22 mei 2018 • Nieuwe aanwijzing gevonden voor bestaan van Planeet Negen
In de buitendelen van het zonnestelsel draait een kleine ijsdwerg rond in een zeer sterk gehelde baan. Het object, 2015 BP519 geheten, werd een paar jaar geleden al ontdekt door de Dark Energy Survey, maar pas sinds kort is zijn baan nauwkeurig bepaald. In een preprint op internet claimen sterrenkundigen nu dat 2015 BP519 aanvullende ondersteuning levert voor de theorie dat er op grote afstand van de zon een relatief zware planeet rondcirkelt die de banen van ijsdwergen in de Kuipergordel verstoort. Deze Planeet Negen-hypothese voorspelt namelijk het bestaan van dit soort sterk gehelde omloopbanen. Naar Planeet Negen - volgens de theorie vier maal zo groot en tien maal zo zwaar als de aarde en met een omlooptijd van 10.000 tot 20.000 jaar - wordt al jaren gezocht; tot op heden is het mysterieuze object nog niet gevonden. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op phys.org

   
21 mei 2018 • Nederlandse radioantenne met succes gelanceerd
Zondagavond 20 mei rond 23.30 uur Nederlandse tijd is het Netherlands-Chinese Low-frequency Experiment (NCLE) met succes gelanceerd. NCLE is een eenvoudige laagfrequente radioantenne, ontwikkeld door het RadioLab van de Radboud Universiteit, het Nederlandse instituut voor radioastronomie ASTRON en het Delftse bedrijf ISIS. Het instrument bevindt zich aan boord van de Chinese maansonde Chang'e 4, die op ca. 65.000 kilometer achter de maan geplaatst zal worden en in de toekomst dienst moet gaan doen als communicatiesatelliet voor Chinese landers op de achterzijde van de maan. Met NCLE hopen sterrenkundigen de zwakke radiostraling op te vangen van waterstofgas in de eerste paar honderd miljoen jaar van de geschiedenis van het heelal. De lancering, met een Chinese Lange Mars 4-raket, verliep vlekkeloos. De hoop is dat in de toekomst grotere en gevoeliger antennes op de achterzijde van de maan geplaatst kunnen worden. (GS)
Meer informatie:
Radboud Radio Lab

   
18 mei 2018 • Satelliet TESS is op koers en maakt eerste testopname
NASA’s nieuwe ‘planetenjager’, de Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS), is gisteren (17 mei) met goed gevolg op een afstand van ongeveer 8000 kilometer langs de maan gescheerd. Deze flyby maakte deel uit van de manoeuvres die nodig zijn om de satelliet in zijn definitieve omloopbaan (een zeer langgerekte omloopbaan om de aarde) te brengen. Het laatste zetje wordt op 30 mei a.s. gegeven door de eigen stuwraket van TESS. TESS werd op 18 april jl. gelanceerd. De satelliet zal de komende twee jaar vrijwel de complete hemel waarnemen, om de meest nabije, helderste sterren op zogeheten planeetovergangen of transits te kunnen betrappen. Dat zijn periodiek optredende helderheidsdipjes die ontstaan wanneer er regelmatig een planeet voor een ster langs trekt. Op die manier zal TESS vermoedelijk enkele duizenden nieuwe exoplaneten kunnen opsporen. Vooruitlopend op het eigenlijke onderzoeksprogramma van TESS, dat naar verwachting medio juni van start gaat, is alvast een eerste testopname gemaakt. Op de foto, die het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus en omgeving toont, staan meer dan 200.000 sterren. De eerste officiële opname van de satelliet zal in juni worden gepresenteerd. (EE)
Meer informatie:
NASA’s New Planet Hunter Snaps Initial Test Image, Swings by Moon Toward Final Orbit

   
17 mei 2018 • Hubble-ruimtetelescoop brengt 50 ster-vormende sterrenstelsels in beeld
Om meer inzicht te krijgen van de stervormingsactiviteit in onze kosmische ‘achtertuin’, hebben astronomen ultraviolet-opnamen gemaakt van 50 (relatief) nabije sterrenstelsels. Dat is gebeurd met de Hubble-ruimtetelescoop. Door de survey te beperken tot sterrenstelsels op 11 tot 58 miljoen lichtjaar, kon de ruimtetelescoop daarin afzonderlijke sterren onderscheiden. De waarnemingen hebben geresulteerd in een grote catalogus van sterren en sterrenhopen in deze sterrenstelsels. Op ultraviolette golflengten vallen met name de jongste en heetste sterpopulaties op. Alles bij elkaar heeft de Hubble-survey gegevens opgeleverd over 39 miljoen sterren van vijf zonsmassa’s of meer en 8000 jonge sterrenhopen. De jongste sterren in de catalogus zijn niet veel ouder dan 1 miljoen jaar. De gegevens worden gebruikt om de stervormingsgeschiedenis van de onderzochte stelsels te analyseren. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Release Most Complete Ultraviolet-Light Survey of Nearby Galaxies

   
17 mei 2018 • Chinese satelliet brengt Nederlandse radioantenne achter de maan
Komende zondag, om 23.00 uur Nederlandse tijd, hoopt de Chinese ruimtevaartorganisatie een satelliet te lanceren naar een positie achter de maan. Aan boord bevindt zich onder meer een radioantenne van Nederlandse makelij, de Netherlands Chinese Low-Frequency Explorer (NCLE). Het is het eerste Nederlandse wetenschappelijke instrument ooit dat meereist op een Chinese ruimtemissie. De radioantenne is ontwikkeld en gebouwd door een team van wetenschappers en ingenieurs van het Radboud Radio Lab van de Radboud Universiteit, ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie in Dwingeloo en het Delftse bedrijf ISIS. Het gaat de zwakke radiosignalen uit het zeer vroege heelal detecteren. Waarnemen aan de achterkant van de maan heeft als voordeel dat daar een deel van de radiostraling uit het heelal die niet door de aardse dampkring heen komt, toch kan worden gedetecteerd. Bovendien is de verstorende invloed van aardse radiozenders daar minimaal. Hier op aarde kunnen we bijna alle kosmische radiostraling ontvangen, maar het deel met frequenties onder de 30 MHz wordt goeddeels geblokkeerd door de dampkring. Juist in die frequenties zit informatie over het vroege heelal: de periode direct na de oerknal, waarin de eerste sterren en sterrenstelsels werden gevormd. Bijzonder aan de Nederlandse radioantenne is dat hij laagfrequente radiogolven gaat opvangen met een groot frequentiebereik. Het instrument wordt gezien als voorloper voor een toekomstige radiotelescoop in de ruimte. De Chinese satelliet vormt de voorpost van een de maanmissie Chang’e-4, die eind dit jaar gelanceerd moet worden. Bij die missie worden een lander en een rover op de achterkant van de maan afgezet. De satelliet, die in een baan om het zogeheten L2-punt van het aarde-maanstelsel gaat draaien, moet de gegevens van dit tweetal doorseinen naar de aarde. (EE)
Meer informatie:
Persbericht NOVA

