20 juli 2017 • Amateurs maken professionele planeetfoto’s
De eerste gezamenlijke planetaire waarnemingscampagne van professionele en amateur-astronomen heeft enkele van de scherpste foto’s opgeleverd die ooit vanaf de aarde zijn gemaakt. Bij het project, dat ‘Pic-Net’ heet, wordt gebruik gemaakt van de 1-meter telescoop van de Pic du Midi-sterrenwacht in de Franse Pyreneeën. Het doel ervan is om de weerkundige omstandigheden op de verschillende planeten in de gaten te houden. Afgelopen maand nam een klein team van ervaren amateurastronomen, onder wie de Nederlander Emil Kraaikamp, deel aan een workshop waarbij tal van proefopnamen zijn gemaakt van Venus, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus én de Jupitermaan Ganymedes. De resultaten zijn oogstrelend en bovendien dermate detailrijk dat zij van grote waarde kunnen zijn – bijvoorbeeld ter ondersteuning van planetaire ruimtemissies. De afgelopen vijftien jaar hebben astronomen veel ervaring opgedaan met het maken van planeetopnamen. Hun instrumenten zijn weliswaar kleiner dan die van professionele astronomen, maar de gebruikte technieken kunnen ook worden toegepast op opnamen die met grotere telescopen worden gemaakt. Het uiteindelijke doel van het Pic-Net-project is om ervaren amateurs vaker toegang te geven tot de faciliteiten van de Pic-du-Midi-sterrenwacht. (EE)
Meer informatie:
Ground-breaking ground-based images of planets obtained by Pic-Net Pro-Am team

   
20 juli 2017 • Kleine telescoop moet revolutie ontketenen in de amateur-astronomie
Het SETI Institute en het Franse startup-bedrijf Unistellar willen samen een nieuwe geavanceerde telescoop voor amateur-astronomen gaan ontwikkelen. De telescoop, eVscope geheten, wordt uitgerust met een opto-elektronisch systeem dat de helderheid van zwakke hemelobjecten versterkt. Deze beeldversterker moet zwakke hemelobjecten, zoals sterrenstelsels, scherp en in kleur zichtbaar maken. Ook krijgt de eVscope een GPS-gestuurd richtsysteem waarmee de kijker gemakkelijk op interessante hemelobjecten kan worden gericht. De bijdrage van het SETI Institute bestaat uit de toevoeging van een ‘campagne-modus’. Deze stelt gebruikers in de gelegenheid om mee te doen aan wereldwijde acties waarbij beeldgegevens worden verzameld van objecten waar professionele onderzoekers op dat moment in geïnteresseerd zijn. Dat kunnen supernova’s zijn, maar ook kometen en planetoïden die de aarde dicht naderen. Deze gegevens worden automatisch doorgezonden naar het hoofdkwartier van het instituut. De eVscope is een compacte spiegeltelescoop met een opening van 11,5 centimeter. Amateurs kunnen aan de verdere ontwikkeling ervan bijdragen door mee te doen aan een crowdfunding-campagne die komend najaar van start moet gaan. In deze voorverkoop zal de telescoop minder dan 1000 dollar gaan kosten. (EE)
Meer informatie:
SETI Institute-Unistellar Partnership Promises to Revolutionize Amateur Astronomy

   
19 juli 2017 • Tweede Leidse ‘planetenjager’ in gebruik genomen
Op de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) is het tweede MASCARA-station in gebruik genomen. MASCARA – de afkorting staat voor Multi-site All-Sky CAmeRA – is een initiatief van de Sterrewacht Leiden dat is bedoeld om exoplaneten op te sporen bij de (ruim) 50.000 helderste sterren die aan de hemel te zien zijn. Het eerste MASCARA-station staat sinds 2014 op het Canarische eiland La Palma. De MASCARA-instrumenten bestaan uit vijf digitale camera’s met componenten die overal verkrijgbaar zijn. Deze staan opgesteld in een temperatuur-gereguleerde behuizing en werken autonoom. Ze doen de hele nacht door metingen van de helderheden van duizenden sterren. Speciale software onderzoekt deze gegevens op de kleine, regelmatig terugkerende helderheidsdipjes die optreden wanneer een planeet voor zijn ster langs trekt. Met behulp van deze methode, die transitfotometrie wordt genoemd, laten de grootte en de omloopbaan van zo’n planeet zich rechtstreeks vaststellen. Bij zeer heldere stelsels kan, door middel van vervolgwaarnemingen met grote telescopen zoals ESO’s Very Large Telescope, ook de planeetatmosfeer worden gekarakteriseerd. De planetendoelgroep van MASCARA bestaat voornamelijk uit ‘hete jupiters’ – grote werelden die overeenkomsten vertonen met Jupiter, maar op zeer geringe afstand om hun moederster cirkelen, wat in hoge oppervlaktetemperaturen en korte omlooptijden van slechts enkele uren resulteert. (EE)
Meer informatie:
MASCARA opent zijn ogen in Chili

   
18 juli 2017 • Melkwegcentrum bevat 'val' voor kosmische straling
Een team van astrofysici onder leiding van Daniele Gaggero van de Universiteit van Amsterdam heeft ontdekt dat extreem energierijke kosmische straling tijdelijk 'gevangen' wordt in de kern van het Melkwegstelsel. Kosmische straling bestaat uit elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk protonen, de kernen van waterstofatomen) die met bijna de lichtsnelheid door het heelal bewegen. Wanneer ze in wisselwerking treden met gasatomen, produceren ze gammastraling. Metingen aan de gammastraling die afkomstig is uit de kern van het Melkwegstelsel wijzen uit dat de meest energetische kosmische-stralingsdeeltjes langer in de Melkwegkern vertoeven dan verwacht - ze worden kennelijk afgeremd door wisselwerkingen met ijle gaswolken. De metingen zijn verricht door de LAT-detector aan boord van NASA's ruimtetelescoop Fermi, die relatief laagenergetische gammastraling direct kan waarnemen, en door het H.E.S.S.-observatorium in Namibië, waarmee de zwakke gloed wordt waargenomen die ontstaat wanneer extreem hoogenergetische gammastraling de aardse dampkring binnendringt en daarbij een 'waterval' van secundaire deeltjes creëert. De waarnemingen zijn gepubliceerd in Physical Review Letters. De ontdekking doet vermoeden dat het Melkwegcentrum ook een bron van energierijke neutrino's moet zijn - vrijwel massaloze deeltjes zonder elektrische lading. Neutrino's komen namelijk ook vrij bij de wisselwerking van hoogenergetische kosmische straling met gasatomen. (GS)
Meer informatie:
Gamma-ray Telescopes Reveal a High-energy Trap in Our Galaxy's Center (origineel persbericht)

