15 december 2017 • Drie jonge planeten ontdekt in de Hyaden
De Hyaden, een relatief jonge sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier, blijkt een goede plek te zijn om naar planeten te zoeken. In februari 2016 ontdekte een team van professionele en amateur-astronomen voor het eerst een planeet bij een van de sterren van de Hyaden. Enkele weken geleden volgde een tweede ontdekking en nu zijn bij een derde ster zelfs drie planeten opgespoord.Het gaat in dit geval om een planeet van aardse proporties met een omlooptijd van slechts acht dagen, een ‘mini-Neptunus’ die in 17 dagen om de ster cirkelt en een superaarde met een periode van 26 dagen. Omdat de geschatte leeftijd van de Hyaden slechts 800 miljoen jaar bedraagt, behoort de kleinste van de drie planeten tot de jongste aarde-achtige planeten die tot nu toe zijn ontdekt. Al deze exoplaneten zijn opgespoord met de Kepler-satelliet, die nauwkeurige metingen doet van de helderheden van sterren. Wanneer er een of meer planeten om een ster cirkelen, die vanaf de aarde gezien regelmatig voor de ster langs trekken, dan resulteert dit in karakteristieke ‘dipjes’ in de helderheid van de ster. (EE)
Meer informatie:
More Planets in the Hyades Cluster

   
14 december 2017 • ‘Ruimteschip’ 'Oumuamua geeft niet thuis
De luistercampagne naar mogelijk ‘intelligente’ signalen van de interstellaire planetoïde 'Oumuamua heeft niets opgeleverd. 'Oumuamua is waarschijnlijk al honderden miljoenen jaren geleden ontsnapt aan de zwaartekracht van een andere ster en raakte een paar maanden geleden bij toeval verzeild in ons zonnestelsel. Breakthrough Listen, een door miljardair Yuri Milner gefinancierd initiatief om jacht te maken op buitenaardse beschavingen, heeft dit kosmische buitenkansje aangegrepen om de 110-meter grote Green Bank-radiotelescoop in Virginia (VS) op de 400 meter lange, sigaarvormige bezoeker te richten. Zoals verwacht heeft dat niets opgeleverd, al zijn nog niet alle verzamelde gegevens verwerkt. Het ziet dus toch echt naar uit dat 'Oumuamua een ‘gewone’ planetoïde is in plaats van een buitenaards ruimteschip, zoals sommigen stiekem hoopten. Volgende keer beter zullen we maar zeggen. (EE)
Meer informatie:
Breakthrough Listen Releases Initial Results and Data From Observations of ‘Oumuamua

   
14 december 2017 • Verre ster Kepler-90 heeft evenveel planeten als onze zon
Astronomen hebben een achtste planeet ontdekt bij de zonachtige ster Kepler-90, die ruim 2500 lichtjaar van ons is verwijderd. Daarmee staat het planetenstelsel van deze ster getalsmatig op gelijke voet met ons zonnestelsel. De nieuwe exoplaneet, Kepler-90i, is een ziedend hete, rotsachtige planeet die eens in de ruim 14 dagen een rondje om zijn ster maakt. Het bestaan ervan is ontdekt met behulp van ‘machinaal leren’, een vorm van kunstmatige intelligentie. Bij de zoekactie is gebruik gemaakt van ‘oude’ gegevens van de Kepler-satelliet. Deze laatste spoort nieuwe exoplaneten op door nauwkeurige metingen te doen van de helderheden van sterren. Wanneer het licht van een ster kleine, regelmatige ‘dipjes’ vertoont, kan dat een teken zijn dat er regelmatig een planeet voorlangs trekt. Uit de dipjes die Kepler-90 vertoont was in 2014 en 2016 al afgeleid dat er minstens zeven planeten om de ster draaien. Door een speciaal ‘getrainde’ computer nog eens goed te laten kijken naar de lichtkrommen van deze en 669 andere sterren waarbij eerder planeten waren ontdekt, is nu dus nog een achtste planeet bij Kepler-90 opgespoord. Kepler-90 is overigens niet de enige ster waarbij op die manier een nog onbekende planeet is ontdekt. Er kwam ook een planeet boven water bij Kepler-80, wat het totaal voor dit planetenstelsel op zeven brengt. Naar verwachting zal het hier niet bij blijven. Het Kepler-archief bevat de helderheidsgegevens van meer dan 150.000 sterren, en die zullen allemaal nog eens machinaal worden uitgevlooid. (EE)
