15 oktober 2018 • Net sluit zich rond planeet met reuzenringen dankzij foto's uit 1890
Minutieuze analyses van honderden fotografische platen van de ster J1407 tussen 1890 en 2007 tonen geen sterverduisteringen. Robin Mentel, masterstudent aan de Universiteit Leiden, kon geen verduisteringen ontdekken van de ster J1407 door J1407b, een planeet met mogelijke reuzenringen. Er kunnen overigens nog wel sterverduisteringen zijn geweest, omdat de meetreeks gaten bevat. Het onderzoek van Mentel is geaccepteerd voor publicatie in het vaktijdschrift Astronomy and Astrophysics. Robin Mentel bestudeerde J1407. Dat is een zonachtige ster van ongeveer 16 miljoen jaar jong op zo'n 460 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Centaur. De ster liet in 2007 een vreemde serie sterverduisteringen zien. In 2015 kwam een team van onderzoekers, onder wie Mentels begeleider Matthew Kenworthy, met een verklaring voor die verduisteringen. Er zou een planeet, J1407b, rond de ster draaien met een reusachtig ringenstelsel dat meer dan honderd keer zo groot was als het ringenstelsel van Saturnus. In 2016 liet Kenworthy met collega's zien dat het ringenstelsel eigenlijk alleen goed stand kan houden als de ringen tegen de draairichting bewegen van de planeet rond de ster. En nu, in 2018, heeft het Leidse team laten zien dat er in grote periodes tussen 1890 en 2007 geen sterverduisteringen hebben plaatsgevonden. Mentel, toen nog bachelorstudent op bezoek in Leiden vanuit Duitsland, bestudeerde twee jaar geleden 490 fotografische platen met daarop J1407. De oudste platen zijn van de Harvard DASCH survey en komen uit 1890. Er zijn ook platen van verzamelingen van observatoria in Bamberg en Sonneberg. Mentel vergeleek de helderheid van de ster J1407 met twee even heldere sterren die op de foto's in de buurt liggen. Als de ster J1407 op enig moment verduisterd zou zijn, dan zou deze minder helder op de foto staan dan de twee nabije sterren. Mentel kon geen verduisteringen ontdekken. Als extra controle vergeleek Mentel J1407 met een derde ster in de buurt die juist even zwak was als J1407 bij de verduistering van 2007. Dankzij de uitkomsten van het onderzoek konden de onderzoekers vervolgens uitrekenen hoe lang de tijd tussen twee sterverduisteringen zou kunnen zijn. Mentel en zijn collega's denken dat er in 2021 of 2024 mogelijk weer een sterverduistering kan zijn. Daar zullen ze dus op moeten wachten. Professionele sterrenkundigen en amateursterrenkundigen over de hele wereld houden de ster J1407 inmiddels continu in de gaten. Als er in 2021 een verduistering zou zijn, kunnen grote telescopen meteen op de ster worden gericht. De onderzoekers bedanken overigens in hun wetenschappelijke artikel de op 29 oktober 2017 overleden Alison Doane. Zij was de curator van de Harvard Astronomical Plate collection en leerde aan de onderzoekers hoe ze de platen het beste konden bestuderen. Ook zorgde Doane er voor dat in januari 2016 61.000 platen konden worden gered van een overstroming van het Harvard College Observatory.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
12 oktober 2018 • Na Hubble staat nu ook ruimtetelescoop Chandra in pauzestand
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA zoekt nog steeds naar een oplossing voor de problemen met de Hubble-ruimtetelescoop. Deze ging een week geleden in ‘pauzestand’ nadat een van zijn drie gyroscopen het had begeven. Deze apparaten zorgen ervoor dat de ruimtetelescoop kan draaien en nauwkeurig op hemelobjecten kan worden gericht. De reserve gyroscoop die vervolgens werd ingeschakeld meldde veel te hoge rotatiesnelheden. Wel hebben tests laten zien dat hij de bewegingen van de ruimtetelescoop goed volgt. Het is alsof je in een auto rijdt waarvan de snelheidsmeter consequent 100 km/uur teveel aangeeft, maar wel goed laat zien wanneer en hoeveel de auto optrekt of afremt. De snelle rotatie van de gyroscoop is vooral hinderlijk op momenten dat de ruimtetelescoop heel nauwkeurig op een object moet blijven gericht. De ‘gyro’ kan dan heel kleine bewegingen van de ruimtetelescoop niet registreren. Onderzocht wordt nu of daar nog iets aan te doen is. Zo ja, dan kan Hubble gewoon weer met drie gyroscopen gaan werken. Zo niet, dan zal ervoor worden gekozen om het met slechts één gyroscoop te doen. Dan kan de enig andere overgebleven gyroscoop dienst doen als reserve. NASA zet alles op alles om de Hubble-ruimtetelescoop nog tot ver in het volgende decennium in bedrijf te houden. Tot overmaat van ramp heeft afgelopen woensdag ook NASA’s ruimtetelescoop Chandra zichzelf in veilige modus gezet. Ook daar lijkt een gyroscoop debet aan te zijn. Aan een oplossing wordt gewerkt. (EE)
Meer informatie:
Update on the Hubble Space Telescope Safe Mode

   
11 oktober 2018 • Verre supernova-explosie liep met een sisser af
Een internationaal team van astronomen heeft een ontploffing van een zware ster waargenomen die opmerkelijk zwak was en snel uitdoofde. De waarneming wijst erop dat de ontploffende ster een (onwaarneembaar zwakke) begeleider had die zijn buitenste lagen heeft afgestroopt. Hierdoor liep de uiteindelijke supernova-explosie met een sisser af (Science, 12 oktober). Wanneer een ster met minstens acht keer zoveel massa als onze zon zonder nucleaire ‘brandstof’ komt te zitten, komt het tot een supernova-explosie. Bij deze ontploffing worden de buitenste lagen van de ster weggeblazen en blijft een compacte neutronenster – de ingestorte kern van de ster – achter. Doorgaans zijn de buitenste lagen van zo’n ster goed voor enkele zonsmassa’s aan materie. Maar bij supernova iPTF 14gqr was dat veel minder: die blies maar een vijfde zonsmassa de ruimte in. Het bestaan van zulke ‘mislukte’ supernova’s was al voorspeld, maar het is voor het eerst dat zo’n duidelijk praktijkvoorbeeld is waargenomen. Het feit dat de oorspronkelijke ster überhaupt explodeerde bewijst dat hij oorspronkelijk heel veel massa moet hebben gehad. Maar waar is die massa gebleven? Volgens de astronomen kan er maar één verklaring zijn: de massa is gestolen. En de dief zou een nabije witte dwergster, een neutronenster of een zwart gat zijn geweest. Het is dus mogelijk dat er na de supernova twee om elkaar wentelende neutronensterren zijn achtergebleven, die heel geleidelijk naar elkaar toe zullen spiralen en uiteindelijk samensmelten. Klinkt bekend? Inderdaad: vorig jaar detecteerden wetenschappers zwaartekrachtgolven die aan een botsing tussen twee neutronensterren wordt toegeschreven. (EE)
Meer informatie:
Dying star emits a whisper