   
18 juli 2017 • ‘Testsonde’ LISA Pathfinder uitgezet
Met een eenvoudige muisklik is dinsdagavond 18 juli het laatste commando overgezonden naar LISA Pathfinder. Deze Europese ruimtesonde testte sinds maart 2016 (laser)technologie die bedoeld is voor de detectie van zwaartekrachtgolven. Zwaartekrachtgolven zijn uiterst kleine rimpelingen in de ruimtetijd die onder meer worden opgewekt wanneer twee zeer zware hemellichamen – neutronensterren of zwarte gaten – op geringe afstand om elkaar wentelen. Hoe sneller de draaiing, des te sterker zijn de zwaartekrachtgolven. In 2015 zijn voor het eerst zwaartekrachtgolven waargenomen met detectoren op aarde. Vanuit de ruimte kunnen dat soort metingen echter vele malen nauwkeuriger worden gedaan. Vandaar dat het Europese ruimteagentschap ESA voor dat doel omstreeks 2034 de LISA-missie wil lanceren, die uit drie in formatie ‘vliegende’ ruimtesondes zal bestaan. LISA Pathinder heeft getest of de technologie die daarvoor is bedacht de gewenste nauwkeurigheid heeft. De resultaten, waarvan het eerste deel in juni 2016 is gepubliceerd, zijn heel bemoedigend. (EE)
Meer informatie:
Last Command

   
17 juli 2017 • Kleine ‘Marsvolgers’ mogelijk ontstaan bij grote inslag
Zeven van de negen planetoïden die in dezelfde baan om de zon draaien als Mars zijn mogelijk ontstaan bij een grote inslag die miljarden jaren geleden op de planeet heeft plaatsgevonden. Dat melden vier planeetwetenschappers in Nature Astronomy. De planeet Mars wordt bij zijn beweging om de zon gevolgd én voorgegaan door een aantal kleine planetoïden – zogeheten trojanen. De groep van zeven volgers wordt aangevoerd door Eureka, een enkele kilometers groot object dat een rode tint vertoont. Aangenomen werd dat deze trojanen oorspronkelijk afkomstig zijn uit de planetoïdengordel tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter. Maar volgens een onderzoeksteam onder leiding van David Polishook van het Weizmann Institute of Science (Israël) zijn er aanwijzingen dat hun oorsprong op Mars zelf ligt. Dat wordt afgeleid uit nabij-infraroodwaarnemingen van twee kleinere trojanen, waaruit blijkt dat deze – net als Eureka – veel olivijn bevatten. In de planetoïdengordel komen weinig olivijnrijke objecten voor, maar rond de grote inslagbekkens op Mars is wél veel van dit mineraal aangetroffen. Met behulp van computersimulaties laten de onderzoekers zien dat het heel goed mogelijk is dat de Marstrojanen simpelweg brokken puin zijn die bij een grote inslag op de planeet de ruimte in zijn geblazen. (EE)
Meer informatie:
A Martian origin for the Mars Trojan asteroids

   
14 juli 2017 • Planeten hebben mogelijk een modderig verleden
Wetenschappers zijn er lang van uitgegaan dat planeten als de aarde zijn opgebouwd uit rotsachtige planetoïden. Nieuw onderzoek, vandaag gepubliceerd in Science Advances, trekt dat idee echter in twijfel. Volgens planeetwetenschappers Phil Bland en Bryan Travis zijn veel van de oorspronkelijke planetaire bouwstenen in ons zonnestelsel begonnen als grote ballen van warme modder. Volgens de bestaande inzichten resulteerde de interactie tussen het ijs en het fijne oerstof in de ‘zonnenevel’ – de materieschijf rond de zon waarin de vorming van planeten zich heeft afgespeeld – in de vorming van brokken vast gesteente. De computersimulaties die Bland en Travis hebben uitgevoerd laten echter een andere mogelijkheid zien. De eerste planetaire bouwstenen kunnen zeer poreuze samenballingen zijn geweest van fijn stof en chondrulen (kleine balletjes van mineralen die gesmolten zijn geweest). De poriën in deze samenballingen zouden gevuld zijn geweest met ijs dat, door de warmte-afgifte van radioactieve materialen, smolt. Op die manier kunnen zich primitieve planetoïden hebben gevormd waarin géén verstening optrad. Dat zou betekenen dat veel van de oudste planetaire bouwstenen grote ballen van borrelende modder waren. Als dat inderdaad zo is, is de geschiedenis van het water en de organische verbindingen in ons zonnestelsel wellicht aan herziening toe. (EE)
Meer informatie:
Planets Like Earth May Have Had Muddy Origins

   
14 juli 2017 • Ook planetoïde Amalthea lijkt een maantje te hebben
Een team van Amerikaanse amateur-astronomen heeft ontdekt dat de ongeveer 46 kilometer grote planetoïde 113 Amalthea waarschijnlijk een maantje heeft. De ontdekking is gedaan toen Amalthea in maart van dit jaar voor een relatief heldere ster langs schoof. Door zo’n sterbedekking vanuit verschillende locaties waar te nemen, kan – door nauwkeurig te meten hoe de duur van de sterbedekking van plek tot plek varieert – de ruwe vorm van de bedekker worden bepaald. Daarbij is vastgesteld dat Amalthea een langwerpige planetoïde is. Voor één van de elf waarnemers werd de ster net niet door Amalthea bedekt, terwijl zeven andere waarnemers – vijf ten noorden en twee ten zuiden van hem – wél een bedekking zagen. Anders gezegd: vlak ‘onder’ Amalthea moet zich nog een ander object hebben bevonden. De kans is groot dat dit object een maantje van Amalthea is, al zijn meer waarnemingen nodig om daar zekerheid over te krijgen. Hoe dan ook: de ontdekking van een maantje bij een planetoïde is allang geen bijzonderheid meer. Tot nu zijn al bij meer dan tweehonderd planetoïden maantjes ontdekt. (EE)
Meer informatie:
Amateur Observers Find an Asteroid’s Moon