Meer informatie:
Artificial Intelligence, NASA Data Used to Discover Eighth Planet Circling Distant Star

   
13 december 2017 • Beste kaart van zuidelijke hemel online gezet
Australische astronomen hebben de meest uitgebreide ‘kaart’ van de zuidelijke hemel online gezet. De kaart bestaat uit ongeveer 70.000 afzonderlijke foto’s waarop bijna 300 miljoen sterren en sterrenstelsels zijn vastgelegd. De beelden, gemaakt met de 1,3-meter SkyMapper-telescoop op Siding Spring (Australië), zijn voor iedereen toegankelijk via de Southern Sky Viewer. Hoewel de nu vrijgegeven kaart van de zuidelijke sterrenhemel de beste ooit is, is Skymapper nog niet klaar met zijn werk. Het is nog maar het begin van een vijf jaar durend programma waarbij dit voor ons niet waarneembare deel van de hemel gedetailleerd in kaart wordt gebracht. Op de uiteindelijke kaart zullen sterren en sterrenstelsels te zien zijn die 50 keer zo zwak zijn als die op de huidige versie.De Southern Sky Viewer is voorzien van een zoekbalk, waarmee bekende objecten aan de zuidelijke hemel kunnen worden opgezocht. Dat kan door de coördinaten of de naam van het gewenste object in te voeren. Ook kunnen de diverse objecten door verschillende filters worden bekeken – van het nabij-ultraviolet tot het nabij-infrarood. (EE)
Meer informatie:
ANU astronomers create best map of the southern sky

   
13 december 2017 • Detectie van snelle elektronen maakt einde aan 60 jaar oud ‘ruimteraadsel’
Bijna 60 jaar na de ontdekking van de stralingsgordels om de aarde is zekerheid verkregen over de herkomst van de energierijke deeltjes in de binnenste gordel. Bij metingen met een instrument aan boord van de in 2012 gelanceerde mini-satelliet CubeSAT zijn voor het eerst de snelle elektronen gemeten die bij het vermoedelijke ontstaansproces zouden moeten vrijkomen (Nature, 13 december). De stralingsgordels van de aarde, ook wel de Van Allen-gordels genoemd, zijn lagen van energierijke deeltjes die op hun plek worden gehouden door het aardmagnetische veld. Al kort na de ontdekking van de gordels, in 1958, vermoedden wetenschappers dat de energierijke protonen die in het binnenste deel ervan waren gedetecteerd, konden ontstaan door een proces dat ‘cosmic ray albedo neutron decay’ wordt genoemd. Dat proces houdt in dat kosmische straling, afkomstig van supernova-explosies in onze Melkweg, in botsing komt met atomen hoog in de aardatmosfeer. Bij deze interactie zouden allerlei soorten geladen deeltjes ‘opspatten’, waaronder protonen en elektronen, die vervolgens door het magnetische veld van de aarde worden ingevangen. De ‘opspattende’ protonen waren dus bijna 60 jaar geleden al gedetecteerd, maar de bijbehorende elektronen nog niet – niet rechtstreeks althans. Dat laatste is nu met een kleine deeltjesdetector aan boord van CubeSAT alsnog gelukt. (EE)
Meer informatie:
Major Space Mystery Solved Using Data From Student Satellite

   
13 december 2017 • Witte dwergen hebben magneetpoortjes
