23 april 2018 • Kunstmatige intelligentie helpt astronomen
Sterrenkundigen van de Universiteit van Californië in Santa Cruz hebben met succes gezichtsherkenningsalgoritmes ingezet voor het automatisch herkennen van verschillende stadia in de evolutie van sterrenstelsels, zoals waargenomen door de Hubble Space Telescope. Via 'deep learning' - een zelflerende methode die populair is binnen de kunstmatige intelligentie - bleek de computer in staat om Hubble-foto's op de juiste manier te analyseren en te classificeren, gebaseerd op ervaringen met een grote verzameling gesimuleerde sterrenstelsels. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Astronomen van Columbia University hebben vergelijkbare machine learing-technieken ingezet om de stabiliteit te voorspellen van planetenstelsels rond dubbelsterren. Of de baan van een planeet rond een dubbelster op de lange termijn stabiel is hangt van zeer veel factoren af; na een trainingsperiode op basis van een groot aantal simulaties bleek dat die stabiliteit veel effectiever voorspeld kon worden door kunstmatige intelligentie dan via de traditionele en arbeidsintensieve rekenmethode. Deze resultaten zijn verschenen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Face recognition for galaxies: Artificial intelligence brings new tools to astronomy (origineel persbericht)

   
23 april 2018 • Dampkring Uranus stinkt naar rotte eieren
Met de 8-meter Gemini North Telescope op Mauna Kea, Hawaii, is ontdekt dat er hoog in de dampkring van de verre reuzenplaneet Uranus waterstofsulfide (H2S) voorkomt - het gas dat rotte eieren zo'n karakteristieke geur geeft. De ontdekking was mogelijk dankzij de extreme gevoeligheid van de NIFS-infraroodspectrograaf van Gemini.  De samenstelling van de atmosfeer van Uranus wijkt hiermee af van die van Jupiter en Saturnus. Die twee planeten bevatten vooral ammoniak (NH3) in de bovenste wolkenlagen. Dit verschil weerspiegelt de samenstelling van de ronddraaiende gas- en stofwolk waaruit de planeten enkele miljarden jaren geleden zijn ontstaan. Vermoedelijk komt er ook in de dampkring van Neptunus zwavelstofsulfide voor. Neptunus staat echter op een nog veel grotere afstand, en de aanwezigheid van het gas was bij Uranus al nauwelijks vast te stellen. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy.
Meer informatie:
What Do Uranus's Clouds Have in Common with Rotten Eggs? (origineel persbericht)

   
20 april 2018 • NEOWISE-missie maakt vierde jaar vol
NASA heeft de vierde jaaroogst aan gegevens gepresenteerd van de Near-Earth Object Wide-field Infrared Survey Explorer (NEOWISE). Deze infraroodsatelliet kreeg in december 2013 een tweede leven voor een uitgebreide hemelsurvey, waarbij de complete hemel bijna acht keer is verkend. Tot nu toe heeft NEOWISE 136 kometen ontdekt en 788 aardscheerders – planetoïden die min of meer in de buurt van de aarde kunnen komen. Tien daarvan zijn ‘potentieel gevaarlijke planetoïden’, die zodanige banen volgen dat een botsing met onze planeet niet helemaal kan worden uitgesloten. In het vierde NEOWISE-jaar heeft de satelliet meer dan 2,5 miljoen infraroodopnamen van de hemel gemaakt. Deze gegevens zijn bij die van de eerste drie jaren gevoegd. Dat archief, dat inmiddels meer dan 10 miljoen opnamen omvat, is openbaar. (EE)
Meer informatie:
Four Years of NASA NEOWISE Data

   
19 april 2018 • ‘Opdrogingsbarsten’ bewijzen dat waterstand in Marskrater fluctueerde
Begin 2017 maakten wetenschappers de ontdekking bekend van mogelijke opdrogingsbarsten in de bodem van de Marskrater Gale, die 3,5 miljard jaar geleden onder water heeft gestaan. Nieuw onderzoek bevestigt dat opdroging inderdaad de oorzaak ervan moet zijn (Geology, 16 april). Het onderzoek richtte zich op een plak gesteente die de bijnaam ‘Old Soaker’ heeft gekregen. Dit gesteente vertoont een veelhoekig patroon zoals je dat bij opgedroogde modder ziet. Wetenschappers hebben dat patroon nog eens goed bekeken met diverse instrumenten van de Marsrover Curiosity. Daarbij is vast komen te staan dat de veelhoeken zich beperken tot één specifieke laag en dat de tussenliggende barsten met sediment zijn gevuld. Volgens de onderzoekers kan die structuur alleen zijn ontstaan door blootstelling aan lucht, en niet door andere mechanismen zoals thermische uitzetting of de inwerking van water. Opdrogingsbarsten ontstaan waar nat sediment aan lucht wordt blootgesteld. Het feit dat gesteenten als ‘Old Soaker’ alleen in het dieper gelegen centrum van de Gale-krater is aangetroffen en niet aan de rand wijst er dus op dat de waterstand in het kratermeer destijds flink op en neer is gegaan. (EE)
Meer informatie:
Clear as mud: Desiccation cracks help reveal the shape of water on Mars (via Eurekalert)

   
19 april 2018 • ‘Hubble’ wordt 28 en maakte een foto van de Lagunenevel
Ter gelegenheid van de 28ste verjaardag van de Hubble-ruimtetelescoop, op 24 april a.s., is een nieuwe opname gepresenteerd van een stukje van de Lagunenevel. Deze kleurrijke wolk van gloeiend interstellair gas bruist van de activiteit. Er worden nieuwe sterren geproduceerd, die hevige winden produceren, en er zijn wervelende zuilen van gas en stof te zien. De volledige Lagunenevel is een enorm groot object van 55 bij 20 lichtjaar. Hoewel hij bijna 4000 lichtjaar van ons is verwijderd, is hij aan de hemel drie keer zo groot als de volle maan. Vandaar ook dat Hubble maar een klein deel van de gasnevel – ongeveer 4 lichtjaar breed – heeft kunnen vastleggen. (EE)
Meer informatie:
Hubble Celebrates 28th Anniversary With a Trip Through the Lagoon Nebula

