23 februari 2018 • Maanwater zit overal en is niet mobiel
Bij een nieuwe analyse van gegevens van de twee onbemande maanmissies zijn aanwijzingen gevonden dat het (weinige) water op de maan min of meer gelijkmatig over het oppervlak is verdeeld en zich niet beperkt tot bepaalde gebieden of terreinen. Het water lijkt ook niet te migreren en is waarschijnlijk niet gemakkelijk winbaar. Het nieuwe resultaat is in strijd met sommige eerdere onderzoeken, die erop leken te wijzen dat rond de polen van de maan meer water te vinden was dan elders en dat de hoeveelheid water in de maanbodem in de loop van de dag varieerde. Daaruit leidden de onderzoekers af dat watermoleculen over de maan konden ‘rondzwerven’, totdat ze in een ‘koudeval’ – een koud gebied – belandden. Dat het nu toch anders blijkt te zijn, heeft te maken met de hoge moeilijkheidsgraad van de metingen. Daarbij wordt met behulp van sensoren aan boord van om de maan cirkelende ruimtesondes gekeken naar het zwakke infraroodlicht dat door watermoleculen wordt uitgezonden. Jammer genoeg is ook de maan zelf een bron van infraroodlicht, en het is niet eenvoudig de beide signalen van elkaar te scheiden. Bij de nieuwe analyse is, op basis van gegevens van de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter en de Indiase Chandrayaan-1, een nauwkeurig temperatuurmodel van de maan gemaakt. En dat heeft dus geleid tot heel andere conclusies over de verdeling van het maanwater. Overigens staat nog steeds niet vast waar dat water vandaan komt. Veelal wordt aangenomen dat het ontstaat bij reacties tussen de zonnewind – geladen deeltjes van de zon – en het maanoppervlak. Het is echter ook denkbaar dat de watermoleculen uit het diepe inwendige van de maan zelf komen. (EE)
Meer informatie:
On Second Thought, the Moon's Water May Be Widespread and Immobile

   
23 februari 2018 • Astronoom Joeri van Leeuwen ontvangt Vici-beurs
Astronoom Joeri van Leeuwen van het Nederlands instituut voor radioastronomie (ASTRON) ontvangt een Vici-beurs van 1,5 miljoen euro om op jacht te gaan naar de bron van zwaartekrachtgolven. In de komende vijf jaar zal hij met een team van zes onderzoekers het nagloeien van samengesmolten neutronensterren bestuderen met de radiotelescopen in Westerbork. Zwaartekrachtgolven ontstaan wanneer twee zware objecten in het heelal, zoals neutronensterren of zwarte gaten, om elkaar draaien en samensmelten. Met de instrumenten Virgo en LIGO is het al mogelijk om deze rimpelingen in de ruimte-tijd te detecteren. Maar waar ze precies vandaan komen, en hoe ze worden gemaakt, is nog grotendeels onbekend. Van Leeuwen kan dankzij deze Vici-beurs met de radiotelescopen in Westerbork een van de oorzaken van zwaartekrachtgolven bestuderen: het samensmelten van twee neutronensterren. ‘Op elkaar klappende neutronensterren veroorzaken grote explosies, die we ook in radiolicht kunnen zien’, zegt Van Leeuwen. ‘Door het nagloeien van deze explosies te bestuderen, kunnen we heel precies bepalen waar de zwaartekrachtgolven vandaan komen. Dat kan niet met alleen zwaartekrachtgolf-detectoren.’ Door de neutronenster-explosies te bestuderen, hoopt van Leeuwen ook meer te weten te komen over de materie waaruit neutronensterren bestaan.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
22 februari 2018 • Het blijft tobben met de Hubble-constante
Astronomen hebben de tot nu toe meest nauwkeurige meting gedaan van de snelheid waarmee het heelal uitdijt. De uitkomst blijft echter afwijken van andere metingen van de kosmische uitdijing. Sinds begin vorige eeuw weten astronomen dat de afstanden tussen de sterrenstelsels in het heelal toenemen. Daarbij geldt dat sterrenstelsels zich van elkaar verwijderen met een snelheid die evenredig is met hun onderlinge afstand. Een ver stelsel beweegt dus met grotere snelheid van ons vandaan dan een nabij stelsel. Dit verschijnsel wordt toegeschreven aan de uitdijing van het heelal, die 13,8 miljard jaar geleden zou zijn begonnen met de oerknal. Tussen de ‘vluchtsnelheid’ van een sterrenstelsel en diens afstand bestaat een eenvoudige relatie: de snelheid is gelijk aan de afstand maal de zogeheten Hubble-constante. Deze laatste laat zich op verschillende manieren bepalen, en het liefst zouden astronomen zien dat de verschillende bepalingen dezelfde uitkomst geven. In de praktijk is dat echter niet zo. Metingen van de Europese Planck-satelliet wijzen erop dat de Hubble-constante voor het huidige heelal 67 à 69 kilometer per seconde per megaparsec (= 3,3 miljoen lichtjaar) zou moeten zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat een sterrenstelsel op 330 miljoen lichtjaar zich met een snelheid van 6700 tot 6900 km/s van ons verwijdert. Uit metingen van de Hubble-ruimtetelescoop – ook de allernieuwste die binnenkort in The Astrophysical Journal worden gepubliceerd – rolt echter een hogere waarde voor de Hubble-constante: 73 kilometer per seconde per megaparsec. Anders gezegd: de huidige sterrenstelsels bewegen sneller dan je op grond van waarnemingen van het vroege heelal, zoals Planck die heeft gedaan, zou verwachten. De oorzaak van deze afwijking wordt vooralsnog gezocht in het vroege heelal. Een mogelijke verklaring is dat de zogeheten donkere energie, die het heelal geleidelijk sneller doet uitdijen, in kracht toeneemt. Dat zou betekenen dat ook de gemeten versnelling van de uitdijingssnelheid van het heelal niet constant is. Een andere mogelijkheid is dat het heelal ‘donkere straling’ bevat – straling die onder meer uit zogeheten steriele neutrino’s bestaat. Dat zijn hypothetische subatomaire deeltjes die zich met bijna de lichtsnelheid voortplanten. De donkere straling zou verantwoordelijk zijn voor interacties tussen de deeltjes van de zogeheten donkere materie – onzichtbare materie die niet uit ‘gewone’ protonen, neutronen en elektronen bestaat. En ten slotte is er nog de mogelijkheid dat de interacties tussen donkere materie en normale materie of straling sterker zijn dan tot nu toe wordt aangenomen. Al deze scenario’s zouden gevolgen hebben voor de inhoud van het vroege heelal en in onjuiste voorspellingen van de huidige waarde van de Hubble-constante resulteren. (EE)
Meer informatie:
Improved Hubble Yardstick Gives Fresh Evidence for New Physics in the Universe

