevat. Verder komen de wetenschappers aan de hand van computersimulaties tot de conclusie dat de kenmerken van het zwaartekrachtveld van Mercurius, zoals gemeten door de Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER, nog het best verklaarbaar zijn als ook de mantel van de planeet veel ijzer bevat. Eerder onderzoek had al aangegeven dat Mercurius meer zwavel bevat dan er gemiddeld beschikbaar was in het jonge zonnestelsel. [Update: het oorspronkelijke persbericht bevatte enkele onjuistheden over de chemische samenstelling van Mercurius. Deze zijn in deze tekst gecorrigeerd.] (EE)
Meer informatie:
Early birth and strange chemistry: Mercury studies reveal an intriguing target for BepiColombo

   
18 september 2018 • Niet-frontale botsingen brachten veel water naar de aarde
Computersimulaties van de laatste stadia van de vorming van de aardse planeten van ons zonnestelsel laten zien dat grote protoplaneten veel water hebben verworven bij botsingen met kleinere soortgenoten. Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteiten van Wenen en Tübingen, die hun resultaten vandaag presenteren op het European Planetary Science Congress in Berlijn. Vierenhalf miljard jaar geleden verkeerde het centrale deel van ons zonnestelsel in chaos. Er zwierven hier een kleine honderd protoplaneten rond, in grootte variërend van de maan tot Mars. De exemplaren die binnen de huidige baan van Mars waren gevormd, bevatten geen water, omdat het zo dicht bij de zon te heet was om water te laten condenseren. Dat betekent dat het vele water op aarde afkomstig moet zijn van objecten die van verder weg kwamen. Maar hoe is dat water overgedragen? Om dat te onderzoeken hebben de wetenschappers een aantal verschillende inslagscenario’s nagebootst. Daarbij hebben ze vastgesteld dat de protoplaneten in veel gevallen niet ‘frontaal’ botsten. En dat blijkt een heel efficiënte manier te zijn om water over te dragen. Bij dat scenario raakt het kleinere hemellichaam namelijk zo’n beetje al zijn water kwijt, terwijl het grotere object min of meer ongeschonden blijft. Volgens de onderzoekers is het goed denkbaar dat de aarde het product is van een lange reeks van dit soort botsingen (EE)
Meer informatie:
Hit-and-run heist of water by terrestrial planets in the early Solar System

   
17 september 2018 • Nabije röntgenpulsar mogelijk omgeven door stofschijf
De nabije röntgenpulsar RX J0806.4-4123 wordt mogelijk omgeven door een kolossale roterende stofschijf. Dat schrijven astronomen vandaag in The Astrophysical Journal, op basis van infraroodwaarnemingen aan de pulsar die verricht zijn met de Hubble Space Telescope. Het is voor het eerst dat er 'uitgebreide' infrarood-emissie is gedetecteerd bij een pulsar. Pulsars (pulsating stars) zijn snel rondtollende neutronensterren - de kleine, supercompacte restanten van zware reuzensterre die hun leven beëindigd hebben in een catastrofale supernova-explosie. Zo'n neutronenster zendt bundels van straling en deeltjes het heelal in, die in sommige gevallen als vuurtorenbundels over de aarde zwiepen. In dat geval kan de neutronenster 'gezien' worden als een pulsar - meestal op radiogolflengten, in zichtbaar licht of in röntgenstraling. Dat RX J0806.4-4123 ook infraroodstraling uitzendt (afkomstig uit een gebied met een geschatte middellijn van zo'n 30 miljard kilometer) doet vermoeden dat de pulsar wordt omgeven door een platte, roterende schijf van relatief warm stof. Het zou kunnen gaan om materiaal van de geëxplodeerde ster dat weer terug is gevallen naar de neutronenster. Een andere mogelijke verklaring is dat de pulsar een 'wind' van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in blaast, die in wisselwerking treedt met omringend gas in het Melkwegstelsel, en daardoor infraroodstraling produceert. Zo'n pulsarwind is echter nooit eerder uitsluitend op infraroodgolflengten waargenomen. (GS)
Meer informatie:
Hubble Uncovers Never Before Seen Features Around a Neutron Star (origineel persbericht)

