22 april 2019 • Bolhoop Omega Centauri laat een spoor van sterren achter
Astronomen hebben een stroom van enkele honderden sterren ontdekt die zich heeft losgemaakt uit de bolvormige sterrenhoop Omega Centauri. Het bestaan van deze ‘sterrenstroom’ is aan het licht gekomen bij het doorzoeken van gegevens van de Europese astrometrische satelliet Gaia. De ontdekking bevestigt het al bestaande vermoeden dat Omega Centauri het restant is van een klein sterrenstelsel dat aan de getijdenkrachten van onze Melkweg is bezweken (Nature Astronomy, 22 april). Omega Centauri is ongeveer 18.000 lichtjaar van ons verwijderd en bestaat uit enkele miljoenen sterren die ruwweg 12 miljard jaar geleden zijn ontstaan. De hypothese dat de sterrenhoop een overblijfsel is van een dwergstelsel was tot nu toe voornamelijk gebaseerd op het feit dat zijn sterren niet allemaal even oud zijn, zoals bij sterrenhopen doorgaans wel het geval is. De ontdekking dat Omega Centauri een spoor van ruim 300 sterren heeft achtergelaten in zijn omloopbaan om de Melkweg past bij deze hypothese. Onderzoek van vijf sterren in de sterrenstroom heeft laten zien dat hun samenstelling overeenkomt met die van sterren die nog deel uitmaken van Omega Centauri. Naar verwachting zullen de sterren van de sterrenstroom zich geleidelijk vermengen met de stellaire bevolking in het ijle buitengebied van de Melkweg, de halo. Mogelijk kunnen daar nog meer sterren worden opgespoord die ooit tot het ontmantelde dwergstelsel hebben behoord. (EE)
Meer informatie:
Omega Centauri’s lost stars

   
18 april 2019 • ‘Hubble’ wordt 29 en trakteert op Zuidelijke Krabnevel
Komende woensdag, 24 april, is het precies 29 jaar geleden dat de Hubble-ruimtetelescoop werd gelanceerd. Om dat te vieren heeft hij een fraaie opname gemaakt van de Zuidelijke Krabnevel. Deze gasnevel is geproduceerd door een dubbelstersysteem. De dubbelster in het centrum van de Zuidelijke Krabnevel bestaat uit een rode reus en een witte dwerg die om elkaar heen draaien. De rode reus is bezig om zijn buitenste lagen af te stoten en zal uiteindelijk ook in een witte dwerg veranderen. Maar tot het zover is wordt het materiaal dat hij uitstoot aangetrokken door zijn begeleider. Zodra voldoende van dit afgestoten materiaal naar de witte dwerg toe is getrokken, blaast deze op zijn beurt eveneens gas de ruimte in. Zo komt de nevel aan zijn opmerkelijke zandloperstructuur. Aan dit proces komt pas een einde wanneer de rode reus zijn buitenlagen compleet heeft afgestoten. (EE)
Meer informatie:
Hubble Celebrates its 29th Birthday with Unrivaled View of the Southern Crab Nebula

   
17 april 2019 • Astronomen ontdekken ‘oermolecuul’ in planetaire nevel NGC 7027
Astronomen hebben een bijzonder molecuul ontdekt in de planetaire nevel NGC 7027: heliumhydride of HeH+. Dit was het eerste molecuul dat zich vormde toen, ruim 13 miljard jaar geleden, het heelal voldoende was afgekoeld om lichte atomen zoals waterstof en helium te laten ontstaan. Het heliumhydride dat toen ontstond kwam voort uit reacties tussen geïoniseerde waterstof- en neutrale heliumatomen. Chemische modelberekeningen lieten zien dat het uiterst reactieve heliumhydride – via een iets andere reactie – ook nu nog zou kunnen ontstaan, bijvoorbeeld in jonge planetaire nevels zoals NGC 7027. Waarnemingen met behulp van een speciale spectrometer aan boord van de ‘vliegende sterrenwacht’ SOFIA hebben dat nu bevestigd. Heliumhydride-moleculen zenden hun sterkste signaal uit op een golflengte van 0,149 millimeter. Dat is ver in het infrarood. Omdat de aardatmosfeer dit type straling niet doorlaat, kunnen de moleculen niet worden opgespoord met met telescopen op het aardoppervlak. Dat lukt alleen met satellieten of – zoals in dit geval – met een telescoop die naar grote hoogte wordt gebracht. NGC 7027 bestaat uit gas dat een zonachtige ster tegen het einde van haar bestaan heeft uitgestoten. De planetaire nevel is pas ongeveer 600 jaar oud en staat op een afstand van 3200 lichtjaar in het sterrenbeeld Zwaan. (EE)
Meer informatie:
First Astrophysical Detection of the Helium Hydride Ion

   
17 april 2019 • Mercurius lijkt een vaste binnenkern te hebben
Al geruime tijd is bekend dat de aarde en de planeet Mercurius een kern van metaal hebben. Net als bij de aarde is het buitenste deel van de kern van Mercurius vloeibaar, maar hoe het met het binnenste deel gesteld is, was nog onzeker. Maar nu heeft een team van wetenschappers aanwijzingen gevonden dat de binnenkern van Mercurius net zo vast en ongeveer net zo groot is als die van onze planeet. Bij hun onderzoek hebben de wetenschappers gebruik gemaakt van gegevens die zijn verzameld door de Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER, die vanaf maart 2011 vier jaar om Mercurius cirkelde. Daarbij is vooral gekeken naar gegevens over de draaiing en het zwaartekrachtsveld van de planeet. In de loop van zijn missie werd MESSENGER in een steeds lagere omloopbaan gebracht. Daarbij is vastgelegd hoe de ruimtesonde versnelde onder invloed van de zwaartekracht van Mercurius. Subtiele variaties in de baanbeweging van de ruimtesonde leverden informatie op over de inwendige structuur van de planeet. Met behulp van geavanceerde computerprogramma’s hebben de wetenschappers onderzocht hoe het inwendige van Mercurius eruit zou moeten zien om de waargenomen rotatie-eigenschappen en de versnellingen van de ruimtesonde te kunnen verklaren. De uitkomst van deze simulaties is dat de vaste ijzerkern van de planeet ongeveer 2000 kilometer groot moet zijn, terwijl de complete kern een middellijn van ongeveer 4000 kilometer heeft. (EE)
Meer informatie:
Scientists Find Evidence Mercury Has a Solid Inner Core