   
22 februari 2018 • Arecibo-radiotelescoop kan weer even vooruit
De grootste volledig operationele radiotelescoop ter wereld – onderdeel van de Arecibo-sterrenwacht op het eiland Puerto Rico – krijgt een nieuwe eigenaar. De National Science Foundation (enigszins vergelijkbaar met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) zal het beheer van het instrument overdragen aan een consortium onder leiding van de Universiteit van Centraal-Florida (UCF). Daarmee is de kolossale radioschotel, waarvan het voortbestaan al een tijdje aan een zijden draadje hing, weer voor vijf jaar van de ondergang gered. De Arecibo-radiotelescoop is een van de beroemdste radiotelescopen ter wereld. De schotel, gebouwd in een natuurlijke kom in het landschap, was met een middellijn van ruim 300 meter tot september 2016 ook de grootste enkelvoudige radiotelescoop. Inmiddels heeft hij die nummer 1-positie echter moeten afstaan aan de 500 meter grote FAST-radiotelescoop in het zuidoosten van China. Deze laatste is echter nog niet volledig in bedrijf. Met de Arecibo-telescoop worden nog geregeld bijzondere ontdekkingen gedaan. In 2016 werden met dit instrument de eerste repeterende ’snelle radioflitsen’ gedetecteerd. En een jaar later werden twee vreemde pulsars ontdekt die gedurende lange perioden geen radiopulsen vertonen. Ook speelt de radioschotel een belangrijke rol bij radarwaarnemingen van planetoïden die dicht in de buurt van de aarde komen. (EE)
Meer informatie:
UCF-led Consortium to Manage Arecibo Observatory in Puerto Rico

   
21 februari 2018 • Ster S0-2 kan worden gebruikt voor ‘Einstein-proef’
Astronomen hebben vastgesteld dat de ster S0-2, die op betrekkelijk kleine afstand om het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel draait, geen begeleider van betekenis heeft. Dat maakt hem geschikt voor het testen van een voorspelling van Einsteins algemene relativiteitstheorie. Als S0-2 deel had uitgemaakt van een dubbelstersysteem, zou dat veel moeilijker zijn geweest (The Astrophysical Journal, 6 februari). Dat S0-2 ‘alleenstaand’ is, blijkt uit spectroscopische waarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï. Als er een tweede ster in het spel was, zouden de lijnen in dat spectrum merkbaar heen en weer schuiven, maar dat is dus niet het geval. Einsteins algemene relativiteitstheorie voorspelt dat lichtgolven die uit een sterk zwaartekrachtsveld komen enigszins worden uitgerekt, waardoor hun golflengte naar de rode kant van het spectrum schuift. Verwacht wordt dat dit verschijnsel bij S0-2 rechtstreeks meetbaar zal zijn wanneer de ster dit voorjaar zijn kleinste afstand tot het centrale zwarte gat bereikt. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Discover S0-2 Star is Single and Ready for Big Einstein Test

   
21 februari 2018 • Amateur-astronoom betrapt supernova op heterdaad
De Argentijnse amateur-astronoom Víctor Buso heeft op 20 september 2016 bij toeval zeer vroege opnamen gemaakt van een supernova-explosie. Tijdens het testen van een nieuwe camera legde hij het moment vast waarop de drukgolf van de exploderende kern van een zware ster door het steroppervlak heen brak. Het was voor het eerst dat het felle licht dat bij die gebeurtenis vrijkomt is vastgelegd (Nature, 22 februari). De supernova-explosie speelde zich af in NGC 613, een spiraalstelsel in het zuidelijke sterrenbeeld Beeldhouwer op ongeveer 80 miljoen lichtjaar van de aarde. Bij het maken van een reeks opnamen van dit sterrenstelsel merkte Buso onmiddellijk een ster op die in korte tijd duidelijk helderder werd. Het nieuws van de ontdekking werd al snel opgepikt door beroepsastronomen, die tot de conclusie kwamen dat Buso de supernova-explosie nog geen uur na het begin ervan had vastgelegd. De kans dat een onvoorspelbare gebeurtenis als deze in zo’n vroeg stadium wordt opgemerkt is heel klein: 1 op de 10 of 100 miljoen. Vandaar ook dat het zo lang heeft geduurd voordat iemand deze beginfase heeft kunnen vastleggen. Vervolgwaarnemingen met professionele telescopen hebben meer inzicht gegeven in de kenmerken van de ontplofte ster. Supernova 2016gkg, zoals deze officieel wordt aangeduid, was van type IIb. Dit type supernova wordt veroorzaakt door een zware ster die vóór de uiteindelijke explosie zijn buitenste lagen heeft afgestoten. Modelberekeningen laten zien dat de ster op het moment van exploderen ongeveer vijf keer zoveel massa had als onze zon – nog maar een kwart van zijn oorspronkelijke massa. (EE)
Meer informatie:
Amateur Astronomer Captures Rare First Light From Massive Exploding Star

