19 september 2017 • Regulus tolt zo snel rond dat hij bijna uiteenvalt
Regulus, de helderste ster in het Dierenriemsterrenbeeld Leeuw, vliegt bijna uit elkaar als gevolg van zijn snelle rotatie. Dat blijkt uit metingen aan het licht van de hete, blauwwitte ster. Regulus is een paar keer zo groot als de zon en heeft een oppervlaktetemperatuur van ca. 12.000 graden. De ster staat op 79 lichtjaar afstand en is gemakkelijk met het blote oog te zien. Er was al bekend dat Regulus in slechts 15,9 uur om zijn as draait; als gevolg daarvan is de ster sterk afgeplat. Ruim vijftig jaar geleden voorspelde de Indiase astronoom Subrahmanyan Chandrasekhar dat het licht van snel roterende sterren deels gepolariseerd moet zijn, vergelijkbaar met zonlicht dat door een wateroppervlak wordt weerkaatst. Die polarisatie is nu voor het eerst gemeten met behulp van een zeer gevoelig instrument op de Anglo-Australian Telescope op de Siding Spring-sterrenwacht in New South Wales, Australië. Uit de metingen, die gepubliceerd zijn in Nature Astronomy, volgt dat de rotatiesnelheid van het steroppervlak aan de evenaar van Regulus ca. 320 kilometer per seconde bedraagt. Als de ster nog een paar procent sneller zou roteren, zou hij onder invloed van de middelpuntvliedende kracht uiteen vallen. (GS)
Meer informatie:
Secrets of the Bright Star Regulus Revealed (origineel persbericht)

   
19 september 2017 • Vooral grote exoplaneten hebben detecteerbare atmosfeer
Niet de massa maar de grootte van een exoplaneet lijkt te bepalen of hij een detecteerbare atmosfeer heeft. Astronomen bestudeerden bestaande Hubble-waarnemingen van dertig exoplaneten, waarvan we de baan van opzij zien, zodat ze eens per omloop voor hun moederster langs bewegen. Bij zestien van de dertig planeten werd een dikke, waterdamprijke atmosfeer aangetroffen. In alle gevallen ging het om planeten met grote afmetingen; de massa van een exoplaneet lijkt minder invloed te hebben op de evolutie van een atmosfeer. Vrijwel alle atmosferen bevatten ook wolken; slechts in twee gevallen (de twee heetste exoplaneten) lijkt er sprake te zijn van een heldere hemel, althans op relatief grote hoogte. Wel bevatten die twee atmosferen - naast waterdamp - titaniumoxide en vanadiumoxide. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2017 in Riga, Estland. (GS)
Meer informatie:
Size matters in the detection of exoplanet atmospheres (origineel persbericht)

   
18 september 2017 • Nieuw model verklaart asymmetrie van nova in Schorpioen
Sterrenkundigen hebben een verklaring gevonden voor de ogenschijnlijk asymmetrische explosie (in 2014) van de ster V745 Scorpii, op ca. 25.000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schorpioen. De ster vertoonde ook in 1937 en 1989 explosies, maar de meest recente nova-uitbarsting is veel gedetailleerder waargenomen. Twee weken na de explosie zijn waarnemingen verricht met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory, en die röntgenmetingen lieten een zeer asymmetrische explosie zien, waarbij het meeste stermateriaal in de richting van de aarde beweegt. In Monthly Notices of the Royal Astronomical Society publiceren astronomen hier nu een verklaring voor. V745 Scorpii is een nauwe dubbelster, waarin gas van een rode reuzenster op het oppervlak van een begeleidende witte dwerg terechtkomt. Als de druk en de temperatuur in dat gas voldoende toenemen, ontstaat een spontane thermonucleaire explosie, waarbij een groot deel van het materiaal de ruimte in wordt geblazen. Het idee is nu dat zich rond de dubbelster een dikke, roterende schijf van koeler materiaal bevindt - de sterrenwind van de rode reus, die door de baanbeweging van de dubbelster in een equatoriale schijf terecht is gekomen. Bij de nova-explosie wordt in alle richtingen gas de ruimte in geblazen, maar de röntgenstraling van het materiaal dat van ons af beweegt wordt volgens het nieuwe model geabsorbeerd door deze koelere gasschijf. Op die manier onstaat de waargenomen asymmetrie. Tijdens de nova-explosie van 2014 kwam volgens de onderzoekers evenveel energie vrij als bij de ontploffing van 10 triljoen waterstofbommen, en werd een hoeveelheid gas de ruimte in geblazen met een totale massa van 10 procent van die van de aarde. In de toekomst zal de witte dwerg in het dubbelstersysteem vermoedelijk een keer volledig detoneren als supernova. (GS)
Meer informatie:
V745 Sco: Two Stars, Three Dimensions, and Oodles of Energy (origineel persbericht)

   
18 september 2017 • Zeer nauw dubbel superzwaar zwart gat ontdekt
De kern van het sterrenstelsel NGC 7674, op 400 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, herbergt niet één superzwaar zwart gat (zoals de meeste sterrenstelsels), maar twee van die kosmische monsters. Dat blijkt uit nieuwe metingen die verricht zijn met een netwerk van radiotelescopen verspreid over de hele wereld. De twee zwarte gaten hebben een gezamenlijke massa van 40 miljoen zonsmassa's. Hun onderlinge afstand bedraagt minder dan één lichtjaar; ze draaien eens in de ca. honderdduizend jaar om elkaar heen. De ontdekking bevestigt de theorie dat er bij de botsing en versmelting van sterrenstelsels dubbele superzware zwarte gaten kunnen ontstaan met een kleine onderlinge afstand. Sterrenkundigen hopen in de toekomst zeer laagfrequente zwaartekrachtgolven op te kunnen vangen van dubbele superzware zwarte gaten die op nog veel kleinere onderlinge afstand staan. De nieuwe resultaten zijn op 18 september gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
When Radio Galaxies Collide, Supermassive Black Holes Form Tight Pairs (origineel persbericht)