   
16 mei 2018 • Stervorming begon al 250 miljoen jaar na de oerknal
Astronomen hebben vastgesteld dat de stervorming in het verre sterrenstelsel MACS1149-JD1 al 250 miljoen jaar na de oerknal moet zijn begonnen. Dat volgt uit waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en de Europese Very Large Telescope (Nature, 17 mei). Met behulp van ALMA kon geïoniseerde zuurstof in MACS1149-JD1 worden aangetoond. Uit de roodverschuiving van het betreffende licht blijkt dat dit er 13,3 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Anders gezegd: we zien het stelsel zoals het er ongeveer 500 miljoen jaar na de oerknal uitzag. De aanwezigheid van zuurstof in MACS1149-JD1 bewijst dat het stelsel al geruime tijd bezig was met het vormen van nieuwe sterren. Tot een hele tijd na de oerknal was er geen zuurstof in het heelal. Dat element is pas gevormd bij de fusieprocessen zoals die in de eerste sterren plaatsvonden en kwam vrij toen deze sterren op explosieve wijze stierven. De detectie van zuurstof in MACS1149-JD1 bewijst dat deze eerdere generaties van sterren slechts 500 miljoen jaar na het ontstaan van het heelal al gevormd waren en hun zuurstof hadden uitgestoten. Modelberekeningen brengen de astronomen tot de conclusie dat de vorming van die eerdere sterren al ongeveer 250 miljoen jaar na het ontstaan van het heelal moet zijn begonnen. (EE)
Meer informatie:
ALMA en VLT vinden bewijs voor stervorming slechts 250 miljoen jaar na de oerknal

   
15 mei 2018 • Marssonde ‘Wall-E’ kiekt aarde en maan
Een van de mini-ruimtesondes die op 5 mei jl. samen met de Marssonde InSight werden gelanceerd heeft vier dagen na vertrek een foto gemaakt van aarde en maan. Daarop is onze planeet te zien als een bescheiden blauw stipje – net als op de beroemde foto van de aarde die de ruimtesonde Voyager 1 in februari 1990 maakte. De foto is gemaakt met de fisheyelens van de mini-ruimtesonde MarCO-B, die ook wel ‘Wall-E’ wordt genoemd. Op dat moment waren de twee mini-sondes al meer dan 1 miljoen kilometer van de aarde verwijderd – een record voor ruimtesondes van dit type. De foto was overigens vooral bedoeld als test. De vluchtleiding wilde er zeker van zijn dat de hoofdantenne van de sonde goed was opengevouwen. Deze antenne is straks cruciaal voor het naar de aarde doorseinen van InSight, tijdens diens afdaling naar het Marsoppervlak. (EE)
Meer informatie:
A Pale Blue Dot, As Seen by a CubeSat

   
15 mei 2018 • Verre quasar verorbert recordhoeveelheden materie
Astronomen van de Australian National University hebben een superzwaar zwart gat ontdekt dat dagelijks ongeveer een halve zonsmassa aan materie verorbert. Daarmee zou dit het snelst groeiende zwarte gat zijn dat we kennen. Het superzware zwarte gat gaat schuil in de quasar SMSS~J215728.21-360215.1 – de extreem heldere kern van een sterrenstelsel op 12 miljard lichtjaar afstand. Het heeft nu al ongeveer 20 miljard keer zoveel massa als onze zon, en daar komt per miljoen jaar een procent bij. De materie die het zwarte gat aantrekt wordt door de wrijving dermate heet, dat zij intense straling uitzendt. Het is dus niet het zwarte gat zelf dat zoveel straling produceert – dat is per definitie onmogelijk. Alles bij elkaar is de quasar duizenden keren helderder dan een compleet sterrenstelsel. Als dit object zich in het centrum van ons Melkwegstelsel zou bevinden, zou het vanaf de aarde gezien tien keer zo helder zijn als de volle maan. Bovendien zou het onze planeet bestoken met enorme hoeveelheden (dodelijke) röntgenstraling. Snel groeiende superzware zwarte gaten als deze zijn heel schaars. De ontdekking ervan is mede te danken aan gegevens van de Europese satelliet Gaia, die nauwkeurige metingen doet van de posities van hemelobjecten. (EE)
Meer informatie:
Astronomers find fastest-growing black hole known in space