   
19 april 2018 • Nederland bouwt ondersteuningsstructuur hoofdspiegel reuzentelescoop ELT
VDL ETG Projects, onderdeel van VDL Groep, gaat de ondersteuningsstructuur bouwen voor de hoofdspiegel van de Extremely Large Telescope (ELT) in Noord-Chili. De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft ’s werelds grootste optische/infraroodtelescoop in aanbouw op een ruim 3000 meter hoge bergtop in het noorden van Chili. De ondersteuningsstructuur bestaat uit 798 draagstructuren voor spiegelsegmenten, die samen de hoofdspiegel van de telescoop vormen. Met de order, die een looptijd heeft van ongeveer vijf jaar, zijn enkele tientallen miljoenen euro’s gemoeid. De grootte van de ELT, die in 2024 operationeel zal zijn, is vergelijkbaar met die van een voetbalstadion. Met een middellijn van 39 meter zal het ‘oog’ van de telescoop bijna zo groot zijn als een half voetbalveld en meer licht opvangen dan alle grote, professionele optische telescopen van dit moment bij elkaar. Het is onmogelijk om de hoofdspiegel van 39 meter diameter uit één stuk te maken. Daarom wordt de spiegel opgebouwd uit 798 zeshoekige spiegelsegmenten van ongeveer 1,4 meter groot en 5 centimeter dik. Ieder spiegelsegment heeft drie eigen draagstructuren en wordt met meerdere elektromotoren aangedreven, waardoor de spiegel continu van vorm verandert en zeer nauwkeurig wordt gepositioneerd. Het ontwerp van de ondersteuningsstructuur is samen met TNO tot stand gekomen en wordt ondersteund door de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie (NOVA).
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
19 april 2018 • NASA-satelliet TESS met succes gelanceerd
Afgelopen nacht, om 00.51 uur Nederlandse tijd, is de Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS) gelanceerd. Deze NASA-satelliet zal gaan speuren naar planeten die om (relatief) nabije sterren cirkelen. Naar verwachting gaat dat enkele duizenden nieuwe exoplaneten opleveren. De komende weken zal TESS in een langgerekte baan om de aarde worden gemanoeuvreerd waarvan het verste punt dicht bij de omloopbaan van de maan ligt. Daarna duurt het nog twee maanden voordat de satelliet met haar onderzoeksmissie kan beginnen. Deze periode is nodig om al haar instrumenten en systemen te testen. TESS zal de complete hemel gaan afspeuren met vier camera’s. Dat gebeurt strook voor strook, te beginnen met de zuidelijke hemel. Net als haar voorganger Kepler meet ze de helderheden van een groot aantal sterren – niet continu (zoals Kepler), maar met tussenpozen van twee minuten. Kleine, regelmatig optredende helderheidsdipjes in een ster vormen een aanwijzing dat er een of meer planeten om de ster cirkelen. (EE)
Meer informatie:
NASA Planet Hunter on Its Way to Orbit

   
18 april 2018 • Mars dankt zijn beide maantjes waarschijnlijk aan een grote inslag
Robin Canup en Julien Salmon van het Southwest Research Institute in Boulder (VS) denken dat de beide kleine Marsmanen Phobos en Deimos het product zijn van een inslag op Mars. Die inslag was wel veel kleiner dan de inslag op aarde die tot de vorming van de maan zou hebben geleid (Science Advances, 18 april). Over de oorsprong van de beide Marsmaantjes wordt al tientallen jaren gesteggeld. Vroeger werd gedacht dat dit eigenlijk planetoïden zijn die op enig moment door Mars zijn ingevangen. Maar de laatste jaren denken steeds meer wetenschappers dat ze bestaan uit puin dat is opgeworpen bij een grote inslag op hun moederplaneet. Vooral feit dat Phobos en Deimos vrijwel cirkelvormige banen doorlopen en in hetzelfde vlak bewegen spreekt voor die laatste mogelijkheid. Canup en Salmon hebben nieuwe geavanceerde computermodellen gemaakt waarmee ze allerlei soorten inslagen op Mars hebben nagebootst. Daarbij zijn ze tot de conclusie gekomen dat het huidige Mars-stelsel goed verklaarbaar is als een object ter grootte van Vesta of Ceres – de grootste planetoïden van ons zonnestelsel – op de planeet is ingeslagen. De modelberekeningen laten verder zien dat als dit scenario klopt, de samenstelling van de beide Marsmanen sterk op die van Mars zou moeten lijken. Wel zou hun gesteente minder water moeten bevatten: dat zou bij de inslag zijn verdampt. De Japanse ruimtesonde MMX, die in 2024 moet worden gelanceerd, kan hier uitsluitsel over geven. Een van de onderdelen van deze missie is een landing op Phobos, waarbij wat materiaal van diens oppervlak wordt verzameld. Dat bodemmonster moet in 2029 op aarde worden afgeleverd. (EE)
Meer informatie:
SWRI’s Martian Moons Model Indicates Formation Following Large Impact

   
18 april 2018 • ‘Winden’ van zwarte gaten en sterren leggen stervorming in sterrenstelsel lam
Wetenschappers van de universiteit van Colorado in Boulder hebben twee sterrenstelsels onder de loep genomen die bezig zijn om samen te smelten. Hun onderzoek wijst erop dat de vorming van nieuwe sterren in het tweetal wordt tegengewerkt door de gezamenlijke inspanningen van twee kolossale zwarte gaten en jonge sterren (Nature, 19 april). De twee sterrenstelsels staan samen bekend als NGC 6240. Waar normale sterrenstelsels maar één superzwaar zwart gat in hun centrum hebben, bevat NGC 6240 er twee. De beide kolossen wentelen om elkaar en zullen uiteindelijk met elkaar in botsing komen. Het nieuwe onderzoek geeft aan de hete gassen die uit het hart van het sterrenstelsel-in-wording worden weggeblazen niet alleen voor rekening komt van de twee superzware zwarte gaten. Ongeveer tien procent van de uitstoot is afkomstig van sterren. In totaal wordt er ongeveer net zo veel materie de ruimte in geblazen als dat er materie wordt gebruikt voor de vorming van nieuwe sterren (ongeveer 100 zonsmassa’s per jaar). Hierdoor wordt de sterproductie in NGC 6240 – die in samensmeltende sterrenstelsels doorgaans juist extra groot is – sterk afgeremd. Ook laat het onderzoek zien hoe deze ‘winden’ hebben bijgedragen aan de vorming van het meest opvallende kenmerk van het sterrenstelsel: een enorme gaswolk in de vorm van een vlinder. (EE)
Meer informatie:
Black hole and stellar winds form giant butterfly, shut down star formation in galaxy