   
13 juli 2017 • Rotatiesnelheid en helderheid bepalen de duur van de magnetische cyclus van een ster
Waarom duurt de magnetische cyclus van de ene zonachtige ster zoveel langer dan die van de andere? Het antwoord op deze brandende vraag lijkt een stap dichterbij te zijn gekomen. Het inwendige van sterren is een kolkende massa van geladen deeltjes. De turbulente bewegingen van dit superhete plasma zorgen ervoor dat de magnetische activiteit cyclisch op en neer gaat. Bij de zon duurt deze cyclus ongeveer elf jaar, maar bij de ster Kappa Ceti bijvoorbeeld nog geen zes jaar. Tot nu toe was onduidelijk waardoor de lengte van de magnetische cyclus wordt bepaald. Op zoek naar een verklaring heeft een team van astronomen gegevens van de Europese Gaia-satelliet gebruikt om computersimulaties te maken van het inwendige van sterren die ongeveer net zo oud zijn en net zo veel massa hebben als onze zon. In hun onderzoeksverslag, dat op 14 juli in het tijdschrift Science verschijnt, komen de astronomen tot de conclusie dat de duur van de magnetische cyclus van een ster simpelweg afhangt van diens rotatiesnelheid en helderheid. De cyclus duurt langer naarmate de ster sneller ronddraait of zwakker is. (EE)
Meer informatie:
Take a 360° spin through the heart of the sun

   
13 juli 2017 • Verschil tussen elliptische en spiraalvormige sterrenstelsels verklaard
Een team van Italiaanse en Chinese astronomen heeft een verklaring gevonden voor het opmerkelijke verschil tussen de twee belangrijkste soorten sterrenstelsels in het heelal: de (schijfvormige) spiraalstelsels en de (min of meer bolvormige) elliptische stelsels. De sleutel lijkt te liggen bij de manier waarop de stelsels zijn ontstaan. Spiraalstelsels hebben veel meer ‘draaiing’ – de technische term is impulsmoment – dan elliptische sterrenstelsels. Uit waarnemingen concluderen de astronomen dat dit verschil wordt veroorzaakt door de hoeveelheid gas die naar het centrale deel van een stelsel-in-wording – waar de meeste sterren worden gevormd – stroomt. Bij elliptische stelsels komt slechts ongeveer veertig procent van het beschikbare gas in dat centrale gebied terecht. Maar belangrijker is dat dit gas wordt gekenmerkt door een klein impulsmoment. Dit staat in schril contrast met spiraalstelsels, waarbij het meeste toestromende gas een veel groter impulsmoment heeft. Tot voor kort werd de oorsprong van elliptische sterrenstelsels gezocht bij botsingen tussen spiraalstelsels in het vroege heelal. Recente waarnemingen met de infraroodsatelliet Herschel en de submillimeter-array ALMA hebben deze theorie echter in twijfel getrokken. Het nieuwe onderzoek wijst er nu op dat het grote verschil tussen elliptische en spiraalstelsel simpelweg het gevolg is van hun ontstaansproces. (EE)
Meer informatie:
Shedding light on galaxies' rotation secrets (pdf)

   
13 juli 2017 • Nieuwe ‘nabije’ supercluster van sterrenstelsels ontdekt
Indiase astronomen hebben een tot nog toe onbekende supercluster van sterrenstelsels ontdekt in de richting van het sterrenbeeld Vissen. De structuur, die ongeveer vier miljard lichtjaar van ons is verwijderd, behoort tot de grootste in het ‘nabije’ heelal. De ontdekking is gepubliceerd in de Astrophysical Journal. Superclusters zijn de grootste samenhangende structuren in het zogeheten kosmische web. Een supercluster is een keten van sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels, bijeengehouden door de zwaartekracht, die zich over honderden miljoenen lichtjaren kunnen uitstrekken en tienduizenden sterrenstelsels omvatten. De nu ontdekte supercluster, die Saraswati wordt genoemd (naar een grote mythische rivier), heeft een lengte van 600 miljoen lichtjaar. Hij bevat naar schatting 20 miljoen miljard zonsmassa’s aan materie. Het bestaan van extreem grote structuren als deze dwingt astronomen ertoe om de meest gangbare theorieën over de evolutie van het heelal nog eens goed tegen het licht te houden. Het populaire ‘koude donkere materie’-model voorspelt dat kleine structuren zoals sterrenstelsels het eerst zijn ontstaan, om zich vervolgens tot grotere structuren te verenigen. De meeste vormen van dit model voorspellen het bestaan grote structuren als de Saraswati-supercluster niet. (EE)
Meer informatie:
“Saraswati”- one of the most massive large-scale structures in the Universe discovered

   
13 juli 2017 • Planeten bij sterren als TRAPPIST-1 lijken niet levensvatbaar
Twee wetenschappelijke teams hebben grote twijfels over de levensvatbaarheid van de zeven planeten rond de nabije ster TRAPPIST-1. Volgens de onderzoekers vormt het gedrag van sterren als deze een ernstige belemmering voor het ontstaan van leven. TRAPPIST-1 is een rode dwergster op bijna 40 lichtjaar van de aarde. De ster is veel zwakker en lichter dan de zon, maar produceert wel grote uitbarstingen van ultraviolette straling. Volgens de wetenschappers is de intensiteit van deze straling dermate groot, dat de planeten in het TRAPPIST-1-stelsel nauwelijks een atmosfeer kunnen vasthouden. De kans dat op zo’n planeet complex leven voorkomt, zou daardoor meer dan honderd keer zo klein zijn als de kans op leven op een planeet als de aarde. Daarbij komt nog dat de planeten, die zich veel dichter bij hun moederster bevinden dan de planeten van ons zonnestelsel, veel meer hinder ondervinden van de ‘zonnewind’ – de stroom geladen deeltjes die hun moederster voortdurend uitstoot. Volgens de onderzoekers is het magnetische veld van de ster direct verbonden met de magnetische velden van de om haar heen draaiende sterren, waardoor de deeltjes rechtstreeks de planeetatmosfeer in stromen. Ook dat heeft een verwoestende uitwerking op de atmosfeer. De resultaten van beide onderzoeken zijn gepubliceerd in de International Journal of Astrobiology en The Astrophysical Journal Letters. (EE)
Meer informatie:
More to Life Than the Habitable Zone