   
14 mei 2018 • Koninklijke onderscheiding voor Leidse sterrenkundige Tim de Zeeuw
De Leidse sterrenkundige prof. dr. Tim de Zeeuw is op 14 mei benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij kreeg de onderscheiding ter ere van zijn afscheid als directeur-generaal van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). De uitreiking vond plaats op de Nederlandse Astronomen Conferentie 2018, die deze week in Groningen plaatsvindt. De Zeeuw was vanaf 2007 directeur-generaal van ESO, waarvan zestien landen lid zijn. Onder zijn directoraat werd Europa leidend in de optische/infraroodsterrenkunde met telescopen op aarde. De Zeeuw wordt wereldwijd beschouwd als belangrijke initiator van de uitbreiding van het bestaande arsenaal meetinstrumenten met een nieuwe generatie instrumenten voor het waarnemen van de dynamica in onze sterrenstelsels. Zo gaat de astronomie de komende jaren een grote sprong voorwaarts maken met de toekomstige reuzentelescoop ELT, die in aanbouw is in Noord-Chili. Het was een bestuurlijk huzarenstukje om de neuzen van de zestien ESO-leden dezelfde kant uit te krijgen. De Zeeuw was eveneens gezichtsbepalend voor de internationale samenwerking op het terrein van de radioastronomie. Voor de realisatie van de radiotelescoop ALMA op de Chileense Chajnantor-hoogvlakte in het Andesgebergte, wist hij (financiële) partners uit Europa, de Verenigde Staten en Oost-Azië bijeen te brengen. De verwachting is dat ook op dit vakgebied de waarnemingen met de telescoop tot nieuwe, richtinggevende inzichten gaan leiden.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 mei 2018 • Blaast Jupitermaan Europa water de ruimte in?
Wetenschappers hebben een nieuwe aanwijzing gevonden dat de grote Jupitermaan Europa water uitstoot. Nou ja, ‘nieuwe’: de aanwijzing bestaat uit gegevens die al in 1997 werden verzameld door de Amerikaanse ruimtesonde Galileo (Nature Astronomy, 14 mei). Al geruime tijd bestaat het vermoeden dat onder de dikke ijskorst van Europa een uitgestrekte oceaan van (zout) water schuilgaat. Dat relatief warme water zou zelfs een broedplaats voor levende organismen kunnen zijn. De afgelopen tien jaar zijn met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop ook waarnemingen gedaan die erop leken te duiden dat Europa af en toe water de ruimte in blaast, net als de Saturnusmaan Enceladus. Veel andere waarnemingen leverden echter niets op. Op zoek naar ouder bewijsmateriaal stuitten de wetenschappers op gegevens die de ruimtesonde Galileo op 16 december 1997 heeft verzameld, toen deze op een afstand van slechts 200 kilometer langs het oppervlak van Europa vloog. Bij die gelegenheid sloegen twee sensors van de ruimtesonde – de ene voor het meten van magnetische velden, de andere voor het meten van geladen (plasma)deeltjes – duidelijk uit. Volgens de onderzoekers kunnen die uitslagen heel goed zijn veroorzaakt door een sluier van uitgestoten water. Onduidelijk is of dit een toevalstreffer was of dat grote delen van het oppervlak van Europa in dit opzicht activiteit vertonen. De ontdekking is in elk geval een steuntje in de rug voor de plannen die NASA heeft om medio volgend decennium een ruimtesonde naar Europa te sturen. Ook de Europese ruimtesonde JUICE, die rond dezelfde tijd wordt gelanceerd, zal de mogelijk actieve Jupitermaan enkele malen van dichtbij gaan bekijken. (EE)
Meer informatie:
Old Data Reveal New Evidence of Europa Plumes

   
14 mei 2018 • Multiversumtheorie kan niet verklaren waarom ons heelal is zoals het is
Een multiversum – een stelsel van vele naast elkaar bestaande heelallen – is wellicht niet zo’n onherbergzaam oord als tot nu toe wordt aangenomen, zo blijkt uit twee nieuwe publicaties in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Computersimulaties geven aan dat veel heelallen die deel uitmaken van zo’n multiversum leven zouden kunnen voortbrengen. Of een heelal geschikt is voor leven hangt in belangrijke mate af van de hoeveelheid donkere energie die het bevat. Als die hoeveelheid erg groot is, dijt een heelal zo snel uit dat de daarin aanwezige materie sterk verdund raakt vóórdat zich sterren en planeten kunnen vormen. Vaak wordt gesteld dat het nogal toevallig is dat ons heelal precies genoeg donkere energie lijkt te bevatten om leven mogelijk maken. Vandaar dat veel kosmologen wel wat zien in de multiversum-theorie. Als er heel veel heelallen bestaan, zullen er altijd wel een paar ‘goede’ tussen zitten, zo is – heel kort door de bocht – de redenering. Uit nieuwe grote computersimulaties, uitgevoerd door Britse en Australische wetenschappers, blijkt echter dat het toch niet zo nauw komt met de donkere energie. Ook een heelal dat een paar honderd keer zoveel donkere energie bevat als het onze blijkt met het grootste gemak sterren en planeten te kunnen vormen. Sterker nog: de kans dat een heelal veel meer donkere energie bevat dan het onze lijkt heel groot. Als dat inderdaad zo is, kan de multiversumtheorie op zichzelf niet verklaren waarom ons heelal zo weinig donkere energie bevat. Of ons heelal nu deel uitmaakt van een multiversum of niet doet er dus niet zo veel toe. Dit betekent dat deze specifieke eigenschap van ons heelal nog net zo onverklaarbaar zijn als voorheen. Dat wil volgens de wetenschappers overigens niet per se zeggen dat het multiversum niet bestaat. Er ontbreekt simpelweg nog iets: een nog onbekende natuurwet wellicht. (EE)
Meer informatie:
Could a Multiverse Be Hospitable to Life?

   
11 mei 2018 • NASA wil helikopter(tje) laten vliegen op Mars
Terwijl de huidige Marssonde Insight nog maar net op weg is naar Mars, heeft NASA besloten om in 2020 een klein, autonoom werkend rotorvliegtuig naar Mars te sturen. De helikopter reist mee met een nieuwe Marsrover die dat jaar toch al naar de rode planeet wordt gestuurd. De Mars-helikopter is bedoeld als test, maar het is vooral ook een primeur die NASA niet aan zich voorbij wil laten gaan. Het zal voor het eerst zijn dat een zwaarder-dan-lucht-toestel boven een andere planeet dan de aarde gaat vliegen. Aan de Mars-helikopter wordt sinds augustus 2013 gewerkt. Het toestel weegt nog geen twee kilo en zijn romp meet ongeveer 10 centimeter. De ‘hefschroef’ bestaat uit twee tegen elkaar in draaiende tweebladige wieken die bijna 3000 omwentelingen per minuut zullen maken – tien keer zo snel als een helikopter op aarde. Deze hoge draaisnelheid is nodig om in de ijle Marslucht te kunnen opstijgen. De helikopter wordt uitgerust met zonnecellen en lithium-ionbatterijen en een verwarmingssysteem om de koude Marsnachten te kunnen doorstaan. Omdat er geen piloot aan boord is, en stuursignalen vanaf de aarde er minuten over doen om Mars te bereiken, moet het toestel zelfstandig kunnen werken. Er zal een vijftal testvluchten worden gemaakt, waarbij afstanden tot enkele honderden meters worden overbrugd. (EE)
Meer informatie:
Mars Helicopter to Fly on NASA's Next Red Planet Rover Mission