Astronomen hebben ontdekt dat het magneetveld van een witte dwerg een barrière vormt voor het opslurpen van massa van zijn begeleidende ster. Uit waarnemingen van de dubbelster MV Lyrae die vier jaar lang zijn gedaan met NASA’s Kepler-satelliet blijkt dat het magneetveld van de witte dwerg als een magnetische poort fungeert. De astronomen, onder wie Caroline D’Angelo van de Universiteit Leiden en Paul Groot van de Radboud Universiteit, publiceren hun bevindingen deze week in Nature. Witte dwergen zijn de nucleaire tijdbommen van het heelal. Deze overblijfselen van sterren kunnen ontploffen in gigantische supernova-explosies, waarbij onder andere het grootste deel van het ijzer in het heelal wordt gemaakt. Om te kunnen ontploffen, moeten witte dwergen een massa zien te krijgen van ongeveer 140% van die van de zon. Dit ‘volvreten’ gebeurt met name in dubbelsterren, waarbij de witte dwerg via een schijf van gas massa opslurpt van een begeleidende ster. Als het gas via de schijf naar binnen stroomt, wordt het gestopt door de barrière die het magneetveld van de witte dwerg opwerpt. Alleen als de druk van het verder instromende gas hoog genoeg wordt, gaat de poort open en valt er meer gas naar binnen. In de waarnemingen van de Kepler-satelliet is dit open- en dichtgaan van de magnetische poort te zien als een uitbarsting van licht, ongeveer elke twee uur. ‘Het is als een verkeerd afgesteld poortje bij een treinstation,” licht coauteur Paul Groot toe. “Stel je voor dat mensen de gasdeeltjes zijn. Als het vrij rustig is gaat het poortje alleen open als er genoeg mensen staan te wachten. Het poortje gaat dan even open, om meteen weer te sluiten als ze erdoor zijn. Wordt de druk van de toestromende mensen te hoog, dan gaat het poortje kapot en kan iedereen zo doorlopen. Als de toeloop weer 
afneemt en onder een kritische waarde komt gaat het poortje weer beperkt open en dicht.’ Het model om de Kepler-waarnemingen te verklaren, is gemaakt door coauteur Caroline D’Angelo van de Universiteit Leiden. ‘Het is fantastisch om te zien dat ons model werkt in dit systeem met een witte dwerg. Eerder werd al vermoed dat het zou kloppen voor de zwaardere broertjes van de witte dwergen, de neutronensterren. En het lijkt zelfs ook te werken bij heel jonge sterren die nog aan het groeien zijn. Dit laat zien dat de natuurkunde achter deze gasschijven, en de interactie met magneetvelden, universeel is,’ aldus D’Angelo.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
13 december 2017 • Mars-missie geeft inzicht in leefbaarheid exoplaneten
Hoe lang zou een hypothetische Mars-achtige planeet zijn atmosfeer kunnen vasthouden als hij om een rode dwergster cirkelt? Die vraag hebben NASA-wetenschappers proberen te beantwoorden aan de hand van gegevens die met de Mars-sonde MAVEN zijn verzameld. Zij hebben hun bevindingen gepresenteerd op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union, die deze week in New Orleans wordt gehouden. MAVEN heeft de afgelopen drie jaar gemeten hoe de Marsatmosfeer reageert op kleine en grote uitbarstingen van de zon. De inzichten die daarbij zijn verkregen, zijn nu toegepast op een kleine rotsachtige planeet die, net als Mars, aan de rand van de ‘leefbare zone’ om zijn ster – in dit geval een koele rode dwergster – cirkelt. Rode dwergen zijn de meest talrijke sterren in onze Melkweg. Omdat een rode dwerg veel minder licht produceert dan onze zon, bevindt de leefbare zone – het gebied rond de ster waar gematigde temperaturen heersen – zich ook veel dichter bij de ster. Dit heeft tot gevolg dat de hypothetische planeet 5 tot 10 keer zoveel ultraviolette straling zou ontvangen als de echte planeet Mars. Uit de nieuwe berekeningen blijkt dat de atmosfeer van zo’n planeet 5 tot 20 keer zo snel wordt afgebroken als bij Mars is gebeurd. Mocht het om een zeer actieve rode dwergster gaan, die frequent grote uitbarstingen vertoont, dan is het zelfs duizend keer zo snel gedaan met de atmosfeer, en de leefbaarheid, van de planeet. (EE)