   
13 juli 2017 • NASA presenteert detailrijke foto’s van wervelstorm op Jupiter
Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA heeft beelden vrijgegeven van de Grote Rode Vlek op de planeet Jupiter. De beelden zijn afgelopen maandag gemaakt door de ruimtesonde Juno, die toen op een hoogte van slechts 9000 kilometer boven de grote wervelstorm langs vloog. De opnamen die Juno bij deze gelegenheid heeft gemaakt, zijn de meest detailrijke die ooit van de Grote Rode Vlek zijn verkregen. Ze tonen een wirwar aan donkere, geaderde wolkenslierten. De verwerking van het beeldmateriaal was overigens in handen van ‘burgerwetenschappers’. De ruimtesonde heeft niet alleen foto’s gemaakt. Tijdens zijn scheervlucht heeft hij met acht instrumenten metingen gedaan om meer te weten te komen over de inwendige structuur van de wervelstorm. De verwerking van deze meetgegevens zal nog even op zich laten wachten. Met een breedte van 16.350 kilometer is het ‘rode oog’ van Jupiter 1,3 keer zo breed als de aarde. De storm wordt al sinds 1830 in de gaten gehouden en bestaat mogelijk al meer dan 350 jaar. De laatste decennia lijkt hij kleiner te worden. (EE)
Meer informatie:
NASA's Juno Spacecraft Spots Jupiter's Great Red Spot

   
12 juli 2017 • Weer een exoplaneet met twee ‘zonnen’ ontdekt
Opnieuw is er een exoplaneet ontdekt die om een dubbelster draait in plaats van een enkelvoudige ster. Opmerkelijk is dat de omloopbaan van de planeet schuin staat op het baanvlak van de beide moedersterren. De nieuwe exoplaneet draait om een dubbelster, KIC 509526 geheten, die met de Kepler-satelliet is ontdekt. Hij heeft bijna acht keer zoveel massa als de planeet Jupiter en een omlooptijd van 238 dagen. De ontdekking is gedaan door de Australische student Kelvin Getley die als afstudeerproject software heeft ontwikkeld om dubbelsterren die elkaar vanaf de aarde gezien om en om bedekken te onderzoeken op de aanwezigheid van eventuele begeleiders. Daarbij maakt hij gebruik van de grote database van Kepler. (EE)
Meer informatie:
Remarkable planet discovery

   
12 juli 2017 • Exoplaneet lijkt begonnen aan ‘spiraal des doods’
Aan het bestaan van de negen jaar geleden ontdekte exoplaneet WASP-12b lijkt binnen afzienbare tijd een einde te komen. Een analyse van de baanbeweging van deze zogeheten hete jupiter geeft aan dat deze bezig is om naar zijn ster toe te spiralen. De afgelopen twintig jaar hebben astronomen bij enkele duizenden sterren planeten opgespoord. Daaronder bevinden zich ook tientallen Jupiter-achtige planeten die op zeer geringe afstand om hun moederster cirkelen en daardoor zeer heet zijn. De getijdenwerking die de ster op een gasplaneet in zo’n krappe omloopbaan uitoefent, zou ertoe moeten leiden dat hun onderlinge afstand geleidelijk afneemt. Dat verschijnsel is echter nog nooit met zekerheid waargenomen. WASP-12b kan daar verandering in brengen. WASP-12b draait in iets meer dan een dag om zijn ster en heeft daarmee een van de kortste omlooptijden van alle hete jupiters. Een team van wetenschappers onder leiding van Kishore Patra (Massachusetts Institute of Technology) heeft nu aanwijzingen gevonden dat deze omlooptijd aan veranderingen onderhevig is. Het waargenomen gedrag past het best bij een spiraalbaan, al vertonen planeten in krappe omloopbanen ook andersoortige variaties. Als het echter inderdaad om de vermoede ‘spiraal des doods’ gaat, zal WASP-12b over ongeveer 3 miljoen jaar in zijn ster duiken. Naar verwachting zal hier binnen enkele jaren meer duidelijkheid over komen. (EE)
Meer informatie:
WASP-12b and Its Possible Fiery Demise

   
12 juli 2017 • Bestaat negende planeet wel of niet?
Bevindt er zich nu wel of niet een grote planeet in het ijzige buitengebied van ons zonnestelsel? Recent onderzoek lijkt dat in twijfel te trekken. Maar de hoop is nog niet opgegeven. Hoewel nog niemand er ook maar een glimp van heeft opgevangen, is planeet 9 een van de meest besproken planeten van de laatste jaren. Het bestaan van dit hypothetische hemellichaam, dat ongeveer tien keer zoveel massa zou hebben als de aarde, werd afgeleid uit de baaneigenschappen van tientallen kleinere objecten die ver voorbij Neptunus (‘planeet 8’) om de zon draaien. Bij waarnemingen die de afgelopen zeventien jaar zijn gedaan zijn aanwijzingen gevonden dat deze verre ‘ijsdwergen’ niet gelijkmatig over de ruimte zijn verdeeld. Ze zouden langgerekte banen volgen die ruwweg dezelfde kant op ‘wijzen’. En dat zou erop wijzen dat hun omloopbanen zich hebben gericht naar een nog onbekend fors hemellichaam dat zich extreem ver van de zon – ongeveer 1200 keer zo ver als de aarde – zou bevinden. Bij recent onderzoek in het kader van de Outer Solar System Origins Survey (OSSOS) zijn nog eens acht van die verre ijsdwergen opgespoord. Een statistische analyse lijkt er echter op te wijzen dat hún omloopbanen géén voorkeursrichting vertonen. Ook heeft het OSSOS-team een alternatieve verklaring gevonden voor de vermeende gelijkgezindheid onder de eerder ontdekte ijsdwergen: die zou het gevolg zijn van een selectie-effect. Kort gezegd: sommige stukken hemel zijn zo rijk aan achtergrondsterren, dat ijsdwergen zich daar veel moeilijker laten opsporen dan elders. Zo ontstaan er vanzelf ‘opeenhopingen’ van bekende ijsdwergen in sterarme hemelgebieden. Een en ander verkleint de kans dat er in de verten van ons zonnestelsel een planeet verstoppertje speelt aanzienlijk. Maar Spaanse astronomen gooien het bijltje er nog niet bij neer. Met behulp van een nieuwe techniek, die minder gevoelig is voor observationele selectie-effecten, hebben de astronomen opnieuw aangetoond dat de omloopbanen van de verste ijsdwergen niet willekeurig georiënteerd zijn. Hun berekeningen laten zien dat de ‘knopen’ van deze banen – de twee punten waar elke omloopbaan het vlak van het zonnestelsel kruist – een correlatie vertonen. Ze zijn gegroepeerd rond bepaalde afstanden tot de zon. En dat brengt de Spaanse wetenschappers tot de conclusie dat de kleine hemellichamen in het buitengebied van ons zonnestelsel wel degelijk onder invloed staan van een nog onontdekte planeet. (EE)
Meer informatie:
New Evidence in Support of the Planet Nine Hypothesis