   
11 oktober 2018 • ‘Touchdown’ van Japanse ruimtesonde Hayabusa2 uitgesteld
De eerste ‘touchdown’ van de ruimtesonde Hayabusa2 op de planetoïde Ryugu is enkele maanden uitgesteld. Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft meer tijd nodig om de landingsmanoeuvre voor te bereiden, omdat het oppervlak van Ryugu ruiger is dan verwacht. Er is vrijwel geen plek te vinden die niet met stenen bezaaid is. Eerder zijn wel al drie kleine hulpjes van Hayabusa2 veilig op Ryugu geland. De gegevens die zij hebben verzameld worden momenteel naar de aarde overgeseind. De eigenlijk voor eind deze maand geplande landing van Hayabusa2, waarbij een eerste bodemmonster zou worden verzameld, zal nu op z’n vroegst eind januari 2019 plaatsvinden. Uiteindelijk moet dezelfde ruimtesonde het bodemmateriaal ook weer op aarde afleveren. Het onderzoek ervan moet meer inzicht geven in de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. (EE)
Meer informatie:
Japan delays touchdown of Hayabusa2 probe on asteroid: official

   
10 oktober 2018 • Weer twintig snelle radioflitsen gedetecteerd
Australische astronomen hebben in een jaar tijd twintig snelle radioflitsen gedetecteerd – krachtige flitsen van radiostraling van buiten ons Melkwegstelsel. Daarmee is het totale aantal detecties bijna verdubbeld (Nature, 11 oktober). Snelle radioflitsen komen uit alle mogelijke hemelrichtingen en duren slechts een paar milliseconden. Astronomen weten nog niet hoe ze ontstaan, maar er komen enorme hoeveelheden energie bij vrij: ruwweg 80 keer de totale jaarproductie van onze zon. De nieuwe detecties zijn gedaan met de Australia Square Kilometre Array Pathfinder (ASKAP), een relatief nieuwe array van radioschotels in West-Australië. Ze omvatten onder meer de meest nabije en de helderste radioflitsen die tot nu toe zijn opgetekend. ASKAP is vanwege zijn grote beeldveld bij uitstek geschikt voor het opsporen van radioflitsen. (EE)  
Meer informatie:
Aussie Telescope Almost Doubles Known Number of Mysterious ‘Fast Radio Bursts’

   
10 oktober 2018 • Planeetvorming wordt geholpen door gasstromen
Wetenschappers van het California Institute of Technology hebben een nieuw mechanisme ontdekt dat de vorming van planeten kan verklaren. Daarbij speelt naast stof ook gas een belangrijke rol. Er wordt altijd gezegd dat planeetvorming het resultaat is van een samenklonteringsproces waarbij kleine stofdeeltjes aan elkaar blijven ‘plakken’ en uitgroeien tot steeds grotere brokstukken. Maar dat ‘aan elkaar blijven plakken’ valt nog niet mee. Zodra de deeltjes afmetingen van meer dan een millimeter hebben bereikt, voegen ze zich bij botsingen niet meer samen, maar ketsen ze af. In het nieuwe model wordt het samenklonteringsproces geholpen door het gas dat zich naast de stofdeeltjes in de protoplanetaire schijf rond een ster bevindt. Dat gas meandert langs een stofdeeltje, zoals het water van een rivier langs een rotsblok, en datzelfde gebeurt bij alle naastgelegen stofdeeltjes. Het resultaat is een verzameling gasstroompjes die tezamen het effect hebben dat de stofdeeltjes bijeengeveegd worden. Doordat het ‘afketsen’ van deeltjes door de gasstromen wordt tegengegaan, kunnen stofdeeltjes op deze manier heel snel samenklonteren tot grotere planetaire bouwstenen. (EE)
Meer informatie:
How the Seeds of Planets Take Shape

   
10 oktober 2018 • Ook Jupitermaan Ganymedes vertoont sporen van ‘ijstektoniek’
Onderzoek door planeetwetenschappers van de universiteit van Hawaï in Manoa wijst erop dat Ganymedes, de grootste maan van Jupiter, perioden van grootschalige geologische activiteit heeft gekend. Het gaat daarbij met name om ‘zijschuivingen’ – een proces waarbij de beide zijden van een breuk in horizontale richting langs elkaar schuiven. Op aarde spelen zijschuivingen zich af langs de grenzen tussen tektonische platen. Een bekend voorbeeld daarvan is de San Andreasbreuk in Californië. De korst van Ganymedes bestaat echter niet uit gesteente, maar uit ijs. Vermoed wordt dat zich onder dat ijs een oceaan van vloeibaar water bevindt, net als bij Europa, een van de andere grote ijsmanen van Jupiter. Van deze laatste maan was al bekend dat zich daar tektonische processen afspelen die vergelijkbaar zijn met die op aarde. Maar Ganymedes is op dit moment niet meer geologisch actief. Bij nauwkeurige bestudering van opnamen van Ganymedes, die tussen 1995 en 2003 zijn gemaakt door de ruimtesonde Galileo, hebben de wetenschappers ontdekt dat dit vroeger anders moet zijn geweest. Op negen plaatsen op het oppervlak van de Jupitermaan hebben ze tekenen van zijschuiving gevonden. De overeenkomsten tussen deze locaties zijn dermate treffend, dat de onderzoekers vermoeden dat ze zijn ontstaan door een en hetzelfde grootschalige proces. Het lijkt er dus sterk op dat ijstektoniek een belangrijke rol heeft gespeeld in de geologische geschiedenis van Ganymedes. (EE)
Meer informatie:
Icy Jupiter moon shows tectonic activity

   
10 oktober 2018 • Chemisch raadsel in Melkwegcentrum lijkt opgelost
Astronomen van de universiteit van Lund (Zweden) en Californië hebben een verklaring gevonden voor een recent raadsel in het centrum van onze Melkweg. Het betreft de hoge concentraties van een drietal elementen die afgelopen voorjaar nabij het superzware zwarte gat in het Melkwegcentrum leken te zijn ontdekt. Die hoge concentraties zijn maar schijn. Afgelopen voorjaar meldden onderzoekers dat rode reuzensterren in de nabijheid van het kolossale zwarte gat in het centrum van de Melkweg opvallend veel scandium, vanadium en yttrium bevatten. Er werden allerlei verklaringen voor bedacht, bijvoorbeeld dat de betreffende sterren waren ontwricht door de zwaartekracht van het zwarte gat. Nieuw onderzoek heeft een geheel andere verklaring opgeleverd. De spectraallijnen die tot de vermeende ontdekking hebben geleid geven een vertekend beeld. Spectraallijnen worden gebruikt om de chemische samenstelling van een ster te kunnen vaststellen. Daarbij wordt elk element gekenmerkt door zijn eigen specifieke spectraallijnen. Veelal is het zo dat de ‘sterkte’ van een spectraallijn een maat is voor de concentratie van het bijbehorende element. Maar er zijn meer factoren die de sterkte van een spectraallijn beïnvloeden, waaronder de temperatuur. In nauwe samenwerking met atoomfysici zijn de astronomen nu tot de conclusie gekomen dat de spectraallijnen van scandium, vanadium en yttrium in het licht van rode reuzensterren geen betrouwbaar beeld geven van de hoeveelheden van deze elementen. Dat zou te maken hebben met de relatief lage temperaturen van deze sterren, die rond de 3000 graden Celsius liggen. Hoe lager de temperatuur, des te sterker worden de lijnen van de elementen in kwestie. Dat er met de rode reuzensterren in het galactisch centrum niets bijzonders aan de hand is, wordt tevens bevestigd door spectraalonderzoek van koele reuzen in onze naaste omgeving. Ook die vertonen bijvoorbeeld schijnbaar verhoogde concentraties scandium, terwijl er geen zwart gat in de buurt is. (EE)
Meer informatie:
Researchers solve mystery at the centre of the Milky Way