   
17 april 2019 • Lithium gedetecteerd in oude ster in buitengebied Melkweg
Onderzoekers van het Instituto de Astrofísica de Canarias (Spanje) en de universiteit van Cambridge (VK) hebben lithium gedetecteerd in de stokoude ster J0023+0307, een uiterst metaalarme dwergster in de halo van ons Melkwegstelsel op 9450 lichtjaar afstand. Het onderzoek van de oudste sterren van de Melkweg levert informatie op over de oorspronkelijke (chemische) eigenschappen van ons sterrenstelsel. Ook geven ze een indicatie van de hoeveelheid lithium die tijdens de oerknal is ontstaan. Naast waterstof en helium is lithium het enige element dat (in geringe hoeveelheden) al in de prille begintijd van het heelal werd gevormd. Voor dat onderzoek moeten echter sterren van de eerste of tweede generatie onder de loep worden genomen, en deze sterren zijn extreem zeldzaam. Een jaar geleden hebben astronomen met behulp van de ISIS-spectrograaf van de William Herschel Telescope op het Canarische eiland La Palma echter een ster opgespoord die extreem weinig elementen zwaarder dan helium – ook wel ‘metalen’ genoemd – bevat: J0023+0307. Vervolgonderzoek met de Europese Very Large Telescope in het noorden van Chili heeft nu uitgewezen dat het lithiumgehalte van J0023+0307 in overeenstemming is met dat van andere metaalarme sterren. Maar de hoeveelheid lithium die theoretisch bij de oerknal zou zijn ontstaan, ligt nog altijd een factor drie hoger. Doorgaans wordt het geringe lithiumgehalte van oude sterren verklaard door aan te nemen dat het lithium in de sterren zelf is afgebroken. Dat ook een extreem metaalarme ster als J0023+0307 een duidelijk lithiumtekort vertoont, kan er echter ook op wijzen dat er bij de oerknal beduidend minder lithium is geproduceerd dan tot nu toe wordt aangenomen. (EE)
Meer informatie:
Lithium Detected in an Ancient Star Gives New Clues for Big Bang Nucleosynthesis

   
17 april 2019 • Explosie op ‘mini-sterretje’ was tien keer zo krachtig als de hevigste uitbarstingen van onze zon
Astronomen van de universiteit van Warwick hebben een kolossale uitbarsting waargenomen van een ‘ultrakoele’ ster die tien keer zo klein is als onze zon. Tijdens de uitbarsting was de dwergster – ULAS J224940.13-011236.9 – tienduizend keer zo helder als normaal. Zelfs de krachtigste uitbarsting van onze zon, de zogeheten Carrington-gebeurtenis in 1859, was tien keer minder krachtig dan deze ‘supervlam’ (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters, 17 april). De explosieve dwergster behoort tot een categorie van sterren die deze benaming maar amper verdienen. De waarneming dat ook zulke kleine sterren supervlammen kunnen produceren bewijst dat ook zij een sterke magnetische activiteit vertonen. Vermoed wordt dat stervlammen worden veroorzaakt door het plotseling vrijkomen van magnetische energie die in het inwendige van de ster wordt gegenereerd. Dit zorgt ervoor dat geladen deeltjes het plasma aan het steroppervlak zo sterk verhitten, dat er enorme hoeveelheden licht, uv-straling en röntgenstraling vrijkomen. (EE)
Meer informatie:
Explosion on Jupiter-sized star ten times more powerful than ever seen on our Sun

   
17 april 2019 • Vijf exoplaneten met lange omlooptijden ontdekt
Een internationaal team van astronomen heeft vijf nieuwe exoplaneten ontdekt met omlooptijden van 15 tot 40 jaar. Voor de ontdekking was veel geduld nodig: er gingen twintig jaar van waarnemingen aan vooraf. Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1995 zijn inmiddels al meer dan 4000 planeten buiten ons zonnestelsel opgespoord. Het overgrote deel daarvan heeft een tamelijk korte omlooptijd. Exoplaneten met langere omlooptijden zijn nog schaars, omdat er jarenlange waarnemingen nodig zijn om ze te kunnen opsporen. De traag bewegende exoplaneten die nu zijn ontdekt, zijn opgespoord met de Euler-telescoop van de universiteit van Genève. Dit instrument werd in 1998 in gebruik genomen en is sindsdien vrijwel uitsluitend gebruikt voor de planetenjacht. De vijf planeten die daarbij zijn ontdekt hebben 3 tot 27 keer zoveel massa als de planeet Jupiter. Daarnaast zijn van vier andere planeten de omloopbanen nauwkeuriger vastgesteld. Het voordeel van al deze planeten is dat ze zich relatief ver van hun ster bevinden, wat de kans vergroot dat er directe opnamen van kunnen worden gemaakt. (EE)
Meer informatie:
Five planets revealed after 20 years of observation

   
17 april 2019 • Compleet beeldarchief van Rosetta-missie beschikbaar
Tussen 2014 en 2016 maakte de OSIRIS-camera van de Europese ruimtesonde Rosetta bijna 70.000 opnamen van de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Al deze beelden zijn nu voor iedereen gemakkelijk toegankelijk via de OSIRIS Image Viewer. De OSIRIS-camera maakt zijn eerste foto van komeet 67P, toen Rosetta nog bijna vijf miljoen kilometer voor de boeg had. Op die foto is de komeet nog een nietig stipje. De laatste opname werd gemaakt op 30 september 2016, slechts enkele minuten voordat Rosetta op de komeet landde. Deze foto toont het komeetoppervlak vanaf een hoogte van slechts twintig meter. Elke foto is voorzien van een datum, de afstand tot de komeet en een korte begeleidende tekst, en kan in volledige resolutie worden gedownload. Voor gebruikers die het beeldarchief voor onderzoeksdoeleinden willen gebruiken, zijn de beelden ook in een wetenschappelijk dataformaat beschikbaar. (EE)
Meer informatie:
One comet, 70000 images