   
18 september 2017 • Meteorietkraters Estland gedateerd
Twee merkwaardige, relatief kleine kraters in Estland zijn geïdentificeerd als inslagkraters. De kraters (nabij het plaatsje Ilumetsa) ontstonden ruim 7000 jaar geleden, vermoedelijk bij de inslag van een in tweeën gebroken grote steenmeteoriet. De grootste van de twee is 80 meter in middellijn en ca. 12,5 meter diep. De oorsprong van de twee kraters was lange tijd onbekend - meteorietfragmenten zijn nooit gevonden. In de omgeving hebben onderzoekers nu echter fossiele restjes verkoold materiaal aangetroffen, klaarblijkelijk afkomstig van bomen die bij de inslag zijn verbrand. Koolstofdatering heeft uitgewezen dat beide kraters tussen de 7000 en 7170 jaar oud zijn, en dus tegelijkertijd zijn ontstaan. Op de (ondiepe) bodem van de Finse Golf is ook onderzoek gedaan aan de veel grotere en oudere Neugrund-krater, die pas in 1995 werd ontdekt. De krater heeft een middellijn van 20 kilometer. Op basis van nieuwe metingen concluderen geologen nu dat de krater ontstond bij de inslag van een ca. 1 kilometer grote planetoïde. De leeftijd van deze krater bedraagt ca. 535 miljoen jaar. De resultaten van het onderzoek aan de Ilumetsa-kraters en de Neugrund-krater worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2017 in Riga, Letland. (GS)
Meer informatie:
Studies of ‘Crater Capital' in the Baltics show impactful history (origineel persbericht)

   
18 september 2017 • Onderzoek aardes stofhozen ook van belang voor Mars
Tijdens een aardse stofhoos (dust devil) blijft ongeveer tweederde van de kleine stofdeeltjes langere tijd in de atmosfeer zweven. Die deeltjes kunnen zich over een groot deel van het aardoppervlak verspreiden. Dat is een van de opmerkelijke conclusies van een onderzoek aan stofhozen in de woestijn van Marokko. De resultaten worden vandaag gepresenteerd tijdens het European Planetary Science Congress 2017 in Riga, Letland. Een team onder leiding van Jan Raack van de Open University in Milton Keynes, Verenigd Koninkrijk, voerde de metingen uit met behulp van lange staven die verticaal in een naderende stofhoos werden geplaatst. De staven waren beplakt met kleeftape, waardoor de stofdeeltjes erop bleven plakken. Zo konden later metingen gedaan worden aan de samenstelling van de stofdeeltjes, en aan de grootteverdeling als functie van de hoogte boven de grond. De metingen zijn ook van belang voor een beter begrip van soortgelijke stofhozen op Mars. Naar schatting is de helft van al het stof in de Marsdampkring afkomstig van stofhozen. (GS)
Meer informatie:
Devilish source of dust in atmosphere of Earth and Mars (origineel persbericht)

   
15 september 2017 • Ruimtesonde Cassini is vergaan in atmosfeer Saturnus
Om 13.55 uur Nederlandse tijd heeft NASA het laatste ‘levensteken’ ontvangen van Cassini. Geheel volgens plan is de ruimtesonde de atmosfeer van de planeet Saturnus ingedoken en kort daarna volledig verdampt. Dat betekende het definitieve einde van een succesvolle onderzoeksmissie die bijna twintig jaar geleden van start ging. Cassini werd, samen met de Europese landingsmodule Huygens, gelanceerd op 15 oktober 1997. Na een reis van 6 jaar en 261 dagen kwam hij op 1 juli 2004 op zijn bestemming aan. Vanaf dat moment heeft hij Saturnus en diens ringen en manen ononderbroken onderzocht. De ruimtesonde heeft tot het laatst toe goed gefunctioneerd. Tot het bittere einde heeft hij meetgegevens over Saturnus naar de aarde overgeseind. En gisteravond nog heeft hij – bij wijze van afscheid – een serie opnamen gemaakt die samen een mozaïek van Saturnus en zijn ringen vormen. (EE)
Meer informatie:
NASA’s Cassini Spacecraft Ends Its Historic Exploration of Saturn

   
14 september 2017 • Bewolking Venus: een verschil van dag en nacht
De wind- en wolkenpatronen aan de nachtzijde van de planeet Venus zijn verrassend chaotisch en vertonen grote verschillen met die aan de dagzijde. Dat blijkt uit onderzoek door de Europese ruimtesonde Venus Express. De atmosfeer van Venus wordt gedomineerd door krachtige winden die veel sneller om de planeet razen dan dat Venus zelf om haar as wentelt. Dit verschijnsel, dat ‘super-rotatie’ wordt genoemd, kan worden gevolgd door naar de wolkenpatronen in de Venusatmosfeer te kijken, en dan met name naar die op grote hoogte, waar de hoogste snelheden worden bereikt. De hoge wolken zijn goed waarneembaar aan de dagzijde van Venus, met name op ultraviolette golflengten. Over de atmosferische omstandigheden aan de nachtzijde was echter nog maar weinig bekend. Dankzij een van de instrumenten van Venus Express, waarmee gelijktijdig honderden opnamen op verschillende infraroodgolflengten kunnen worden gemaakt, is daar nu verandering in gekomen. De nieuwe beelden laten zien dat de super-rotatie aan de nachtzijde veel chaotischer van karakter is. Dat is opmerkelijk, omdat modelberekeningen van de Venusatmosfeer voorspelden dat de super-rotatie aan de nachtzijde simpelweg een voortzetting zou zijn van die aan de dagzijde. De hoge wolken aan de nachtkant van Venus laten echter heel andere vormen zien dan die elders: ze zijn vlekkeriger en draderiger. En sommige ervan zijn stationair: ze bewegen niet mee met de atmosfeer. Dat laatste effect wordt toegeschreven aan zogeheten zwaartegolven – op en neer gaande golfbewegingen die ontstaan wanneer lucht over bergen stroomt. Dat betekent dat de nachtwolken onder invloed staan van de topografie van Venus. Hetzelfde verschijnsel treedt overigens ook op aan de dagzijde van de planeet. Het vreemde is echter dat het zuidelijk halfrond van Venus, waarboven de wolken zijn waargenomen, weinig hoogteverschillen vertoont. En nog merkwaardiger is dat op geringere hoogten géén stationaire golven te zien zijn. De wetenschappers die de beelden hebben geanalyseerd hebben hier nog geen verklaring voor. (EE)
Meer informatie:
Venus' Mysterious Night Side Revealed