   
9 oktober 2018 • Oude astrofoto's digitaal beschikbaar dankzij citizen science project
Vrijwilligers van het citizen science-project Astronomy Rewind hebben vele duizenden astrofoto's uit oude jaargangen van sterrenkundige vakbladen gescand en op de juiste hemelpositie geplaatst in World Wide Telescope, een soort Google Earth van de sterrenhemel. Sinds eind negentiende eeuw zijn tienduizenden foto's van objecten en gebieden aan de sterrenhemel geplaatst in astronomische tijdschriften zoals The Astrophysical Journal. Al dat materiaal was tot nu toe echter nooit digitaal toegankelijk of doorzoekbaar, waardoor hedendaagse astronomen meestal geen gelegenheid hebben om de oude opnamen te vergelijken met recentere waarnemingen. Dankzij Astronomy Rewind - een 'burgerwetenschaps'-project dat gelieerd is aan Zooniverse - is dat binnenkort wél mogelijk. De eerste fase van het project is voltooid: foto's waarop hemelcoördinaten zichtbaar zijn, zijn verwerkt. De tweede fase is vandaag van start gegaan; daarbij gaat het om opnamen waarvan niet direct duidelijk is welk deel van de hemel ze tonen en wat de 'schaal' van de opname is. World Wide Telescope is oorspronkelijk ontwikkeld door Microsoft, maar wordt nu beheerd door de American Astronomical Society. In feite is het een grote kaart van de sterrenhemel waarop naar hartenlust kan worden ingezoomd en waarop talloze professionele astrofoto's in alle denkbare golflengtegebieden te bestuderen zijn. (GS) 
Meer informatie:
Astronomy Rewind Fast Forwards to Reanimate "Zombie" Astrophotos (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Hubble-telescoop kampt met gyro-problemen
De succesvolle Hubble Space Telescope kampt met defecte gyroscopen, en staat om die reden sinds enkele dagen in de 'veilige modus', waardoor er geen sterrenkundige waarnemingen verricht kunnen worden. Hubble heeft drie gyroscopen nodig voor de precieze standregeling. Sinds 2009 beschikt de ruimtetelescoop over zes van die instrumenten, drie van een wat ouder type en drie nieuwere, die in principe een langere levensduur zouden moeten hebben. Twee van de oude gyroscopen zijn al langere tijd stuk; de afgelopen jaren draaide Hubble op één 'oude' en twee 'nieuwe' exemplaren. Vrijdag begaf het derde en laatste 'oude' exemplaar het, en werd de derde 'nieuwe' gyroscoop in gebruik genomen. Die vertoonde echter per direct problemen. Vluchtleiders proberen deze gyroscoop nu opnieuw aan de praat te krijgen, maar het is nog onduidelijk of dat zal lukken. In principe kan de ruimtetelescoop ook op twee gyroscopen werken (en zelfs op één als het moet), maar dan is hij wel veel minder effectief en kunnen bepaalde waarnemingen niet langer worden uitgevoerd. Omdat NASA de spaceshuttle uit de vaart heeft genomen, kunnen er geen reparatiemissies naar de Hubble-telescoop meer worden uitgevoerd, zoals die in het verleden enkele malen hebben plaatsgevonden. (GS)
Meer informatie:
Hubble in Safe Mode as Gyro Issues are Diagnosed (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Dwergplaneet Ceres onderging 'pooldrift'
De dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter, heeft in het verleden een zogeheten 'pooldrift' van ca. 36 graden ondergaan. Dat blijkt uit geofysisch onderzoek aan korst en mantel van Ceres, uitgevoerd op basis van metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, en gepubliceerd in Nature Geoscience. Uit variaties in de dichtheid van de korst en de mantel van de dwergplaneet en uit het waargenomen patroon van breuklijnen aan het oppervlak blijkt dat de rotatiepolen zich in het verleden op een andere locatie bevonden moeten hebben. In de loop van de geologische geschiedenis heeft Ceres zich geheroriënteerd ten opzichte van zijn rotatieas. De onderzoekers concluderen dat die heroriëntatie zich in verschillende fasen voltrok. Dat doet vermoeden dat korst en mantel van Ceres min of meer los van elkaar hebben bewogen - een mogelijke (extra) aanwijzing dat zich onder het oppervlak een oceaan van vloeibaar water heeft bevonden. (GS)
Meer informatie:
Polar Wandering on Dwarf Planet Ceres Revealed (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Adrian Hamers ontvangt Christiaan Huygens wetenschapsprijs voor proefschrift over meervoudige ster- en planeetsystemen
Astronoom Adrian Hamers heeft uit handen van Marjan Hammersma, secretaris-generaal van het ministerie van OCW, de Christiaan Huygens wetenschapsprijs voor ruimtewetenschappen ontvangen. Hamers krijgt de prijs voor het onderzoek waarop hij in 2016 is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden. Het proefschrift is “bijzonder goed geschreven, het is aantoonbaar baanbrekend en zal ongetwijfeld jarenlang veel impact hebben,” zegt juryvoorzitter prof. Amina Helmi, in 2004 zelf prijswinnaar in dit wetenschapsgebied. De prijs, een bronzen beeld en een geldbedrag van 10.000 euro, werd uitgereikt in de Oude Kerk te Voorburg.Adrian Sven Hamers (27 december 1988, Utrecht) promoveerde op 21 juni 2016 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift ‘Hierarchical Systems’. Promotores waren prof. dr. Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden) en prof. dr. Hagai Perets (Israel Institute of Technology). Hamers is postdoctoral fellow (member) bij het Institute for Advanced Study, Princeton, New Jersey, VS. Hij studeerde in 2012 cum laude af in Astronomy & Space Research aan de Universiteit Utrecht en behaalde daarvoor zijn bachelor aan diezelfde universiteit.De jury is van oordeel dat Hamersin zijn proefschrift fundamentele problemen adresseert in overschrijdende gebieden binnen de dynamica van astronomische systemen. Naast “een enorme hoeveelheid origineel werk”, heeft het proefschrift “een zeldzame diepgang en karakteriseert het zich door de breedte”. Het werk bestrijkt voorspellingen over het aantal supernova's (Type Ia) tot de vorming van hete Jupiter-achtige planetenstelsels. “Een dergelijke combinatie van uitzonderlijke hoge kwaliteit, breedte, diepgang en productiviteit is uiterst zeldzaam,” aldus de jury.De andere genomineerden voor de Christiaan Huygensprijs 2018 waren Tjalling de Haas en Nienke van der Marel. Tjalling de Haas kreeg een eervolle vermelding voor zijn dissertatie: ‘Life, death and revival of debris-flow fans on Earth and Mars: fan dynamics and climate inferences’ (5 februari 2016, Universiteit Utrecht). In zijn onderzoek past De Haas kennis uit de geologie toe op onderzoek naar de planeet Mars. Middels deze interdisciplinaire connectie begrijpen astronomen nu meer van de geologie van planeten en hoe die per planeet verschilt. De inzichten die hij hiermee heeft opgedaan zijn relevant voor de gehele astronomie. Nienke van der Marel ontving lof voor haar dissertatie: ‘Mind the Gap: Gas and Dust in Planet-forming Disks’ (29 september 2015, Universiteit Leiden). Van der Marels onderzoek richt zich op roterende gas- en stofschijven rondom jonge sterren, die de oorsprong van planeten vormen. Haar grote ontdekking betreft het eerste aantoonbare bewijs van een grote ‘stofval’ waarin planetesimalen (de bouwstenen van planeten) kunnen groeien. Daarmee heeft zij de era van observationele planeetvorming ontsloten. De Christiaan Huygens wetenschapsprijs beoogt de contacten tussen de Nederlandse universiteiten en het bedrijfsleven te bevorderen en de instroom van studenten in de bètawetenschappen positief te beïnvloeden. Hierbij staan de wetenschapsgebieden centraal die zich mede door het werk van Christiaan Huygens (1629 – 1695) hebben kunnen ontwikkelen: wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde (ruimtewetenschappen). De jury wordt jaarlijks samengesteld door de KNAW. Voorzitter was prof. dr. Amina Helmi hoogleraar dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan de Rijksuniversiteit Groningen. De overige leden waren prof. dr. Henny Lamers, emeritus-hoogleraar astronomie en ruimteonderzoek en dr. Jason Hessels, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
8 oktober 2018 • Astronomen ontdekken ster uit prille jeugd van het heelal
Astronomen hebben een van de oudste sterren in het Melkwegstelsel ontdekt. Sterren die in de prille jeugd van het heelal ontstonden, bestaan vrijwel volledig uit de elementen waterstof en helium, en bevatten nauwelijks zwaardere elementen. Pas in de loop van de kosmische geschiedenis zijn er (door kernfusieprocessen in het inwendige van sterren) zwaardere elementen gevormd, die vervolgens ook deel gaan uitmaken van latere generaties sterren. In de atmosfeer van onze eigen zon (die 'pas' 4,6 miljard jaar oud is), bedraagt het gehalte aan elementen zwaarder dan waterstof en helium bijvoorbeeld zo'n 2 procent. De hoeveelheid zware elementen in de buitenlagen van de ster Pristine_221.8781+9.7844 is echter nog eens ruim tienduizend maal zo klein. De ster is ontdekt in het kader van de Pristine-survey, waarbij speciale kleurfilters worden gebruikt op de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope op Mauna Kea, Hawaii, om sterren op te sporen met een zo 'primitief' mogelijke atmosferische samenstelling. De ontdekking van de ster is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Journey to the Beginning of Time (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Sterexplosie in 1670 was botsing van witte en bruine dwerg
De 'nieuwe ster' die in het jaar 1670 plotseling verscheen in het sterrenbeeld Zwaan was geen gewone nova. Dat blijkt uit onderzoek van het restant van de sterexplosie met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Gewone nova's zijn thermonucleaire explosies aan het oppervlak van een compacte witte dwergster, die ontstaan doordat gas van een begeleidende ster op de witte dwerg valt. In het geval van de nova uit 1670 ging het volgens de onderzoekers echter om de botsing van een witte dwerg en een bruine dwerg. Witte dwergen zijn de kleine, extreem compacte overblijfselen van sterren zoals onze eigen zon. Ze zijn niet veel groter dan de aarde, maar in massa vergelijkbaar met de zon. Een bruine dwerg is een stuk groter, maar veel minder zwaar: het is een gasbol ter grootte van Jupiter (en enkele tientallen malen zo zwaar als die reuzenplaneet), waarvan de temperatuur in het binnenste niet hoog genoeg is voor de spontane kernfusie van waterstofatomen. Door het licht te bestuderen van sterren die zich áchter het nova-restant bevinden, werd ontdekt dat er in dat expanderende overblijfsel lithiumatomen voorkomen. Lithium is in kleine hoeveelheden ontstaan tijdens de oerknal, maar wordt in 'gewone' sterren snel en effectief omgezet in zwaardere elementen. In bruine dwergen kan lithium echter 'overleven'. Ook de relatieve hoeveelheden van verschillende isotopen van koolstof, zuurstof en stikstof in het nova-restant wijzen uit dat de explosie van 1670 moet zijn ontstaan toen de bruine dwerg uiteen werd gerukt door de getijdenkrachten van de witte dwerg. (GS)
Meer informatie:
When Is a Nova Not a 'Nova'? When a White Dwarf and Brown Dwarf Collide (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Nieuw onderzoek verklaart ontstaan organische smog in atmosfeer Titan
De atmosfeer van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, staat bekend om zijn dichte atmosfeer, die behalve veel stikstofgas ook allerlei organische bestanddelen bevat, waaronder moleculen met meerdere benzeenringen. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat voor de vorming van deze laatste hoge temperaturen nodig zijn. Nieuw onderzoek wijst er echter op dat dit ook bij lage temperaturen lukt (Nature Astronomy, 8 oktober). Dat de atmosfeer van Titan benzeen bevat, is ontdekt door de ruimtesonde Cassini. Benzeen – een eenvoudige koolwaterstof bestaande uit een ring van zes koolstofatomen – wordt gezien als ‘bouwsteen’ voor grotere koolwaterstoffen met twee of drie benzeenringen – de polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s. Deze laatste kunnen op hun beurt weer uitgroeien tot aerosolen – kleine deeltjes die verantwoordelijk zijn voor de oranjebruine ‘smog’ in de Titanatmosfeer. Met behulp van een combinatie van laboratoriumexperimenten en modelberekeningen hebben de onderzoekers aangetoond dat PAK’s onder sterk uiteenlopende temperaturen kunnen ontstaan. Vandaar dat ze niet alleen kunnen voorkomen in de atmosferen van rode reuzensterren, maar ook in de veel koudere atmosfeer van een maan als Titan. (EE)
Meer informatie:
Scientists Present New Clues to Cut Through the Mystery of Titan’s Atmospheric Haze