   
11 juli 2017 • Ook kleine planeten kunnen lege zones creëren in protoplanetaire schijven
Een astronoom van de Universiteit van Arizona heeft ontdekt dat ook relatief kleine 'super-aardes' in staat zijn om opvallende lege zones te creëren in jonge protoplanetaire schijven. Zulke schijven van gas en stof rond een pasgeboren ster zijn in detail waargenomen door het ALMA-observatorium, bijvoorbeeld bij de sterren HL Tauri en TW Hydrae. In de schijven komen verscheidene smalle, lege zones voor. Algemeen wordt aangenomen dat die zones schoongeveegd worden door de zwaartekracht van pasgeboren reuzenplaneten. Het gekke is alleen dat onderzoek aan planetenstelsels bij veel oudere sterren uitwijst dat relatief kleine planeten veel talrijker zijn dan grote reuzenplaneten. Computersimulaties van Ruobing Dong, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, laten nu zien dat ook zulke 'super-aardes' aanleiding kunnen geven tot smalle, lege zones in protoplanetaire schijven. De viscositeit ('stroperigheid') van zo'n schijf moet dan wel geringer zijn dan altijd is aangenomen. Dong nam bovendien de invloed van stofdeeltjes mee in zijn simulaties - eerder werd vooral gekeken naar het gedrag van gasdeeltjes. (GS)
Meer informatie:
UA Astronomers Track the Birth of a 'Super-Earth' (origineel persbericht)

   
11 juli 2017 • Veel exoplaneten zijn waarschijnlijk groter dan gedacht
Veel exoplaneten - planeten bij andere sterren dan de zon - zijn mogelijk groter dan tot nu toe is aangenomen. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers in een artikel in Astronomical Journal, op basis van precisiemetingen aan Kepler-sterren. De Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler heeft vele honderden planeten bij andere sterren ontdekt. Eens per omloop schuift de planeet voor zijn moederster langs, waardoor de ster een klein beetje zwakker is dan normaal. Uit die metingen kan de middellijn van de planeet worden afgeleid. Gedetailleerde waarnemingen aan 50 Kepler-sterren laten nu echter zien dat ongeveer een derde daarvan deel uitmaakt van een relatief nauw dubbelstersysteem. Kepler zag die twee sterren niet apart, maar registreerde alleen het gezamenlijke licht. Als er twee sterren in het spel zijn, komt de bepaling van de middellijn van de exoplaneet op losse schroeven te staan. De onderzoekers vermoeden dat ongeveer één op de zes exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt in werkelijkheid groter is dan eerder werd aangenomen. Dat betekent dat ook hun gemiddelde dichtheid lager is - in plaats van aarde-achtige planeten van metalen en gesteenten zou het in sommige gevallen om gasvormige planeten kunnen gaan. (GS)
Meer informatie:
Hidden Stars May Make Planets Appear Smaller (origineel persbericht)

   
11 juli 2017 • Eerste sterrenstelsels ontstonden al heel vroeg
Toen het heelal nog maar 800 miljoen jaar oud was (nog geen 6 procent van de huidige leeftijd), waren er al veel kleine sterrenstelsels ontstaan. Hun energierijke straling had op dat moment ongeveer de helft van het neutrale gas in de intergalactische ruimte geïoniseerd. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen met de Dark Energy Camera op de 4-meter Blanco-telescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili. Een paar honderdduizend jaar na de oerknal was het heelal geheel donker: het afgekoelde waterstof- en heliumgas straalde zelf geen licht uit, en sterren of sterrenstelsels waren nog niet geboren. Toen de eerste sterrenstelsels ontstonden uit verdichtingen in het gas, raakte de intergalactische ruimte langzaam maar zeker geïoniseerd. Hoe, wanneer en hoe snel deze 'reïonisatie' precies plaatsvond is echter niet goed bekend. De ontdekking van 23 tot nu toe onbekende Lyman Alpha Emitting Galaxies (LAE's) toont nu echter aan dat het proces 800 miljoen jaar na de oerknal al volop gaande was, en dat de verantwoordelijke sterrenstelsels nog veel eerder moeten zijn ontstaan. Sterrenstelsels waarin veel nieuwe sterren geboren worden, zenden energierijke ultraviolette straling uit (zogeheten Lyman Alpha-straling), waardoor het omringende neutrale gas geïoniseerd wordt. Vóór die ionisatie zijn de sterrenstelsels nauwelijks te zien; ná de ionisatie zijn ze goed waarneembaar. De astronomen, die hun resultaten beschrijven in Astrophysical Journal Letters, concluderen bovendien dat het aantal zichtbare LAE's 200 miljoen jaar later al vier keer zo groot is. Mede op basis daarvan concluderen ze dat de reïonisatie 800 miljoen jaar na de oerknal voor ca. 50 procent was voltooid. Dat betekent dat de eerste sterrenstelsels al aanzienlijk eerder moeten zijn ontstaan. (GS)
Meer informatie:
Distant Galaxies ‘Lift the Veil’ on the End of the Cosmic Dark Ages (origineel persbericht)

   
11 juli 2017 • Strategisch partnerschap van Australië met ESO van start
De Australische overheid is een strategisch partnerschap aangegaan met de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). Dat voornemen bestond al een jaar; de samenwerking is nu bekrachtigd tijdens een ceremonie op de Australian National University in Canberra, en gaat per direct in. De overeenkomst voorziet in een financiële bijdrage van Australië aan ESO, in ruil voor toegang tot de telescopen op de Europese sterrenwachten La Silla en Paranal in Chili. Voorlopig is het partnerschap aangegaan voor een periode van tien jaar. In de toekomst zou de samenwerking eventueel kunnen worden omgezet in een volledig ESO-lidmaatschap van Australië. (GS)
Meer informatie:
Australia Enters Strategic Partnership with ESO (origineel persbericht)