   
14 september 2017 • Ziedend hete exoplaneet is pikzwart
Astronomen hebben ontdekt dat de dagzijde van de inmiddels vrij bekende exoplaneet WASP-12b bijna geen licht weerkaatst. Anders gezegd: de planeet is pikzwart. Dat blijkt uit metingen van de Hubble-ruimtetelescoop die zijn gedaan toen de planeet achter zijn ster langs schoof. De metingen laten zien dat de planeet hooguit 6,4 procent van het ontvangen licht weerkaatst. Daarmee is hij zo donker als vers asfalt. WASP-12b is bijna twee keer zo groot als de planeet Jupiter en draait in iets meer dan een dag om zijn moederster. Uit die korte omlooptijd kun je afleiden dat de afstand tot die ster klein is – zo klein dat de temperatuur aan zijn dagzijde oploopt tot maar liefst 2600 graden Celsius. Deze hoge temperatuur is ook de meest waarschijnlijke verklaring voor het geringe lichtweerkaatsende vermogen. Aan de dagzijde loopt de temperatuur zo hoog op, dat de meeste moleculen daar niet tegen bestand zijn. Hierdoor kunnen zich ook geen wolken vormen die licht zouden kunnen weerkaatsen. In plaats daarvan dringt binnenkomend licht diep de atmosfeer binnen, om vervolgens door waterstofatomen te worden geabsorbeerd en in warmte-energie te worden omgezet. De nachtkant van de planeet is overigens een ander verhaal. Daar is de temperatuur ruim duizend graden lager, en kan zich waterdamp en bewolking vormen. Die kant weerkaatst mogelijk dus meer licht, maar is permanent van zijn ster afgekeerd. (EE)
Meer informatie:
Hubble Captures a Blistering Pitch-Black Planet

   
14 september 2017 • Nieuwe aanwijzingen gevonden voor ondergronds ijs op Vesta
Nieuw onderzoek, gebaseerd op gegevens van de ruimtesonde Dawn, wijst erop dat er onder het oppervlak van de grote planetoïde Vesta ijs ligt. Het oppervlak van Vesta is een lappendeken van ruwere en gladdere terreinen. Aangenomen werd dat deze variatie voornamelijk het gevolg was van inslagen op Vesta. Maar het nieuwe onderzoek laat zien dat ook ondergronds ijs daarbij een rol kan hebben gespeeld. De gegevens laten namelijk zien dat de grote gladde terreinen vaak hoge concentraties waterstof vertonen. Dit gas duikt vaak op waar watermoleculen worden afgebroken door de straling van de zon. Volgens de onderzoekers zou smeltend ondergronds ijs medeverantwoordelijk kunnen zijn voor de vorming van de egale vlakten. Deze zouden zijn ontstaan op plaatsen waar ijs na een inslag aan de oppervlakte kwam te liggen en smolt. Met een middellijn van 530 kilometer is Vesta het op één na grootste object van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Alleen dwergplaneet Ceres is groter. Dawn heeft de planetoïde in 2011 en 2012 van dichtbij onderzocht. (EE)
Meer informatie:
Giant Asteroid Vesta May Have Buried Ice

   
13 september 2017 • Marskorst lijkt poreuzer dan werd aangenomen
Een team van NASA-wetenschappers, onder leiding van de Nederlander Sander Goossens, heeft aanwijzingen gevonden dat de korst van de planeet Mars een lagere dichtheid heeft dan tot nu toe werd aangenomen. Dat impliceert dat de korstdikte van plaats tot plaats minder verschilt dan gedacht. De onderzoekers baseren hun conclusie op een nieuwe analyse van gegevens van het zwaartekrachtsveld van Mars, die met Marsorbiters zijn verkregen. Volgens hun berekeningen bedraagt de gemiddelde dichtheid van de Marskorst 2600 kilogram per kubieke meter, wat ongeveer overeenkomt met de dichtheid van de maankorst. Tot nu werd aangenomen dat de dichtheid van de Marskorst dicht bij die van de oceanische korst van de aarde – 2900 kilogram per kubieke meter – zou liggen. Die lagere waarde betekent waarschijnlijk dat op z’n minst delen van de Marskorst relatief poreus zijn. Het is echter ook denkbaar dat de minerale samenstelling van de korst van plaats tot plaats verschilt of dat de korst op de ene plek dunner is dan op de andere. (EE)
Meer informatie:
New Gravity Map Suggests Mars Has a Porous Crust

   
13 september 2017 • Overal op de maan is water te vinden – een beetje dan
Wetenschappers van Brown University hebben de verdeling van het (zeer weinige) water in het bovenste laagje van de maanbodem in kaart gebracht. De resultaten, gebaseerd op gegevens van de Indiase maansonde Chandrayaan-1, laten zien dat er bijna overal op de maan, dus niet alleen rond de polen, wel een beetje water te vinden is (Science Advances, 13 september). Zelfs in de poolgebieden bereikt de waterconcentratie overigens nergens waarden van meer dan 750 ppm (delen per miljoen) oftewel ruwweg een promille. Dat is minder dan in het zand van de droogste woestijnen op aarde. Maar voor toekomstige bemande maanmissies is het wellicht beter dan niets. De verdeling van het water is, afgezien van de verschillen tussen evenaar en polen, heel gelijkmatig. Volgens de onderzoekers is dat in overeenstemming met het vermoeden dat bescheiden watervoorraad te danken is aan de zon. Het maanoppervlak wordt voortdurend gebombardeerd met zonnewind, en de daarin aanwezige protonen kunnen zich binden aan zuurstofatomen in mineralen op de maan. De enige uitzonderingen op deze regel zijn enkele ‘oases’ die zijn aangetroffen in vulkanische afzettingen nabij de evenaar van de maan. Dát water is waarschijnlijk afkomstig uit het maaninwendige. Opvallend is ook dat de waterconcentratie in de loop van de maan-dag flinke variaties vertoont. ’s Ochtends en ’s avonds is de maan ongeveer 200 ppm natter dan rond het middaguur. Door welk mechanisme deze fluctuaties worden veroorzaakt is nog onduidelijk: de maan heeft immers geen atmosfeer waarin zich een ‘waterkringloop’ zou kunnen afspelen. (EE)
Meer informatie:
Researchers create first global map of water in Moon’s soil