   
18 april 2018 • Chemisch 'DNA-onderzoek' naar de brusjes van de zon
Vandaag zijn nieuwe resultaten gepubliceerd van het GALAH-project: een omvangrijke analyse van de scheikundige samenstelling van 350.000 sterren. Een van de doelen van het project is het vinden van de 'brusjes' (broertjes en zusjes) van de zon - de sterren die 4,6 miljard jaar geleden tegelijk met de zon zijn ontstaan in dezelfde sterrenhoop. Die sterren zijn vervolgens elk hun eigen weg gegaan, maar hun chemische samenstelling moet identiek zijn aan die van de zon. De metingen zijn uitgevoerd met de HERMES-spectrograaf op de 3,9-meter Anglo-Australian Telescope. De spectra van de sterren, waarin verschillende scheikundige elementen karakteristieke 'vingerafdrukken' achterlaten, zijn vervolgens geanalyseerd met zelflerende software. Het doorspitten van 350.000 sterspectra kan vergeleken worden met het analyseren van het DNA van honderdduizenden proefpersonen, op zoek naar biologische verwantschappen. Begin vorige eeuw werd vergelijkbaar (maar veel minder nauwkeurig) onderzoek verricht door de Amerikaanse astronome Annie Jump Cannon, die in de loop van enkele decennia ook van een paar honderdduizend sterren de spectra bestudeerde, maar dan 'op het oog'. Ter ere van haar pionierswerk is de computercode die nu is ingezet 'The Cannon' genoemd. De resultaten zijn voor publicatie aangeboden in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society en Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Survey profiles 350,000 stars in search for Sun’s siblings (origineel persbericht)

   
18 april 2018 • Ontbrekende materie blijft spoorloos
Astronomen hebben, met behulp van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton, de halo’s van heet gas rond sterrenstelsels in kaart gebracht. Het doel was om de daarin aanwezige ‘ontbrekende materie’ op te sporen. Maar die is niet gevonden. De materie in het heelal bestaat voor het overgrote deel uit de ongrijpbare donkere materie. De rest (ongeveer 18 procent van het totaal) zou voor rekening moeten komen van materie zoals wij die kennen. Merkwaardig genoeg is daarvan tot nu toe nog niet de helft opgespoord. De ontbrekende normale materie lijkt zich niet op te houden in de schijven van sterrenstelsels zoals onze Melkweg. Daarom was de hoop gevestigd op de ijle gasomhulsels van deze stelsels – de zogeheten halo’s. Het daarin aanwezige hete gas zendt geen zichtbaar licht uit, maar wel (zwakke) röntgenstraling. In een poging om die röntgenstraling vast te leggen hebben wetenschappers zes gelijksoortige sterrenstelsels bekeken en de betreffende röntgenopnamen bij elkaar opgeteld. Dat geeft een completer beeld van hun halo. Toch is er alles bij elkaar nog steeds lang niet genoeg gas gevonden. Of dat gas er ook werkelijk niet is, moet nog blijken. Mogelijk is het te heet en te ijl of te koel en te dicht om zichtbaar te zijn voor XMM-Newton. De zoektocht gaat dus gewoon door. (EE)
Meer informatie:
Where is the Universe’s missing matter?

   
17 april 2018 • Diamantjes in meteorieten zijn mogelijk gevormd in forse protoplaneet
Meteorieten die in 2008 neerkwamen in Soedan bevatten diamantjes die vermoedelijk zijn gevormd in de kern van een protoplaneet die minstens zo groot was als Mercurius. Dat leiden wetenschappers af uit de aanwezigheid van bepaalde mineralen in de diamantjes (Nature Communications, 17 april). Toen ons zonnestelsel nog jong was zwermden er vermoedelijk talrijke protoplaneten om de zon. Sommige van deze objecten klonterden samen tot de huidige planeten. Andere zijn bij onderlinge botsingen verbrijzeld. Bij deze botsingen kwam veel puin vrij in de vorm van koolstofrijke meteorieten. Een deel daarvan zwerft nog steeds rond tussen de planeten en zo nu en dan belanden er een paar op aarde. De koolstofrijke meteorieten die in 2018 in Soedan neerploften bleken minuscule fragmentjes van diamantjes te bevatten. Een van de kenmerken van deze diamantjes is dat ze kleine insluitsels van ijzerrijke sulfiden bevatten. Volgens de wetenschappers moeten deze mineralen zijn gevormd bij een druk van ongeveer 20 gigapascal (200.000 bar) en een temperatuur van ruwweg 1000 graden Celsius. Dergelijke omstandigheden treden alleen op in de kernen van hemellichamen met minimaal de grootte van Mercurius. Een andere mogelijkheid is dat de diamantjes even buiten de kern van een protoplaneet ter grootte van Mars zijn ontstaan. (EE)
Meer informatie:
Diamond-studded meteorites came from the collision of a lost planet (Science)

   
17 april 2018 • Verklaring gevonden voor energierijke deeltjes in magnetische staart van Mercurius
Natuurkundigen hebben een mogelijke verklaring gevonden voor de aanwezigheid van energierijke elektronen in de magnetische staart van Mercurius. Die negatief geladen elementaire deeltjes werden daar aangetroffen door de Amerikaanse planeetverkenner Messenger. De invloed van de zon (met name de zonnewind, die uit elektrisch geladen deeltjes bestaat) vervormt het magneetveld van een planeet, waardoor een langgerekte magnetische staart ontstaat die altijd van de zon af is gericht. Het magneetveld van Mercurius is honderd maal zo zwak als dat van de aarde, en de aanwezigheid van energierijke elektronen in de magnetische staart kwam dan ook als een verrassing. Nieuwe berekeningen en computersimulaties wijzen nu uit dat er bij magnetische reconnectie (de 'herverbinding' van magnetische veldlijnen) zogeheten plasmoïden kunnen ontstaan - magnetische structuren die heet plasma bevatten. Die plasmoïden kunnen elektronen versnellen, die vervolgens terechtkomen in de magnetische staart. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Physics of Plasmas. Ze zullen in 2025 getoetst kunnen worden wanneer de Europese Mercuriusverkenner BepiColombo bij Mercurius aankomt. BepiColombo wordt najaar 2018 gelanceerd. (GS)
Meer informatie:
Understanding Mercury's Magnetic Tail (origineel persbericht)