Meer informatie:
Mars Mission Sheds Light on Habitability of Distant Planets

   
13 december 2017 • Reuzenstorm bezorgt atmosfeer Saturnus ‘hartklopping’
Enorme stormen op het noordelijk halfrond van Saturnus zijn in staat om de atmosferische patronen rond de evenaar van de planeet te verstoren. Dat blijkt uit waarnemingen van de ruimtesonde Cassini, die tot 15 september jl. rondjes om Saturnus heeft gedraaid. Een vergelijkbaar effect treedt ook in de aardatmosfeer op. Ondanks hun grote onderlinge verschillen vertonen de atmosferen van de aarde, Jupiter en Saturnus hetzelfde fenomeen rond hun evenaar: verticale, cyclische, neerwaarts bewegende patronen van wisselende temperaturen en windsystemen die zich om de zoveel jaar herhalen. Dit patroon – de ‘hartslag’ van de atmosfeer – wordt een quasi-periodieke oscillatie genoemd. Op aarde is deze oscillatie regelmatig en voorspelbaar: gemiddeld herhalen hij zich om de 28 maanden. Die regelmaat kan echter worden doorbroken door gebeurtenissen die zich ver van de evenaar afspelen. Dat blijkt ook op Saturnus het geval te zijn. Cassini-gegevens laten zien dat de ‘hartslag’ van Saturnus een herhalingstijd van ruwweg 15 jaar heeft. In de periode 2011-2013 werd dit patroon echter wreed verstoord: de atmosfeer onderging een soort ‘hartklopping’ waarbij de temperatuur rond de evenaar sterk daalde. En dat gebeurde precies in de periode dat het noordelijk halfrond van de planeet in de greep was van een reusachtig stormsysteem. Hoewel bekend was dat zulke reuzenstormen, die gemiddeld eens in de 30 jaar optreden, van grote invloed zijn op de atmosfeer van Saturnus, toont een nieuwe analyse van Cassini-gegevens aan dat die invloed nog verstrekkender is dan gedacht. Hoewel de reuzenstorm tienduizenden kilometers verwijderd was, wisten de golven die hij teweegbracht de quasi-periodieke oscillatie van Saturnus flink te verstoren. (EE)
Meer informatie:
Giant storms cause palpitations in Saturn’s atmospheric heartbeat

   
12 december 2017 • Ringen van Saturnus zijn inderdaad vrij ‘jong’
Metingen die ruimtesonde Cassini tijdens zijn laatste maanden heeft gedaan, laten zien dat de ringen van Saturnus veel jonger zijn dan lange tijd is gedacht. Nog maar een paar honderd miljoen jaar geleden bestonden ze nog niet. Dat hebben wetenschappers bekendgemaakt tijdens de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union, die deze week in New Orleans wordt gehouden. De belangrijkste aanwijzing voor het jeugdige karakter van de ringen is de massa van de heldere B-ring. Al in februari 2016 meldden wetenschappers dat deze ring veel minder materiaal bevat dan lange tijd was gedacht. Metingen die Cassini afgelopen voorjaar, tijdens zijn ‘snoekduiken’ door de opening tussen Saturnus en diens ringenstelsel, heeft gedaan bevestigen dat. De metingen laten zien dat de massa van de B-ring nog niet de helft is van die van het ijsmaantje Mimas. Dat is zo weinig, dat de ring niet miljarden jaren intact kan zijn gebleven. Daarvoor zou minstens tweemaal zoveel massa nodig zijn. Er is nóg iets dat erop wijst dat de B-ring relatief jong is. Vanuit het buitengebied van ons zonnestelsel ‘regenen’ er voortdurend roetachtige micrometeorieten op Saturnus en zijn ringen neer. Metingen van de stofdeeltjesdetector van Cassini geven aan dat