   
8 oktober 2018 • Landen op Jupitermaan Europa zou wel eens lastig kunnen zijn
Brits/Amerikaans onderzoek wijst erop dat een landing op de ijzige Jupitermaan Europa een riskante onderneming is. In een brede gordel langs de evenaar kunnen zich meters hoge ‘messen’ van ijs hebben gevormd (Nature Geoscience, 8 oktober). Europa wordt gerekend tot de meest ‘leefbare’ hemellichamen van ons zonnestelsel. Onder zijn dikke ijskorst zou een grote zee van vloeibaar water schuilgaan, waar zich eenvoudige organismen in stand zouden kunnen houden. Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA overweegt dan ook om een landingsmissie naar de grote Jupitermaan te sturen. De ‘penitentes’ zouden zo’n missie wel eens kunnen bemoeilijken. Penitentes zijn scherpe bladen of spiesen van ijs die in de richting van de middagzon wijzen. Ze ontstaan door een proces dat sublimatie wordt genoemd – het rechtstreeks in dampvorm overgaan van ijs. Onder koude, droge, windstille omstandigheden kan een ijsdek daardoor veranderen in veld van opstaande ijsrichels – penitentes dus. Op aarde komen zulke ijsrichels vooral voor op hooggelegen plekken rond de evenaar, zoals in de Andes. Hun benaming – Spaans voor ‘boetelingen’ – hebben ze eraan te danken dat ze van een afstand aan een menigte van knielende pelgrims doen denken. Het nieuwe onderzoek laat zien dat de omstandigheden op Europa nog veel geschikter zijn voor de vorming van penitentes dan die in de Andes. Hierdoor zouden de ijzige uitsteeksels hoogten tot wel 15 meter kunnen bereiken. Of dat ook inderdaad zo is, zal wellicht blijken uit de detailrijke foto’s die de Europa Clipper tegen het einde van het volgende decennium van de Jupitermaan gaat maken. De al bestaande opnamen van Europa zijn niet scherp genoeg. (EE)
Meer informatie:
Icy warning for space missions to Jupiter’s moon