   
10 mei 2018 • Ruimtelijke structuur van interstellaire gaswolk bepaald
Twee Griekse astronomen zijn er voor het eerst in geslaagd om de driedimensionale structuur van een moleculaire gaswolk vast te stellen. De gaswolk, Musca geheten, ziet er vanaf de aarde uit als een 27 lichtjaar lange ‘naald’. In werkelijkheid blijkt het echter meer een ‘pannenkoek’ te zijn (Science, 11 mei). Musca is omringd door geordende haarachtige structuren die worden veroorzaakt doordat de wolk als geheel vibreert – ongeveer zoals een galmende kerkklok. Het is de onderzoekers gelukt om de afzonderlijke frequenties van deze vibraties te meten. Met behulp van deze informatie kon niet alleen de ruimtelijke vorm van de gaswolk worden gereconstrueerd, maar ook zijn dichtheid worden bepaald. Moleculaire gaswolken zijn wolken van koel gas en stof waaruit, door samentrekking, sterren en planeten kunnen ontstaan. Het onderzoek van gaswolken als Musca kan astronomen meer inzicht geven in de vorming van ons zonnestelsel. (EE)
Meer informatie:
ANU Study Sheds New Light on How Our Solar System Formed

   
10 mei 2018 • Bijzonder compacte dubbelster ontdekt
Met behulp van de Neutron star Interior Composition Explorer (NICER) is vastgesteld dat de componenten van de bijzondere dubbelster IGR J17062–6143 in slechts 38 minuten om elkaar heen wentelen (The Astrophysical Journal Letters, 9 mei). NICER is een instrument voor het waarnemen van neutronensterren – de compacte restanten van sterren die als supernova zijn ontploft – dat in juni 2017 in het internationale ruimtestation ISS is geïnstalleerd. Dubbelster IGR J17062–6143 bestaat uit een pulsar (een pulserende neutronenster) en een ander sterachtig object. Uit de NICER-waarnemingen kan worden afgeleid dat de twee slechts ongeveer 300.000 kilometer van elkaar verwijderd zijn. Dat brengt astronomen tot het vermoeden dat de begeleider een witte dwergster is: voor een normale ster is simpelweg geen plek. Het bestaan van de dubbelster was al langer bekend, maar tot nu toe was de omlooptijd van het object onzeker. In 2008 heeft de röntgensatelliet RXTE gedurende 20 minuten naar het object gekeken, maar dat was te kort. NICER heeft de dubbelster in augustus, oktober en november 2017 urenlang kunnen waarnemen. Op die manier lukte het om kleine afwijkingen in de aankomsttijden van de pulsen van de rondtollende neutronenster te meten. Deze afwijkingen ontstaan doordat pulsar en zijn begeleider om hun gemeenschappelijke zwaartepunt wentelen, waardoor de afstand tussen pulsar en aarde varieert. Dankzij de nieuwe waarnemingen staat nu vast dat IGR J17062–6143 de meest compacte dubbelster in zijn soort is. (EE)
Meer informatie:
NASA’s NICER Mission Finds an X-ray Pulsar in a Record-fast Orbit

   
10 mei 2018 • Nieuwe spectaculaire beelden van Jupiter gepresenteerd
Vandaag en morgen (10 en 11 mei) vindt in Londen een bijeenkomst plaats van professionele en amateur-wetenschappers. Rond het thema – ‘New Views of Jupiter’ – zijn een aantal nieuwe foto’s en korte beeldanimaties gepresenteerd die gebaseerd zijn op op opnamen van de ruimtesonde Juno. Bij de verwerking van deze opnamen zijn veel 'burgerwetenschappers' betrokken. Het team van amateurs dat zich met de Juno-opnamen bezighoudt, maakt een snellere verwerking van de beelden mogelijk. Dankzij hen kunnen veranderingen in de atmosfeer van Jupiter veel eerder worden opgemerkt, en kan het onderzoeksprogramma van Juno, als daar aanleiding toe is, worden aangepast. (EE)
Meer informatie:
“New views of Jupiter” showcases swirling clouds on giant planet

   
9 mei 2018 • Energie van botsende zonnewind wordt (deels) afgevoerd door elektronen
Wetenschappers hebben ontdekt waar de energie blijft – althans een deel ervan – die vrijkomt wanneer de zonnewind in botsing komt met het beschermende magnetische veld van onze planeet. Waar magnetische veldlijnen breken en zich vervolgens weer herstellen wordt energie omgezet in bundels van snelle elektronen die de energie afvoeren (Nature, 10 mei). Wanneer de zonnewind in botsing komt met het aardmagnetisch veld, worden turbulente magnetische velden gegenereerd die de gehele planeet omhullen en zich over honderdduizenden kilometers uitstrekken. Deze magnetische velden bevatten een kolossale hoeveelheid energie, en tot nu toe was onduidelijk waar die energie naartoe gaat. Dankzij de vier satellieten van NASA’s Magnetospheric Multiscale-missie (MMS), die de randen van het aardmagnetische veld verkennen, is daar nu meer duidelijk over geworden. Er blijkt sprake te zijn van een nieuw soort ‘reconnectie’, die sterk afwijkt van de magnetische reconnectie die zich op rustigere plekken rond de de aarde afspeelt. Ook elders in de magnetosfeer van de aarde treedt reconnectie op. Golvende magnetische velden kruisen elkaar, breken en zoeken weer aansluiting. Bij dat proces worden geïoniseerde atomen met hoge snelheid de magnetosfeer in geschoten. Sommige van deze geladen deeltjes worden naar de magnetische polen van onze planeet geleid, en komen onderweg in botsing met atomen in de atmosfeer. Zo ontstaat poollicht. Het nu ontdekte reconnectieproces vindt op grotere afstand van de aarde plaats, in een turbulente zone waar de zonnewind sterk wordt afgeremd. Dit overgangsgebied – de magnetosheath of magnetoschede – bevat enorm veel energie. De MMS-gegevens laten zien dat bij de reconnecties die daar optreden elektronen wegschieten in plaats van ionen. De veel lichtere elektronen bereiken daarbij snelheden die 40 keer zo hoog zijn als die van de ionen die bij de normale reconnecties vrijkomen. (EE)
Meer informatie:
Reconnection Tames the Turbulent Magnetic Fields Around Earth