   
17 april 2019 • Astronomen ontdekken verband tussen quasars en donkere materie
Wetenschappers hebben de kleine vervormingen in de kosmische achtergrondstraling, zoals die worden veroorzaakt door de zwaartekracht van de materie in het heelal, gebruikt om een verband te ontdekken tussen de helderheid van quasars – de heldere kernen van actieve sterrenstelsels – en de massa van de veel omvangrijkere ‘halo’s’ van donkere materie waarin deze zijn ingebed. De meeste sterrenstelsels in het heelal hebben een superzwaar zwart gat in hun kern. Het overgrote deel van deze kosmische veelvraten is in ruste, maar ongeveer 1 op de 100 is bezig om in hoog tempo materie uit zijn omgeving aan te trekken. Dit accretieproces zorgt ervoor dat de materie in de naaste omgeving van het zwarte gat intense straling produceert. Hierdoor behoren quasars tot de helderste objecten in het heelal. Volgens het meest gangbare scenario voor het ontstaan van kosmische structuren, zijn sterrenstelsels ontstaan uit normale materie die zich op de knooppunten van het zogeheten kosmische web – dat voornamelijk uit onwaarneembare donkere materie bestaat – heeft verzameld. De complexe verdeling van zowel normale als donkere materie vindt op zijn beurt weer zijn oorsprong in kleine dichtheidsfluctuaties in het vroege heelal. Zoals voorspeld door Einsteins algemene relativiteitstheorie buigen massarijke objecten passerend licht af. Dit verschijnsel dat het zwaartekrachtlenseffect wordt genoemd verstoort ook de kosmische achtergrondstraling – het oudste ‘licht’ in het heelal. Hierdoor laten grootschalige concentraties van materie – zoals de halo’s van donkere materie waarin de moederstelsels van quasars zijn ingebed – als het ware een vingerafdruk achter in de kosmische achtergrondstraling. Bij nieuw onderzoek onder leiding van de Britse astronoom James Geach is nu een verband ontdekt tussen de helderheid van een quasar en de massa van de bijbehorende halo van donkere materie. Hoe helderder de quasar, des te meer massa is aanwezig in diens omhullende halo van donkere materie. Echt als een verrassing komt deze ontdekking overigens niet. Theoretische modellen voor het ontstaan van quasars hadden al voorspeld dat er een correlatie zou bestaan tussen quasarhelderheid en halomassa. (EE)
Meer informatie:
Planck Reveals Link Between Active Galaxies and Their Dark Matter Environment

   
16 april 2019 • Leefbaarheid Trappist-planeten beïnvloed door energierijke deeltjes en onderlinge getijdenkrachten
Energierijke deeltjes van de moederster en onderlinge getijdenkrachten zijn mogelijk van grote invloed op de 'bewoonbaarheid' van de planeten in het Trappist-1 stelsel, op 40 lichtjaar afstand van de aarde. Bij deze rode dwergster zijn zeven planeten in kleine omloopbanen ontdekt, waarvan de middelste drie zich in de 'klassieke' bewoonbare zone bevinden, waar de temperatuur het bestaan van oppervlaktewater en leven mogelijk maakt. In twee artikelen in The Astrophysical Journal rekenen astronomen van de Universiteit van Arizona nu voor dat er meer factoren van invloed zijn op de leefbaarheid van de planeten. Om te beginnen kunnen energierijke elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk protonen) van Trappist-1 uit het magnetisch veld van de ster ontsnappen. Simulaties wijzen uit dat met name planeet Trappist-1e daar last van kan hebben: die kan wel één miljoen maal zoveel deeltjes te verduren krijgen als de aarde - daar is vermoedelijk geen enkel planetair magnetisch veld tegen opgewassen. Het tweede artikel beschrijft de getijdenkrachten die de planeten op elkaar uitoefenen, doordat ze elkaar soms zeer dicht kunnen naderen. Dat speelt vooral een rol bij de binnenste twee planeten, b en c. Zulke onderlinge getijdenkrachten kunnen tot grotere vulkanische activiteit leiden. Wellicht zou dat op de koude permanente nachtzijde van de twee planeten (alle planeten in het Trappist-stelsel keren hun moederster continu hetzelfde halfrond toe) tot leefbare temperaturen kunnen leiden. Op Trappist-1g zouden getijdenkrachten van de ster en van de planeten f en h een extra opwarming van mogelijke oceanen tot gevolg kunnen hebben. (GS)
Meer informatie:
Powerful Particles and Tugging Tides May Affect Extraterrestrial Life (origineel persbericht)

   
16 april 2019 • Chandra-telescoop ziet verre neutronensterbotsing
In oude waarnemingsgegevens van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory is een korte uitbarsting van röntgenstraling in het verre heelal ontdekt die vermoedelijk het gevolg was van de botsing van twee neutronensterren - extreem compacte, kleine sterren die overblijven na supernova-explosies. De röntgenuitbarsting, XT2 genoemd, vond plaats op 22 maart 2015, bleef ongeveer een half uur constant van helderheid, en doofde daarna in 6,5 uur uit. Het helderheidsverloop van XT2 komt goed overeen met theoretische voorspellingen van de botsing van twee neutronensterren. Zulke botsingen worden op aarde regelmatig waargenomen in de vorm van extreem energierijke gammaflitsen, maar dat lukt alleen wanneer een van de twee jets die bij de botsing geproduceerd worden min of meer op de aarde is gericht. De röntgenstraling wordt daarentegen in alle richtingen uitgezonden. In de toekomst zouden op basis van soortgelijke röntgenuitbarstingen veel meer neutronensterbotsingen opgespoord kunnen worden. Bij de botsing is vermoedelijk een zogeheten magnetar ontstaan - een zeer snel roterende zware neutronenster met een extreem sterk magnetisch veld. Die zware neutronenster overleefde in elk geval een half uur (en wellicht veel langer), wat astronomen weer informatie biedt over de eigenschappen van neutronenstermaterie. Bij de botsing moeten ook zwaartekrachtgolven geproduceerd zijn, maar vanwege de grote afstand waarop alles zich afspeelde (6,6 miljard lichtjaar) kunnen die op aarde niet meetbaar geweest zijn; bovendien waren de zwaartekrachtgolfdetectoren LIGO en Virgo in maart 2015 niet in bedrijf. De ontdekking van XT2 is gepubliceerd in Nature. (GS)
Meer informatie:
A New Signal for a Neutron Star Collision Discovered (origineel persbericht)