   
17 september 2018 • Bruine dwergen kunnen zwaarder zijn dan tot nu toe gedacht
Sterrenkundigen hebben de massa's bepaald van Epsilon Indi B en C, twee bruine dwergen die samen een baan beschrijven rond de 'gewone' ster Epsilon Indi A, op 12 lichtjaar afstand aan de zuidelijke sterrenhemel. De massa's konden afgeleid worden uit precisiemetingen aan de baanbeweging van de twee objecten. De bruine dwergen blijken respectievelijk 75 en 70 maal zo zwaar te zijn als de planeet Jupiter. Bruine dwergen zijn 'mislukte' sterren: ze hebben onvoldoende massa (en daardoor een te lage druk en temperatuur in het centrum) om spontane kernfusiereacties van waterstof in hun inwendige op gang te brengen. Ze zenden vooral infrarode straling (warmtestraling) uit, en slechts een klein beetje zichtbaar licht. Theoretische modellen voorspellen dat bruine dwergen niet zwaarder kunnen zijn dan ca. 70 Jupitermassa's. Boven die drempelwaarde komen er volgens de modellen wél spontane fusiereacties van waterstof op gang, en is er dus sprake van een 'echte' ster. Uit directe waarnemingen van de twee objecten blijkt overduidelijk dat het bruine dwergen zijn en geen gewone sterren, maar met name Epsilon Indi B blijkt significant zwaarder te zijn dan de theoretische grens van 70 Jupitermassa's. De nieuwe resultaten, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, doen vermoeden dat de bestaande modellen aanpassing behoeven. (GS)
Meer informatie:
When Is a Star Not a Star? (origineel persbericht)

   
17 september 2018 • NASA opent nieuwe jacht op exoplaneten
NASA heeft de eerste beelden gepresenteerd die gemaakt zijn door de Transiting Exoplanet Survey Satellite, beter bekend als TESS. Deze satelliet, die in een zeer langgerekte baan om de aarde draait, moet duizenden exoplaneten gaan opsporen – planeten buiten zonnestelsel. Als eerste is een strook van de zuidelijke sterrenhemel aan de beurt. De vier camera’s van TESS tasten de sterrenhemel strook voor strook af. Elke strook – het zijn er in totaal 26 – wordt gedurende 27 dagen met tussenpozen van twee minuten bekeken. Op die manier kunnen sterren worden ontdekt waarvan de helderheid regelmatig een beetje afneemt. Zulke ‘helderheidsdipjes’ zijn een aanwijzing dat er een of meer planeten om de ster cirkelen. De beelden die NASA nu heeft vrijgegeven zijn gemaakt op 7 augustus jl. Ze tonen het gebied tussen de sterrenbeelden Steenbok en Schilder. De meest opvallende objecten hier zijn de beide Magelhaense Wolken en de bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae. De vele opnamen die TESS maakt worden eens in de bijna twee weken naar de aarde gezonden. Dat gebeurt op de momenten dat de satelliet het dichtst bij onze planeet is. (EE)
Meer informatie:
NASA’s TESS Shares First Science Image in Hunt to Find New Worlds

   
17 september 2018 • Op Ceres ontstaan regelmatig nieuwe ijsvulkanen
Nieuw onderzoek laat zien dat het ijsvulkanisme op de dwergplaneet Ceres regelmatig opleeft. Maar de gevolgen ervan blijven beperkt en vallen na verloop van tijd nauwelijks meer op (Nature Astronomy, 17 september). IJsvulkanen braken geen gesmolten gesteente uit, zoals de vulkanen op aarde, maar vloeibare en gasvormige verbindingen zoals water, ammoniak of methaan. In het geval van Ceres gaat het waarschijnlijk om water dat rijk is aan zouten. Eenmaal aan de oppervlakte gekomen bevriest dit mengsel. De bekendste ijsvulkaan op Ceres is de ongeveer vier kilometer hoge Ahuna Mons. Het nieuwe onderzoek laat echter zien dat de dwergplaneet nog zeker enkele tientallen andere ijsvulkanen kent. Deze zijn echter niet meer zo gemakkelijk herkenbaar, doordat ze in de loop van de honderden miljoenen jaren geleidelijk zijn ingezakt. Door de vormen van de ijsvulkanen te vergelijken met de uitkomsten van modelberekeningen, hebben Amerikaanse wetenschappers schattingen kunnen maken van hun leeftijden. Daaruit wordt de conclusie getrokken dat zo eens in de 50 miljoen jaar een nieuwe ijsvulkaan ontstaat. Ceres is dus allesbehalve een geologisch ’dode’ wereld, waar – afgezien van inslagen – niets gebeurt. (EE)
Meer informatie:
Cryovolcanism Helped Shape Dwarf Planet Ceres