   
16 april 2018 • Nieuwe camera voor Hale-telescoop legt zwakke exoplaneten vast
Astronomen van de Universiteit van Californië in Santa Barbara en van het California Institute of Technology hebben een nieuwe gevoelige camera ontwikkeld waarmee zwakke exoplaneten – planeten bij andere sterren dan de zon – vastgelegd kunnen worden. Dat is moelijk omdat zulke planeten zich aan de hemel altijd dicht bij hun moederster bevinden, en ze meestal volledig door het felle licht van die ster worden overstraald. Met de DARKNESS-camera (DARK-speckle Near-infrared Energy-resolved Superconducting Spectrophotometer) wordt dit probleem zo goed mogelijk omzeild. De camera maakt duizenden foto's per seconde en legt van elk binnenkomend foton de golflengte en de aankomssttijd vast. Zo kan een onderscheid gemaakt worden tussen licht dat afkomstig is van de ster en de planeet en licht dat in de aardse dampkring is verstrooid. De camera moet geïnstalleerd worden op de historische 5-meter Hale-telescoop op Palomar Mountain. Die moet dan wel uitgerust worden met zogeheten adaptieve optiek om de effecten van atmosferische trillingen te compenseren. De verwachting is dat er exoplaneten mee gefotografeerd kunnen worden die tot honderd miljoen maal zo zwak zijn als hun moederster. (GS)
Meer informatie:
UCSB physicists team up with Caltech astronomers to commission the most advanced camera in the world (origineel persbericht)

   
16 april 2018 • Zwarte gaten gesimuleerd die Einstein nooit had kunnen bedenken
Europese astronomen binnen het BlackHoleCam-project, onder wie Heino Falcke van de Radboud Universiteit, hebben berekend hoe zwarte gaten in alternatieve zwaartekrachttheorieën eruitzien. Het is de meest geavanceerde simulatie ooit. Het resultaat is belangrijk omdat het helpt bij het interpreteren van de toekomstige opnamen van de schaduw van een zwart gat. Deze foto’s worden in de komende jaren verwacht van het Event Horizon Telescope-project. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy. Met behulp van de grootschalige simulaties is aangetoond dat in sommige gevallen ‘normale’ superzware zwarte gaten, zoals voorspeld in Einsteins algemene relativiteitstheorie, en zwarte gaten zoals voorspeld door alternatieve zwaartekrachttheorieën, mogelijk nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. De onderzoekers bestudeerden het materiaal dat vanuit de ronddraaiende accretieschijf op de zwarte gaten valt en berekenden de uitgezonden straling. Het licht dat in een zwart gat wordt gezogen valt ten prooi aan de gebeurtenishorizon (een gebied in de ruimtetijd waaruit niets kan ontsnappen). Die gebeurtenishorizon kan worden waargenomen in de vorm van een ‘schaduw’. De grootte en vorm van deze schaduw worden bepaald door de eigenschappen van het zwarte gat, maar ook door de zwaartekrachttheorie. Hoe het licht rond alternatieve zwarte gaten wordt afgebogen was al bekend, maar het is ook belangrijk te begrijpen waar het licht precies vandaan komt. In de code die de wetenschappers hebben gebruikt is nu voor het eerst ook meegenomen hoe het gas zich in alternatieve zwaartekrachttheorieën rond een zwart gat beweegt en waar het licht wordt uitgezonden. De supercomputer van het Goethe-instituut in Frankfurt heeft er maandenlang aan gerekend onder leiding van Luciano Rezzolla en Yosuke Mizuno. Ook hebben de wetenschappers de beeldkwaliteit van de huidige instrumenten in hun berekeningen meegenomen. Een voorbeeld van een zwart gat zoals voorspeld door Einstein is het superzware zwarte gat in het centrum van onze Melkweg, Sagittarius A* (Sgr A*). Zwarte gaten zijn nog nooit direct waargenomen, al is hun bestaan in de afgelopen jaren wel bevestigd doordat zwaartekrachtgolfdetectoren het signaal hebben opgevangen van versmeltende zwarte gaten in verre sterrenstelsels. Met de Event Horizon Telescope (een wereldwijd gekoppeld netwerk van gevoelige radioschotels) willen astronomen, onder wie die binnen het door de Europese Onderzoeksraad (ERC) gefinancierde BlackHoleCam-team, de eerste foto maken van de schaduw van het zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Nu uit de simulaties is gebleken dat sommige zwarte gaten binnen alternatieve theorieën nauwelijks van de ‘Einstein’-zwarte gaten zijn te onderscheiden, noopt dat de onderzoekers tot voorzichtigheid. De Nijmeegse hoogleraar Falcke, die het idee om de schaduw van een zwart gat met radiotelescopen te vangen twintig jaar geleden formuleerde, blijft optimistisch: “Het is een grote stap voorwaarts dat we nu eindelijk in staat zijn voor elke zwaartekrachttheorie te simuleren hoe zwarte gaten eruitzien en hoe ze materiaal aantrekken. Het eerste doel van de Event Horizon Telescope is het waarnemen en bevestigen van de schaduw van een zwart gat – van welke soort dan ook. Dat kan nog steeds, maar wij kunnen zeker nog niet alle alternatieven uitsluiten. Einsteins theorie blijft favoriet, maar we moeten hem blijven testen. Met dit resultaat weten we nu hoe we de techniek die we momenteel gebruiken verder moeten ontwikkelen, om in de toekomst nog scherpere beelden te kunnen maken.” Volgens Michael Kramer van het Max-Planck-Institut für Radioastronomie in Bonn, een van de co-PI’s van het BlackHoleCam project, zijn er ook nog andere mogelijkheden om zwarte gaten te onderscheiden. “De ambiguïteit tussen de verschillende theorieën zou je kunnen wegnemen door pulsars in de directe omgeving van het zwarte gat te vinden en hun baan heel precies te meten.” De wetenschappers zijn nu op zoek naar deze objecten in de buurt van Sgr A*. Het team zal de ontwikkelde code uiteindelijk beschikbaar stellen voor andere wetenschappers met alternatieve zwaartekrachttheorieën zodat zij hun ideeën kunnen simuleren.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
12 april 2018 • Mini-satelliet ASTERIA werkt naar behoren
De ASTERIA-satelliet, die in november vorig jaar in een lage baan om de aarde is gebracht, werkt goed. De kleine satelliet – niet veel groter dan een pak cornflakes – kan worden gebruikt om planeten buiten ons zonnestelsel op te sporen. Net als zijn grote broer Kepler meet ASTERIA de helderheden van sterren. Wanneer zo’n ster korte regelmatige helderheidsdips vertoont, kan dat erop wijzen dat er een of meer planeten omheen cirkelen. Kepler heeft op die manier meer dan 2300 exoplaneten opgespoord. In de toekomst kunnen kleine satellieten als ASTERIA een goedkoop middel zijn om naar planeten bij heldere, zonachtige sterren te zoeken. Ze zouden bijvoorbeeld langdurig op een en dezelfde ster kunnen worden gericht om traag bewegende planeten met wijde omloopbanen te ontdekken. Gebleken is dat ASTERIA inderdaad nauwkeurig genoeg op een heldere ster kan worden gericht om deze gedurende langere tijd in de gaten te houden. De nanosatelliet, die vanuit het internationale ruimtestation ISS werd ‘gelanceerd’, werkt nog steeds en zijn pioniersmissie gaat nog zeker een maand door. Een andere satelliet van dit type, de Franse PicSAT, is het minder goed vergaan. PiCSAT werd op 12 januari in een baan om de aarde gebracht om naar één specifieke ster te kijken: Bèta Pictoris. Helaas werd het contact met deze nanosatelliet op 20 maart verbroken. (EE)