   
16 april 2019 • Derde planeet ontdekt rond dubbelster Kepler-47
Rond Kepler-47, een dubbelster op 3340 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Zwaan, is een derde planeet ontdekt. Eerder waren al twee planeten rond de dubbelster gevonden die 3 en 7 maal zo groot zijn als de aarde, en omlooptijden hebben van 49 en 187 dagen. De derde planeet, Kepler-47d, is 4,7 maal zo groot als de aarde (vergelijkbaar met de planeet Uranus in ons eigen zonnestelsel) en draait eens in de 303 dagen rond de ster. Hij bevindt zich bovendien in de bewoonbare zone van de dubbelster. De planeet was eerder niet opgemerkt in de Kepler-data, omdat de ligging van de baan in de loop van de tijd verandert door de variërende zwaartekrachtwerking van de dubbelster - twee sterren die elke 7,45 dagen om elkaar heen draaien. Kepler-47 is nu de enige bekende dubbelster met een volwaardig planetenstelsel. Uit stabiliteitsberekeningen blijkt bovendien dat zich binnen de baan van Kepler-47d niet nóg meer planeten kunnen bevinden. De ontdekking is gepubliceerd in The Astronomical Journal. (GS)
Meer informatie:
Scientists Fill Out A Circumbinary Planetary System (origineel persbericht)

   
16 april 2019 • Kwam meteoroïde van buiten ons zonnestelsel?
In 2017 scheerde de interstellaire komeet of planetoïde ’Oumuamua met hoge snelheid door ons zonnestelsel. Het was voor het eerst dat astronomen zo’n object hadden opgemerkt – zo leek het tenminste. Volgens Avi Loeb en Amir Siraj van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics heeft de aarde echter al in 2014 bezoek gehad van een object van buiten ons zonnestelsel. Het zou gaan om een meteoroïde die op 9 januari van dat jaar boven Papoea Nieuw-Guinea de atmosfeer binnendrong en uit elkaar viel. In een artikel dat is ingediend bij het vaktijdschrift Astrophysical Journal Letters analyseren de beide astronomen de gegevens over de ‘vuurbol’ die door de meteoroïde werd veroorzaakt, zoals die zijn opgeslagen door het Center for Near Earth Object Studies van NASA. Uit deze gegevens blijkt dat de meteoroïde van 2014 een ongewoon hoge snelheid had. Hij verplaatste zich met een snelheid van bijna 60 kilometer per seconde ten opzichte van de zon – veel te snel om aan de zwaartekracht van onze ster gebonden te zijn geweest. Op basis van de beschikbare gegevens hebben de twee onderzoekers ook de baan gereconstrueerd die het object gevolgd zou hebben. Deze reconstructie laat zien dat de meteoroïde niet langs andere planeten van ons zonnestelsel is gescheerd, en zo extra snelheid heeft opgedaan. Hij lijkt simpelweg een hyperbolische baan te hebben gevolgd, net als ’Oumuamua destijds. Als hij niet in de aardatmosfeer verzeild was geraakt, zou hij ons zonnestelsel waarschijnlijk hebben verlaten. Volgens Loeb en Siraj is het dus heel aannemelijk dat de naamloze meteoroïde, die ongeveer een meter groot zal zijn geweest, een interstellaire bezoeker was. Het is volgens hen ook heel aannemelijk dat kleine bezoekers als deze heel talrijk zijn. (EE)
Meer informatie:
An interstellar meteor may have slammed into Earth

   
15 april 2019 • TESS vindt eerste aarde-achtige planeet
De Amerikaanse ruimtetelescoop TESS, die in het voorjaar van 2018 is gelanceerd, heeft voor het eerst een exoplaneet gevonden die qua grootte vergelijkbaar is met de aarde. De planeet (HD21749c) draait in slechts 8 dagen rond zijn moederster, op 53 lichtjaar afstand. De oppervlaktetemperatuur van de planeet is veel te hoog om het bestaan van vloeibaar water en leven mogelijk te maken. Bij dezelfde ster is op grotere afstand ook een zwaardere planeet ontdekt (HD21749b), 23 keer zo zwaar en 2,7 keer zo groot als de aarde, met een omlooptijd van 36 dagen. Deze planeet is grotendeels gasvormig - het is een zogeheten 'mini-Neptunus'. De ontdekking van de twee planeten is gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Beide planeten zijn ontdekt doordat ze een klein beetje sterlicht onderscheppen wanneer ze voor hun moederster langs bewegen. Die ster is iets kleiner en lichter dan de zon. Dat de helderheidsvariaties daadwerkelijk door exoplaneten zijn veroorzaakt, werd vervolgens bevestigd door spectroscopische metingen met een van de twee Magellan-telescopen op de Las Campanas-sterrenwacht in Chili. (GS)
Meer informatie:
TESS Finds Its First Earth-Sized Planet (origineel persbericht)

   
15 april 2019 • Koreaanse radiotelescoop brengt stervormingsgebied gedetailleerd in beeld
Met de onlangs geüpgrade 13,7-meter radiotelescoop van het Taeduk Radio Astronomy Observatory in Zuid-Korea is een groot stervormingsgebied in de buitendelen van ons Melkwegstelsel gedetailleerd in beeld gebracht. Het stervormingsgebied, CTB102 geheten, is vanaf de aarde niet zichtbaar met gewone telescopen: het gaat schuil achter dichterbij gelegen wolken van gas en stof. De radiostraling van koolmonoxide-moleculen in het verder weg gelegen stervormingsgebied (op ca. 14.000 lichtjaar afstand van de aarde) dringt echter vrijwel ongehinderd door die absorberende wolk heen. De Koreaanse radiowaarnemingen zijn aangevuld met infraroodmetingen door de Amerikaanse WISE-satelliet en de 2MASS-telescoop in New Mexico. CTB102 blijkt uit verschillende moleculaire wolken te bestaan, elk zo'n 180 lichtjaar in middellijn en ca. 100.000 keer zo zwaar als de zon. De stervormingsactiviteit in de meeste wolken is vrij gemiddeld, maar één gebied vertoont een veel hogere efficiëntie in het omzetten van moleculair gas in nieuwe sterren. Waarom dat zo is zal moeten blijken uit aanvullend onderzoek, zo schrijven de auteurs in een artikel in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Taeduk Radio Astronomy Observatory