   
9 mei 2018 • Eerste koolstofrijke planetoïde ontdekt in de Kuipergordel
Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van ESO-telescopen een overblijfsel van het vroege zonnestelsel onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat het merkwaardige Kuipergordelobject 2004 EW95 een koolstofrijke planetoïde is – de eerste in zijn soort die in de koude buitenste regionen van het zonnestelsel is aangetroffen. Het ongeveer 300 kilometer grote hemellichaam is waarschijnlijk ontstaan in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter en op enig moment ‘verbannen’ naar de miljarden kilometers verder weg gelegen Kuipergordel. De begintijd van ons zonnestelsel was nogal onstuimig. Theoretische modellen van deze periode voorspellen dat de grote gasplaneten kort na hun ontstaan door het zonnestelsel zijn getrokken en tal van kleine rotsachtige hemellichamen uit het binnenste deel van het zonnestelsel naar banen op grote afstand van de zon hebben verdreven. Met name wijzen deze modellen erop dat de Kuipergordel – een koud gebied buiten de baan van Neptunus – voor een klein gedeelte moet bestaan uit rotsachtige lichamen uit het centrale deel van het zonnestelsel, die koolstofhoudende planetoïden worden genoemd. Voor het eerst is daar nu ook een duidelijk bewijs voor gevonden. Met behulp van diverse instrumenten van de Europese Very Large Telescope in het noorden van Chili is het de astronomen gelukt om de samenstelling van 2004 EW95 te meten. Uit het (weinige) zonlicht dat het donkere object weerkaatst kan worden opgemaakt dat op zijn oppervlak onder meer ijzeroxiden en fylosilicaten te vinden zijn. Dit zijn verbindingen die nog nooit bij een Kuipergordelobject zijn waargenomen, en dat wijst er sterk op dat 2004 EW95 in de begintijd van het zonnestelsel door een migrerende planeet naar zijn huidige baan is geslingerd. (EE)
Meer informatie:
Verbannen planetoïde ontdekt in buitenwijk van het zonnestelsel

   
9 mei 2018 • Melkwegschijf lijkt (nog) groter dan gedacht
Spaanse en Chinese astronomen hebben aanwijzingen gevonden dat de schijf van ons Melkwegstelsel een middellijn van ongeveer 200 duizend lichtjaar heeft. Dat is aanmerkelijk groter dan eerdere schattingen, die uiteenlopen van 100 tot 180 duizend lichtjaar. Spiraalstelsels zoals de Melkweg laten zich voorstellen als een relatief dunne schijf. Waar die schijf precies ophoudt, is niet gemakkelijk te zien. Vanaf een zekere afstand neemt het aantal sterren simpelweg sterk af. De astronomen zijn nu echter op het spoor gekomen van een populatie van ‘schijfsterren’ die zich voorbij de vermeende rand van de Melkwegschijf ophouden. Sommige van deze sterren zouden meer dan vier keer zo ver van het centrum van de Melkweg verwijderd zijn als onze zon (ruwweg 25.000 lichtjaar). Ze komen tot deze conclusie op basis van een statistische analyse van de surveys APOGEE en LAMOST. Dat zijn twee projecten waarbij de spectra van sterren worden onderzocht om meer informatie te krijgen over hun snelheden en chemische samenstellingen. De analyse laat zien dat er tot op 100.000 lichtjaar van het Melkwegcentrum nog aanzienlijke aantallen sterren te vinden zijn die relatief rijk zijn aan elementen zwaarder dan helium. En dat maakt het aannemelijk dat de sterren daadwerkelijk tot de schijf van ons Melkwegstelsel behoren. (EE)
Meer informatie:
The disc of the Milky Way is bigger than we thought

   
8 mei 2018 • Nabije ster Proxima produceerde ‘supervlam’
Nieuw onderzoek laat zien dat de ster Proxima Centauri op 18 maart 2016 een uitbarsting heeft geproduceerd die helder genoeg was om vanaf de aarde met het blote oog waarneembaar te zijn. Normaal gesproken is deze ster daar honderd keer te zwak voor. Met een afstand van 4,2 lichtjaar is Proxima Centauri de meest nabije buur van onze zon. Het is een rode dwergster die niet veel groter is dan de planeet Jupiter en zes keer zo weinig licht geeft als onze zon. In 2016 ontdekten astronomen dat er minstens één planeet om hem heen draait. Sterren zoals Proxima kunnen behoorlijk actief zijn. Ze produceren regelmatig flinke uitbarstingen van ultraviolette straling. Tijdens zo’n uitbarsting blaast de ster een bel heet plasma de ruimte in die zo groot kan zijn als de ster zelf en een temperatuur van 27 miljoen graden kan bereiken. De ‘supervlam’ van 2016 werd geregistreerd met de Evryscope – een verzameling van 27 kleine telescopen die tezamen op dezelfde montering zijn geplaatst. Dit instrument speurt elke nacht de Chileense hemel af naar tijdelijk oplichtende objecten. Het verschijnsel duurde meer dan een uur, maar was de eerste tien minuten op zijn helderst – tien keer zo helder zelfs dan alle voorgaande uitbarstingen. Geschat wordt dat de ster ongeveer vijf keer per jaar een uitbarsting van deze omvang produceert, maar die worden lang niet allemaal opgemerkt. Computersimulaties laten zien dat zoveel hevige uitbarstingen funest zijn voor de eventuele atmosfeer van de planeet die om Proxima cirkelt. Een ozonlaag zoals die van de aarde zou niet veel langer dan vijf jaar standhouden. Het is dus heel aannemelijk dat de planeet geen ozonlaag heeft en dat ultraviolette straling ongehinderd zijn oppervlak kan bereiken. Levende organismen zijn daar normaal gesproken niet tegen bestand. (EE)
Meer informatie:
A Naked-Eye Superflare Detected from Proxima Centauri