   
11 juli 2017 • Astronomen vinden kleinste ster ooit
Astronomen hebben een ster ontdekt die nauwelijks groter is dan de planeet Saturnus. Daarmee is het de kleinst bekende 'gewone' ster, met spontane waterstoffusie in het inwendige. (Witte dwergen en neutronensterren zijn nog veel kleiner, maar daarin vindt geen waterstoffusie plaats.) EBLM J0555-57Ab, zoals het mini-sterretje heet, is gevonden door WASP - een netwerk van kleine telescopen dat jacht maakt op exoplaneten die hun bestaan verradden doordat ze voor hun moederster langs bewegen. De nieuwe recordhouder is op dezelfde manier ontdekt: hij maakt deel uit van een dubbelstersysteem, en houdt eens per omloop een deel van het licht van de begeleider tegen. De ster heeft de afmetingen van een gasplaneet, maar is veel zwaarder en heeft een hogere dichtheid en kerntemperatuur - aan het oppervlak is de zwaartekrachtsversnelling 300 maal zo groot als op aarde. Veel rode dwergsterren zijn niet veel groter in middellijn dan de reuzenplaneet Jupiter, maar kennelijk kunnen sterren onder bepaalde omstandigheden nóg kleiner zijn - Saturnus heeft een middellijn van ca. 116.500 kilometer. EBLM J0555-57Ab staat op 600 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Pictor (Schildersezel). De nieuwe ontdekking is gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Smallest-ever star discovered by astronomers (origineel persbericht)

   
10 juli 2017 • Supernova blijkt stoffabriek
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili zijn grote hoeveelheden stof ontdekt op de plaats waar ruim 30 jaar geleden een supernova explodeerde. Astronomen gingen er altijd van uit dat moleculen volledig vernietigd zouden worden door de energierijke straling van zo'n catastrofale sterexplosie, maar dat blijkt niet het geval. Supernova 1987A explodeerde in februari 1987 op 163.000 lichtjaar afstand van de aarde, in de Grote Magelhaense Wolk, een kleine begeleider van ons eigen Melkwegstelsel. De uitdijende gasschil van de supernova is de afgelopen decennia uitgebreid bestudeerd. Astronomen van Cardiff University hebben nu met ALMA (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) de microgolfstraling gedetecteerd die wordt uitgezonden door de moleculen HCO+, SO, CO en SiO. Die moleculen vormen de bouwstenen voor stofdeeltjes zoals ze ook voorkomen in stervormingsgebieden. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Anders dan verwacht blijkt het binnenste deel van de supernovarest koud genoeg te zijn voor de vorming van moleculen en stofdeeltjes. Nieuwe 3D-modelberekeningen van de supernova lijken dat beeld te ondersteunen. (GS)
Meer informatie:
Cosmic “dust factory” reveals clues to how stars are born (origineel persbericht)

   
10 juli 2017 • Ward de Ridder wint Nederlandse Sterrenkunde Olympiade
De 16-jarige scholier Ward de Ridder van het Antoniuscollege te Gouda (4 vwo) heeft de elfde Nederlandse Sterrenkunde Olympiade gewonnen. Ieder jaar organiseren de Nederlandse astronomen deze olympiade voor havo- en vwo- scholieren. Dit jaar was het Groningse Kapteyn Instituut gastheer van de tien finalisten. Deze tien waren geselecteerd op basis van een pittige online-voorronde. De tien finalisten brachten vorige week drie dagen in Groningen door en kregen daar zes masterclasses van stafastronomen. Ook brachten zij als onderdeel van de finale een bezoek aan de Westerbork-telescoop en de LOFAR-radiosterrenwacht in Exloo. Na de masterclasses volgde een examen met vragen over de onderwerpen die tijdens de colleges zijn behandeld. Op basis daarvan wees de jury de winnaar aan. De olympiade werd afgesloten met een feestelijke prijsuitreiking. De hoofdprijs is traditiegetrouw een reis naar het Roque de los Muchachos-observatorium op het Canarische eiland La Palma, waar de winnaar zelf met een professionele telescoop naar het heelal mag kijken. De winnaar van 2017, Ward de Ridder, mag in het voorjaar van 2018 mee naar de telescopen van deze Brits-Nederlandse sterrenwacht op La Palma. Zijn commentaar: "Het was een enorm leuke finale, en ik ga nu goed nadenken wat ik volgend jaar wil gaan waarnemen.” De voorzitter van de organisatie, prof. Peter Barthel: "Wat mij vooral deugd deed was dat de meisjes dit jaar voortreffelijk vertegenwoordigd waren bij de Sterrenkunde Olympiade. Vijf van de tien finalisten waren meisjes.” Carmen Hoek (16) uit Harlingen won de tweede prijs, de derde prijs was voor Tabitha de Haan (16) uit Dokkum.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
7 juli 2017 • Nederlandse ‘big-data’-telescoop vindt eerste exoplaneten rond zeer heldere sterren
Astronomen van de Universiteit Leiden hebben de eerste planeten ontdekt met een nieuw instrument – de planetenjager MASCARA. Het aan de Sterrewacht Leiden ontwikkelde instrument zoekt speciaal naar planeetovergangen rond de helderste sterren aan de hemel, waar verrassend genoeg nog nauwelijks eerder naar is gezocht. Naar de planeten rond deze helderste sterren kan veel beter vervolgonderzoek gedaan worden waardoor ze zeer waardevol zijn. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in twee papers in Astronomy & Astrophysics. MASCARA (Multi-site All-Sky CAmeRA) is een relatief eenvoudig apparaat dat bestaat uit vijf camera’s met groothoeklenzen die in een keer de hele hemel fotograferen. Het eerste MASCARA-station staat op het Canarische eiland La Palma en neemt sinds begin 2015 om de zes seconden zo’n foto, waarmee de helderheid van meer dan 50000 sterren wordt vastgelegd.  “De crux zit hem in de datastroom – zo’n 15 terabyte per maand - die onmiddellijk verwerkt moet worden,” zegt eerste auteur Geert Jan Talens, promovendus in Leiden.  “MASCARA is dan eigenlijk ook meer een soort big-data-softwaretelescoop. Van alle waargenomen sterren zoeken we uit welke regelmatig een klein beetje zwakker zijn doordat er gezien vanaf de aarde een planeet voorlangs schuift.” De eerste twee planeten die het team nu heeft ontdekt, MASCARA-1b en MASCARA-2b, zijn in veel opzichten bijzonder. “Ook al zijn er al meer dan 1000 sterren met planeetovergangen ontdekt, de meeste daarvan staan ver weg en zijn heel zwak,” zegt medeonderzoeker Gilles Otten. “MASCARA-2b is de op-een-na helderste ster die een planeetovergang van een reuzenplaneet laat zien. Vorige maand is de helderste ontdekt: de transit-survey KELT-9 kaapte die voor onze neus weg. De Kelt-ster is slechts 2% helderder.” De MASCARA-reuzenplaneten zijn flink groter dan Jupiter en draaien in banen van slechts enkele dagen rond sterren die veel groter en heter zijn dan onze zon. “We kunnen nu dus planeten gaan onderzoeken die zich in zeer extreme omstandigheden bevinden,” zegt Ignas Snellen (Sterrewacht Leiden), de leider van het MASCARA-project. “De helderheid van de sterren maakt ook allerlei belangrijk vervolgonderzoek mogelijk, zoals het karakteriseren van de atmosferen in veel meer detail dan voor andere planeten mogelijk is.” Het MASCARA-project wordt uitgebreid met een tweede station, op het zuidelijk halfrond. De telescoop is aangekomen op het La Silla-observatorium van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in het noorden van Chili, en zal daar binnenkort beginnen met waarnemen.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
6 juli 2017 • Stervormingsgebieden in het vroege heelal waren kleiner dan gedacht
Met behulp van een nieuwe computeranalyse hebben astronomen een afbeelding gereconstrueerd van een sterrenstelsel op 11 miljard lichtjaar van de aarde. Het eigenlijke beeld van het sterrenstelsel is vervormd en vergroot door de natuurlijke lenswerking van een dichterbij staande cluster van sterrenstelsels. En dat uitgerekte beeld is vastgelegd met de Hubble-ruimtetelescoop. De reconstructie laat zien dat het gaat om een schijfvormig sterrenstelsel dat we van opzij waarnemen. Omdat het licht van het stelsel er 11 miljard jaar over heeft gedaan om de aarde te bereiken, zien we het stelsel zoals het er ongeveer 2,7 miljard jaar na de oerknal uitzag – relatief vroeg in de geschiedenis van het heelal dus. Verspreid over het stelsel zijn tientallen kluitjes van ‘recent’ gevormde sterren te zien. Deze stervormingsgebieden zijn slechts enkele honderden lichtjaren groot. Dat is in strijd met de theoretische voorspelling dat stervormingsgebieden in het vroege heelal afmetingen van meer dan 3000 lichtjaar zouden hebben. Het verre sterrenstelsel behoort tot een verzameling van meer dan zeventig stelsels die zijn geselecteerd bij de Sloan Giant Arcs Survey. Bij die ‘voorverkenning’ zijn stelsels opgespoord waarvan het licht opvallend sterk wordt afgebogen door de zwaartekracht van een tussengelegen cluster. (EE)
Meer informatie:
Hubble Pushed Beyond Limits to Spot Clumps of New Stars in Distant Galaxy