   
15 april 2019 • Meren op Saturnusmaan Titan blijven astronomen verrassen
Op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan komen veel grote en kleine zeeën en meren voor, die niet gevuld zijn met water, zoals op aarde, maar met vloeibaar methaan en ethaan. Radarwaarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, verricht tijdens zijn laatste vlucht langs Titan in 2017, hebben nu nieuwe verrassingen rond die meren aan het licht gebracht. Zo blijken sommige kleinere meren slechts een tijdelijk bestaan te hebben: kennelijk verschijnen en verdwijnen ze met de trage seizoenen op Titan. Andere kleine meren blijken verrassend diep te zijn: Meer dan 100 meter. Ze bevinden zich bovendien op relatief grote hoogte, bovenop tafelberg-achtige formaties en bestaan vrijwel volledig uit methaan. Geologen denken dat hun ontstaan vergelijkbaar is met die van de zogeheten karstmeren die o.a. in Duitsland en Kroatië te vinden zijn. Daar lost omringend kalksteen op door de inwerking van water; op Titan zou hetzelfde gebeuren met ijs en bevroren organische moleculen door de inwerking van methaan. De nieuwe Cassini-metingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
NASA's Cassini Reveals Surprises with Titan's Lakes (origineel persbericht)

   
15 april 2019 • Verre sterren opgemeten met behulp van planetoïden
Astronomen hebben een nieuwe techniek toegepast om de afmetingen van verre sterren te bepalen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat er af en toe een planetoïde in ons eigen zonnestelsel voor een verre ster langs schuift. Tijdens zo'n sterbedekking treedt er een klein beetje lichtbuiging op (diffractie). Door het resulterende diffractiepatroon van concentrische lichtringen floept de ster niet in één keer uit, en uit het opgemeten helderheidsverloop kan de schijnbare grootte van de lichtbron aan de hemel worden afgeleid. Als ook de afstand tot de ster bekend is, valt op die manier de werkelijke middellijn te berekenen. Duitse en Amerikaanse astronomen publiceren deze week in Nature Astronomy hun waarnemingen met de VERITAS-telescoop in Arizona, die tijdens twee sterbedekkingen door planetoïden 300 opnamen per seconde maakte. Daaruit viel het diffractiepatroon van de ster in beide gevallen nauwkeurig te reconstrueren. De eerste ster was TYC 5517-227-1, een rode reuzenster op een kleine 2700 lichtjaar afstand. Die werd op 22 februari 2018 bedekt door de 60 kilometer grote planetoïde Imprinetta. Uit de waarnemingen volgt een schijnbare middellijn van 0,125 milliboogseconden, wat op die afstand overeenkomt met een werkelijke middellijn van 15,4 miljoen kilometer - elf keer zo groot als de zon. De tweede ster, TYC 278-748-1 op ca. 700 lichtjaar afstand, werd op 22 mei 2018 bedekt door de 88 kilometer grote planetoïde Penelope. De metingen wijzen op een schijnbare middellijn van 0,094 milliboogseconden en een bijbehorende werkelijke middellijn van 3 miljoen kilometer - 2,17 maal die van de zon. Nooit eerder is van zo'n kleine ster de middellijn op een directe manier gemeten. (GS)
Meer informatie:
Asteroids Help Scientists Measure Diameters of Faraway Stars (origineel persbericht)

   
15 april 2019 • Antarctische meteoriet bevat komeetmateriaal
In een meteoriet die gevonden is op de La Paz-ijsvlakte in Antarctica is een klein insluitsel ontdekt dat qua samenstelling meer weg heeft van een komeet. Het 0,1 millimeter grote koolstofrijke korreltje is vermoedelijk afkomstig uit de verre buitendelen van het zonnestelsel - de geboorteplaats van ijzige hemellichamen zoals kometen. De meteoriet zelf behoort tot de koolstofhoudende chondrieten, die veel dichter bij de zon zijn ontstaan, vermoedelijk iets buiten de baan van Jupiter. De ontdekking geeft inzicht in processen die plaatsvonden tijdens de prille jeugd van het zonnestelsel. Kennelijk kon materiaal uit de verre buitendelen op de een of andere manier 'migreren' naar gebieden op veel kleinere afstand van de zon. De vondst van het insluitsel biedt bovendien een unieke kans om een komeetdeeltje in ongeschonden staat te bestuderen: doordat het in de meteoriet zat opgesloten, heeft het de reis door de aardse dampkring goed doorstaan. De ontdekking is gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Cometary Surprise Found Inside Meteorite (origineel persbericht)