   
12 april 2018 • Compacte dubbelsterren zijn geen veilige havens voor planeten
Planeten die om een compacte dubbelster cirkelen lopen een grote kans om de ruimte in te worden geslingerd. Dat blijkt uit onderzoek door wetenschappers van de universiteit van Washington (VS). De bevindingen kunnen verklaren waarom astronomen tot nu toe zo weinig ‘circumbinaire’ planeten hebben ontdekt. Dit ondanks het feit dat er duizenden compacte dubbelsterren zijn waargenomen. Klaarblijkelijk is zo’n dubbelster geen veilige haven voor een planeet. Het onderzoek van de wetenschappers heeft specifiek betrekking op zogeheten bedekkingsveranderlijke sterren. Dat zijn compacte dubbelsterren waarvan het baanvlak min of meer samenvalt met de gezichtslijn naar de aarde. Hierdoor zien we de sterren van zo’n dubbelster beurtelings voor elkaar langs schuiven. De resultaten van het onderzoek laten zien dat als de omlooptijd van de beide sterren korter is dan een dag of tien, hun rotatiesnelheden geleidelijk afnemen. Tegelijkertijd worden hun omloopbanen wijder, waardoor de omloopbanen van planeten die op kleine afstanden om de dubbelster cirkelen instabiel worden. Door hun model op een aantal bekende kortperiodieke dubbelsterren toe te passen, zijn de wetenschappers tot de conclusie gekomen dat minstens 87 procent van zulke krappe stersystemen op enig moment één of meer planeten kwijtraken. (EE)
Meer informatie:
Circumbinary castaways: Short-period binary systems can eject orbiting worlds

   
12 april 2018 • Nederland levert cruciale bijdrage aan Europese röntgentelescoop
Ruimteonderzoeksinstituut SRON ontvangt als leider van een groter team bijna 19,5 miljoen euro voor de ontwikkeling van een röntgencamera annex spectrograaf voor de nieuwe Europese ruimtetelescoop Athena. De gelden zijn afkomstig uit de Nationale Roadmap voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur van NWO. Dit heeft minister Van Engelshoven van OCW vandaag bekendgemaakt. Athena, de nieuwe grote röntgentelescoop van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA (lancering circa 2030), gaat straks de ruimte in dankzij door Nederland ontwikkelde technologie. SRON heeft samen met andere internationale instituten de leiding over de ontwikkeling van de uiterst gevoelige röntgencamera annex spectrograaf(X-IFU) van de ruimtetelescoop. Cosine research in Warmond heeft de leiding over de ontwikkeling van de röntgenspiegel van de telescoop. Behalve dat Nederland dus een leidende rol speelt in de realisatie van de telescoop, krijgen Nederlandse sterrenkundigen straks ook kostbare waarnemingstijd met Athena. Onderdeel van het roadmap-voorstel van SRON is ook de ontwikkeling van software voor de operationele fase, samen met de universiteiten van Amsterdam (UvA), Leiden, Groningen en Nijmegen. Athena moet meer inzicht geven in de evolutie van het heelal. Op dit moment is maar ongeveer de helft van de bekende materie eenduidig gedetecteerd. Dankzij de veel grotere gevoeligheid van Athena verwachten astronomen veel meer te leren over de ontbrekende materie, die grotendeels onbekend is. Ook moet Athena helpen vaststellen in hoeverre de evolutie van ons heelal is bepaald door zwarte gaten. Bovendien zal Athene gegevens opleveren over de vraag hoe en wanneer de chemische elementen in ons heelal zijn ontstaan.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
12 april 2018 • Botsende zwarte gaten kunnen waarneembare ‘achtergrondbrom’ veroorzaken
Een nieuwe data-analysetechniek zou wetenschappers in staat kunnen stellen om de ‘achtergrond’ van zwaartekrachtgolven te detecteren die wordt veroorzaakt door de vele ‘botsingen’ tussen zwarte gaten en neutronensterren die in het heelal plaatsvinden. Wetenschappers verwachten dat er om de paar minuten ergens in het heelal twee stellaire zwarte gaten – zwarte gaten van maximaal enkele tientallen zonsmassa’s – met elkaar versmelten. En een paar keer per minuut zou dat met twee neutronensterren gebeuren. Met de bestaande zwaartekrachtgolfdetectoren zijn afzonderlijke botsingen dit type vaak niet waarneembaar. Maar tezamen zouden ze een achtergrond van zwaartekrachtgolven moeten veroorzaken die dat misschien wél is. Wetenschappers van Monash University (Australië) hebben een methode ontwikkeld die de detectie van deze ‘brom’ van zwakke zwaartegolfsignalen mogelijk zou kunnen maken. Met behulp van de nieuwe techniek zou het achtergrondsignaal binnen enkele dagen gedetecteerd kunnen worden. (EE)
Meer informatie:
The background hum of space could reveal hidden black holes