   
8 mei 2018 • Nieuwe zoektocht naar buitenaardse intelligentie van start gegaan
Breakthrough Listen – het initiatief van internet-investeerder Yuri Milner dat bedoeld is om signalen van intelligent leven uit de ruimte op te pikken – heeft vandaag een begin gemaakt met een nieuwe grote ‘luistercampagne’. Met behulp van de gemoderniseerde Parkes-radiotelescoop in Australië worden miljoenen sterren in het vlak van onze Melkweg bij de zoektocht betrokken. Eerder was al een bescheiden selectie van vooral nabije sterren afgewerkt. De uitgebreide survey is mogelijk gemaakt door de installatie van nieuwe apparatuur in Parkes, waarmee grote hoeveelheden gegevens kunnen worden opgeslagen. Tot nu toe kon steeds maar één punt aan de hemel worden waargenomen, nu is dat uitgebreid tot dertien. Voor elk van die dertien punten kunnen meer dan 100 miljoen radiokanalen tegelijk worden gescand. Daarmee is het een van de grootste SETI-campagnes ooit: alleen al dit jaar zijn er 1500 uren aan waarnemingstijd mee gemoeid. De nieuwe ‘multibundel’-ontvanger van Parkes is beter in staat om kunstmatige signalen van de aarde zelf uit te filteren. Dat is bittere noodzaak, omdat verreweg de meeste kunstmatige signalen die bij een project als dit worden opgepikt afkomstig zijn van satellieten, vliegtuigen, mobiele telefoons en dergelijke. De gegevens die bij de Breakthrough Listen-campagne worden verzameld, zullen overigens ook worden doorzocht op astronomisch interessante verschijnselen, zoals snelle radioflitsen. (EE)
Meer informatie:
Breakthrough Listen Begins Survey of the Plane of the Milky Way at Parkes

   
8 mei 2018 • Leidse astronomen fotograferen bij toeval mogelijke peuterplaneet
Een internationaal team van sterrenkundigen onder Leidse leiding heeft bij toeval een kleine begeleider gevonden rond de jonge dubbelster CS Cha. De sterrenkundigen onderzochten eigenlijk de stofschijf rond de dubbelster, maar stuitten toen op de begeleider. De astronomen vermoeden dat het gaat om een planeet in zijn peuterjaren die nog aan het groeien is. De onderzoekers gebruikten het SPHERE-instrument op de Europese Very Large Telescope in Chili. Hun bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics. De dubbelster CS Cha en zijn bijzondere begeleider bevinden zich op een kleine 600 lichtjaar afstand van ons vandaan in een stervormingsgebied in het zuidelijke sterrenbeeld Kameleon. De dubbelster is slechts twee à drie miljoen jaar oud. De onderzoekers wilden de ster bestuderen om te zoeken naar stofschijven en planeten-in-wording. Tijdens hun onderzoek naar de dubbelster zagen de astronomen een kleine stip aan de rand van hun afbeeldingen. De onderzoekers doken de telescoop-archieven in en ontdekten de stip, maar dan veel onduidelijker, ook op foto’s van de Hubble-ruimtetelescoop van negentien jaar geleden en op foto’s van de Very Large Telescope van elf jaar geleden. Dankzij de archieffoto’s konden de astronomen aantonen dat de begeleider meebeweegt met de dubbelster en dat ze bij elkaar horen. Hoe de begeleider er precies uitziet en hoe hij is ontstaan, is onduidelijk. De onderzoekers hebben diverse modellen op de waarnemingen losgelaten, maar die geven geen honderd procent zekerheid. De begeleider is mogelijk een kleine bruine dwergster, maar een grote super-Jupiter kan ook.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
7 mei 2018 • Natuurlijke klimaatcyclus houdt al honderden miljoenen jaren stand
Amerikaanse aardwetenschappers hebben met behulp van diepe boringen in oude gesteenten het tastbare bewijs gevonden dat de vorm van de aardbaan al heel lang regelmatige variaties vertoont. Deze variaties, die van invloed zijn op het klimaat op onze planeet, traden ook 200 miljoen jaar geleden al op (Proceedings of the National Academy of Sciences, 7 mei). Al tientallen jaren is bekend dat de vorm van de aardbaan in de loop van ongeveer 405.000 jaar heen en weer gaat tussen een bijna volmaakte cirkel (zoals nu) en een ellips met een excentriciteit van 5 procent. Deze zeer geleidelijke, cyclische verandering is het gevolg van de zwaartekrachtsinvloeden van met name de planeten Venus (dichtbij) en Jupiter (massarijk). Maar hoe lang bestaat die cyclus al? Berekeningen van de vorm van de aardbaan die verder dan ongeveer 50 miljoen jaar teruggaan in de tijd worden onbetrouwbaar geacht, omdat er simpelweg te veel (kleine) hemellichamen in ons zonnestelsel zijn die ontelbare onderlinge interacties aangaan. Toch lijkt het nieuwe onderzoek erop te wijzen dat de 405.000-jarige cyclus al vóór de opkomst van de dinosauriërs optrad. Dat blijkt uit een analyse van 450 meter lange boorkernen die uit de bodem van onder meer het Petrified Forest National Park in Arizona zijn gehaald. De betreffende boorkernen bevatten versteende sedimenten van meren en rivieren, die een indicatie geven van de afwisselend warme en koude perioden die het aardse klimaat de afgelopen paar honderd miljoen jaar heeft vertoond. Tussenliggende vulkanische aslagen, die bepaalde radioactieve stoffen bevatten, hebben dateringen van de verschillende sedimenten mogelijk gemaakt. De optredende klimaatveranderingen zijn overigens niet rechtstreeks het gevolg van de cyclisch variërende vorm van de aardbaan. De 405.000-jarige cyclus heeft slechts een versterkend of verzachtend effect op enkele kortere cycli die een meer directe invloed op het klimaat uitoefenen. Het gaat daarbij met name om schommelingen in de stand van de aardas. Dat de stand van de aardas en de vorm van de aardbaan allerlei cyclische variaties vertonen is al geruime tijd bekend. Hun bestaan werd bijna een eeuw geleden voorspeld door de Servische wis- en sterrenkundige Milutin Milanković. (EE)
Meer informatie:
In ancient rocks, scientists see a climate cycle working across deep time