   
13 september 2017 • Voor het eerst titaniumoxide waargenomen in atmosfeer exoplaneet
Astronomen hebben, met behulp van de Europese Very Large Telescope, voor het eerst titaniumoxide gedetecteerd in de atmosfeer van een exoplaneet. De ontdekking is gedaan bij de hete Jupiterachtige planeet WASP-19b en levert unieke informatie op over de chemische samenstelling en de temperatuur- en luchtdrukstructuur van diens atmosfeer (Nature, 13 september). WASP-19b heeft ongeveer dezelfde massa als Jupiter, maar bevindt zich dermate dicht bij zijn moederster dat zijn omlooptijd slechts 19 uur bedraagt en zijn atmosfeer een geschatte temperatuur heeft van ongeveer 2000 graden Celsius. Wanneer WASP-19b voor zijn moederster langs schuift, schijnt een deel van het sterlicht door de planeetatmosfeer heen, waarbij deze laatste subtiele ‘vingerafdrukken’ achterlaat in het licht dat de aarde uiteindelijk bereikt. Uit een analyse van dat licht blijkt dat de atmosfeer van WASP-19b behalve kleine hoeveelheden titaniumoxide ook water en sporen van natrium bevat. Ook is een planeetomvattende ‘mist’ waargenomen.Bekend was al dat de atmosferen van koele sterren titaniumoxide bevatten. Ook bestond het vermoeden dat dit molecuul te vinden zou zijn in de atmosferen van hete planeten zoals WASP-19b. Dat vermoeden is nu dus bevestigd. Titaniumoxide fungeert als ‘warmteopnemer’: het voorkomt dat er warmte de planeetatmosfeer binnenkomt of verlaat. Hierdoor ontstaat een thermische inversie: de temperatuur in de hoge atmosfeer is hoger dan in lager gelegen delen, terwijl dat normaal gesproken andersom is. Ozon speelt een vergelijkbare rol in de atmosfeer van onze eigen planeet, waar dit gas een inversie in de stratosfeer veroorzaakt. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
12 september 2017 • New Horizons tijdelijk uit winterslaap gewekt
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die in de zomer van 2015 langs de dwergplaneet Pluto vloog en nu op weg is naar een ontmoeting met een kleine ijsdwerg in de buitendelen van het zonnestelsel, is op 11 september met succes uit zijn tijdelijke winterslaap gewekt. De komende dagen en weken worden de wetenschappelijke instrumenten van New Horizons aan een uitgebreide check onderworpen, en worden er waarnemingen verricht aan verschillende ijsdwergen - relatief kleine bevroren hemellichamen die buiten de baan van de verre planeet Neptunus rond de zon cirkelen. Op 9 december voert New Horizons een laatste koerscorrectie uit, ter voorbereiding op de scheervlucht langs ijsdwerg 2014 MU69 op 1 januari 2019. Metingen vanaf de aarde hebben uitgewezen dat MU69 mogelijk uit twee delen bestaat. Van 22 december 2017 tot 4 juni 2018 zal New Horizons dan opnieuw in winterslaap worden gebracht. De ruimtesonde werd in januari 2006 gelanceerd en bevindt zich momenteel op 5,8 miljard kilometer afstand van de aarde. Radiosignalen doen er bijna vijfenhalf uur over om die afstand te overbruggen. (GS)
Meer informatie:
Hibernation Over, New Horizons Continues Its Kuiper Belt Cruise (origineel persbericht)

   
12 september 2017 • Geen zwaar zwart gat in kern van bolhoop Terzan 5
De grote bolvormige sterrenhoop Terzan 5, op 19.000 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Boogschuitter, herbergt geen superzwaar zwart gat in het centrum. Dat blijkt uit een onderzoek aan de bewegingen van 36 pulsars in de bolhoop, opgemeten met de 100-meter Green Bank Telescope in West Viriginia. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Bolvormige sterrenhopen zijn grote verzamelingen van voornamelijk oude sterren. Sommige van die bolhopen zijn mogelijk de restanten van kleine dwergsterrenstelsels die lang geleden zijn ingevangen door ons eigen Melkwegstelsel. In dat geval zou je verwachten dat ze - net als dwergsterrenstelsels - een zwaar zwart gat in hun centrum hebben. De eventuele aanwezigheid van zo'n superzwaar zwart gat (van misschien wel een paar miljoen zonsmassa's) kan afgeleid worden uit de bewegingen van individuele sterren. In het geval van Terzan 5 zijn die metingen echter moeilijk uit te voeren aan 'gewone' sterren (voornamelijk dankzij absorberend stof in het Melkwegstelsel). Met een radiotelescoop zijn wel de bewegingen van afzonderlijke pulsars nauwkeurig op te meten. Terzan 5 bevat enkele tientallen van die snel roterende, compacte neutronensterren die met de regelmaat van de klok korte pulsjes van radiostraling uitzenden. Uit de gemeten bewegingen van de pulsars blijkt nu dat de bolhoop geen superzwaar zwart gat herbergt. De aanwezigheid van een 'middelzwaar' zwart gat (hooguit een paar duizend keer de massa van de zon) kan nog niet volledig worden uitgesloten. De nieuwe resultaten doen in elk geval vermoeden dat Terzan 5 een 'echte' bolvormige sterrenhoop is, die als zodanig is ontstaan, en dus niet een dwergsterrenstelsel dat door de Melkweg is ingevangen. (GS)
Meer informatie:
Pulsar Jackpot Reveals Globular Cluster's Inner Structure (origineel persbericht)

   
11 september 2017 • Cassini vliegt voor de laatste keer langs Saturnusmaan Titan
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini vloog op 11 september 2017 om 21.04 uur Nederlandse tijd voor het laatst op vrij kleine afstand langs de grote Saturnusmaan Titan. Tijdens deze passage, op een hoogte van 119.049 kilometer boven het oppervlak van Titan, werd de baan van de ruimtesonde precies zó afgebogen dat hij aanstaande vrijdag 15 september volgens plan in de dampkring van Saturnus zal duiken. Daarmee komt een eind aan het succesvolle Cassini-project. Cassini vloog de afgelopen 13 jaar gemiddeld ongeveer eens per maand langs Titan; vaak op veel kleinere afstand dan vandaag. Onder de dikke, smogrijke dampkring van de Saturnusmaan zijn bergen, ijsvulkanen, methaanmeren en duinen ontdekt. Foto's en meetgegevens van de laatste 'scheervlucht' zullen in de loop van de komende dagen naar de aarde worden geseind. (GS)
Meer informatie:
Cassini Makes its 'Goodbye Kiss' Flyby of Titan (origineel persbericht)