   
11 april 2018 • Eerste structuren op Pluto-maan Charon van namen voorzien
De Internationale Astronomische Unie heeft twaalf kraters en andere opvallende geologische structuren op de grote Plutomaan Charon van officiële namen voorzien. Charon is, samen met ‘moederplaneet’ Pluto, in 2015 deels in kaart gebracht door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Vernoemd zijn onder meer sciencefictionschrijvers Octavia E. Butler en Arthur C. Clarke, en Stanley Kubrick, regisseur van de precies 50 jaar geleden uitgebrachte sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey (gebaseerd op een kort verhaal van Clarke). Naar hen zijn bergen vernoemd. (EE)
Meer informatie:
Pluto's Largest Moon, Charon, Gets Its First Official Feature Names

   
11 april 2018 • ‘Stottering’ van Vela-pulsar geregistreerd
Voor het eerst is het Australische wetenschappers gelukt om met behulp van een grote radiotelescoop een ‘glitch’ (hapering) te registreren in het pulsgedrag van de Vela-pulsar (Nature, 12 april). De Vela-pulsar is het compacte restant van een zware ster die zijn bestaan ongeveer 12.000 jaar geleden heeft afgesloten met een supernova-explosie. Pulsars zijn snel ronddraaiende neutronensterren. Deze objecten zijn niet groter dan een kilometer of 20, maar hebben meer massa dan onze zon. Sommige van deze rondtollende sterretjes zijn vanaf de aarde waarneembaar als een snel knipperende bron van radiostraling. Doorgaans volgen die radiopulsen elkaar op met de regelmaat van de klok, maar zo nu en dan vertoont hun rotatie een kleine hapering. Bij de Vela-pulsar gebeurt dat ongeveer eens in de drie jaar. Omdat zulke glitches op onvoorspelbare momenten plaatsvinden, moet een pulsar langdurig in de gaten worden gehouden om er eentje te kunnen registeren. In dit specifieke geval is de Vela-pulsar meer dan vier jaar lang, 19 uur per dag om de 10 seconden bekeken met de 26-meter radiotelescoop bij Hobart (Tasmanië) en de 30-meter radiotelescoop bij Ceduna (Zuid-Australië). Op 12 december 2016 was het dan eindelijk raak. Op die dag haperde het pulsgedrag van de Vela-pulsar gedurende vijf seconden. Zulke haperingen zijn bij meer pulsars waargenomen, maar een sluitende verklaring daarvoor is er nog steeds niet. Vermoed wordt dat de oorzaak ligt bij een kortstondige koppeling tussen het supervloeibare inwendige van de neutronenster en diens korst. Het is voor het eerst dat zo’n glitch is waargenomen met een radiotelescoop die groot genoeg is om de afzonderlijke pulsen te kunnen zien. De onderzoekers hopen dat een nadere analyse van dit soort haperingen meer inzicht zal geven in het gedrag van materie onder de extreme druk en temperatuur in een neutronenster. (EE)
Meer informatie:
Scientists capture neutron star’s glitch, offering new insights into how matter behaves

   
11 april 2018 • Wetenschappers brengen noordpool en magnetisch ‘dynamo’ van Jupiter in beeld
Amerikaanse wetenschappers hebben een 3D-infraroodfilmpje vrijgegeven dat een nieuwe kijk geeft op de dicht opeengepakte cyclonen en anticyclonen rond de noordpool van de planeet Jupiter. Het filmpje is gebaseerd op beeldmateriaal dat is verzameld door de NASA-ruimtesonde Juno. De noordpool van Jupiter wordt gedomineerd door een centrale cycloon die omringd wordt door acht andere cyclonen. Deze weersystemen hebben afmetingen van 4000 tot 4600 kilometer. De infraroodcamera van Juno kan tot een diepte van 70 kilometer het wolkendek van Jupiter in ‘kijken’. Op die manier proberen wetenschappers meer te weten te komen over de processen die de cyclonen aandrijven. De nieuwe beelden zijn gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van Europese aardwetenschappers, die afgelopen woensdag in Wenen werd gehouden. Tijdens deze bijeenkomst werden ook de nieuwste inzichten omtrent de ‘magnetische dynamo’ van Jupiter gepresenteerd – het proces in het diepe inwendige van de planeet dat verantwoordelijk is voor diens magnetisch veld. Uit metingen van ruimtesonde Juno blijkt dat het brongebied van de dynamo onverwachte onregelmatigheden vertoont. Op sommige plekken is de magnetische veldsterkte duidelijk hoger dan elders. Bovendien vertoont het magnetische veld op het noordelijk halfrond van de planeet een grotere complexiteit dan dat van het zuidelijk halfrond. Nog steeds is onduidelijk hoe het magnetische veld van een draaiende planeet die uit min of meer vloeibaar materiaal bestaat zulke opvallende anomalieën kan vertonen. (EE)
Meer informatie:
NASA's Juno Mission Provides Infrared Tour of Jupiter's North Pole

   
11 april 2018 • Stofschijven rond jonge sterren vertonen verbluffende variëteit
Bij twee nieuwe surveys, uitgevoerd met het SPHERE-instrument van de Europese Very Large Telescope in Chili, zijn gedetailleerde opnamen gemaakt van de schijven van gas en stof rond nabije jonge sterren. Zulke schijven zijn de ‘kraamkamers’ van planeten.  De gefotografeerde schijven vertonen een bizarre verscheidenheid aan vormen, afmetingen en structuren. Sommige bevatten heldere of donkere ringen, andere lijken zelfs op hamburgers. De foto’s geven een indruk van hoe ons eigen zonnestelsel er tijdens zijn vroege ontwikkelingsstadia, meer dan vier miljard jaar geleden, kan hebben uitgezien. SPHERE heeft primair als taak om, met behulp van directe beeldvorming, reusachtige exoplaneten bij nabije sterren op te sporen en te onderzoeken. Maar het instrument is ook heel geschikt om opnamen te maken van de schijven rond jonge sterren. Om die goed in beeld te brengen wordt het heldere schijnsel van de centrale ster onderdrukt. Veel van de sterren die bij de nieuwe surveys zijn onderzocht zijn zogeheten T Tauri-sterren. Dat is een klasse van sterren die minder dan 10 miljoen jaar oud zijn en in helderheid variëren. Een van de opmerkelijke ontdekkingen is die van een stofschijf rond een ster die GSC 07396-00759 heet. Deze rode ster maakt deel uit van een meervoudig stersysteem, waartoe ook een T Tauri-ster behoort die eveneens door een schijf van gas en stof is omgeven. Om onduidelijke redenen lijkt de schijf van GSC 07396-00759 verder ontwikkeld te zijn dan die van zijn even oude buurster. (EE)
Meer informatie:
SPHERE toont fascinerende verzameling schijven rond jonge sterren