   
5 oktober 2018 • Ook voor ruimtesonde Voyager 2 lonkt de interstellaire ruimte
Net als de Voyager 1 enkele jaren geleden staat nu ook de ruimtesonde Voyager 2 op het punt om de interstellaire ruimte te bereiken. Voyager 2, die in 1977 werd gelanceerd voor een verkenning van de vier grote buitenplaneten van onze zonnestelsel, is inmiddels iets minder dan 18 miljard kilometer van de aarde verwijderd. Sinds 2007 doorkruist de ruimtesonde de buitenste laag van de heliosfeer – de enorme bubbel rond zon en planeten die wordt gedomineerd door materiaal van de zon en magnetische velden. Detectoren van de Voyager 2 laten de laatste maanden echter een toename zien in de intensiteit van de kosmische straling – deeltjes die van buitenaf ons zonnestelsel binnendringen. Dat is een teken dat de grens van de heliosfeer – de ‘heliopauze’ – in zicht is. Als de ruimtesonde inderdaad op het punt staat om de heliosfeer te verlaten, dan zal deze deeltjesstraling de komende tijd in hevigheid toenemen. De Voyager 1, die een flinke voorsprong heeft, registreerde in mei 2012 een soortgelijke toename van de kosmische straling. Enkele maanden later passeerde hij de heliopauze. Overigens is de zon de komende tijd veel minder actief dan zes jaar geleden. Het gevolg daarvan is dat de heliosfeer in omvang afneemt. En dat proces is medebepalend voor het moment dat de Voyager 2 de interstellaire ruimte bereikt. (EE)
Meer informatie:
NASA Voyager 2 Could Be Nearing Interstellar Space

   
5 oktober 2018 • Hoe gevaarlijk zijn de verre Centauren?
Astrofysici van de Universiteit van Wenen en Brown University (VS) hebben het langetermijngedrag onderzocht van de Centauren – kleine, komeetachtige hemellichamen die normaal gesproken tussen de planeten Jupiter en Neptunus om de zon draaien. Hun berekeningen laten zien dat baanverstoringen ervoor zorgen dat veel Centauren uiteindelijk in ons deel van het zonnestelsel verzeild raken. Ongeveer de helft van alle Centauren zou op enig moment het centrale deel van het zonnestelsel kunnen bereiken en ongeveer 7 procent van hen zou in botsing kunnen komen met een van de daar aanwezige planeten. Voor de aarde betekent dit dat er gemiddeld eens in de 14 miljoen jaar een kleine Centaur van minstens 1 kilometer op onze planeet inslaat. Daarmee komen inslagen van Centauren tien keer minder voor dan die van planetoïden uit de hoofdgordel tussen Mars en Jupiter. Daar staat tegenover dat binnenkomende Centauren doorgaans een veel hogere snelheid hebben en groter zijn. De gevolgen van een eventuele inslag zijn dus ook veel groter. Catastrofale inslagen van Centauren zijn overigens heel zeldzaam. Geschat wordt dat de aarde de afgelopen 3,8 miljard jaar twee keer door een verdwaalde Centaur is getroffen, en de planeet Venus slechts één of twee keer. (EE)
Meer informatie:
The threat of Centaurs for the Earth

   
4 oktober 2018 • Ringen dumpen chemische cocktail in atmosfeer Saturnus
Nieuw onderzoek, gebaseerd op de laatste meetgegevens van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, wijst erop dat de ringen van Saturnus een verrassende chemische complexiteit vertonen. Ook blijkt dat de binnenste ring van de planeet – de D-ring – stofdeeltjes in de Saturnus-atmosfeer dumpt. Op die manier zou het koolstof- en zuurstofgehalte van die atmosfeer mettertijd kunnen veranderen (Science, 5 oktober). Tot nu toe werd aangenomen dat de ringdeeltjes van Saturnus bijna geheel uit bevroren water bestaan. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Ze bevatten een ‘chemische cocktail’ van allerlei verbindingen zoals methaan, ammoniak, koolstofmonoxide, moleculaire stikstof en koolstofdioxide. Volgens de onderzoekers wijst het tempo waarin de D-ring materiaal aan Saturnus overdraagt – 10.000 kilogram per seconde – erop dat de levensduur van deze ring tien keer korter is dan tot nu toe werd geschat. Een bijkomend effect is dat de ringdeeltjes met hoge snelheden in de atmosfeer van Saturnus belanden. Hierdoor kan de hoge atmosfeer van de planeet opwarmen, waardoor zijn samenstelling verandert. Cassini cirkelde vanaf 2004 dertien jaar lang om Saturnus, en heeft de planeet en zijn manen uitgebreid onderzocht. Pas tegen het einde van de missie is de ruimtesonde ingezet voor het relatief riskante onderzoek van de binnenste ring en de atmosfeer van Saturnus. (EE)
Meer informatie:
Surprising chemical complexity of Saturn’s rings changing planet’s upper atmosphere

   
4 oktober 2018 • Magnetisch veld Saturnus blijft raadselachtig
Toen ruimtesonde Cassini tegen het einde van zijn missie in september 2017 de naaste omgeving van Saturnus verkende, heeft hij ook het magnetische veld van de planeet onderzocht. Duidelijkheid over de oorsprong van dit veld hebben de metingen echter niet kunnen geven (Science, 5 oktober). Een eerste analyse van de laatste gegevens van de magnetometer aan boord van Cassini laat zien dat het magnetisch veld van Saturnus een hoek van minder dan 0,01 graad maakt met de rotatieas van de planeet. Dat is opmerkelijk, omdat werd gedacht dat magnetische velden rond planeten zich alleen kunnen vormen wanneer de magnetische as van de planeet schuin op diens rotatieas staat. Zo is het bij de aarde ook. Die schuine stand zorgt ervoor dat de laag geleidende vloeistof in het inwendige van de planeet blijft stromen. Bij de aarde is dat een laag van vloeibare ijzer en nikkel rond de vaste ijzerkern, en bij Saturnus zou het gaan om een laag van metallische waterstof rond een kleine vaste kern. Omdat het magnetische veld van Saturnus zo goed als rechtop staat, is het een raadsel hoe de metallische waterstof in zijn inwendige in beweging kan blijven. Het is denkbaar dat de dichte, turbulente atmosfeer van de planeet de ware structuur van het magnetische veld maskeert, maar eigenlijk begint het erop te lijken dat naar een heel andere verklaring voor de vorming van dat veld moet worden gezocht. Opmerkelijk is ook dat Cassini aanwijzingen heeft gevonden voor een tweede bron van magnetisme in de planeet. Die bron zou net boven de de diepe laag van metallische waterstof liggen. Ook lijkt er een elektrische stroom te lopen tussen de binnenste ring (de D-ding) en de planeet. Dat zou eveneens van invloed kunnen zijn op de uiterlijke kenmerken van het magnetische veld van Saturnus. (EE)
Meer informatie:
Latest insights into Saturn's weird magnetic field only make things weirder