   
11 september 2017 • Raadsel rond massa van dwergster 40 Eridani B opgelost
Nieuwe waarnemingen met een 144 jaar oude telescoop hebben een klein maar frustrerend astronomisch raadsel uit de weg geruimd. Het betreft de massa van een witte dwergster op 16 lichtjaar afstand van de aarde, in het sterrenbeeld Eridanus. De dwergster is onderdeel van de drievoudige ster 40 Eridani (ook wel Omicron-2 Eridani geheten). Rond een gewone ster (zichtbaar met het blote oog) draait een vrij compacte dubbelster die uit een relatief heldere witte dwerg en een veel zwakkere rode dwerg bestaat. Uit metingen aan de baanbeweging van de witte en de rode dwerg was afgeleid dat de massa van de witte dwerg (40 Eridani B) iets meer dan 40 procent bedraagt van de massa van de zon. Metingen aan de relativistische invloed van de zwaartekracht van de ster op de golflengte van het uitgezonden licht wijzen echter op een hogere massa. De oorzaak van die discrepantie is nooit opgehelderd. Met de 66 cm-telescoop van het United States Naval Observatory in Washington D.C., die in 1873 in gebruik werd genomen, zijn nu nieuwe positiemetingen verricht van de twee om elkaar heen wentelende dwergsterren. Daaruit blijkt dat hun omlooptijd iets meer dan 230 jaar bedraagt - ongeveer 20 jaar minder dan uit eerdere metingen was afgeleid. Op basis van die nieuwe baaninformatie kon de massa van de witte dwerg ook opnieuw worden berekend: 57 procent van de massa van de zon, precies in overeenstemming met de relativistische metingen. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astronomical Journal. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Resolve Mystery of White Dwarf's Mass (origineel persbericht)

   
11 september 2017 • Meer inzicht in morfogenese van sterrenstelsels
Lange tijd is aangenomen dat elliptische sterrenstelsels - grote, min of meer bolvormige verzamelingen van sterren zonder duidelijke spiraalstructuur - ontstaan als gevolg van botsingen van spiraalstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. Nieuwe waarnemingen van verschillende grote telescopen wijzen nu echter uit dat een sterrenstelsel ook zo'n ellipsoïdale vorm kan krijgen als gevolg van een extreem hoge stervormingsactiviteit in de kern. Verre sterrenstelsels, op ca. 11 miljard lichtjaar afstand (waar astronomen in de tijd terugkijken tot slechts 3 miljard jaar na de oerknal), zijn waargenomen met de Japanse Subaru-telescoop, de Hubble Space Telescope, het ALMA-observatorium en de Europese Very Large Telescope. De sterrenstelsels vertonen geen tekenen van recente ontmoetingen of botsingen met andere stelsels. Toch hebben ze een grote ellipsoïdale kern met een hoge sterdichtheid. Uit de ALMA-waarnemingen bleek dat er in die centrale delen grote aantallen nieuwe sterren worden geboren. Dat doet vermoeden dat actieve stervorming ertoe kan leiden dat de kern van een jong sterrenstelsel 'opzwelt' tot een elliptisch stelsel. De nieuwe resultaten zijn eerder dit jaar gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Op basis van een Australisch waarnemingsprogramma aan honderden sterrenstelsels komen andere astronomen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society tot de conclusie dat de vorm van een sterrenstelsel mede bepaald wordt door de rotatiesnelheid. Op zich lijkt dat niet zo verwonderlijk, maar het verband was nooit eerder duidelijk aangetoond, vooral omdat de driedimensionale vormen van sterrenstelsels niet altijd eenvoudig te achterhalen zijn. Het blijkt dat de meeste (elliptische) sterrenstelsels afgeplat zijn in plaats van langgerekt (ze lijken meer op een mandarijntje dan op een kiwi), en dat de mate van afplatting afhangt van de totale hoeveelheid impulsmoment ('rotatie') in het stelsel. (GS)
Meer informatie:
Explosive Birth of Stars Swells Galactic Cores - ALMA spots transforming disk galaxies (origineel persbericht)

   
11 september 2017 • Mogelijk tweede planeet rond Proxima Centauri
Rond Proxima Centauri cirkelen misschien twee planeten. Nieuwe metingen met de Europese HARPS-detector op de La Silla-sterrenwacht in Noord-Chili lijken daarop te wijzen. Proxima Centauri is de ster die het dichtst bij de zon staat, op slechts 4,2 lichtjaar afstand. Vorig jaar werden periodieke schommelingen ontdekt in de radiale snelheid van de ster (naar ons toe en van ons af). Daaruit trokken astronomen de conclusie dat er een aarde-achtige planeet rond Proxima draait, met een omlooptijd van 11,2 dagen. De planeet wordt Proxima b genoemd. Nieuwe HARPS-metingen, eerder dit jaar verricht in het kader van de Red Dots-campagne, bevestigen het bestaan van Proxima b, maar laten ook een geleidelijke afname zien in de radiale snelheid van de ster. Die zou veroorzaakt kunnen worden door een tweede planeet (Proxima c), met een veel langere omlooptijd van wellicht enkele maanden of zelfs een paar jaar. (GS)
Meer informatie:
Do-it-yourself Science — is Proxima c hiding in this graph? (ESO Foto van de week)

   
9 september 2017 • Gedrag van 'Tabby's ster' niet veroorzaakt door buitenaards bouwwerk
De mysterieuze helderheidsvariaties van de ster KIC 8462852 worden veroorzaakt door microscopisch kleine stofdeeltjes in een baan rond de ster. Dat concluderen onderzoekers op basis van nieuwe waarnemingen van de ster, verricht door de ruimtetelescopen Swift en Spitzer. De theorie dat de helderheidsschommelingen van 'Tabby's ster' veroorzaakt worden doordat er een kolossaal kunstmatig bouwwerk omheen wentelt, is daarmee definitief van de baan. De nieuwe waarnemingen zijn geaccepteerd voor publicatie in het vakblad The Astrophysical Journal. 'Tabby's ster' (genoemd naar astronoom Tabetha Boyajian) vertoont onregelmatige, asymmetrische helderheidsvaraities. Die werden ontdekt door ruimtetelescoop Kepler. Kennelijk beweegt er af en toe materiaal voor de ster langs, maar er is in elk geval geen sprake van een regelmatig rondcirkelende planeet. Vandaar dat sommige astronomen opperden dat er sprake zou kunnen zijn van een kolossaal kunstmatig bouwwerk, geconstrueerd door een buitenaardse beschaving. De waarnemingen van Swift en Spitzer rekenen nu echter resoluut af met die vergezochte en specualtieve theorie, zo meldt de nieuwswebsite dailygalaxy.com. Swift doet waarnemingen op ultraviolette golflengten; Spitzer in het infrarood. Beide ruimtetelescopen hebben gelijktijdig met Kepler helderheidsschommelingen waargenomen in het licht van Tabby's ster, maar de mate van verzwakking van de ster wijkt in het ultraviolet en in het infrarood af van die in zichtbaar licht. Dat valt alleen te verklaren als het sterlicht wordt verzwakt door microscopisch kleine stofdeeltjes, die licht van verschillende golflengten op een verschillende wijze verstrooien. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op dailygalaxy.com