   
15 september 2018 • Raadsels rond FBI-evacuatie zonne-observatorium New Mexico
Een week nadat de Amerikaanse FBI het National Solar Observatory op Sacramento Peak in New Mexico onaangekondigd heeft geëvacueerd, is er nog steeds geen duidelijkheid over de precieze reden van deze 'veiligheidsoperatie', zoals de FBI-actie wordt omschreven. Ook een nabijgelegen postkantoor (in het dorpje Sunspot) werd op 6 september gesloten en geëvacueerd. De FBI doet geen enkele mededeling over de evacuatie-actie, en de plaatselijke sheriff heeft geen idee wat er aan de hand is. Vanzelfsprekend deden op internet al snel allerlei wilde theorieën de ronde over geheime militaire projecten en/of contacten met aliens, maar de ware toedracht blijft vooralsnog compleet onduidelijk. [Updates: Op 16 september meldde AURA (de Association of Universities for Research in Astronomy, de organisatie waaronder het zonne-observatorium valt) dat er sprake was van een 'criminele activiteit' op de sterrenwacht, zonder verdere details prijs te geven. Op 20 september werd bekend dat de ontruiming verband hield met dreigementen, geuit door een nachtwaker die was betrapt op het downloaden van kinderporno. Het zonne-observatorium is inmiddels weer geopend en de normale werkzaamheden zijn hervat.] (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op www.sciencemag.org

   
13 september 2018 • Hubble-ruimtetelescoop neemt grote clusters onder de loep
De Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA is begonnen aan een nieuwe zoektocht naar de vroegste sterrenstelsels in het heelal. Bij deze survey, BUFFALO geheten, zullen zes omvangrijke clusters van sterrenstelsels onder de loep worden genomen. De eerste waarnemingen tonen de cluster Abell 370 en een schare aan omringende sterrenstelsels, die door het zwaartekrachtlenseffect zijn uitvergroot. Kolossale clusters zoals Abell 370 spelen een belangrijke rol bij het opsporen van de verste sterrenstelsels. Dankzij hun immense massa’s fungeren zulke clusters als natuurlijke lenzen. De ruimte rond Abell 370 is zodanig gekromd dat het licht van verder weg staande objecten wordt afgebogen, vervormd en versterkt. Dit effect maakt zwakke, verre objecten waarneembaar voor Hubble. Een opvallend voorbeeld van zo’n vervormde afbeelding is de lange sliert in het midden van de foto, die ‘de Draak’ wordt genoemd. Dit langgerekte lichtspoor bestaat uit talrijke ‘kopieën’ van een ver spiraalstelsel. BUFFALO staat voor ‘Beyond Ultra-deep Frontier Fields And Legacy Observations’. De survey wordt geleid door astronomen van het Niels Bohr Instituut (Denemarken) en de Durham Universiteit (VK). Het hoofddoel is om te onderzoeken hoe en wanneer de zwaarste en helderste sterrenstelsels in het heelal zijn ontstaan, en hoe de vorming van de eerste sterrenstelsels is beïnvloed door de verdeling van de donkere materie in het heelal. (EE)
Meer informatie:
BUFFALO charges towards the earliest galaxies

   
13 september 2018 • Eigenschappen van planetoïde gemeten met radiotelescopen
Een internationaal onderzoeksteam heeft een bijzondere waarneming gedaan. De astronomen hebben gemeten hoe de radiogolven van een ver sterrenstelsel veranderen wanneer een planetoïde van ons eigen zonnestelsel er voorlangs schuift. Op die manier konden onder meer de grootte en de vorm van de planetoïde worden vastgesteld. Toen de planetoïde voor het sterrenstelsel langs trok, werden de radiogolven van het stelsel die vlak langs de rand van het object gingen een beetje afgebogen – een verschijnsel dat diffractie of straalbuiging wordt genoemd. Door de onderlinge interacties tussen deze golven, ontstaat een cirkelvormig patroon van heldere en donkere cirkels. Dit diffractiepatroon bevat informatie over de veroorzaker ervan – de planetoïde dus. De planetoïde in kwestie, Palma geheten, maakt deel uit van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Hij is in 1893 ontdekt en maakt in 5,59 jaar een rondje om de zon. Op 15 mei 2017 schoof Palma precies voor het sterrenstelsel 0141+268 langs. De ‘radioverduistering’ die hij daarbij veroorzaakte was alleen waarneembaar vanuit een smalle strook op aarde. En toevallig bevondt zich een radiotelescoop in die strook: het VLBA-station bij Brewster, in de staat Washington (VS). In combinatie met gegevens van enkele andere VLBA-stations leverde dat informatie op over de kenmerken van de planetoïde. Het rotsachtige object blijkt 192 kilometer groot te zijn. Maar anders dan de meeste andere planetoïden van deze omvang is hij bepaald niet cirkelvormig: hij lijkt meer afgeplat te zijn. (EE)
Meer informatie:
VLBA Measures Asteroid’s Characteristics