   
4 oktober 2018 • Vermoedelijke uitgedoofde ‘gammaflits’ 25 jaar na dato alsnog ontdekt
Astronomen hebben waarschijnlijk voor het eerst de nagloeiing waargenomen van een gammaflits die aan de aarde voorbij is gegaan. Dat is gebeurd bij het vergelijken van data van een lopende hemelsurvey met de VLA-radiotelescoop in New Mexico met data van eerdere surveys. Een gammaflits is een korte, maar heftige uitbarsting van gammastraling die ontstaat bij de ineenstorting van een zeer zware ster (een ‘hypernova’) of bij een botsing tussen twee neutronensterren. De gammastraling wordt daarbij in de vorm van twee smalle bundels uitgezonden. Alleen als een van die bundels toevallig onze kant op wijst, is de eigenlijke gammaflits waarneembaar voor speciaal voor dit doel ontwikkelde satellieten die om de aarde draaien. Zo’n gammaflits gloeit nog een tijdje na op minder energierijke golflengten – onder meer in de vorm van radiostraling. En die straling gaat alle kanten op. Bij het doorspitten van de gegevens van de VLA Sky Survey (VLASS) werd een object ontdekt dat in 1994 bij een eerdere survey met de VLA wel te zien was, maar in de VLASS-survey niet. Door ook de gegevens van andere radiosterrenwachten erbij te betrekken, werd ontdekt dat het object voor het eerst opdook op een VLA-opname uit 1993. Ook was het te zien op opnamen die tussen 1993 en 2015 waren gemaakt met de VLA en de radiotelescoop van Westerbork. Het object, dat FIRST J1419+3940 wordt genoemd, bevindt zich aan de rand van een sterrenstelsels op 280 miljoen lichtjaar van de aarde. Uit de sterkte van de radiostraling van het object, en het feit dat het heel geleidelijk zwakker werd, leiden de astronomen af dat het zeer waarschijnlijk een nagloeiende gammaflits is geweest. De gammaflits zou ergens in 1992 of 1993 hebben plaatsgevonden, maar is niet terug te vinden in de gegevens van de gammasatellieten uit die tijd. Als dat inderdaad zo is, moet het een gammaflits zijn geweest waarvan geen van beide bundels onze kant op wees. (EE)
Meer informatie:
VLA Sky Survey Reveals First “Orphan” Gamma Ray Burst

   
4 oktober 2018 • Quasars blijken twee soorten vuurwerk af te steken
Quasars steken niet één maar twee soorten vuurwerk af. Niet alleen de kern van het sterrenstelsel van de quasar straalt fel. Ook een geboorte-explosie van sterren buiten de kern zorgt geregeld voor kosmisch vuurwerk. Dat blijkt uit internationaal onderzoek onder leiding van de Groningse hoogleraar Peter Barthel met behulp van de ALMA-telescoop in Chili. De sterrenkundigen publiceren hun bevindingen vandaag in het vakblad Astrophysical Journal Letters. Quasars zijn de ultra-felle kernen van sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand. Ze stralen zo fel onder invloed van een superzwaar zwart gat dat materie aanzuigt die heet gaat gloeien. De moeder-sterrenstelsels van quasars zijn echter lastig te bestuderen door het felle licht van de quasar zelf. Enkele jaren geleden had het team van Barthel al het vermoeden dat de moederstelsels van quasars veel nieuwe sterren produceren. De nieuwe ALMA-waarnemingen bevestigen dit. De ALMA-afbeeldingen van drie verre quasars laten duidelijk zien dat geboorte-explosies van jonge sterren verantwoordelijk zijn voor de verwarming van een deel van het stof. Peter Barthel (Rijksuniversiteit Groningen): “De millimeterstraling die we detecteren bewijst het bestaan van de ster-geboorte-explosies. Bovendien vinden ze plaats vlak buiten de fel stralende kernen. Er is dus sprake van dubbel vuurwerk.” Studente José Versteeg (Rijksuniversiteit Groningen) speelde een belangrijke rol bij de analyse van de gegevens. “Alle drie de quasars laten het dubbele vuurwerk zien. We publiceren nu eerst de uitgebreide analyse van quasar 3C298. Daarna rond ik de complete studie af.”
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
3 oktober 2018 • Exoplaneet Kepler-1625b lijkt een kolossale maan te hebben
Twee astronomen van Columbia University hebben sterke aanwijzingen gevonden dat de exoplaneet Kepler-1625b in het gezelschap is van een maan. Deze ‘exomaan’ zou ongeveer zo groot zijn als de planeet Neptunus oftewel ruim vier keer zo groot als de aarde. Indien bevestigd zou dit de eerste ontdekking van een maan bij een planeet buiten ons zonnestelsel zijn (Science Advances, 3 oktober). De kandidaat-exomaan, die de voorlopige aanduiding Kepler-1625b-i heeft gekregen, dook op bij een analyse van de helderheidsgegevens van 284 sterren waarbij de Amerikaanse satelliet Kepler planeten heeft ontdekt. De helderheden van deze sterren nemen met regelmatige tussenpozen een beetje af doordat er planeten voorlangs schuiven. Bij de ster Kepler-1625 vertoonde de zogeheten lichtkromme – een grafiek die het helderheidsverloop van de ster laat zien – enkele intrigerende onregelmatigheden. Voor astromen Alex Teachey en David Kipping was dat aanleiding om waarneemtijd aan te vragen op de Hubble-ruimtetelescoop. Bij de Hubble-waarnemingen zagen de astronomen dat de ‘helderheidsdip’ van de planeetovergang van Kepler-1625b enkele uren later werd gevolgd door een tweede, minder sterke helderheidsafname. Daarnaast bleek ook dat de planeetovergang vijf kwartier eerder begon dan was voorspeld. Beide verschijnselen zijn verklaarbaar als de planeet, zelf zo groot als Jupiter, wordt begeleid door een forse maan.  Helemaal zeker van hun zaak zijn de beide astronomen overigens nog niet. Ze wijzen er dan ook op dat hun mogelijke ontdekking met vervolgwaarnemingen moet worden bevestigd. En dat kan nog wel enkele jaren gaan duren. Ondertussen gaat de zoektocht naar manen bij andere planeten buiten ons zonnestelsel gewoon door. (EE)
Meer informatie:
Columbia astronomers find first compelling evidence for a moon outside our solar system