   
15 april 2019 • Maan verliest water door inslagen van meteoroïden
Onderzoekers van NASA en het Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory hebben vastgesteld dat de uiterst ijle maanatmosfeer tijdelijk meer waterdamp bevat nadat er een meteorenzwerm is gepasseerd (Nature Geoscience, 15 april). Dat de maan waterdamp verliest door inslaande meteoroïden was al voorspeld, maar het verschijnsel was nog niet echt waargenomen. De wetenschappers baseren zich op gegevens van de Lunar Atmosphere and Dust Environment Explorer (LADEE), die van oktober 2013 tot april 2014 om de maan cirkelde. Deze gegevens laten zien dat de momenten waarop de maanatmosfeer relatief veel (vervalproducten van) water bevatte doorgaans samenvielen met de passage van een meteorenzwerm. Dat water moet voor een groot deel van de maan zelf afkomstig zijn, omdat de massa van het vrijgekomen water groter is dan de hoeveelheid water in de binnenkomende meteoroïden. Het water komt vrij wanneer een enkele millimeters grote meteoroïde – een brokstukje van een komeet – inslaat op de maan. Bij zo’n inslag verdampt de meteoroïde en treedt een schokgolf op. Alleen wanneer de schokgolf sterk genoeg is, kan deze de kurkdroge bovenlaag van het maanoppervlak doorbreken en kunnen watermoleculen uit de iets minder droge onderlaag ontsnappen. Uit de hoeveelheden water die in de maanatmosfeer zijn gemeten, leiden de wetenschappers af dat deze onderlaag voor ongeveer 0,02 tot 0,05 gewichtsprocent uit water bestaat. Dat betekent dat je ongeveer een ton bodemmateriaal zou moeten ‘uitpersen’ om een halve liter water te kunnen winnen. Het water dat vrijkomt nadat een zwerm meteoroïden op de maan is neergeregend, blijft maar tijdelijk in de atmosfeer. Ongeveer tweederde van de damp ontsnapt de ruimte in, de rest slaat weer neer op het maanoppervlak. Dat laatste zou de aanwezigheid van bevroren water in diepe, ijskoude kraters bij de polen van de maan kunnen verklaren. Een andere opmerkelijke conclusie van het onderzoek is dat er bij de vele inslagen meer water uit de maan ontsnapt dan dat er onder invloed van de zonnewind aan ‘vers’ water geproduceerd. Netto lijkt de maan dus geleidelijk droger te worden. (EE)
Meer informatie:
Meteoroid strikes eject precious water from moon

   
12 april 2019 • Mogelijk tweede planeet ontdekt bij Proxima Centauri
Er draait mogelijk nog een tweede planeet om Proxima Centauri, de naaste buur van onze zon. Dat heeft de Italiaanse astronoom Mario Damasso vrijdag 12 april bekendgemaakt tijdens een presentatie aan de universiteit van Californië. Het gaat uitdrukkelijk om een kandidaat-planeet: er zijn meer waarnemingen nodig om het bestaan ervan te kunnen bevestigen. Het mogelijke bestaan van de tweede planeet wordt afgeleid uit gegevens van het HARPS-instrument van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla (Chili). HARPS meet de kleine schommelbewegingen die een ster vertoont wanneer er een of meer planeten om hem heen cirkelen. Op die manier is ook de eerste – zekere – planeet van Proxima Centauri ontdekt. Deze laatste bevindt zich in de leefbare zone van zijn zwakke, koele moederster, wat wil zeggen dat het warm genoeg is om eventueel aanwezig water vloeibaar te laten zijn. Voorwaarde is dan wel dat de planeet een atmosfeer heeft, en dat is allerminst zeker. Voor de tweede planeet, die minstens zes keer zoveel massa zou hebben als de aarde, ziet het er minder rooskleurig uit. Hij zou zo ver van zijn ster verwijderd zijn, dat de temperaturen er ruim 200 graden onder nul liggen. (EE)
Meer informatie:
Possible 2nd Planet Spotted Around Proxima Centauri (Space.com)

   
11 april 2019 • Israëlische maansonde is gecrasht
De landing van de onbemande Israëlische maansonde Beresheet is mislukt. Op het laatste moment ontstond er een probleem met de raketmotor van de lander, waarna deze klaarblijkelijk met te hoge snelheid afdaalde. Om 21.24 uur Nederlandse tijd werd de radioverbinding met de maansonde abrupt verbroken. (EE)
Meer informatie:
Beresheet Comes Close, Apparently Crashes on the Moon

   
11 april 2019 • Marsverkenner boort in zacht kleigesteente
De Amerikaanse Marsverkenner Curiosity heeft voor het eerst een monster genomen van gesteente waarvan vermoed werd dat het klei bevat. Tijdens de boring, die gladjes verliep, bleek inderdaad dat het om nogal zacht gesteente gaat. Het materiaal dat tijdens de boring is verzameld wordt nu onderzocht in het ‘mineralogische lab’ waarmee Curiosity is uitgerust. Wetenschappers zijn heel benieuwd naar de resultaten van dit onderzoek, omdat kleimineralen doorgaans ontstaan onder natte omstandigheden. Dat er in de omgeving waar de Marsverkenner zich nu bevindt kleigesteenten te vinden zijn, was al in 2012 ontdekt door NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter. In dit gebied zullen het komende jaar nog meer boringen worden gedaan. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Marskrater Gale, waar Curiosity nu rondrijdt, tot ongeveer 3,5 miljard jaar geleden onder water heeft gestaan. Net als al het andere waterpartijen op de planeet is het kratermeer geheel opgedroogd. (EE)
Meer informatie:
Curiosity Tastes First Sample in ‘Clay-Bearing Unit’

   
10 april 2019 • Eerste resultaten van de ExoMars Trace Gas Orbiter bekendgemaakt
Wetenschappers van de Europees/Russische ExoMars-missie hebben de eerste resultaten bekendgemaakt van de metingen die door de om Mars cirkelende Trace Gas Orbiter (TGO) zijn gedaan. De metingen hebben onder meer betrekking op de grote stofstorm die de planeet vorig jaar heeft geteisterd en op het verrassende gebrek aan methaan in de Marsatmosfeer (Nature, 10 april). Met twee spectrometers van de TGO is onderzocht hoe de Marsatmosfeer reageert op de verduistering van zonlicht door grote hoeveelheden stof. Daarbij is ontdekt dat de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer binnen enkele dagen een opvallende stijging liet zien. Daar is een goede verklaring voor: het stof absorbeert zonnestraling, waardoor het omringende gas opwarmt en uitdijt. In reactie daarop verspreiden bestanddelen zoals water zich over een groter verticaal bereik. Tegelijkertijd vormen zich minder wolken van waterijs, die normaal gesproken de hoeveelheid waterdamp op lagere hoogten in toom houden. Over het methaan in de Marsatmosfeer blijft veel onzekerheid bestaan. Metingen van de Amerikaanse Marsverkenner Curiosity en de Europese Mars Express, die al sinds 2004 om de planeet draait, wijzen erop dat de planeet wel degelijk forse hoeveelheden methaan uitstoot – al is het maar bij vlagen. Wat er vervolgens met dat methaan gebeurt, is echter onduidelijk: de TGO ‘ziet’ er namelijk bijna niets van. Bekend is dat methaangas onder invloed van de zonnestraling snel wordt afgebroken, maar zó snel nu ook weer niet. De ‘levensduur’ van een methaanmolecuul in de Marsatmosfeer zou rond de 300 jaar moeten bedragen. Het lijkt er dus op dat er een stukje van de methaanpuzzel zoek is. Op de een of andere manier is er een mechanisme aan het werk dat het methaan dat uit het planeetoppervlak ontsnapt heel snel afbreekt. Maar welk mechanisme dat is, is nog een raadsel. (EE)
Meer informatie:
First results from the ExoMars Trace Gas Orbiter