   
21 februari 2018 • Landelijke Sterrenkijkdagen op 23, 24 en 25 februari
Komend weekend, op vrijdag 23, zaterdag 24 en zondag 25 februari, vinden de 42ste Landelijke Sterrenkijkdagen plaats. Op meer dan vijftig locaties verspreid over Nederland kan het publiek door een telescoop kijken en meer leren over de sterrenhemel. Ook de vier Nederlandse universiteiten waar sterrenkundig onderzoek plaatsvindt, zetten hun koepels open.Tijdens de Landelijke Sterrenkijkdagen is de wassende maan te zien. De maansikkel wordt van dag tot dag breder. Met een telescoop kun je zien dat de maan bedekt is met kraters. Ook is duidelijk te zien dat hij zich in de opeenvolgende nachten boven het sterrenbeeld Orion langs naar het oosten beweegt. Het sterrenbeeld Orion staat in het zuiden. De meeste planeten hebben zich rond de Sterrenkijkdagen verstopt in de buurt van de zon of zijn alleen aan de ochtendhemel te zien. De uitzondering is de planeet Uranus. Die staat vroeg in de avond in het zuidwesten. Het publiek kan deze blauwgroene planeet met eigen ogen – door een telescoop - zien. Met een telescoop zijn ook sterrenstelsels buiten de Melkweg te zien. Bijvoorbeeld de Andromedanevel en de Driehoeknevel. Doordat de Andromedanevel zo ver weg staat, zien we het gezamenlijke licht van de meer dan 100 miljard sterren als een vage ovale oplichtende vlek. Mocht het onverhoopt niet helder zijn, dan is er op veel locaties een aanvullend programma met verhalen over sterrenkundige onderwerpen, een planetarium, demonstraties van kijkers, quizzen en informatie over de hobby van weerkunde en sterrenkunde. Op de meeste locaties is de toegang gratis.De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) houdt op www.sterrenkijkdagen.nl een overzicht bij van de deelnemende locaties met hun specifieke activiteiten.
Meer informatie:
Universiteiten openen sterrenkoepels tijdens Landelijke Sterrenkijkdagen

   
21 februari 2018 • Magnetische velden in Melkwegcentrum in kaart gebracht
Astronomen hebben de magnetische veldlijnen in het gas en stof rond het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel in kaart gebracht. De kaart – de eerste in zijn soort – is gemaakt met een infraroodcamera van de Gran Telescopio Canarias (GTC) op het eiland La Palma. Rond het centrale zwarte gat van de Melkweg cirkelen sterren die op zichtbare golflengten moeilijk waarneembaar zijn, omdat hun licht wordt tegengehouden door wolken van gas en stof. Op infrarode golflengten, en overigens ook op röntgen- en radiogolflengten, zijn deze wolken min of meer transparant. De ‘CanariCam’ van de GTC is in staat om de door magnetische velden veroorzaakte polarisatie van het ontvangen infraroodlicht registeren. Dat heeft een bijzondere kaart opgeleverd van de onmiddellijke omgeving van het zwarte gat. Daarop zijn de dunne magnetische veldlijnen in het hete gas en warme stof rond de sterren in dit gebied goed herkenbaar: ze doen denken aan penseelstreken. Over de oorsprong van het magnetische veld in het centrum van de Melkweg bestaat nog veel onduidelijkheid. Aangenomen wordt dat dit veld oorspronkelijk veel kleiner is geweest en door de zwaartekrachtsinvloeden van het zwarte gat en de sterren in het Melkwegcentrum is uitgerekt. (EE)
Meer informatie:
Magnetic field traces gas and dust swirling around supermassive black hole

   
21 februari 2018 • Europese Marssonde gaat snuffelen naar methaan
Door langs de bovenste lagen van de atmosfeer te strijken heeft de Europese ruimtesonde ExoMars zichzelf in een lage omloopbaan om de planeet Mars gemanoeuvreerd. Hierdoor kan de ruimtesonde, die voluit ExoMars Trace Gas Orbiter heet, binnenkort naar methaan in de Marsatmosfeer gaan ‘snuffelen’. De ExoMars-sonde is in oktober 2016 aangekomen bij Mars. Tot nu toe volgde hij echter een langgerekte baan die hem tot op 200 kilometer van Mars bracht, maar waarvan het verste punt bijna 100 duizend kilometer van de planeet verwijderd was. Dat verste punt is nu teruggebracht tot ruim duizend kilometer. De komende weken zullen de stuwraketjes van ExoMars de omloopbaan geleidelijk omvormen tot een cirkelbaan op een hoogte van 400 kilometer. Naar verwachting zal de ruimtesonde omstreeks 21 april zijn onderzoeksactiviteiten kunnen hervatten. Vanaf dat moment wordt ExoMars zo georiënteerd dat zijn camera omlaag en zijn spectrometers op de zon zijn gericht. Die configuratie heeft tot doel om sporengassen in de Marsatmosfeer, waaronder dus methaan, te inventariseren. Deze gassen kunnen afkomstig zijn van geologische en mogelijk zelfs van biologische processen. Daarnaast zal ook worden gezocht naar bevroren watervoorraden vlak onder het planeetoppervlak. (EE)
Meer informatie:
Surfing complete

   
20 februari 2018 • Sporen van Marslander Phoenix bedolven onder stof
De Amerikaanse Marslander Phoenix, die op 25 mei 2008 een zachte landing maakte in het noordpoolgebied van Mars, is steeds moeilijker terug te vinden, zoals blijkt uit deze vergelijking van twee opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter, gemaakt vanuit een omloopbaan rond de rode planeet. (Klik op de foto om de vergelijking te zien.) De lander zelf bevindt zich aan de bovenzijde van de foto; rechts is het gebied zichtbaar waar de parachute is neergekomen. De remraketten van de lander en de neerdalende parachute bliezen indertijd veel stof weg, waardoor de donkerder bodem van Mars zichtbaar werd, zoals duidelijk zichtbaar is op een foto die in de zomer van 2008 is gemaakt. Eind 2017 zijn de twee opvallende donkere vlekken haast niet meer te herkennen; het bevroren Marsoppervlak is opnieuw bedekt door een laag stof. Phoenix deed in 2008 enkele maanden lang onderzoek aan de dampkring en de bodem van Mars. Vlak onder het oppervlak trof de lander grote hoeveelheden ijs aan. (GS)
Meer informatie:
Nearly a Decade After Mars Phoenix Landed, Another Look (origineel persbericht)