   
3 oktober 2018 • ‘Gammatelescoop’ ziet straling van exotische dubbelster in onze Melkweg
Voor het eerst zijn wetenschappers erin geslaagd om de zeer energierijke straling te detecteren van een bijzonder stersysteem in onze Melkweg. Het gaat om de ‘microquasar’ SS 433 – een zwart gat dat materie opslokt van een begeleidende ster en twee ‘jets’ van hoogenergetische deeltjes en straling terug de ruimte in blaast. De nieuwe waarnemingen wijzen erop dat de krachtige gammastraling die daarbij vrijkomt wordt geproduceerd door extreem snelle elektronen die aan de uiteinden van de jets interacties aangaan met de kosmische achtergrondstraling (Nature, 4 oktober). SS 433 is een van de ongeveer tien microquasars die tot nu toe in onze Melkweg zijn ontdekt. Met een afstand van ongeveer 15.000 lichtjaar is hij een van de meest nabije en meest onderzochte. Daarnaast is hij een van de weinige microquasars in de Melkweg die gammastraling blijken uit te zenden. Deze straling is waargenomen met de High-Altitude Water Cherenkov Gamma-Ray Observatory (HAWC). Deze ‘gammatelescoop’ bestaat uit meer dan 300 watertanks, hoog op de Sierra Negra, een vulkaan in het zuiden van Mexico. Hij detecteert de gammastraling die uit het heelal komt niet rechtstreeks, maar via de deeltjesregens die ontstaan wanneer deze straling in botsing komt met atomen in de aardatmosfeer. Uit de HAWC-waarnemingen blijkt dat de gammastraling van SS 433 niet afkomstig is van het centrale deel van het stersysteem, waar zich het zwarte gat en de naburige ster bevinden, maar van de uiteinden van de jets. Daaruit leiden de onderzoekers af dat de daar aanwezige elektronen kolossale snelheden hebben. Deze elektronen komen uiteindelijk in ‘botsing’ met de zwakke kosmische achtergrondstraling – de alomaanwezige warmtestraling die kort na de oerknal werd uitgezonden. Bij deze interactie, die inverse comptonverstrooiing wordt genoemd, komt extreem energierijke gammastraling vrij. Het is voor het eerst dat dit type straling bij SS 433 is waargenomen. Maar daarmee is de werking van dit bijzondere stersysteem nog niet volledig verklaard. Hoe de elektronen die deze straling veroorzaken hun extreem hoge snelheden hebben verkregen is namelijk onduidelijk. (EE)
Meer informatie:
Mountaintop observatory sees gamma rays from exotic Milky Way object

   
3 oktober 2018 • SRON en JAXA bevestigen samenwerking
Komende vrijdag (5 oktober) bevestigen ruimte-onderzoeksinstituut SRON en de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA hun nauwe samenwerking door het ondertekenen van een verklaring. Minister van OCW, Ingrid van Engelshoven, is in Tokio aanwezig bij de ondertekening door SRON-directeur Rens Waters en JAXA-directeur Hitoshi Kuninaka. SRON en JAXA werken nu gezamenlijk aan de realisatie van onder meer de infraroodtelescoop SPICA en de röntgensatellieten XRISM en Athena. Beide partijen willen deze samenwerking in de toekomst voorzetten. De samenwerking heeft betrekking op drie gebieden. Ten eerste op de ontwikkeling van instrumentatie: beide partijen zijn onderdeel van een consortium dat de röntgencamera X-IFU ontwikkelt voor de Europese ruimtetelescoop Athena, die volgens de huidige plannen in 2031 wordt gelanceerd en gaat kijken naar samenklontering van materie en de evolutie van zwarte gaten. Bovendien levert SRON het filterwiel voor de Resolve-spectroscoop van de Japanse röntgenmissie XRISM, die wetenschappers vanaf 2021 onder meer inzicht geeft in de uitstroom van gas uit de kernen van sterrenstelsels. Ten tweede dienen SRON en JAXA gemeenschappelijk voorstellen in voor bijdragen aan toekomstige ruimtemissies, zoals de Europese infraroodtelescoop SPICA, die inmiddels is doorgedrongen tot de laatste selectieronde voor een middelgrote missie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Bij een definitieve selectie gaat SPICA rond 2030 de ruimte in om onder andere de vorming van de eerste sterrenstelsels te bestuderen. Ook wisselen de organisaties kennis en hardware uit om de ontwikkeling van nieuwe technologie te bevorderen. Zo werken ze momenteel aan een nieuwe techniek om detectoren uit te lezen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
3 oktober 2018 • Protoplanetaire schijven bevatten te weinig planetair ’bouwmateriaal’
Een drietal onderzoekers van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en de Universiteit van de Côte d'Azur heeft bewijs gevonden waaruit blijkt dat de gas- en stofschijven die rond jonge sterren worden gevormd, niet genoeg materiaal bevatten om de planeten te vormen die er doorgaans rond sterren worden waargenomen. Het bewijs bestaat uit meetgegevens van de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in het noorden van Chili. Met deze array van (sub)millimetertelescopen is geïnventariseerd hoeveel materiaal zulke schijven rond sterren van 1 tot 3 miljoen bevatten – de periode vóórdat zich planeten hebben gevormd. Vervolgens maten de onderzoekers de massa’s van oudere stersystemen met volgroeide planeten. Door de twee uitkomsten met elkaar te vergelijken, ontdekten ze dat de materieschijven rond jonge sterren niet genoeg massa hadden om planetenstelsels te vormen zoals die bij oudere sterren zijn waargenomen. Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat stersystemen ontstaan door de samenklontering van interstellair stof. Als de vorming van een ster eenmaal op gang komt, zou zich vaak een protoplanetaire schijf rond de ster ontwikkelen. Het gas en stof in deze schijf zouden overblijfselen zijn van het materiaal dat betrokken was bij de vorming van de ster. Uiteindelijk zou deze restmaterie terechtkomen in de planeten die in de schijf ontstaan. Het nieuwe onderzoek wijst er echter op dat er niet genoeg restmaterie in zo’n schijf zit om de gemiddelde massa aan planeten rond sterren te kunnen verklaren. Een simpele verklaring voor deze discrepantie hebben de onderzoekers niet. Het is denkbaar dat de planeetvorming vroeger begint dat gedacht of dat er grotere stofdeeltjes bij betrokken zijn dan ALMA kan detecteren. Ook bestaat de mogelijkheid dat er tijdens de vorming van planeten nog veel stof uit de omgeving wordt aangetrokken. (EE)
Meer informatie:
Protoplanetary disk material found to be too sparse to form planet populations