   
13 september 2018 • Posities van hemellichamen zijn nu nóg nauwkeuriger meetbaar
De hemel krijgt een nieuw referentiekader. Op 30 augustus heeft de Internationale Astronomische Unie, tijdens haar algemene vergadering in Wenen, het International Celestial Reference Frame 3 (ICRF-3) aangenomen. Vanaf 1 januari 2019 geldt dit referentiekader overal ter wereld. Het dient onder meer voor de oriëntatie van GPS-systemen en de navigatie van ruimtesondes. Voor elke vorm van positionering en navigatie op aarde of in de ruimte zijn referentiekaders nodig. Net als de lengtegraden en breedtegraden op het aardoppervlak, kan de hemel worden bedekt met een coördinatennet. Dit referentiekader zorgt voor een nauwkeurige positionering van hemelobjecten ten opzichte van de aarde. Voor het opzetten van dit coördinatennet zijn vaste ‘ankerpunten’ nodig: voor de aarde zijn dat een stuk of vijftig radiotelescopen, en voor de hemel 4536 zogeheten quasars – de extreem heldere kernen van verre sterrenstelsels. Quasars zenden permanent radiostraling uit die met de radiotelescopen op aarde kan worden gedetecteerd. Omdat de quasars extreem ver van de aarde verwijderd zijn (ruwweg 100 miljoen tot 10 miljard lichtjaar) kunnen ze als stilstaande objecten worden beschouwd. De afgelopen veertig jaar hebben de radiotelescopen, die verspreid over alle continenten staan, de posities van de 4536 quasars met behulp van Very Long Baseline Interferometry (VLBI) gemeten. Daarbij is voor het eerst ook rekening gehouden met de rotatie van onze eigen Melkweg. Het vorige referentiekader (ICRF-2) werd in 2010 gepubliceerd. In vergelijking daarmee verbetert het nieuwe systeem de precisie met gemiddeld een factor 1,5. Dat betekent dat de positie van hemelobjecten nu kan worden bepaald met een nauwkeurigheid van een honderdmiljoenste graad. Dat is vergelijkbaar met de schijnbare grootte van een tennisbal die op de maan ligt. Niet alleen plaatsbepalingssystemen zoals GPS of de Europese tegenhanger Galileo maken gebruik van het referentiekader aan de hemel, ook metingen van veranderingen op het aardoppervlak – zoals de bewegingen van tektonische platen, vulkaanuitbarstingen, veranderingen in de zeespiegel, aardbevingen of veranderingen in de ruimtelijke positie van de aarde – zijn ervan afhankelijk. (EE)
Meer informatie:
A new frame for the sky

   
13 september 2018 • Zon is 2000 lichtjaar dichter bij galactisch centrum ontstaan
Een internationaal team van wetenschappers heeft een manier ontwikkeld om de geboorteplaatsen van de sterren in onze Melkweg te achterhalen. Een van de resultaten is dat de pas gevormde zon zich 2000 lichtjaar dichter bij het galactisch centrum bevond dan nu (ca. 25.000 lichtjaar). Om de migratiegeschiedenis van sterren te kunnen reconstrueren, hebben de wetenschappers een methode bedacht die gebruik maakt van de leeftijden en chemische samenstellingen van sterren. De methode berust op het gegeven dat de stervorming in een galactische schijf zich geleidelijk naar buiten verplaatst, waardoor opeenvolgende generaties van sterren chemische verschillen gaan vertonen. Concreet betekent dit dat als de leeftijd en bijvoorbeeld het ijzergehalte van een ster heel nauwkeurig bekend zijn, direct een schatting kan worden gemaakt van zijn positie in de galactische schijf ten tijde van zijn ontstaan. Toegepast op 600 sterren in de naaste omgeving van onze zon heeft de methode uitgewezen dat deze sterren zo’n beetje van overal in de galactische schijf afkomstig zijn. En hoe ouder de ster, des te dichter lag zijn ontstaansplek bij het galactische centrum. (EE)
Meer informatie:
Uncovering the Birthplaces of Stars in the Milky Way