   
20 februari 2018 • Verste supernova ooit: 10,5 miljard lichtjaar
Sterrenkundigen hebben de verste supernova ooit ontdekt. Het licht van de sterexplosie heeft er 10,5 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Dat betekent dat de explosie plaatsvond toen het heelal pas 3,3 miljard jaar oud was. De ontdekking is gedaan als onderdeel van de Dark Energy Survey (DES), een project waarbij honderden miljoenen sterrenstelsels in kaart gebracht worden om onderzoek te doen naar de mysterieuze donkere energie die verantwoordelijk wordt gehouden voor de versnellende uitdijing van het heelal. De ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. DES16C2nm, zoals de verre supernova heet, is een zogeheten super-luminous supernova (SNSL); vermoedelijk gaat het om een extreem compacte neutronenster die onder invloed van materieoverdracht ineenstort tot een zwart gat. De supernova werd in augustus 2016 ontdekt op foto's van de Dark Energy Suvey; enkele maanden later werd de enorm grote afstand gemeten door grote telescopen zoals de Europese Very Large Telescope en de twee Amerikaanse Magellan-telescopen (in Chili), en de eveneens Amerikaanse Keck-telescoop op Hawaii. Superlichtsterke supernova's zijn relatief zeldzaam; astronomen hopen dat er de komende tijd meer verre exemplaren ontdekt zullen worden, zodat er meer bekend zal worden over hun eigenschappen en de manier waarop die mogelijk veranderen in de loop van de geschiedenis van het heelal. (GS)
Meer informatie:
Astronomers reveal secrets of most distant supernova ever detected (origineel persbericht)

   
20 februari 2018 • Niet alle superzware zwarte gaten beïnvloeden hun gaststelsels op dezelfde wijze
Superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels produceren vaak krachtige winden van heet, geïoniseerd gas. Algemeen wordt aangenomen dat die gasstromen van grote invloed zijn op koeler, moleculair gas in het stelsel. Wanneer moleculair gas het stelsel wordt uitgeblazen, of te sterk wordt verhit, zet dat een rem op het tempo waarin er nieuwe sterren in het sterrenstelsel worden geboren. Met het ALMA-observatorium in Chili is nu echter ontdekt dat het moleculaire gas in het stelsel WISE 1029+0501 totaal niet beïnvloed lijkt te worden door de extreem sterke geïoniseerde wind van het centrale zwarte gat. Het stelsel staat op zeer grote afstand en is een zogeheten 'dust obscured galaxy' (DOG), maar op infrarode en (sub-)millimetergolflengten is het centrum van het stelsel goed zichtbaar. De ALMA-metingen aan koolmonoxidemoleculen in het centrale deel van het stelsel wijzen uit dat er geen sprake is van een significante 'uitstroom' van moleculair gas. De nieuwe resultaten zetten vraagtekens bij het algemeen geaccepteerde idee dat sterrenstelsels en hun superzware zwarte gaten een zogheten 'co-evolutie' vertonen, waarbij de groei van het stelsel gereguleerd wordt door die van het zwarte gat, en andersom. De metingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
No relation between a supermassive black hole and its host galaxy!? - The co-evolution mystery deepened by a new ALMA observation (origineel persbericht)

   
16 februari 2018 • Exoplaneet met zeer langgerekte omloopbaan ontdekt
Australische astronomen hebben een exoplaneet ontdekt bij de subreuzenster HD 76920. Met deze planeet is iets bijzonders aan de hand: van alle exoplaneten die tot nu toe zijn opgespoord heeft hij de meest langgerekte omloopbaan. De planeet, die de aanduiding HD 76920b heeft gekregen, is een gasreus met vier keer zoveel massa als de planeet Jupiter. De excentriciteit van zijn omloopbaan – een maat voor de ‘langgerektheid’ – bedraagt 0,86. Dat betekent dat het verste punt van zijn omloopbaan ongeveer zeven keer zo ver van de ster ligt als het meest nabije punt. De meest voor de hand liggende verklaring voor zo’n merkwaardig lange omloopbaan is dat de planeet de zwaartekrachtsinvloed ondervindt van een verre stellaire begeleider van HD 76920. Pogingen om die tweede ster op te sporen zijn echter op niets uitgelopen. Daarom denken de ontdekkers van HD 76920b dat de planeet zijn langgerekte baan te danken heeft aan interacties met andere (nog niet ontdekte) planeten. De astronomen hebben berekend hoe het de planeet, die zijn moederster nu al akelig dicht weet te naderen, verder zal vergaan. Het geleidelijk verder opzwellen van de ster en getijdeninteracties zullen ertoe leiden dat hij over ruwweg 100 miljoen wordt verzwolgen. (EE)
Meer informatie:
An Eccentric Planet Skims a Giant Star

   
16 februari 2018 • ESO-astronoom geselecteerd voor astronautentrainingsprogramma
ESO-astronoom Suzanna Randall is gekozen als nieuwe trainee van het initiatief Astronautin, dat tot doel heeft de eerste vrouwelijke Duitse astronaut te trainen en haar voor een onderzoeksmissie naar het internationale ruimtestation ISS te sturen. Dat is vandaag bekendgemaakt tijdens een persconferentie op het hoofdkantoor van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Garching, Duitsland. Het initiatief Astronautin werd in 2016 opgezet om jonge vrouwen te inspireren om beroepen te kiezen in de ruimtevaart, wetenschap, wiskunde en technologie, en om de eerste vrouwelijke Duitse astronaut de ruimte in te sturen. Ook zal het de microzwaartekrachtomgeving van het internationale ruimtestation ISS gebruiken om te onderzoeken hoe het vrouwelijk lichaam op gewichtloosheid reageert. Dankzij haar wetenschappelijke achtergrond en sportieve talenten is Suzanna Randall geselecteerd als een van de twee Astronautin-trainees. De 38-jarige in Keulen geboren Randall studeerde astronomie in het Verenigd Koninkrijk voordat zij aan de Universiteit van Montreal in Canada afstudeerde en promoveerde in de astrofysica. Ze werkt momenteel als astronoom bij ESO. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
16 februari 2018 • Opportunity begint aan 5000ste dag op Mars
Op zaterdag 17 februari maakt het Marskarretje Opportunity zijn 5000ste zonsopkomst op Mars mee. Opportunity landde op 25 januari 2004 op de planeet, voor een missie die aanvankelijk maar negentig dagen zou gaan duren. NASA hield er namelijk rekening mee dat Opportunity niet bestand zou zijn tegen de ijzige Marswinter. Inmiddels heeft hij echter al acht van die winters doorstaan. Op dit moment onderzoek het Marskarretje een brede geul aan de westrand van de inslagkrater Endeavour die Perseverance Channel wordt genoemd. Onduidelijk is hoe deze geul is ontstaan. Er wordt rekening gehouden met verschillende ontstaansscenario’s waarbij water, wind of ijs de drijvende kracht kan zijn geweest. (EE)
Meer informatie:
Long-Lived Mars Rover Opportunity Keeps Finding Surprises