   
3 oktober 2018 • Ook derde robotverkenner landt veilig op oppervlak planetoïde Ryugu
Opnieuw is er een robotverkenner afgedaald naar het oppervlak van de planetoïde Ryugu. Nadat bijna twee weken geleden twee Japanse ‘hoppers’ de sprong waagden, is vanochtend om 4 uur Nederlandse tijd ook de Duits/Franse lander MASCOT op zijn bestemming aangekomen. Het apparaat kan nu 16 uur lang metingen doen – dan is zijn batterij leeg. Net als zijn kleine voorgangers is MASCOT afgezet door zijn moederschip Hayabusa2, die speciaal daarvoor afdaalde tot vlak boven het oppervlak van Ryugu. De resterende 51 meter legde MASCOT in vrije val af. Dat klinkt gevaarlijker dan het was, want de zwaartekrachtsaantrekking van de planetoïde is dermate zwak dat de val ongeveer 20 minuten duurde. Onderweg heeft de camera van MASCOT twintig opnamen van Ryugu gemaakt, maar die zijn nog niet doorgezonden naar de aarde. Ook staat al vast dat de magnetometer van de lander metingen heeft gedaan. Als het goed is zijn ook de andere instrumenten – een radiometer en een infraroodspectrometer, inmiddels aan het werk. Zodra MASCOT het eerste deel van zijn meetprogramma heeft afgewerkt, moet hij naar een andere meetplek op Ryugu springen. [Update 5 oktober: ruim 17 uur en twee sprongen later was de batterij van MASCOT uitgeput. De lander heeft alle verzamelde gegevens kunnen doorzenden naar de Hayabusa2.] (EE)
Meer informatie:
MASCOT lands safely on asteroid Ryugu

   
2 oktober 2018 • Zwarte gaten vormen geen verklaring voor donkere materie
De mysterieuze donkere materie in het heelal, waarvan alleen de zwaartekracht wordt gemeten maar waarvan de ware aard een onopgelost raadsel is, kan niet bestaan uit zwarte gaten die tijdens de oerknal zijn ontstaan. Dat blijkt uit een nauwgezette statistische analyse van het licht van vele honderden supernova-explosies in andere sterrenstelsels. Meer dan 80 procent van alle materie in het heelal bestaat niet uit gewone atomen en moleculen, en vertoont ook geen wisselwerking met die gewone materie, afgezien dan via de zwaartekracht. Waaruit die zogeheten donkere materie dan wél bestaat - tot dusver onbekende elementaire deeltjes, of grotere, zwaardere objecten - is niet bekend. Volgens één theorie die de laatste jaren weer aan populariteit won, zou het kunnen gaan om 'voorwereldlijke' zwarte gaten, die vlak na de oerknal zouden kunnen zijn ontstaan. Zulke 'oer-zwarte gaten' zouden enkele tientallen malen zo zwaar zijn als de zon, en min of meer gelijkmatig in het heelal verspreid kunnen zijn. Wanneer zulke zwarte gaten echt in grote aantallen voorkomen, zouden ze echter af en toe een merkbaar effect moeten hebben op verre supernova-explosies: het licht van die supernova's zou afgebogen en vooral tijdelijk versterkt moeten worden door de zwaartekrachtlenswerking van een zwart gat dat tussen de exploderende ster en de aarde door beweegt. Uit de nieuwe analyse, uitgevoerd door een team onder leiding van Miguel Zumalacárregui van de Universiteit van Californië in Berkeley, blijkt echter dat dat effect in geen enkel geval wordt waargenomen, terwijl je het statistisch gezien wel af en toe zou verwachten. In een artikel in Physical Review Letters concluderen de onderzoekers dan ook dat 'oer-zwarte gaten' hooguit een relatief klein percentage van de totale hoeveelheid donkere materie in het heelal kunnen verklaren. (GS)
Meer informatie:
Black holes ruled out as universe’s missing dark matter (origineel persbericht)

   
2 oktober 2018 • Straling van bijna-versmeltende superzware zwarte gaten voorspeld
Met behulp van supercomputers hebben theoretici van het Rochester Institute of Technology voorspeld welke elektromagnetische straling (voornamelijk röntgenstraling en ultraviolette straling) wordt uitgezonden door een nauw paar van om elkaar heen wentelende superzware zwarte gaten. De voorspellingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Vrijwel elk sterrenstelsel in het heelal herbergt een superzwaar zwart gat in het centrum. In sommige sterrenstelsels gaat zelfs een dubbel zwart gat schuil - vermoedelijk zijn die stelsels ontstaan door de botsing en versmelting van twee kleinere stelsels. Door het uitzenden van zwaartekrachtgolven zullen de twee zwarte gaten in zo'n dubbelsysteem in de loop van de miljarden jaren in een steeds kleinere baan om elkaar heen draaien. Uiteindelijk zullen ze met elkaar in botsing komen, waarbij in korte tijd enorm veel energie wordt uitgezonden in de vorm van zwaartekrachtgolven. Uit de computersimulaties blijkt dat zo'n dubbel zwart gat relatief kort voor het moment van versmelting een karakteristiek elektromagnetisch signaal produceert, voornamelijk op korte golflengten (ultraviolette straling en röntgenstraling). Deze 'voorspelling' stelt astronomen mogelijk in staat om zulke bijna-botsende superzware zwarte gaten in ver verwijderde sterrenstelsels te detecteren met behulp van bestaande ruimtetelescopen. De bijbehorende zwaartekrachtgolven kunnen in de toekomst waargenomen worden met de Europese Laser Interfermeter Space Antenna (LISA), een zwaartekrachtgolfdetector in de ruimte waarvan de lancering gepland staat voor 2034. (GS)
Meer informatie:
Computer simulation follows light to supermassive black holes RIT-led study draws a cosmic roadmap (origineel persbericht)

   
2 oktober 2018 • Gaia ontdekt hypersnelle 'binnendringers' in ons Melkwegstelsel
De Leidse astronomen Elena Maria Rossi, Tomasso Marchetti en Anthony Brown hebben in de tweede datarelease van de Europese ruimtetelescoop Gaia twintig tot nu toe onbekende hogesnelheidssterren ontdekt - sterren die zo snel bewegen dat ze onmogelijk 'vastgehouden' kunnen worden door het zwaartekrachtveld van ons Melkwegstelsel. Opmerkelijk genoeg bewegen de meeste van die sterren naar ons Melkwegstelsel toe in plaats van er vanaf. Dat doet vermoeden dat het om binnendringers gaat die afkomstig zijn uit andere sterrenstelsels. Eerder ontdekte hogesnelheidssterren vliegen het Melkwegstelsel juist uit. Mogelijk zijn ze versneld door een zwaartekrachtwisselwerking met het superzware zwarte gat in de kern van de Melkweg. Dat kan niet het geval zijn voor de snelle sterren die op ons Melkwegstelsel af racen. Hun exacte herkomst is echter nog niet duidelijk. Mogelijk zijn ze afkomstig uit de Grote Magelhaense Wolk, een van de kleine satellietstelsels van de Melkweg. Het is ook denkbaar dat ze uit andere, verder weg gelegen sterrenstelsels komen. Ze kunnen versneld zijn door een interactie met een zwaar zwart gat, of afkomstig zijn uit een dubbelstersysteem waarvan de tweede ster als supernova is geëxplodeerd. Ook is het mogelijk dat de snelle sterren hun oorsprong vinden in de uitgestrekte halo van ons eigen Melkwegstelsel, en hun hoge snelheid te danken hebben aan de wisselwerking met een van de kleinere dwergstelsels in die halo. Toekomstig onderzoek aan de scheikundige samenstelling van de hypersnelle sterren moet uitsluitsel geven over hun herkomst. Als ze binnendringers zijn uit een ander, ver verwijderd sterrenstelsel, bieden ze een unieke gelegenheid om de 'bewoners' van andere sterrenstelsels van relatief nabij te bestuderen. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Gaia Spots Stars Flying Between Galaxies (origineel persbericht)