   
12 september 2018 • Grootste ‘stuurbare’ radioschotel ter wereld krijgt een upgrade
De National Science Foundation heeft een bedrag van 1,3 miljoen dollar toegezegd voor een upgrade van de Green Bank Telescope (GBT) in West Virginia – de grootste volledig stuurbare radiotelescoop ter wereld. De radioschotel zal worden uitgerust met een lasersysteem dat de GBT in staat stelt om hemelobjecten ook overdag waar te nemen op millimeter-golflengten. Op dit moment kan de GBT dit soort waarnemingen alleen ’s nachts doen. Dat komt doordat de radioschotel door de zonnewarmte overdag net te veel, en ook te ongelijkmatig, vervormt om nauwkeurige waarnemingen in het millimeter-gebied te kunnen doen. Zulke waarnemingen geven inzicht in de chemische samenstelling van gaswolken, sterren en sterrenstelsels. Het nieuwe lasersysteem zal de vervorming van de schotelantenne nauwkeurig meten, zodat de aluminium panelen waaruit deze bestaat automatisch tijdens de waarnemingen kunnen worden bijgesteld. Een vergelijkbaar systeem wordt ook bij de grootste optische telescopen gebruikt. Het bouwen en testen van het nieuwe lasersysteem zal naar verwachting drie jaar gaan duren. (EE)
Meer informatie:
GBT Upgrade to Sharpen Telescope’s Vision

   
12 september 2018 • Braziliaanse amateurastronoom ontdekt een gemiste supernova
Een Braziliaanse amateurastronoom heeft bij toeval ontdekt dat er in een sterrenstelsel op 50 miljoen lichtjaar van de aarde 14 jaar geleden een supernova-explosie heeft plaatsgevonden. De supernova is destijds wel gefotografeerd, maar bleef toen onopgemerkt. Het overgrote deel van de ongeveer 50.000 supernova-explosies die tot nu toe zijn waargenomen, is ontdekt in het kader van grote, systematische zoekprogramma’s. Maar zo af en toe glipt er wel eens eentje door de mazen van het net. Zo ook de supernova die in 2004 plaatsvond in het sterrenstelsel NGC 1892. Dat deze kolossale sterexplosie alsnog is opgemerkt, is te danken aan Jorge Stockler de Moraes, die dit stelsel in januari 2017 fotografeerde met zijn 30-cm telescoop. Toen hij zijn opname naast die van een professionele opname uit 2004 legde, ontdekte hij dat op deze laatste een heldere ster te zien was, die op de nieuwe foto ontbrak. Stockler de Moraes schakelde de hulp in van professionele astronomen, die op zoek zijn gegaan naar meer beeldmateriaal. Uit dat onderzoek bleek dat de ster alleen te zien was op de foto die de Braziliaanse amateurastronoom als eerste naast de zijne had gelegd. Daarmee staat zo goed als vast dat het een supernova moet zijn geweest. (EE)
Meer informatie:
Surprise Discovery of a 14-Year-Old Supernova

   
12 september 2018 • Magnetische velden veroorzaken chaos in stervormingsgebieden
Nieuw onderzoek onder leiding van Stella Offner van de universiteit van Texas in Austin wijst erop dat magnetische golven een belangrijke rol spelen bij de vorming van nieuwe sterren. Haar berekeningen laten zien dat deze golven een veel groter bereik hebben dan tot nu toe werd aangenomen (Nature Astronomy, 11 september). Offner heeft een supercomputer gebruikt om modellen te maken van de vele processen die zich afspelen in grote wolken van gas waarin zich sterren aan het vormen zijn. In deze wolken spelen zich allerlei verschillende fysische processen tegelijk af, zoals zwaartekracht, turbulentie, en straling en winden van reeds gevormde sterren. De vraag die zij wilde beantwoorden is waarom de waargenomen bewegingen in zo’n gaswolk zo hevig zijn. Volgens sommige astronomen is dat vanwege de gravitationele collaps – het ‘in elkaar storten’ van de gaswolk onder zijn eigen zwaartekracht. Anderen zoeken de oorzaak bij turbulenties en sterrenwinden. De computermodellen lieten iets onverwachts zien: de energie die vrijkomt bij de interacties tussen sterrenwinden en het magnetische veld van de gaswolk heeft een veel grotere uitwerking dan tot nu toe werd aangenomen. De magnetische velden fungeren als elastieken die zich over de hele wolk uitstrekken, en de sterrenwinden als vingers die de elastieken ‘bespelen’. Op deze manier ontstaan golven die zich sneller verplaatsen dan de sterrenwind en op grote afstanden bewegingen veroorzaken. Op die manier oefenen pas gevormde sterren een sterkere invloed uit op hun omgeving dan gedacht. Als volgend stap wil Offner onderzoeken of dit proces zich beperkt tot gaswolken of dat het ook van invloed is op veel grotere structuren, zoals complete sterrenstelsels. (EE)
Meer informatie:
Magnetic Waves Create Chaos in Star-Forming Clouds