   
7 mei 2018 • Geen wolkje aan de lucht op planeet WASP-96b
Astronomen hebben ontdekt dat de atmosfeer van exoplaneet WASP-96b vrij van wolken is (Nature, 7 mei). WASP-96b is een zogeheten hete Saturnus – een gasplaneet met ongeveer evenveel massa als Saturnus, die op geringe afstand om zijn moederster wentelt. De planeet is 980 lichtjaar van ons verwijderd. De astronomen hebben de atmosfeer van WASP-96b waargenomen met de Europese Very Large Telescope. Dat deden ze op momenten dat de planeet voor zijn moederster langs trok. Dan kan worden gemeten hoeveel sterlicht er wordt tegengehouden door de planeet en de samenstelling van diens atmosfeer worden bepaald. Daarbij is gebleken dat het absorptiespectrum van WASP-96b het complete spectrum van natrium vertoont. Dat kan alleen het geval zijn als zijn atmosfeer vrijwel transparant is. Van de twintig exoplaneten die tot nu toe op deze manier zijn waargenomen, is WASP-96b de enige die geheel wolkenloos lijkt te zijn. (EE)
Meer informatie:
Astronomers find exoplanet atmosphere free of clouds

   
7 mei 2018 • Ook onze zon blaast straks een (bescheiden) planetaire nevel uit
Een internationaal team van astronomen, onder wie Albert Zijlstra van de universiteit van Manchester, voorspelt dat onze zon tegen het eind van haar bestaan een wolk van lichtgevend gas zal uitstoten: een zogeheten planetaire nevel. Dat gaat gebeuren wanneer de voorraad waterstofgas in de kern van de zon over ongeveer vijf miljard jaar opraakt en onze ster opzwelt tot een ‘rode reus’ (Nature Astronomy, 7 mei). Tot nu toe was onzeker of onze zon – net als 90 procent van alle sterren – zo’n planetaire nevel zal produceren. Daarvoor leek onze ster eigenlijk wat te weinig massa te hebben. Maar een nieuw model voor de evolutie van sterren dat de astronomen hebben ontwikkeld geeft aan dat het waarschijnlijk net wél gaat gebeuren. De planetaire nevel van onze zon zal overigens niet erg helder zijn. Planetaire nevels bestaan uit de buitenlagen die een opgezwollen ster aan het einde van zijn bestaan wegblaast. Zo’n nevel kan tot wel de helft van de oorspronkelijke massa van de ster bevatten. Wat resteert is een ‘witte dwerg’ – een klein, langzaam afkoelend sterretje. (EE)
Meer informatie:
What will happen when our sun dies?

   
7 mei 2018 • Reusachtige wervelingen op de zon (eindelijk) waargenomen
Een team van wetenschappers, onder leiding van het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung (MPS) en de Universiteit van Göttingen, heeft nieuwe wervelvormige golven op de zon ontdekt. Deze zogeheten Rossby-golven verplaatsen zich tegen de rotatierichting in, houden maandenlang stand en zijn – anders dan in de atmosferen van planeten – op hun hevigst aan de evenaar (Nature Astronomy, 7 mei). Wetenschappers speculeerden al veertig jaar over het bestaan van zulke golven op de zon, die in elk draaiend systeem zouden moeten optreden. Maar tot nu toe lukte het niet goed om ze ook daadwerkelijk waar te nemen. De solaire Rossby-golven zijn nauw verwant aan de gelijknamige golven die in de atmosfeer en de oceanen van de aarde optreden. Op bijna elke weerkaart van het noordelijk halfrond spelen Rossby-golven een belangrijke rol. Ze verschijnen als kronkelingen in de straalstroom die de koude polaire lucht in het noorden scheidt van de warmere subtropische lucht meer naar het zuiden. Het ontstaan van deze golven is een gevolg van het corioliseffect. De Rossby-golven op de zon zijn veel moeilijker herkenbaar, omdat ze zeer traag zijn en heel kleine amplitudes hebben. Om ze te kunnen opsporen, moet de zon gedurende vele jaren nauwkeurig worden waargenomen. In dit geval hebben de zonnewetenschappers gebruik gemaakt van gegevens die sinds 2010 zijn verzameld met een instrument van de Solar Dynamics Observatory – een NASA-satelliet. Bij dit onderzoek is gekeken naar de manier waarop granulen – ongeveer 1500 kilometer grote convectiecellen – zich over het oppervlak van de zon verplaatsen. Dat geeft informatie over de veel omvangrijkere, dieper gelegen wervelingen die gepaard gaan met de Rossby-golven. Daarnaast hebben de onderzoekers helioseismologische methoden gebruikt om de ontdekking te bevestigen en de Rossby-golven tot op een diepte van 20.000 kilometer te kunnen onderzoeken. (EE)
Meer informatie:
Giant swirls on the Sun