   
15 februari 2018 • Hubble-ruimtetelescoop ziet wervelstorm Neptunus verpieteren
De grote wervelstorm die in 2015 ontstond in de atmosfeer van de verre planeet Neptunus is in de loop van vorig jaar sterk in omvang afgenomen. En anders dan voorspeld verplaatste hij zich niet in de richting van de evenaar, maar poolwaarts. Net als de Grote Rode Vlek van Jupiter, die al eeuwenlang standhoudt, brengt de wervelstorm van Neptunus materiaal uit de diepere delen van de atmosfeer naar boven. Op die manier wordt astronomen een indirect kijkje geboden in het inwendige van de planeet. Het opstijgende materiaal zou kunnen bestaan uit waterstofsulfide, een verbinding die naar rotte eieren ruikt. Dat de wervelstorm van Neptunus zich anders gedraagt dan de beroemde wervelstorm van Jupiter, heeft er mogelijk mee te maken dat de Neptunusatmosfeer een veel minder duidelijke bandenstructuur heeft. De Jupiteratmosfeer wordt gekenmerkt door talrijke straalstromen die afwisselend oost- en westwaarts zijn gericht. De atmosfeer van Neptunus vertoont slechts drie brede straalstromen: een aan de evenaar, een rond de zuidpool en een rond de noordpool. Dat biedt weersystemen veel meer bewegingsvrijheid. (EE)
Meer informatie:
Hubble Sees Neptune’s Mysterious Shrinking Storm

   
15 februari 2018 • Superzware zwarte gaten ‘groeien’ sneller dan hun sterrenstelsels
De grootste zwarte gaten in het heelal groeien sneller dan het sterrenstelsel waar zij deel van uitmaken. Dat blijkt uit gegevens van de ruimtetelescopen Chandra en Hubble en enkele radiotelescopen op aarde. Uit eerdere waarnemingen leek te volgen dat de zwarte gaten en de bijbehorende sterrenstelsels zich in ongeveer hetzelfde tempo ontwikkelden. Nieuw onderzoek van sterrenstelsels op afstanden van 4 tot 12 miljard lichtjaar geeft echter een heel ander beeld. In sterrenstelsels die ongeveer 100 miljard zonsmassa’s aan sterren bevatten blijkt het centrale zwarte gat naar verhouding ongeveer tien keer zoveel massa te hebben dan de centrale zwarte gaten in stelsels met ongeveer 10 miljard zonsmassa’s aan sterren. Een verklaring zou kunnen zijn dat in de zwaarste sterrenstelsels meer gas naar het centrale zwarte gat toe stroomt dan in de minder zware. Maar waarom dat zo is, is nog de vraag. Bij een tweede onderzoek is overigens ontdekt dat verrassend veel superzware zwarte gaten massa’s van minstens 10 miljard zonsmassa’s hebben weten te bereiken. Onduidelijk is of dat komt doordat hun groei heel vroeg op gang is gekomen of doordat ze simpelweg heel snel zijn gegroeid. (EE)
Meer informatie:
Supermassive Black Holes Are Outgrowing Their Galaxies

   
15 februari 2018 • Bijna honderd nieuwe exoplaneten ontdekt
In gegevens van de Amerikaanse Kepler-satelliet zijn nog eens bijna honderd nieuwe exoplaneten ontdekt. Daaronder bevindt zich een planeet die in een krappe omloopbaan om de ster HD 212657 cirkelt – de helderste ster die tot op heden met Kepler is opgespoord (Astronomical Journal, 15 februari). Kepler werd in 2009 gelanceerd om in een specifiek hemelgebied op planeten te ‘jagen’. Daarbij wordt gezocht naar sterren met regelmatige helderheidsvariaties die veroorzaakt worden door rond de ster cirkelende planeten. Door problemen met het standregelsysteem van de satelliet moest de zoektactiek echter worden bijgesteld. Sinds 2014 wisselt Kepler om de zoveel tijd van zoekveld. Deze nieuwe fase wordt K2 genoemd. De oorspronkelijke Kepler-missie en K2 hebben alles bij elkaar meer dan 5100 kandidaat-exoplaneten opgeleverd. Dat wil zeggen: sterren die ‘verdachte’ helderheidsvariaties vertonen. Deze worden echter niet in alle gevallen door voor de ster langs schuivende planeten veroorzaakt. Ook meervoudige stersystemen vertonen regelmatige helderheidswisselingen en zelfs ‘ruis’ van de satelliet kan voor een planeetovergang worden aangezien. De nieuwe planetenoogst is het resultaat van vervolgonderzoek van 275 kandidaat-exoplaneten. In 149 gevallen bleek het inderdaad om planeten te gaan, maar slechts 95 daarvan waren nog niet eerder waargenomen. (EE)
Meer informatie:
Kepler scientists discover almost 100 new exoplanets

   
14 februari 2018 • Andromedastelsel en Melkweg hebben evenveel massa
Australische astronomen hebben vastgesteld dat onze grote galactische buur, het Andromedastelsel, niet zoveel massa heeft als tot nu toe werd aangenomen. Het blijkt ongeveer net zoveel massa te hebben als ons Melkwegstelsel (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 15 februari). Eerdere schattingen gingen ervan uit dat de massa van het Andromedastelsel twee tot drie maal zo groot was als die van onze Melkweg. Onderzoek van de omloopbanen van sterren in de buitenste regionen van het Andromedastelsel laten echter zien dat het stelsel drie keer zo weinig donkere materie bevat als gedacht. Als de nieuwe massabepaling klopt, dan heeft dat grote consequenties voor het verloop van de ‘botsing’ tussen het Andromedastelsel en de Melkweg, die over ongeveer 5 miljard jaar zal plaatsvinden. Bij die botsing – of beter gezegd: samensmelting – zal ons thuisstelsel niet simpelweg worden verzwolgen. Het zal net zo’n grote bijdrage leveren aan het uiteindelijke, grotere stelsel als het Andromedastelsel. (EE)
Meer informatie:
Milky Way ties with neighbor in galactic arms race