   
7 september 2017 • Geologische structuren op Pluto hebben officiële namen gekregen
De ‘werkgroep naamgeving’ van de Internationale Astronomische Unie heeft officiële goedkeuring gegeven aan de namen van veertien opvallende structuren op het oppervlak van Pluto. Het zijn de eerste geologische structuren op de dwergplaneet die van een naam zijn voorzien. Ze zijn stuk voor stuk ontdekt op opnamen van de ruimtesonde New Horizons, die in juli 2015 dicht langs Pluto scheerde. De namen zijn een eerbetoon aan de mythologie van de onderwereld, baanbrekende ruimtemissies, ontdekkingsreizigers, en wetenschappers die zich met Pluto hebben beziggehouden. Tot het selecte gezelschap behoren onder meer Clyde Tombaugh, de Amerikaanse astronoom die in 1930 Pluto heeft ontdekt, en Venetia Burney, die als 11-jarig meisje de naam ‘Pluto’ voorstelde. (EE)
Meer informatie:
Pluto Features Given First Official Names

   
7 september 2017 • Nieuwe Canadese radiotelescoop in gebruik genomen
In Canada is een nieuwe radiotelescoop in gebruik genomen waarmee een driedimensionale kaart van het heelal zal worden gemaakt: het Canadian Hydrogen Intensity Mapping Experiment (CHIME). De radiotelescoop heeft een bijzonder ontwerp: hij bestaat uit vier naast elkaar geplaatste ‘halfpipes’ (halve cilinders) van 20 bij 100 meter. Elke cilinder is in feite een aaneenschakeling van honderden afzonderlijke antennes. Een van de hoofdtaken van CHIME is het detecteren van de zwakke radioruis van waterstofgas op 6 tot 11 miljard lichtjaar van de aarde. De verdeling van dat gas is niet egaal, maar vertoont een subtiel, regelmatig patroon dat het gevolg is van drukgolven die zich in de prille begintijd van het heelal door de hete ‘oersoep’ van straling en deeltjes voortplantten. Deze zogeheten baryonische akoestische oscillaties hebben dichtheidsverschillen veroorzaakt in de grootschalige verdeling van de materie in het heelal. Tot nu toe werd deze verdeling in kaart gebracht door naar het licht van verre sterrenstelsels te kijken. CHIME is het eerste instrument dat in plaats daarvan de ruimtelijke verdeling van waterstofgas in kaart brengt. Het uiteindelijk doel hiervan is om meer inzicht te krijgen in de versnellende uitdijing van het heelal. CHIME zal ook worden ingezet voor de detectie van de zogeheten ‘snelle radioflitsen’. Ook zullen de ‘bliepjes’ van een groot aantal pulsars – de snel rondtollende restanten van geëxplodeerde sterren – routinematig worden geregistreerd. (EE)
Meer informatie:
Canadian Science Minister installs the final piece of Canada’s newest and largest radio telescope

   
6 september 2017 • Zon produceert krachtige uitbarsting
Afgelopen woensdag (6 september) heeft de zon een zeer krachtige zonnevlam geproduceerd. De uitbarsting was de krachtigste in meer dan tien jaar. De röntgen- en ultraviolette straling van de zonnevlam ioniseerde de hogere regionen van de aardatmosfeer, waardoor het radioverkeer op de korte golf boven Europa en Afrika gedurende enkele uren werd verstoord. Beelden van de Europese SOHO-satelliet laten zien dat de explosie op het zonneoppervlak gepaard ging met een zogeheten coronale massa-ejectie: de uitstoot van een grote wolk plasma uit het buitenste deel van de zonneatmosfeer. De geladen deeltjes komen min of meer onze kant op en zullen onze planeet morgen bereiken. Op de lijst van krachtige zonnevlammen die sinds 1976 wordt bijgehouden, neemt de recente uitbarsting de 14de plek in. Maar vergeleken met de historische ‘zonnestorm’ van 1859 of de ‘Halloween-uitbarsting’ van 2003 is het een betrekkelijk onschadelijk verschijnsel. De locatie van de zonnevlam viel samen met een magnetisch actief gebied op het zonneoppervlak, waar de afgelopen week ook een opvallend grote zonnevlek tot ontwikkeling is gekomen. (EE)
Meer informatie:
Major X-Class Solar Flare

   
6 september 2017 • Helderste poollichten op Jupiter vormen een mysterie
De helderste poollichten op de planeet Jupiter ontstaan niet op dezelfde manier als die op aarde. Dat blijkt uit gegevens die zijn verzameld door NASA-ruimtesonde Juno (Nature, 7 september). Juno heeft sterke elektrische potentialen gedetecteerd die gericht zijn naar het magnetische veld van Jupiter. Deze versnellen elektronen in de richting van de planeetatmosfeer met energieën tot wel 400.000 elektronvolt. Daarmee krijgen deze deeltjes enkele tientallen keren zoveel energie als hun aardse equivalenten, die verantwoordelijk zijn voor de helderste poollichtverschijnselen op ons planeet. De poollichten op aarde ontstaan door interacties tussen geladen deeltjes van de zon die de aardatmosfeer binnendringen. De sterkere poollichten worden gegenereerd door versnellende elektronen, de zwakkere door verstrooiing van elektronen die verstrikt zijn geraakt in het aardmagnetische veld. Omdat Jupiter de meest intense poollichten van ons zonnestelsel heeft, waren wetenschappers niet verrast dat elektrische potentialen een rol bij hun ontstaan spelen. Maar verrassend genoeg zijn ze lang niet altijd waarneembaar en lijken ze bij deze planeet niet de oorzaak van de helderste poollichten te zijn. Op Jupiter lijken de helderste poollichten het gevolg te zijn van een turbulent versnellingsproces dat nog niet goed begrepen wordt. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen hoe dat proces precies werkt. (EE)
Meer informatie:
Jupiter's Aurora Presents a Powerful Mystery