   
10 april 2019 • Astronomen maken eerste foto van een zwart gat
De Event Horizon Telescope (EHT) – een wereldwijde array van acht radiotelescopen die door internationale samenwerking tot stand is gekomen – is ontworpen om beelden te maken van een zwart gat. Vandaag hebben onderzoekers van de EHT, via gecoördineerde persconferenties over de hele wereld, bekendgemaakt dat ze hun doel hebben bereikt. Ze hebben het eerste directe visuele bewijs gepresenteerd van een superzwaar zwart gat en zijn schaduw. Deze doorbraak is vandaag aangekondigd in een reeks van zes artikelen die vandaag in een speciaal nummer van de Astrophysical Journal Letters zijn gepubliceerd. De foto toont het zwarte gat in het centrum van Messier 87, een kolossaal sterrenstelsel in de nabije Virgocluster. Het zwarte gat is 55 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd en heeft 6,5 miljard keer zoveel massa als de zon. Zwarte gaten zijn uitzonderlijke kosmische objecten met enorme massa’s, maar extreem compacte afmetingen. Deze objecten beïnvloeden hun omgeving op extreme wijze. Ze vervormen de ruimtetijd en verhitten het hen omringende materiaal tot enorm hoge temperaturen. ‘In een heldere omgeving, zoals een schijf van gloeiend gas, verwachten we dat een zwart gat een donker gebied veroorzaakt, vergelijkbaar met een schaduw – iets dat voorspeld is door Einsteins algemene relativiteitstheorie, maar dat we tot nu toe nog nooit hadden gezien,’ legt Heino Falcke van de Radboud Universiteit en voorzitter van de wetenschappelijke raad van de EHT uit. ‘Deze schaduw, veroorzaakt door het gravitationeel afbuigen en invangen van licht door de waarnemingshorizon, openbaart veel over de aard van deze fascinerende objecten en heeft ons in staat gesteld om de enorme massa van het zwarte gat in M87 te meten.’ Diverse kalibratie- en beeldweergavemethoden hebben het bestaan aan het licht gebracht van een ringachtige structuur met een donker centraal gebied – de schaduw van het zwarte gat – dat gedurende meerdere onafhankelijke EHT-waarnemingen standhield. Bij de EHT-waarnemingen wordt gebruik gemaakt van een techniek die Very Long Baseline Interferometry (VLBI) wordt genoemd. Bij deze techniek worden ver uiteen gelegen telescoopfaciliteiten met elkaar gesynchroniseerd en wordt de draaiing van onze planeet benut om één enorme radiotelescoop ter grootte van de aarde na te bootsen voor waarnemingen op een golflengte van 1,3 millimeter. Op die manier bereikt de EHT een hoekoplossend vermogen van 20 microboogseconden – voldoende om vanuit een café in Parijs een krant in New York te kunnen lezen. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
10 april 2019 • Eerste resultaten van de Event Horizon Telescope worden gepresenteerd
Vandaag, 10 april, presenteren astronomen de eerste resultaten van waarnemingen die in 2017 zijn gedaan met de Event Horizon Telescope (EHT). De resultaten worden op zes plaatsen ter wereld tegelijk gepresenteerd. De EHT is een groot netwerk van radiotelescopen dat speciaal tot doel heeft om de naaste omgeving van de superzware zwarte gaten in het hart van ons Melkwegstelsel en dat in het elliptische reuzenstelsel M87 in beeld te brengen. De persconferentie in Brussel is vanaf 15.00 uur te volgen via de webpagina Black Hole Research van de Radboud Universiteit in Nijmegen – een van de instituten die bij het EHT-project betrokken zijn. Dezelfde stream kan ook rechtstreeks worden bekeken via het YouTube-kanaal van de Europese Commissie. Een overzicht van de overige locaties is te vinden op de website van de Event Horizon Telescope. Kort na het begin van de persconferentie zullen ook diverse persberichten over de resultaten verschijnen, onder meer van ESO. (EE)

   
9 april 2019 • Hoe gaat het grootste naamloze object in het zonnestelsel heten?
De meeste grote ijsdwergen in de Kuipergordel, buiten de baan van Neptunus, hebben naast een catalogusnummer ook een eigen naam. Bekende voorbeelden zijn Pluto, Eris, Haumea, Sedna, Makemake, Quaoar, Orcus en Varuna. Inde meeste gevallen gaat het om namen van goden uit verschillende culturen die te maken hebben met de onderwereld, met chaos, of met scheppingsmythen. Er is echter één grote ijsdwerg - 2007 OR10 - die nog steeds geen officiële naam heeft, hoewel het hemellichaam met een middellijn van ca. 1535 kilometer de op twee na grootste bewoner van de Kuipergordel is. 2007 OR10 is daarmee het grootste hemellichaam in het zonnestelsel dat naamloos door het leven gaat. De Planetary Society heeft nu drie namen voorgesteld voor 2007 OR10: Gonggong (een Chinese watergod), Holle (een Germaanse wintergodin; bij ons ook bekend uit het sprookje van Vrouw Holle) en Vili (een Noorse godheid). Het grote publiek kan stemmen op een van deze drie namen; de naam die het grootste aantal stemmen ontvangt zal voorgedragen worden aan de betreffende commissie van de Internationale Astronomische Unie als officiële naam voor 2007 OR10. De stemming sluit op 10 mei 2019. (GS)
Meer informatie:
Public Invited to Help Name the Largest Unnamed World in the Solar System (origineel persbericht)