   
14 februari 2018 • Het Andromedastelsel is ‘kort geleden’ ontstaan
Het naburige Andromedastelsel is pas 2 tot 3 miljard jaar geleden ontstaan na een kolossale botsing tussen twee kleinere sterrenstelsels. Tot die conclusie komen Franse en Chinese wetenschappers op basis van computersimulaties (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 14 februari). Uit recent onderzoek door Amerikaanse astronomen bleek dat er een duidelijk verschil bestaat tussen het Andromedastelsel en het Melkwegstelsel. In dat laatste stelsel, waar ook onze zon deel van uitmaakt, draaien vrijwel alle sterren keurige rondjes om het centrum. In het Andromedastelsel daarentegen vertonen alle sterren die ouder zijn dan 2 miljard jaar nogal willekeurige bewegingen. Volgens het Frans-Chinese team is dat verschil alleen verklaarbaar als het Andromedastelsel het product is van een ‘recente’ botsing. Twee kleinere sterrenstelsels zouden met elkaar zijn samengesmolten en vervolgens het huidige grote Andromedastelsel hebben gevormd. Na deze gebeurtenis zou een periode van hevige stervorming zijn aangebroken. De computersimulaties die tot dit resultaat hebben geleid kunnen ook andere opvallende kenmerken van het Andromedastelsel verklaren, waaronder de kromming van de hoofdschijf van het stelsel ven het feit dat sommige populaties van sterren in het stelsel een tekort aan zware elementen vertonen. (EE)
Meer informatie:
Andromeda galaxy was formed in 'recent' star crash: study

   
14 februari 2018 • ‘Dansende poollichten’ ontstaan door ‘stortregens’ van elektronen
Japanse wetenschappers hebben een verklaring gevonden voor de quasi-periodieke pulserende aurora’s – een bepaald type poollicht – die doorgaans aan het begin van de ochtendschemering te zien zijn. Ze blijken te worden veroorzaakt door een interactie die zich afspeelt in de magnetische invloedssfeer van de aarde (Nature, 15 februari). De pulserende aurora’s zijn onderzocht met een speciale sensor aan boord van de ERG-satelliet. De metingen die daarmee zijn gedaan laten zien dat de flakkerende poollichten het gevolg zijn van de interactie tussen elektronen en een specifiek soort plasmagolven. Deze interactie speelt zich af in de magnetosfeer van de aarde – het gebied rond onze planeet waarin het gedrag van elektrisch geladen deeltjes doorgaans wordt bepaald door het aardmagnetische veld. Poollicht ontstaat doordat elektronen die de aardatmosfeer binnendringen in botsing komen met de daar aanwezige atomen en moleculen. Tot nu toe was echter onduidelijk of de fluctuerende plasmagolven in de magnetosfeer van de aarde wel krachtig genoeg waren om elektronen op de aardatmosfeer te laten ‘neerregenen’ die genoeg energie hebben om de pulserende aurora’s te kunnen opwekken. De ERG-metingen laten zien dat dit inderdaad zo is. (EE
Meer informatie:
Dance of auroras

   
14 februari 2018 • ALMA-telescoop neemt kern van sterrenstelsel M77 onder de loep
Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) – een grote opstelling van radiotelescopen in het noorden van Chili – is de draaiende schijf van gas en stof rond het superzware zwarte gat in het sterrenstelsel M77 vastgelegd. Het is voor het eerst dat zo’n ’torus’ zo duidelijk in beeld is gebracht. Bijna alle sterrenstelsels hebben een kolossaal zwart gat in hun centrum. Als zo’n zwart gat ‘actief’ is – dat wil zeggen: materie uit zijn omgeving weet aan te trekken – is het omgeven door een schijf van gas en stof die – naar werd aangenomen – ronddraait. De ALMA-waarnemingen bevestigen dat, maar ze laten ook zien dat de verdeling van het gas in die ongeveer 40 lichtjaar brede schijf of torus veel minder gelijkmatig is dan eenvoudige modellen suggereren. De torus lijkt een beetje asymmetrisch van vorm te zijn en het daarin aanwezige gas cirkelt niet netjes rond het zwarte gat, maar vertoont ook sterk willekeurige bewegingen. Dat wijst erop dat deze actieve kern een turbulente voorgeschiedenis heeft – mogelijk een fusie met een kleiner sterrenstelsel. Overigens heeft ook ons eigen Melkwegstelsel een superzwaar zwart gat in zijn kern. Dat is momenteel echter in ruste. Voor het onderzoek van actieve kernen zijn astronomen dus aangewezen op andere sterrenstelsels. Met een afstand van ongeveer 47 miljoen lichtjaar is M77 een van de meest nabije. (EE)
Meer informatie:
Rotating Dusty Gaseous Donut Around an Active Supermassive Black Hole

   
13 februari 2018 • NASA brengt stukje Marsmeteoriet 'naar huis'
Een klein stukje van Marsmeteoriet Sayh al Uhaymir 008 (SaU008) zal geplaatst worden aan boord van NASA's Mars 2020-rover, die over twee jaar op pad gaat naar de rode planeet om daar bodemmonsters te verzamelen die in de (verre) toekomst opgehaald moeten worden voor onderzoek op aarde. Het stukje Marsgesteente, dat in 1999 werd gevonden in Oman, is zorgvuldig geselecteerd om als kalibratie-object te dienen voor een van de instrumenten van de Marswagen: de laserspectroscoop SHERLOC. Het is voor het eerst dat een steen van Mars terugkeert naar het oppervlak van zijn 'thuisplaneet'. Eerder had ook NASA's Mars Global Surveyor al een stukje van de Marsmeteoriet Zagami aan boord, maar Global Surveyor draait in een baan om Mars. Marsmeteorieten zijn stenen die bij een zware inslag van het oppervlak van Mars zijn losgeslagen, de ruimte in zijn geworpen, en na lange tijd als meteoriet op aarde terecht zijn gekomen. Ze zijn herkenbaar aan de samenstelling van gasinsluitsels. (GS)
Meer informatie:
A Piece of Mars is Going Home (origineel persbericht)