   
6 juli 2017 • Nieuw doelwit van Pluto-sonde lijkt kleiner dan gedacht
Het kleine ijzige hemellichaam waar de NASA-ruimtesonde New Horizons over anderhalf jaar langs zal scheren, is wellicht kleiner dan gedacht. Mogelijk bestaat het zelfs uit meerdere stukken. New Horizon, die in juli 2015 een scheervlucht maakte langs dwergplaneet Pluto, is momenteel onderweg naar 2014 MU69. Net als Pluto maakt dit naar schatting 20 à 40 kilometer grote hemellichaam deel uit van de Kuipergordel – een brede gordel van zogeheten ’ijsdwergen’ voorbij de omloopbaan van de planeet Neptunus. Wetenschappers hadden onlangs de kans om meer te weten te komen over MU69. In de nacht van 3 juni jl. schoof het hemellichaam vanuit Zuid-Amerika gezien precies voor een verre ster in het sterrenbeeld Boogschutter langs. Daarbij werd de ster gedurende twee seconden bedekt. Meer dan vijftig leden van het New Horizons-team hebben deze sterbedekking met behulp van tactisch opgestelde telescopen proberen te fotograferen. In totaal zijn daarbij 100.000 opnamen gemaakt, maar op geen ervan is MU69 zélf te zien. Volgens onderzoeksleider Alan Stern kan dat erop wijzen dat MU69 nóg kleiner is dan gedacht. Het zou ook om een dubbele ijsdwerg kunnen gaan – twee kleine objecten die om elkaar wentelen. En het is zelfs niet uitgesloten dat het een zwerm van nog kleinere brokstukken zal blijken te zijn. Op 10 en op 17 juli aanstaande zal opnieuw een ster door MU69 worden bedekt. De eerste zal worden waargenomen vanuit SOFIA, de ‘vliegende sterrenwacht’ van NASA. De tweede bedekking wordt weer met kleine mobiele telescopen gevolgd en ditmaal ook met de Hubble-ruimtetelescoop. Het doel van deze waarnemingen is de omgeving van MU69 te onderzoeken op eventueel aanwezig puin aanwezig dat straks een bedreiging zou kunnen vormen voor New Horizons.(EE)
Meer informatie:
New Mysteries Surround New Horizons' Next Flyby Target