   
6 september 2017 • Jonge zonachtige sterren kalmeren snel
Nieuw onderzoek met de röntgensatellieten Chandra en XMM-Newton laat zien dat sterren zoals onze zon en hun kleinere soortgenoten na hun turbulente jeugd verrassend snel tot rust komen. Dat blijkt uit de intensiteit van de röntgenstraling die de sterren uitzenden: die is geringer naarmate de ster ouder is. De röntgenstraling van een zonachtige ster is afkomstig van diens corona: de ijle, hete buitenste laag van de ster. Onderzoek van de zon heeft laten zien dat de corona haar hoge temperatuur te danken heeft aan de wisselwerking tussen turbulenties en magnetische velden in de hoogste delen van haar atmosfeer. Er bestaat dus een duidelijk verband tussen de hoeveelheid röntgenstraling die een ster uitstraalt en diens magnetische activiteit. Bij het recente onderzoek is gekeken naar 24 sterren die ongeveer evenveel of minder massa hebben dan onze zon en minstens een miljard jaar oud zijn. (Ter vergelijking: onze zon is 4,5 miljard jaar oud.) De gegevens laten zien dat de röntgenhelderheid van deze sterren, en dus ook hun magnetische activiteit, een relatief abrupte afname vertoont. Dat is goed nieuws voor de leefbaarheid van planeten die om zulke sterren cirkelen. Het betekent dat zij waarschijnlijk maar relatief kort bloot staan aan grote hoeveelheden dodelijke straling. Waarom de activiteit van zonachtige sterren zo’n sterke daling vertoont, is overigens nog onduidelijk. De magnetische activiteit van een jonge sterren is waarschijnlijk het gevolg van hun snelle rotatie. De abrupte afname ervan kan erop wijzen dat de rotatie van oudere sterren snel vertraagt. Een andere mogelijkheid is dat de röntgenhelderheid voor oudere, trager roterende sterren sneller afneemt dan bij jongere sterren. (EE)
Meer informatie:
X-rays Reveal Temperament of Possible Planet-hosting Stars

   
5 september 2017 • LOFAR-radiotelescoop ontdekt snelste pulsar in Melkwegschijf
Sterrenkundigen hebben twee snel roterende pulsars gevonden met de Nederlandse Low-Frequency Array (LOFAR)-radiotelescoop. Ze deden dit door te kijken naar onbekende bronnen in het heelal die gammastraling uitzenden, oorspronkelijk in kaart gebracht door NASA’s Fermi Gamma-ray Space Telescope. De eerste pulsar (PSR J1552+5437) roteert 412 keer per seconde. De tweede pulsar (PSR J0952-0607) roteert 707 keer per seconde en is daarmee de snelst roterende pulsar in onze Melkwegschijf en de op een na snelste die ooit is gevonden. Pulsars zijn rondtollende neutronensterren - de overblijfselen van zware sterren die in een supernova-explosie aan het eind van hun leven zijn gekomen. Ze zenden radiogolven uit vanaf hun magnetische polen. Omdat pulsars roteren, zien wij hun radiogolven vanaf de aarde in pulsen. Ze fungeren als uiterst precieze kosmische vuurtorens die bundels radiostraling door het heelal zwiepen. Neutronensterren zijn veel kleiner dan onze zon, ongeveer 20 km groot, maar ze zijn veel zwaarder. Daarom worden ze gebruikt om het gedrag van materiaal onder extreme omstandigheden te bestuderen. Door de snelst roterende pulsars te onderzoeken, hopen sterrenkundigen meer te weten te komen over de interne structuur van neutronensterren en de extremen van het heelal.Pulsars schijnen het helderst in radiogolven met lage radiofrequenties. Omdat LOFAR laagfrequente radiogolven opvangt, is dit een ideale telescoop om pulsars te bestuderen. “Maar het vinden van pulsars met LOFAR is moeilijk, omdat gas en stof tussen de sterren de laagfrequente radiogolven verstoort”, zegt Cees Bassa van ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie. Daarom zoeken sterrenkundigen meestal naar pulsars op hogere radiofrequenties. Bassa en zijn collega’s hebben een manier gevonden om dit probleem te verhelpen. “We hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om de LOFAR-data te analyseren met grafische kaarten (die oorspronkelijk zijn ontworpen voor computerspellen) in de grote DRAGNET-computercluster in Groningen.” Deze is gefinancierd met een ERC starting grant, uitgereikt aan Jason Hessels van ASTRON en de Universiteit van Amsterdam.Ziggy Pleunis, die samenwerkt met Bassa en Hessels, was de eerste die deze nieuwe techniek testte met LOFAR in 2016. Hij won de jackpot toen hij PSR J1552+5437 vond, een pulsar die elke 2,43 milliseconden, of 412 keer per seconde, roteert. Dit is de eerste millisecondepulsar die met LOFAR is gevonden. “Omdat millisecondepulsars zowel hoogenergetische gammastralen als radiogolven uitzenden, hebben we specifiek naar onbekende bronnen in het heelal gekeken die gammastralen uitzenden”, zegt Pleunis, nu een promotie student aan de McGill Universiteit in Montreal, Canada. Hij heeft laten zien dat de gammastralen van de millisecondepulsar op hetzelfde moment aankomen als de radiopulsen, wat het vermoeden wekt dat ze op eenzelfde manier worden opgewekt. Aangemoedigd door het succes van de teststudie, zochten Bassa, Hessels en Pleunis verder naar millisecondepulsars met LOFAR en vonden al snel een nog veel sneller roterende pulsar. Deze pulsar, PSR J0952-0607 genaamd, draait wel 707 keer per seconde om zijn as. Het is dan ook de snelst roterende pulsar die we kennen in onze Melkwegschijf, alleen overtroffen door een pulsar in een dichtbevolkte sterrenhoop buiten de Melkwegschijf die 716 keer per seconde ronddraait. “Omdat PSR J0952-0607 zoveel dichterbij ons staat dan de pulsar in de sterrenhoop, kunnen we hem in veel meer detail bestuderen”, zegt Bassa. Met behulp van de Isaac Newton Telescoop op La Palma, hebben de sterrenkundigen een dubbelsterbegeleider gevonden die om de pulsar heen draait. Aan de hand van deze dubbelster kon de afstand van PSR J0952-0607 al bepaald worden. Verdere waarnemingen van de dubbelster zullen helpen om de massa en samenstelling te bepalen van de snel draaiende pulsar.Beide pulsars (J1552+5437 en J0952-0607) zijn onverwacht helder bij lage radiofrequenties, en worden snel minder helder bij hoge radiofrequenties. Dit betekent dat ze waarschijnlijk niet gevonden hadden kunnen worden bij hogere radiofrequenties, waar de meeste eerdere radiotelescopen naar pulsars zochten. Daarom is er wellicht een tot nu toe nog onbekende populatie van snel draaiende milliseconde pulsars in ons Melkwegstelsel, wachtend om ontdekt te worden. “We vinden steeds meer bewijs dat de snelst draaiende pulsars het helderst zijn bij lage radiofrequenties, en dat er mogelijk een link is met de aanmaak van hoogenergetische gammastraling”, zegt Hessels. Als dit inderdaad zo is, dan zal LOFAR waarschijnlijk nog meer, mogelijk zelfs nog sneller draaiende milliseconde pulsars kunnen vinden. De rotatiesnelheden van deze pulsars zullen sterrenkundigen een beter beeld geven van de interne structuur van neutronensterren. Twee publicaties over Pleunis’ en Bassa’s ontdekte pulsars verschijnen in The Astrophysical Journal Letters op 5 september 2017.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
4 september 2017 • Schokgolven verklaren extreem heldere nova-explosies
Sommige nova-uitbarstingen - kernexplosies aan het oppervlak van witte dwergsterren - worden versterkt door krachtige schokgolven. Dat blijkt uit metingen aan ASASSN-16ma, een zeer energierijke nova die in oktober 2016 werd ontdekt. Nova's ontstaan zo goed als zeker in dubbelstersystemen, waarin gas van een begeleidende ster op het oppervlak van een compacte witte dwerg terechtkomt en daar een thermonucleaire explosie ondergaat. Tot nu toe was echter niet duidelijk waarom sommige nova's veel lichtsterker zijn dan andere. Metingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Fermi hebben nu laten zien dat ASASSN-16ma ook veel gammastraling produceerde. Die energierijke straling is het gevolg van krachtige schokgolven. Kennelijk veroorzaakt de nova-explosie eerst een relatief koele en vrij traag bewegende schil van gas; die wordt vervolgens ingehaald door een uitbarsting met een veel hogere snelheid en temperatuur. De lichtkracht van een nova zou dan vooral bepaald worden door de snelheid van die tweede 'golf'. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Shocking Discovery Explains Powerful Novae (origineel persbericht)