die ‘roetregen’ ongeveer tien keer heviger is dan vermoed. Omdat de B-ring nog helder oogt, kan hij nog niet veel roet hebben verzameld. Dat kan erop wijzen dat hij misschien zelfs jonger is dan 200 miljoen jaar. Hóé de ringen van Saturnus precies zijn ontstaan is onduidelijk. Mogelijk is een komeet of planetoïde in botsing gekomen met een ijsmaantje van de planeet. Of misschien zijn de omloopbanen van de manen van Saturnus om de een of andere reden verstoord geraakt, en is een ijsmaantje het slachtoffer geworden van het (getijden)krachtenspel dat daarbij optrad. (EE)
Meer informatie:
Saturn’s rings are a recent addition to the solar system

   
12 december 2017 • Reisdoel New Horizons heeft mogelijk een maantje
De kleine ijsdwerg 2014 MU69 heeft mogelijk een maantje. Die voorzichtige, speculatieve conclusie trekken Amerikaanse planeetonderzoekers op basis van metingen van de vliegende infraroodsterrenwacht SOFIA. 2014 MU69 (pas ruim drie jaar geleden ontdekt) is het volgende reisdoel van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die in de zomer van 2015 op kleine afstand langs de dwergplaneet Pluto en zijn relatief grote maan Charon vloog. Op Nieuwsjaarsdag 2019 zal New Horizons langs het kleine, bevroren hemellichaam scheren, op 6,5 miljard kilometer afstand van de zon, buiten de baan van Pluto. Metingen aan een sterbedekking afgelopen zomer, op 17 juli, lieten eerder al zien dat MU69 langgerekt is (ca. 30 bij 15 kilometer), of uit twee delen bestaat die elkaar vrijwel raken. Voor een week eerder, op 10 juli, was er ook een sterbedekking voorspeld, en SOFIA heeft de betreffende ster toen héél even zien 'uitfloepen'. Dankzij de metingen op 17 juli staat inmiddels vast dat die korte bedekking niet door MU69 zélf veroorzaakt kan zijn geweest. Mogelijk schoof er op 10 juli een klein maantje van de ijsdwerg voor de ster langs. Volgens de onderzoekers, die hun idee opperden tijdens de najaarsvergadering van de American Geophysical Union in New Orleans, zou het bestaan van het maantje ook kunnen verklaren waarom de verre ijsdwerg zich niet altijd exact op de voorspelde positie lijkt te bevinden. Zekerheid over het bestaan van het maantje zullen we echter pas over iets meer dan een jaar hebben. (GS)
Meer informatie:
Does New Horizons' Next Target Have a Moon? (origineel persbericht)

   
12 december 2017 • Supernova produceerde 'bio-elementen'
Met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory, een kolossale ruimtetelescoop die kosmische röntgenstraling waarneemt, is een nieuwe gedetailleerde opname gemaakt van Cassiopeia A - het overblijfsel van een supernova-explosie die vermoedelijk rond 1680 plaatsvond. Een ster die oorspronkelijk ca. 16 maal zo zwaar was als de zon, maar die tijdens zijn korte leven al ruim tien zonsmassa's aan gas de ruimte in had geblazen, spatte vrijwel volledig uiteen, waarbij een hete, uitdijende gasschil werd gevormd. Chandra meet de röntgenstraling van het hete gas, en kan op basis daarvan de samenstelling afleiden. Op deze foto zijn siliciumatomen rood gekleurd, zwavel geel, calcium groen en ijzer paars. Uit deze (en eerdere) metingen blijkt dat er bij de supernova-explosie 10.000 aardmassa's aan zwavel de ruimte in is geblazen, 20.000 aardmassa's aan silicium, 70.000 aardmassa's aan ijzer en maar liefst één miljoen aardmassa's (drie keer de massa van de zon) aan zuurstof. (Zuurstofatomen zijn gelijkmatiger verspreid door de supernovarest en kunnen op de röntgenfoto moeilijk afzonderlijk weergegeven worden.) Behalve zuurstof bevat Cassiopeia A ook grote hoeveelheden koolstsof, stikstof, waterstof en fosfor - de elementen die aan de basis liggen van organische moleculen. (GS)