   
10 april 2018 • Bolhopen produceren zware dubbele zwarte gaten
In bolvormige sterrenhopen kunnen paren van zwarte gaten voorkomen die 50 tot 130 maal zo zwaar zijn als de zon. Dat blijkt uit supercomputersimulaties van astronomen van het Massachusetts Institute of Technology. Bij de botsing en versmelting van zulke dubbele zwarte gaten worden zwaartekrachtgolven geproduceerd, die waargenomen kunnen worden met gevoelige detectoren op aarde. De Amerikaanse LIGO-detectoren hebben de afgelopen jaren al zwaartekrachtgolven 'gezien' van botsende zwarte gaten met massa's van ca. 30 zonsmassa's - verrassend zwaar voor een 'stellair' zwart gat. De nieuwe berekeningen, gepubliceerd in Physical Review Letters, wijzen echter uit dat zulke zware zwarte gaten (en zelfs nog aanzienlijk zwaarder) kunnen ontstaan door meervoudige botsingen en versmeltingen. Zo'n stapsgewijs groeiproces treedt op in de compacte kernen van bolvormige sterrenhopen - verzamelingen van vele honderdduizenden oude sterren. Eerdere berekeningen wezen altijd uit dat zwarte gaten die elkaar in het centrum van zo'n bolhoop op korte afstand passeren in de meeste gevallen de ruimte in geslingerd worden. De nieuwe computersimulaties houden echter rekening met de subtiele effecten van Einsteins algemene relativiteitstheorie: bij een nauwe passage zenden de zwarte gaten ook zwaartekrachtgolven uit, waardoor ze energie verliezen en in elkaars zwaartekrachtveld kunnen worden 'ingevangen'. Er ontstaat dan een nieuw dubbel zwart gat, dat na verloop van tijd ook weer zal samensmelten tot een nóg weer zwaarder exemplaar. De astronomen verwachten dat LIGO en de Europese tegenhanger Virgo binnen een paar jaar zwaartekrachtgolven zullen waarnemen van een botsing van twee zwarte gaten die zwaarder zijn dan 50 zonsmassa's. Zulke zware zwarte gaten kunnen alleen volgens het nieuwe scenario ontstaan. (GS)
Meer informatie:
Dense stellar clusters may foster black hole megamergers (origineel persbericht)

   
10 april 2018 • Oerknalstraling verraadt filamenten van donkere materie
Sterrenkundigen zijn onzichtbare, langgerekte filamenten van donkere materie in het heelal op het spoor gekomen. Deze slierterige structuren, met afmetingen van honderden miljoenen lichtjaren, vormen het 'steigerwerk' van de groteschaalstructuur van de kosmos: 'gewone', zichtbare materie heeft zich in de loop van de tijd in deze slierten en hun knooppunten opgehoopt, waardoor de huidige verdeling van sterrenstelsels in het heelal een enigszins draderig patroon vertoont - het zogeheten kosmische web. De filamenten van donkere materie verraden hun aanwezigheid doordat ze met hun zwaartekracht minieme verstoringen teweegbrengen in het beeld van de kosmische achtergrondstraling - de 'nagloed' van de oerknal. De astronomen zijn die 'zwakke lenswerking' op het spoor gekomen door gebruik te maken van geavanceerde patroonherkenningsalgoritmen. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in Nature Astronomy. Behalve onderzoek aan de kosmische achtergrondstraling zijn ook metingen aan de verdeling van anderhalf miljoen sterrenstelsels meegenomen in de analyse. Die metingen zijn verzameld door de Baryon Oscillation Spectroscopic Survey (BOSS). (GS)
Meer informatie:
Tiny Distortions in Universe’s Oldest Light Reveal Clearer Picture of Strands in Cosmic Web (origineel persbericht)

   
10 april 2018 • Supervlammen maken leven op planeet Proxima b onmogelijk
Dat er op de aardeachtige planeet Proxima b leven voorkomt is vrijwel uitgesloten, aldus onderzoekers van de University of North Carolina. Op de preprintserver arXiv.org publiceerden zij metingen met de Evryscope - een soort fisheye-telescoop die vrijwel de gehele sterrenhemel in het oog houdt - waaruit blijkt dat er regelmatig extreem krachtige uitbarstingen op de rode dwergster Proxima Centauri voorkomen. Proxima Centauri is de ster die het dichtst bij de aarde staat, op slechts 4,2 lichtjaar afstand. Doordat het een zwakke rode dwergster is, is hij toch niet met het blote oog zichtbaar. Bij de ster is een relatief kleine, aardeachtige planeet ontdekt. Uit eerdere waarnemingen van het ALMA-observatorium bleek al dat de dwergster soms krachtige explosies vertoont. Zulke uitbarstingen kunnen op termijn de dampkring van een planeet weblazen, en het planeetoppervlak steriliseren. Op 18 maart 2016 registreerde de Evryscope een uitbarsting van de ster die ongeveer een uur duurde en die zo helder was dat Proxima gedurende korte tijd met het blote oog zichtbaar geweest moet zijn. In de afgelopen twee jaar zijn 23 andere uitbarstingen geregistreerd die iets minder krachtig waren. Uit simultane metingen met andere instrumenten blijkt dat de hoeveelheid ultraviolette straling die tijdens de uitbarsting van 18 maart 2016 vrijkwam honderd maal hoger is dan de dodelijke hoeveelheid voor de meest UV-bestendige micro-organismen op aarde. (GS)
Meer informatie:
Vakpublicatie over het onderzoek

   
9 april 2018 • Donkere-materiejagers richten hun pijlen op axionen
Het Axion Dark Matter eXperiment (ADMX) aan de Universiteit van Washington in Seattle heeft voor het eerst de gevoeligheid bereikt die nodig is om gericht jacht te maken op axionen als kandidaat voor de mysterieuze donkere materie in het heelal. Dat schrijven onderzoekers deze week in Physical Review Letters. Donkere materie maakt ruim 80 procent uit van alle materie in de kosmos. Het bestaan ervan blijkt onder andere uit zwaartekrachtmetingen en waarnemingen van de kosmische achtergrondstraling. De ware aard van donkere materie is echter nog steeds een raadsel; zoektochten naar WIMPs (Weakly Interacting Massive Particles) hebben tot nu toe niets opgeleverd. Axionen zijn ook hypothetische elementaire deeltjes die mogelijk een verklaring kunnen vormen voor donkere materie. ADMX is nu de eerste detector die in staat is om zulke donkere-materie-axionen te vinden. Die doorbraak is mogelijk geworden door de toepassing van zogeheten SQUIDs - superconducting quantum interference devices, ontwikkeld aan de Universiteit van Californië in Berkeley. Onderzoekers verwachten dat de nieuwe detector binnen een paar jaar de eerste resultaten moet kunnen behalen. (GS)
Meer informatie:
After 30 years of R&D, breakthrough announced in dark matter detection technology, definitive search to begin for axion particles (origineel persbericht)