   
6 juli 2017 • Unieke exoplaneet ontdekt met Europese telescoop
Met het SPHERE-instrument van de Europese Very Large Telescope is een bijzondere exoplaneet ontdekt: HIP 65426b. Met een temperatuur van 1000 tot 1400 graden Celsius is de planeet, die zes tot twaalf keer zoveel massa heeft als Jupiter, behoorlijk warm. Hij is gehuld in een zeer stoffige atmosfeer met dikke bewolking, en draait om een hete, jonge ster die verrassend snel om zijn as wentelt. De ster lijkt niet te zijn omringd door een schijf van puin, wat merkwaardig is voor zijn leeftijd. Het ontbreken van deze schijf roept de vraag op hoe HIP 65426b überhaupt is ontstaan. Eén mogelijkheid is dat de planeet zich heeft gevormd in een inmiddels ‘opgeloste’ schijf van gas en stof en vervolgens door interacties met andere planeten naar zijn huidige wijde omloopbaan is gemigreerd. Het is echter ook denkbaar dat de ster en de planeet zijn ontstaan als een soort dubbelster, waarin de zwaarste van de twee zijn lichtere soortgenoot ervan heeft weerhouden om voldoende materie te verzamelen om een echte ster te worden. HIP 65426b is ontdekt met behulp van ‘direct imaging’ – het maken van een rechtstreekse opname. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, omdat het licht van een ster zo fel is dat het zwakke weerkaatste licht van daaromheen draaiende planeten daarbij verbleekt. SPHERE is speciaal ontworpen om deze hindernis te omzeilen. (EE)
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
6 juli 2017 • Mars is bedekt met een antibacterieel laagje
Het oppervlak van de planeet Mars is, door een combinatie van chemische verbindingen (perchloraten) en de UV-straling van de zon, hoogstwaarschijnlijk bacteriedodend. Dat melden de Britse astrobiologen Jennifer Wadsworth en Charles Cockell in het Nature-tijdschrift Scientific Reports. Dat de Marsbodem rijk is aan perchloraten was al bekend sinds 2008, toen deze oxiderende verbindingen voor het eerst werden aangetroffen door de Amerikaanse Marslander Phoenix. Onduidelijk was echter in hoeverre deze stoffen schadelijk zouden zijn voor bacterieel leven. Wadsworth en Cockell hebben dat nu onderzocht door de omstandigheden op Mars na te bootsen, en te kijken hoe de veelvoorkomende bodembacterie Bacillus subtilis daarop reageert. Daarbij is gebleken dat magnesiumperchloraat een bacteriedodende werking heeft wanneer het met kortgolvige UV-straling wordt bestookt. De bodembacteriën lieten binnen enkele minuten het leven. Andere verbindingen op Mars – ijzeroxiden en waterstofperoxide – kunnen dat effect nog aanzienlijk versterken. De kans is dus klein dat aardse bacteriën die met Marslanders en onderzoeksrobots naar de planeet ‘meeliften’ daar kunnen overleven, laat staan zich vermenigvuldigen. Ook maken deze bevindingen het nóg minder aannemelijk dat er nog levende organismen in de Marsbodem te vinden zijn. Daarbij moet dan wel worden aangetekend dat er (aardse) bacteriën bestaan die prima weten te overleven in een perchloraat-rijke omgeving. (EE)
Meer informatie:
Mars covered in toxic chemicals that can wipe out living organisms, tests reveal

   
6 juli 2017 • Bestaan pulsarplaneten uit opgeveegd interstellair ‘gruis’?
Twee Britse astronomen hebben een mogelijke verklaring gevonden voor het 25 jaar oude raadsel van de ‘pulsarplaneten’ – planeten die om het restant van een supernova-explosie cirkelen. Zij presenteren hun theorie tijdens de National Astronomy Meeting die deze week in Hull wordt gehouden en in een artikel in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Sinds 1992 hebben astronomen duizenden planeten buiten ons zonnestelsel opgespoord. Verreweg de meeste daarvan cirkelen om min of meer normale sterren. Maar de allereerste exoplaneten die astronomen hebben ontdekt, cirkelen om een pulsar – het uiterst compacte restant van een ster die een supernova-explosie heeft ondergaan. De grote vraag is waar deze planeten vandaan komen. Het is ondenkbaar dat het planeten betreft die de catastrofale explosie van hun voormalige moederster hebben overleefd. Astronomen Jane Greaves en Wayne Holland denken dan ook dat zulke pulsarplaneten nakomertjes zijn: het zouden samenklonteringen zijn van materiaal dat uit de interstellaire ruimte is ‘opgeveegd’. Zij baseren dat vermoeden op onderzoek van de 800 lichtjaar verre pulsar Geminga, die zich met grote snelheid door de ruimte verplaatst. Bij waarnemingen met de James Clerk Maxwell-radiotelescoop op Hawaï is ontdekt dat zich aan de voorkant van deze pulsar een ‘boeggolf’ heeft gevormd. Daar heeft zich, door de hoge snelheid waarmee de pulsar zich door de ruimte verplaatst, materie verzameld. Volgens de astronomen is het denkbaar dat vaste deeltjes uit de boeggolf hun weg naar de pulsar weten te vinden. De eerste berekeningen laten zien dat er genoeg van dit interstellaire ‘gruis’ aanwezig is voor de vorming van enkele ‘aardes’. Of pulsarplaneten ook echt op deze manier kunnen ontstaan, zal verder onderzoek moeten uitwijzen. (EE)
Meer informatie:
Re-making planets after star-death

   
6 juli 2017 • Melkweg telt mogelijk 100 miljard bruine dwergen
Er zouden wel eens meer dan 100 miljard bruine dwergen – ‘mislukte sterretjes’ – kunnen zijn in onze Melkweg. Tot die conclusie komt een internationaal team van astronomen, dat zijn resultaten vandaag presenteert op de National Astronomy Meeting in Hull. Bruine dwergen houden het midden tussen planeten en sterren. Ze hebben aanzienlijk meer massa dan een grote gasplaneet als Jupiter, maar te weinig om de kernfusiereacties in hun kern op gang te houden die nodig zijn om als ster te kunnen stralen. Astronomen hebben al duizenden bruine dwergen ontdekt, maar die bevinden zich bijna allemaal op minder dan 1500 lichtjaar. Op grotere afstanden zijn deze lichtzwakke objecten heel moeilijk waarneembaar. In 2006 stelden astronomen vast dat er in het 1000 lichtjaar verre stervormingsgebied NGC 1333 ongeveer half zo veel bruine dwergen zijn als sterren – meer dan verwacht, maar misschien was NGC 1333 wel een uitzondering? Daar lijkt het niet op. Een zorgvuldige verkenning van het 5500 lichtjaar verre stervormingsgebied RCW 38, uitgevoerd met de Europese Very Large Telescope in Chili, is nu op zo’n beetje dezelfde verhouding uitgekomen. De conclusie is dat bruine dwergen heel talrijk zijn. Misschien niet zo talrijk als volwaardige sterren, maar hun aantallen lopen zeker in de vele tientallen miljarden (EE)
Meer informatie:
Milky Way could have 100 billion brown dwarfs