Meer informatie:
Chandra Reveals the Elementary Nature of Cassiopeia A (origineel persbericht)

   
12 december 2017 • Elektrische koppeling ontdekt tussen ringen en atmosfeer van Saturnus
Er bestaat een sterke elektrische 'koppeling' tussen de bovenste ijle lagen van de dampkring van Saturnus en de ringen van de planeet. Dat blijkt uit metingen van een Zweeds instrument aan boord van de Amerikaanse Saturnusverkenner Cassini, die op 15 september in de planeetdampkring dook en verbrandde. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Science. Tijdens de duik in de Saturnusdampkring verrichtte de Zweedse 'Langmuir-sonde' metingen aan dichtheid, temperatuur, bewegingen, energie en samenstelling van de ionosfeer van de planeet. Die bestaat voornamelijk uit neutraal en geïoniseerd waterstofgas. Grote variaties in de dichtheid van de ionen (positief elektrisch geladen atoomkernen) wijzen uit dat er een uitwisseling van negatief geladen elektronen bestaat met de kleine ijsdeeltjes in de binnenste D-ring van Saturnus, die zelf ook elektrisch geladen zijn. Uit de metingen van de Zweedse sonde blijkt ook dat de brede A- en B-ring van Saturnus een deel van de ionosfeer beschermen tegen de extreem-ultraviolette straling van de zon, waardoor in sommige gebieden op het zuidelijk halfrond van Saturnus minder ionen gevormd worden. (GS)
Meer informatie:
Electrical and Chemical Coupling Between Saturn and Its Rings (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • Jupiters Grote Rode Vlek is 300 km diep
De Grote Rode Vlek in de dampkring van Jupiter reikt tot ca. 300 kilometer diep in de atmosfeer van de reuzenplaneet. Dat blijkt uit metingen van de Microwave Radiometer (MWR) aan boord van de Amerikaanse ruimtesonde Juno, die afgelopen zomer voor het eerst over de gigantische wervelstorm vloog. De hoge windsnelheden in de Grote Rode Vlek zijn het gevolg van het temperatuurverschil tussen die diep gelegen 'basis' en de wolkentoppen van de planeet. De nieuwe resultaten zijn bekend gemaakt op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in New Orleans. Juno kwam op 4 juli 2016 aan in een langgerekte baan rond Jupiter en heeft tot nu toe acht omlopen voltooid. Vlak bij de evenaar van de planeet heeft de ruimtesonde ook een tot dusver onbekende stralingsgordel ontdekt, waarin zich snel bewegende waterstof-, zuurstof- en zwavelionen bevinden. De Grote Rode Vlek wordt sinds 1830 intensief waargenomen, maar bestaat mogelijk al ruim 350 jaar. Wel is het stormsysteem in de afgelopen decennia kleiner geworden; de huidge breedte is ca. 16.000 kilometer, 30 procent groter dan de middellijn van de aarde. De toekomst van de Vlek, die al met kleine amateurtelescopen zichtbaar is, is ongewis. (GS)
Meer informatie:
NASA's Juno Probes the Depths of Jupiter's Great Red Spot (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • Meteoroïden exploderen van binnenuit