   
9 april 2019 • Op nabije exoplaneten zou nu leven kunnen evolueren
Op de dichtstbijzijnde aardeachtige exoplaneten zouden op dit moment eenvoudige micro-organismen kunnen leven. Dat stellen onderzoekers van Cornell University in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Veel aarde-achtige exoplaneten (kleine rotsachtige planeten met een oppervlaktetemperatuur die het bestaan van vloeibaar water mogelijk maakt) draaien in kleine omloopbanen rond zwakke, koele rode dwergsterren. Bekende voorbeelden zijn Proxima Centauri b, Trappist-1e, Ross 128b en LHS1140b. Die rode dwergsterren vertonen regelmatig krachtige uitbarstingen waarbij grote hoeveelheden energierijke straling geproduceerd worden. Algemeen wordt aangenomen dat die UV- en röntgenstraling schadelijk is voor levende organismen, zodat er aan het oppervlak van de planeten vermoedelijk geen leven kan voorkomen. Lisa Kaltenegger en Jack O'Malley-James hebben de omstandigheden op de planeten nu echter in detail vergeleken met de omstandigheden op de jonge aarde, zo'n 4 miljard jaar geleden, toen de eerste micro-organismen floreerden op onze thuisplaneet. De primitieve aardatmosfeer bevatte vrijwel geen ozon, en de energierijke UV-straling van de jonge zon kon indertijd ongehinderd het aardoppervlak bereiken. Er kwam toen zelfs aanzienlijk meer van die 'dodelijke' straling op aarde terecht dan er nu terechtkomt op het oppervlak van de vier eerdergenoemde planeten. Kaltenegger en O'Malley-James concluderen dan ook dat het zeker niet uitgesloten is dat er op de meest nabije exoplaneten eenvoudige levensvormen voorkomen, en dat de biologische evolutie van leven daar een aanvang genomen zou kunnen hebben. (GS)
Meer informatie:
Nearest exoplanets could host life (origineel persbericht)

   
9 april 2019 • Pas herstarte LIGO-detectoren registreren opnieuw zwaartekrachtgolven
De twee detectoren van LIGO zijn weer in bedrijf. De afgelopen maanden hebben ze een flinke upgrade ondergaan, en sinds 1 april worden er weer naar passerende zwaartekrachtgolven gespeurd. Het was vrijwel direct alweer prijs: opnieuw is een botsing van twee zwarte gaten gedetecteerd. Zwaartekrachtgolven zijn rimpelingen in de ruimtetijd die door snel bewegende objecten met veel massa worden veroorzaakt, ongeveer zoals de kielzog van een boot die over een meer vaart. In 2016 deed LIGO zijn eerste registratie, en inmiddels staat de teller al op twaalf. Nu de twee identieke LIGO-detectoren in Livingston, Louisiana, en Hanford, Washington, zijn opgewaardeerd, zullen naar verwachting ongeveer één keer per week zwaartekrachtgolven worden gedetecteerd. Die voorspelling kwam direct al uit, want slechts een week na hun herstart registreerden de detectoren de zwaartekrachtgolven van twee botsende zwarte gaten in een sterrenstelsel op bijna 5 miljard lichtjaar afstand. Bij de waarneming was ook de Virgo-detector in Italië betrokken. De nieuwe reeks waarnemingen gaat waarschijnlijk meer dan een jaar duren. Er wordt gerekend op een rijke oogst aan botsende zwarte gaten en neutronensterren. (EE)
Meer informatie:
LIGO has spotted another gravitational wave just after turning back on (New Scientist)

   
9 april 2019 • ‘Oudste sterren van de Melkweg’ gedragen zich (bijna) volgens het boekje
Bij onderzoek door Catalaanse astronomen is voor het eerst het verband gemeten tussen de massa en de straal van het oudste soort sterren in het heelal: de zogeheten koele subdwergen (Nature Astronomy, 8 april). Koele subdwergen zijn lichte sterren met een laag ‘metaalgehalte’. Dat wil zeggen dat deze sterren arm zijn aan elementen zwaarder dan helium. In onze naaste omgeving zijn dergelijke sterren schaars, waardoor er eigenlijk geen betrouwbare metingen van hun massa’s en afmetingen beschikbaar waren. De astronomen hebben nu echter een dubbelster ontdekt, SDSS J2355+0448 geheten, die uit een koele subdwerg en een witte dwerg bestaat. De beide sterren bedekken elkaar vanaf de aarde gezien periodiek, en dat heeft nauwkeurige informatie opgeleverd over hun massa’s en afmetingen. De eigenschappen van de subdwerg blijken in goede overeenstemming te zijn met de theoretische verwachtingen. Wel is de ster een beetje aan de kleine kant. De afwijking is echter niet zo sterk dat de theoretische modellen voor sterren van dit type de prullenbak in kunnen. Bij het onderzoek hebben de astronomen gebruik gemaakt van een geavanceerde camera die, gekoppeld aan de 10,4-meter Gran Telescopio Canarias op La Palma, meer dan duizend opnamen per seconde kan maken. Dankzij deze ‘HiPERCAM’ konden de omloopbewegingen van de beide sterren heel precies worden bepaald. (EE)
Meer informatie:
Understanding the oldest stars in the Milky Way

   
8 april 2019 • Zonnewind verhit Jupiterdampkring tot grote diepte
Elektrisch geladen deeltjes van de zon die rond de poolgebieden van Jupiter terechtkomen in de dampkring van de reuzenplaneet, veroorzaken een aanzienlijke verhitting van de Jupiteratmosfeer. Die stroom van elektrisch geladen deeltjes - de zogeheten zonnewind - produceert ook poollicht (net als bij de aarde), en waarnemingen met een infraroodcamera op de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Hawaii laten zien dat het poollicht op Jupiter vergezeld gaat van een snelle en opmerkelijke temperatuurtoename van de bovenste delen van de stratosfeer van de planeet. Dat betekent dat het warmte-effect van de zonnewind op Jupiter tot een twee à drie maal zo grote diepte merkbaar is als in de dampkring van de aarde. De nieuwe resultaten, gepubliceerd in Nature Astronomy, kunnen planeetonderzoekers meer inzicht verschaffen in de wisselwerking tussen de zonnewind en een planeetatmosfeer. (GS)
Meer informatie:
Jupiter's Atmosphere Heats up under Solar Wind (origineel persbericht)