   
13 februari 2018 • Chaos ontrafeld – astronomen rekenen chaotisch systeem nauwkeuriger door dan ooit
Simon Portegies Zwart (Sterrewacht Leiden) en Tjarda Boekholt (Universidade de Aveiro in Portugal) hebben laten zien dat het mogelijk is chaotische systemen nauwkeurig door te rekenen. Hiermee tonen zij aan dat alle subtiliteiten zijn te doorgronden, ook al is een systeem chaotisch. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het vaktijdschrift Communications in Nonlinear Science and Numerical Simulation. De onderzoekers hebben een speciaal computerprogramma ontwikkeld waarin de afrondingsfouten van de computer geen rol meer spelen in de berekeningen. Het programma is vervolgens gebruikt om de chaotische beweging van drie sterren tot in detail door te rekenen. "Dergelijke dynamische berekeningen zijn nog nooit eerder met zo’n hoge precisie uitgevoerd," zegt onderzoeker Tjarda Boekholt. "Het is een onderzoeksveld dat niet veel aandacht krijgt,” voegt Simon Portegies Zwart toe, "omdat iedereen er eigenlijk van uit gaat dat het onmogelijk is chaotische systemen voldoende nauwkeurig door te rekenen.”Portegies Zwart en Boekholt bestudeerden het zogeheten Pythagorese drielichamenprobleem, een systeem van drie sterren die in een vlak op de punten van een rechthoekige driehoek staan. "We hebben deze beginsituatie gekozen omdat die leidt tot uiterst chaotisch gedrag,” zegt Boekholt. "We hadden ieder ander systeem kunnen nemen, zolang er maar niet te veel sterren zijn, omdat de berekeningen veel rekenvermogen kosten." Bij het Pythagorese systeem staan de drie sterren stil op de drie hoekpunten van de driehoek. Ze trekken elkaar aan via hun zwaartekracht, die er vervolgens voor zorgt dat het systeem verandert. De nauwkeurige beweging van de drie sterren was al eerder doorgerekend, maar het was nog nooit gelukt om een minutieuze verstoring in een van de sterren, en de daardoor exponentiële groei in de afwijking die dit veroorzaakt in de evolutie van het systeem, in kaart te brengen. De onderzoekers hebben deze precisie kunnen bereiken door voorbij te gaan aan de gebruikelijke 16 nauwkeurige posities achter de komma en die uit te breiden tot 42 plaatsen achter de komma.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
13 februari 2018 • Verklaring gevonden voor 'te kleine' holte in Rozetnevel
Astronomen van de Universiteit van Leeds (Verenigd Koninkrijk) hebben mogelijk een verklaring gevonden voor het feit dat de centrale holte in de beroemde Rozetnevel zo klein is. De Rozetnevel is een stervormingsgebied op ca. 5000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn. In het centrum zijn jonge, hete sterren ontstaan, die de nevel van binnenuit schoonblazen. De centrale holte in de Rozetnevel is echter verrassend klein. Op basis van de leeftijd van de centrale sterren (enkele miljoenen jaren) zou je een bijna tien maal zo grote holte verwachten. Computersimulaties laten nu zien dat de waargenomen structuur overeenkomt met wat je verwacht in een relatief dunne moleculaire wolk van gas en stof. De sterrenwinden van de pasgeboren sterren worden dan 'gefocust' in een richting loodrecht op die dunne structuur. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
New models give insight into the heart of the Rosette Nebula (origineel persbericht)

   
13 februari 2018 • ESO's VLT werkt voor het eerst als grote enkelvoudige telescoop
Het ESPRESSO-instrument van ESO's Very Large Telescope in Chili heeft voor het eerst het gecombineerde licht van alle vier de 8,2-meter Unit-telescopen gebruikt. Door het licht van deze telescopen op deze manier te combineren, is de VLT qua licht-opvangend oppervlak de grootste optische telescoop die er is. Een van de oorspronkelijke ontwerpdoelen van ESO’s Very Large Telescope (VLT) was dat de vier Unit-telescopen zouden samenwerken als één reusachtige telescoop. Dankzij de ESPRESSO-spectrograaf, die voor het eerst het verzamelde licht van alle vier de Unit-telescopen van de VLT heeft opgevangen, is deze mijlpaal nu bereikt. ESPRESSO-instrumentwetenschapper bij ESO, Gaspare Lo Curto, legt de historische betekenis van deze gebeurtenis uit: ‘ESO heeft een droom gerealiseerd die dateert uit de tijd dat de VLT in de jaren 80 werd ontworpen: het combineren van het licht van alle vier de Unit-telescopen op Cerro Paranal om één ​​enkel instrument te voeden!’Wanneer de vier 8,2-meter telescopen hun licht-verzamelende vermogen bundelen om één ​​enkel instrument te voeden, is de VLT effectief de grootste optische telescoop ter wereld. Hij is dan vergelijkbaar met een enkelvoudige telescoop met een opening van 16 meter. Twee van de belangrijkste wetenschappelijke doelen van ESPRESSO zijn het ontdekken en karakteriseren van aarde-achtige planeten en het zoeken naar mogelijke variaties in fundamentele natuurkundige constanten. Deze laatste experimenten vereisen waarnemingen van verre en zwakke quasars, en hebben het meeste baat bij het combineren van het licht van alle vier de Uni-telescopen in ESPRESSO. Voor beide doelen is het nodig dat het instrument en de referentielichtbron extreem stabiel zijn. Door het gecombineerde licht aan één enkel instrument te voeden, krijgen astronomen toegang tot informatie die nooit eerder beschikbaar was. Deze nieuwe faciliteit betekent een doorbraak in het astronomische onderzoek met hoge-resolutiespectrografen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
12 februari 2018 • 'Oumuamua tuimelt rond als gevolg van botsing
De langgerekte interstellaire planetoïde 'Oumuamua, die vorig najaar met hoge snelheid door de binnendelen van het zonnestelsel bewoog, vertoont geen rotatie rond één enkele draaiingsas, maar tuimelt op een chaotisch ogende wijze door het heelal. Die conclusie trekken astronomen van Queen's University Belfast in een artikel in Nature Astronomy op basis van gedetailleerde metingen aan de (grote) helderheidsvariaties van het merkwaardige hemellichaam. Uit die grote helderheidsschommelingen was eerder al afgeleid dat het rotsblok (met afmetingen van een paar honderd meter) extreem langgerekt is, met een lengte/breedte-verhouding van vijf tot tien. De nieuwe metingen laten nu zien dat het niet roteert rond een vaste draaiingsas, maar een zogeheten non-principal axis rotation vertoont. De astronomen vermoeden dat die tuimelende rotatie het gevolg is van een botsing met een andere planetoïde, in het planetenstelsel waaruit 'Oumuamua oorspronkelijk afkomstig is. Door die botsing zou de 'kosmische komkommer' het stelsel zijn uitgeslingerd. Modelberekeningen laten zien dat de ongewone rotatie van het hemellichaam vele miljarden jaren lang kan voortduren. De metingen hebben ook aan het licht gebracht dat één van de lange zijden van 'Oumuamua veel roder is dan de rest van het rotsblok. Dat wijst mogelijk op grote variaties in samenstelling. (GS)
Meer informatie:
'Oumuamua had a violent past and has been tumbling around for billions of years