   
9 april 2018 • H.E.S.S.-telescoop publiceert cataclogus van kosmische gammabronnen
In een speciaal nummer van Astronomy & Astrophysics is een catalogus gepubliceerd van bronnen in het Melkwegstelsel die extreem hoogenergetische gammastraling uitzenden. De 78 bronnen zijn ontdekt en vastgelegd met het internationale H.E.S.S.-observatorium (High Energy Stereoscopic System) in Namibië. Het gaat onder andere om supernovaresten, microquasars en pulsarwindnevels. Veel van de bronnen zijn niet eerder vastgelegd op andere golflengten. H.E.S.S. is een samenwerkingsverband van 14 landen. Het observatorium werd in 2002 in gebruik genomen. Het bestaat uit vijf speciale telescopen die extreem zwakke lichtflitsjes aan de nachtelijke hemel registreren. Die flitsjes van zogheten Cerenkov-straling worden geproduceerd wanneer een energierijk gammafoton (met een energie van meer dan een biljoen elektronvolt) de aardse dampkring binnendringt en daar een waterval aan secundaire deeltjes teweegbrengt. De nieuwe H.E.S.S. Galactic Plane Survey is vier maal zo groot als de vorige editie uit 2006. In supernovaresten wordt de hoogenergetische gammastraling opgewekt wanneer subatomaire deeltjes met hoge snelheid de ruimte in geblazen worden en daar in wisselwerking treden met interstellaire gasdeeltjes en fotonen. H.E.S.S. heeft echter ook veel supernovaresten gedetecteerd die eerder niet op andere golflengten zijn waargenomen. (GS)
Meer informatie:
The largest catalog ever published of very high energy gamma ray sources in the Galaxy (origineel persbericht)

   
6 april 2018 • Donkere materie is mogelijk toch niet ‘interactief’
Nieuwe waarnemingen laten zien dat de geheimzinnige donkere materie toch geen interacties aangaat met andere krachten dan de zwaartekracht. Daarmee is een veelbelovend onderzoeksresultaat uit 2015 ontkracht. Drie jaar geleden meende een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Richard Massey van Durham University te hebben ontdekt dat een sterrenstelsel in de cluster Abell 3827 min of meer was gescheiden van zijn halo van donkere materie. Dat was verklaarbaar als donkere materie zichzelf zou beïnvloeden middels een andere kracht dan de zwaartekracht. Op basis van gegevens van recentere waarnemingen komt hetzelfde onderzoeksteam nu echter tot de conclusie dat de donkere materie toch niet van het sterrenstelsel is gescheiden. De meetresultaten zijn in overeenstemming met donkere materie die alleen de kracht van de zwaartekracht voelt. Bij het nieuwe onderzoek is gebruik gemaakt van de Atacama Large Millimetre Array (ALMA) in het noorden van Chili. Daarbij is ALMA gericht op een verder weg staand sterrenstelsel dat door de zwaartekrachtlenswerking van Abell 3827 is vervormd en meervoudig is afgebeeld. Daarbij zijn concentraties van donkere materie opgespoord die bij het eerdere onderzoek niet waren opgemerkt. Hoewel de nieuwe resultaten laten zien dat de donkere materie bij zijn sterrenstelsel is gebleven, achten Massey en zijn team het nog steeds mogelijk dat donkere materie interacties aangaat. Om dat te onderzoeken heeft Durham University meegewerkt aan de bouw van de nieuwe SuperBIT-telescoop die met behulp van een reusachtige heliumballon naar de stratosfeer zal opstijgen. Dit instrument moet de donkere materie in honderden clusters van sterrenstelsels in kaart gaan brengen. De nieuwe resultaten worden vandaag (vrijdag 6 april) gepresenteerd op de European Week of Astronomy and Space Science in Liverpool. Ze zullen ook worden gepubliceerd in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (EE)
Meer informatie:
Dark Matter Might Not Be Interactive After All

   
6 april 2018 • Schijn bedriegt: ‘zonnetornado’s’ wervelen niet
Ondanks hun uiterlijke verschijning roteren zogeheten zonnetornado’s niet, zo blijkt uit onderzoek door een team van Europese wetenschappers. Een nieuwe analyse van deze structuren, die aanzienlijk groter zijn dan de aarde, wijst erop dat ze hun verkeerde benaming te wijten hebben aan het feit dat ze tot nu toe alleen zijn onderzocht aan de hand van 2-dimensionale (‘platte’) beelden. Zonnetornado’s worden al sinds het begin van de 20ste eeuw waargenomen, maar danken hun bekendheid vooral aan filmbeelden die met de NASA-satelliet Solar Dynamics Observatory zijn gemaakt. Op deze ultravioletbeelden doen de structuren sterk denken aan de windhozen zoals we die op aarde kennen. Met behulp van het dopplereffect hebben de wetenschappers nu gemeten welke snelheden de hete gassen in de zonnetornado’s hebben en in welke richting ze bewegen. Uit die metingen blijkt dat de tornado-achtige vorm op een projectie-effect berust. Dit effect is vergelijkbaar met het condensspoor van een straalvliegtuig aan de hemel. Hoewel zo’n vliegtuig doorgaans op gelijke hoogte blijft vliegen, zien we dat spoor boven ons hoofd breed beginnen en naar de horizon toe steeds smaller worden, totdat het ‘verdwijnt’. Waar aardse tornado’s uit snel bewegende lucht bestaan en heel mobiel zijn, bestaan zonnetornado’s uit plasma – heet gas bestaande uit geladen deeltjes – dat door magnetische velden in bedwang wordt gehouden. De zonnetornado’s zitten hierdoor als het ware verankerd aan het zonsoppervlak. (EE)
Meer informatie:
Giant solar tornadoes put researchers in a spin