   
7 mei 2018 • Zonnestelsel in beginjaren geroosterd door supernova
Het zonnestelsel heeft in zijn beginjaren mogelijk flink te lijden gehad van een nabije supernova-explosie. Tot deze conclusie komt een Nederlands/Hongaars team op basis van gedetailleerde computerberekeningen. Het supernova-scenario verklaart onder andere waardoor het baanvlak van de planeten gekanteld is ten opzichte van de evenaar van de zon en waarom het zonnestelsel aan de buitenkant abrupt ophoudt. Het zonnestelsel kent verscheidene lastig te verklaren eigenaardigheden. Zo maakt het gemiddelde baanvlak van de planeten een hoek van 5,6 graden ten opzichte van de evenaar van de zon. Daarnaast houdt ons zonnestelsel al op bij 45 keer de afstand aarde-zon, terwijl er net daarbinnen een rijke ring van ruimtepuin is, de Kuipergordel. Bij veel andere sterren strekken dergelijke puinschijven zich doorgaans uit tot wel 400 keer de afstand aarde-zon. Onderzoekers van de Universiteit Leiden en van de Hongaarse Academie van wetenschappen beargumenteren dat deze eigenaardigheden het gevolg zijn van een supernova-explosie dicht in de buurt van het jonge zonnestelsel. Onze zon bevond zich toen waarschijnlijk in een sterrenhoop van enkele duizenden sterren, waarvan er een als supernova ontploft kan zijn.De onderzoekers hebben met in Leiden ontwikkelde simulatiesoftware berekend op welke afstand en in welke richting de supernova zich bevond. Ze komen uit bij een afstand van 0,5 tot 1,3 lichtjaar en een hoek van 35 tot 60 graden ten opzichte van de protoplanetaire stofschijf rond de zon. Het afkappen en kantelen van de stofschijf om de zon werd volgens de onderzoekers niet veroorzaakt door de supernova zelf, maar door de nucleaire schokgolf van de gloeiendhete buitenlagen van de ontploffende ster die het zonnestelsel ramde. Er zat ongeveer dertig jaar tussen het ontploffen van de ster en het moment dat de nucleaire schokgolf het zonnestelsel bereikte. De aarde was toen nog niet gevormd, maar mogelijk zijn de sporen van de supernovaschokgolf nog wel zichtbaar in de chemische en isotopische samenstelling van de oudste gesteenten in het zonnestelsel.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
7 mei 2018 • ESA selecteert drie nieuwe kandidaat-ruimtemissies
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft drie nieuwe kandidaten geselecteerd voor het wetenschappelijke onderzoeksprogramma Cosmic Vision. Het gaat om een satelliet voor de detectie van de meest energierijke uitbarstingen in het heelal (Theseus), een infraroodsatelliet (Spica) en een ruimtesonde die om de planeet Venus zou gaan cirkelen (EnVision). In 2021 wordt beslist welke van de drie missies ten uitvoer wordt gebracht. De lancering staat gepland voor 2032. Bij eerdere selectierondes werden al vier andere Cosmic Vision-missies geselecteerd. De eerste daarvan – de Solar Orbiter – wordt in oktober van dit jaar gelanceerd. De overige drie volgen in de periode 2020-2028. (EE)
Meer informatie:
ESA selects three new mission concepts for study

   
5 mei 2018 • Marssonde InSight gelanceerd
Vanmiddag om 13.05 uur is de nieuwe Marsmissie InSight gelanceerd. Het was voor het eerst dat een interplanetaire vlucht van NASA vanuit de Vandenberg-luchtmachtbasis in Californië vertrok en niet vanuit Cape Canaveral in Florida. Insight wordt wel omschreven als een ‘geologische robot’. Het gaat niet om een karretje dat, zoals Curiosity, het Marslandschap gaat verkennen, maar om een stilstaand platform. Insight is onder meer uitgerust met een seismometer en een ’thermometer’ die zich zelf in de Marsbodem boort. Deze instrumenten zullen aardbevingen op de planeet gaan registreren en meten hoeveel warmte er uit het inwendige van Mars ontsnapt. Een en ander moet meer inzicht geven in de opbouw van de planeet. De ruimtesonde zal er ruim een half jaar over doen om de oversteek naar Mars te maken. Dat doet hij niet alleen: hij is in het gezelschap van twee kleine ‘Cubesats’ – ruimtesondes ter grootte van een aktetas – die ‘Wall-E’ en ‘Eva’ worden genoemd. InSight zelf moet een zachte landing maken op Mars, zijn kleine begeleiders niet. Zij zullen – bij wijze van proef – tijdens de landing van InSight gegevens doorseinen naar de aarde. (EE)
Meer informatie:
NASA, ULA Launch Mission to Study How Mars Was Made

   
3 mei 2018 • Een van de planeten van TRAPPIST-1 heeft een forse ijzerkern
Astronomen van de Columbia-universiteit (VS) hebben schattingen gemaakt van de inwendige structuur van de zeven planeten van de ster TRAPPIST-1. Op basis van modelberekeningen hebben ze bepaald hoe groot de ijzerkern van elke planeet minimaal moet zijn en maximaal mag zijn om diens massa en grootte te kunnen verklaren. Daarbij zijn ze tot de conclusie gekomen dat voor zes van de zeven planeten de minimale grootte van de kern zo ongeveer nul is. Het is dus denkbaar dat deze planeten geheel uit gesteenten (en andere lichte materialen) bestaan. De enige uitzondering is TRAPPIST-1e. Daarvoor laten de berekeningen zien dat de planeet voor minstens 50 procent en misschien zelfs 78 procent uit ijzerkern bestaat. Ter vergelijking: bij onze eigen planeet is dat 55 procent. Al met al lijkt TRAPPIST-1e verreweg het meest op de aarde. Hij is iets kleiner dan onze planeet, bevindt zich binnen de ‘leefbare zone’ rond zijn ster en blijkt dus ook een grote ijzerkern te hebben. Dat laatste kan betekenen dat hij ook over een magnetisch veld beschikt dat hem tegen schadelijke stralingsuitbarstingen van zijn moederster kan beschermen. (EE)
Meer informatie:
One of the TRAPPIST-1 Planets Has an Iron Core (Universetoday.com)

   
3 mei 2018 • Mineraal in maanmeteoriet is gevormd waar water was
Een onderzoeksteam onder leiding van Masahiro Kayama van de Tohoku-universiteit (Japan) heeft bewijs gevonden dat er ooit water is geweest op de maan. Dat blijkt uit onderzoek van een maanmeteoriet – een stuk maangesteente dat na een inslag op aarde is beland (Science Advances, 2 mei). Het onderzoek laat zien dat de maanmeteoriet moganiet bevat, een mineraal dat zich alleen vormt waar water is. Een vergelijking met ander oppervlaktemateriaal van de maan heeft bevestigd dat de meteoriet inderdaad van de maan afkomstig is. Ook hebben de onderzoekers kunnen aantonen dat het moganiet niet is gevormd nadat de steen 17.000 jaar geleden op aarde is beland. Om de aanwezigheid van het mineraal te verklaren, suggereert het team dat de maan is getroffen door een komeet of waterrijke planetoïde. Een deel van dat water zal bij de inslag zijn verdampt, maar een ander deel zou zijn weggesijpeld in de maanbodem. Daar zou het moganiet zich hebben gevormd. Bij een latere inslag in hetzelfde gebied zou moganiet-houdend materiaal – waaronder de meteoriet – de ruimte in zijn geblazen. (EE)
Meer informatie:
Mineral in lunar meteorite suggests water was once on the moon (via Phys.org)