   
12 februari 2018 • WFIRST-missie gecanceld in budgetvoorstel NASA
Het ziet er naar uit dat de Amerikaanse WFIRST-missie wordt gecanceld. WFIRST (Wide-Field Infrared Survey Telescope) zou midden jaren twintig gelanceerd worden. MEt een 2,4-meter spiegel (even groot als die van de Hubble Space Telescope) zou WFIRST de gehele sterrenhemel gedetailleerd in kaart brengen op infrarode golflengten. Belangrijkste doel: onderzoek aan verre sterrenstelsels en aan 'weak lensing': de statistisch meetbare vormverandering van ver verwijderde sterrenstelsels als gevolg van de zwaartekrachtwerking van donkere materie in het heelal. WFIRST is in zekere zin de Amerikaanse 'tegenhanger' van het Europese Euclid-project. Euclid is met een spiegelmiddellijn van 1,2 meter een stuk kleiner dan WFIRST. De Europese ruimtetelescoop moet in 2021 worden gelanceerd. In het voorgestelde NASA-budget voor het fiscale jaar 2019 (dat loop van najaar 2018 tot najaar 2019) komt WFIRST niet langer voor. In lijn met de nieuwe wensen van het Witte Huis zal NASA zich meer gaan toeleggen op de exploratie van de maan. Zoals verwacht zal ook de overheidsfinanciering van het internationale ruimtestation ISS met ingang van 2025 worden beëindigd. (GS)
Meer informatie:
NASA Acting Administrator Statement on Fiscal Year 2019 Budget Proposal (origineel persbericht)

   
9 februari 2018 • Mars Reconnaissance Orbiter wordt voorbereid op zijn oude dag
De Amerikaanse ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter (MRO), die sinds 2006 om de planeet Mars cirkelt, kijkt sinds kort wat vaker naar de sterren. Niet voor de lol, maar om minder afhankelijk te zijn van de ‘stokoude’ gyroscopen die de sonde in de juiste stand houden. De MRO werkt al twee keer zo lang als van tevoren was gepland, en NASA wil hem graag nog tot in de tweede helft van het volgende decennium in bedrijf houden. Omdat de gyroscopen niet het eeuwige leven hebben, wordt nu getest of de ’star tracker’ van de ruimtesonde hun functie (grotendeels) kan overnemen. De MRO is voorzien van twee star trackers die zijn uitgerust met een camera en software die kan herkennen welke heldere sterren in het beeldveld van die camera te zien zijn. Op die manier kan de actuele oriëntatie van de ruimtesonde worden bepaald en kan het normale onderzoeksprogramma worden voortgezet. Ook wordt geprobeerd om de accu’s van de MRO zo lang mogelijk te laten werken door ze wat verder op te laden dan voorheen. De meeste tijd trekt de ruimtesonde gewoon stroom van zijn zonnepanelen, maar tijdens elke omloop van twee uur bevindt hij zich gedurende 40 minuten in de schaduw van Mars en is hij op zijn accu’s aangewezen. De zes wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde doen nog steeds hun werk, maar vertonen zo langzamerhand wel wat kuren. Zo zijn sommige beelden die de hoge-resolutiecamera HiRISE van Mars maakt sinds vorig jaar om onduidelijke redenen niet meer haarscherp. (EE)
Meer informatie:
Mars Reconnaissance Orbiter Preparing for Years Ahead

   
9 februari 2018 • Ruimtesonde New Horizons maakt foto’s op recordafstand
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons heeft een nieuw record gevestigd. Onlangs heeft hij zijn telescoopcamera ingeschakeld en een (test)opname van een stukje sterrenhemel gemaakt. Dat gebeurde op een recordafstand van 6,12 miljard kilometer van de aarde. Tijdens het maken van de opname was New Horizons net iets verder van huis dan de Voyager 1, toen deze op 14 februari 1990 ’omkeek’ naar het zonnestelsel en van een afstand van 6.06 miljard kilometer een zestigtal opnamen maakte. Dat leverde toen onder meer de beroemde ‘Pale Blue Dot’-foto van de aarde op. Overigens brak New Horizons het ‘fotograferen op afstand’-record twee uur later opnieuw, toen hij opnamen maakte van de Kuipergordelobjecten 2012 HZ84 en 2012 HE85. Hij was toen alweer bijna een half miljoen kilometer verder van de aarde verwijderd. Op 1 januari 2019 zal New Horizons een korte ontmoeting hebben met Kuipergordelobject 2014 MU69. Ook dat wordt een nieuw afstandsrecord, want nooit eerder kwam een ruimtesonde in de buurt van een hemellichaam dat zo ver van zon en aarde is verwijderd. 2014 MU69 is nog anderhalf miljard kilometer verder weg dan dwergplaneet Pluto. (EE)
Meer informatie:
New Horizons Captures Record-Breaking Images in the Kuiper Belt