   
4 september 2017 • Chinese astronomen ontdekken twee nieuwe 'wegloopsterren'
Chinese astronomen hebben met de grote LAMOST-telescoop twee nieuwe 'wegloopsterren' (hypervelocity stars) ontdekt. Dat zijn sterren die met zo'n hoge snelheid door het Melkwegstelsel bewegen dat ze op termijn de intergalactische ruimte in zullen vliegen. Sterrenkundigen schatten dat het Melkwegstelsel ca. 1000 van die wegloopsterren bevat; tot nu toe zijn er slechts een stuk of twintig gevonden. De twee nieuw ontdekte hardlopers zijn respectievelijk ruim 7 en 4 maal zo zwaar als de zon en hebben oppervlaktetemperaturen van ca. 20.000 respectievelijk 114.000 graden. Hun radiale snelheden (gemeten langs de gezichtslijn) bedragen 341,1 en 408,3 kilometer per seconde - hoger dan de zogeheten ontsnappingssnelheid van het Melkwegstelsel. De herkomst van wegloopsterren is niet met zekerheid bekend. Mogelijk zijn ze afkomstig uit de kern van het Melkwegstelsel; hun hoge snelheden zouden het gevolg kunnen zijn van zwaartekrachtsstoringen in de omgeving van het superzware zwarte gat dat zich in de Melkwegkern bevindt. Het is echter ook denkbaar dat de hogesnelheidssterren afkomstig zijn uit de naburige Grote Magelhaense Wolk, een kleine begeleider van het Melkwegstelsel. Precisiemetingen door de Europese ruimtetelescoop Gaia zullen daar hopelijk uitsluitsel over geven. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op www.phys.org

   
1 september 2017 • Planetoïde Florence heeft twee kleine maantjes
De planetoïde (3122) Florence, die op 1 september op relatief kleine afstand langs de aarde bewoog, blijkt twee kleine maantjes te hebben. De maantjes zijn ontdekt met behulp van radarwaarnemingen. De metingen wijzen ook uit dat Florence een middellijn heeft van ca. 4,5 kilometer en een rotatieperiode van 2,4 uur. De twee maantjes hebben afmetingen van hooguit een paar honderd meter en draaien in ca. 8 en ca. 24 uur om de planetoïde heen. Florence is de derde 'aardscheerder' waarbij twee maantjes zijn ontdekt. 
Meer informatie:
Radar Reveals Two Moons Orbiting Asteroid Florence (origineel persbericht)

   
1 september 2017 • Zijn de zwaarste elementen gevormd door 'oer-zwarte gaten'?
Volgens een nieuwe theorie van Californische onderzoekers zijn zware elementen zoals goud, platina en uranium mogelijk gevormd door 'oer-zwarte gaten' - zwarte gaten die al binnen een seconde na de oerknal in grote aantallen ontstaan zouden kunnen zijn. In twee artikelen in Physical Review Letters zetten de theoretici uiteen hoe zulke 'oer-zwarte gaten' niet alleen een mogelijke verklaring kunnen vormen voor de mysterieuze donkere materie in het universum, maar ook voor de oorsprong van een groot deel van de zware elementen in het heelal. Die zouden geproduceerd worden wanneer zo'n zwart gat in botsing komt met een compacte, snel roterende neutronenster, die vervolgens in ca. 10.000 jaar wordt 'opgegeten'. De theorie zou in elk geval verklaren waarom er in de centrale delen van ons Melkwegstelsel minder neutronensterren lijken voor te komen dan je zou verwachten. Of er in de prille jeugd van het heelal inderdaad grote aantallen zwarte gaten zijn ontstaan is onbekend; de astronomen denken dat ze mogelijk zijn op te sporen doordat het licht van verre sterren tijdelijk versterkt wordt wanneer zo'n zwart gat tussen de ster en de aarde door beweegt - een effect dat bekend staat als micro-zwaartekrachtlenswerking. (GS)
Meer informatie:
UCLA physicists propose new theories of black holes from the very early universe (origineel persbericht)