Wanneer een steen uit de ruimte (een zogeheten meteoroïde) met hoge snelheid de aardse dampkring binnendringt, is aan de hemel een kortdurend lichtverschijnsel te zien: een meteoor ('vallende ster'). Als de meteoroïde groot genoeg is, veroorzaakt hij zelfs een heldere vuurbol en kan er een restant op aarde terecht komen - een meteoriet. Meteoroïden fragmenteren en verdampen onder invloed van wrijving met luchtdeeltjes. Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter aannemelijk gemaakt dat de grotere exemplaren ook van binnenuit kunnen 'exploderen'. Die conclusie, gepresenteerd op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union en gepubliceerd in Meteorites & Planetary Science, is gebaseerd op gedetailleerde computersimulaties waarbij ook rekening is gehouden met het poreuze karakter van veel meteoroïden. Bij een groot kosmisch brokstuk, zoald de Tsjeljabinsk-meteoriet die in 2013 boven Rusland neerkwam, wordt de lucht vlak vóór het aanstormende projectiel sterk samengeperst, en ontstaat er vlak áchter de meteoroïde een gebied met extreem lage druk. Als gevolg van dat drukverschil zal lucht zich onder hoge druk een weg banen door openingen, barsten en spleten in de ruimtesteen. Als gevolg daarvan kan de indringer uit elkaar spatten, zoals met de Tsjeljabinsk-meteoriet ook daadwerkelijk gebeurde. Volgens de onderzoekers tonen de nieuwe resultaten aan dat de aardse dampkring een betere bescherming tegen binnendringend ruimtepuin vormt dan tot nu toe algemeen werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
New simulations suggest meteors explode from the inside (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • 'Luisteren' naar interstellaire bezoeker 'Oumuamua
Niemand denkt serieus dat de extreem langgerekte interstellaire planetoïde 'Oumuamua een buitenaards ruimteschip is, maar toch wordt vanaf woensdagavond 13 december om 21.00 uur Nederlandse tijd een 'luistercampagne' in gang gezet met de 110-meter grote Green Bank Telescope in de Verenigde Staten. Met de gigantische schotelantenne kunnen mogelijke kunstmatige radiosignalen van het merkwaardige hemellichaam worden opgevangen. 'Oumuamua werd dit najaar ontdekt, kort nadat hij op kleine afstand langs de zon was gevlogen. Uit de extreem hoge snelheid van het zeer langgerekte hemellichaam blijkt dat het afkomstig is van buiten het zonnestelsel. Inmiddels bevindt de donkere, roodgekleurde 'kosmische komkommer' zich alweer op ca. 300 miljoen kilometer afstand van de zon, maar eventuele radioboodschappen kunnen zeker nog gedetecteerd worden. Aanvankelijk zal er tien uur lang naar 'Oumuamua 'geluisterd' worden, verspreid over vier perioden. De campagne wordt bekostigd door Breakthrough Listen, een door miljardair Yuri Milner gefinancierd initiatief om jacht te maken op buitenaardse beschavingen. (GS)
Meer informatie:
Breakthrough Listen to Observe Interstellar Object 'Oumuamua (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • Officiële namen voor nog eens 86 sterren
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft aan 86 sterren een officiële naam toegekend. Eerder waren al 227 sterren van namen voorzien; het totaal aantal sterren aan de hemel met een officiële naam bedraagt nu 313. Bij de toekenning is geput uit traditionele namen van sterren in verschillende culturen, zoals de Chinezen, de Maya's en de Aboriginals. De twee componenten van de heldere dubbelster Mu1 en Mu2 Scorpii heten nu bijvoorbeeld Xamidimura en Pipirima - namen uit Zuid-Afrika en Tahiti. De nabije rode dwergster met de grootste eigenbeweging (verplaatsing aan de sterrenhemel) heet nu officieel 'Barnard's Star', naar de astronoom die de ster vorige eeuw ontdekte. De naam Gienah voor de ster Gamma Corvi (in het sterrenbeeld Raaf) is nu officieel toegekend; de ster Epsilon Cygni in het sterrenbeeld Zwaan, die vaak met dezelfde naam werd aangeduid, heet voortaan Aljanah (Arabisch voor 'de vleugel'). (GS)
Meer informatie:
Astronomers Approve 86 New Star Names from Around the World (origineel persbericht)

   
8 december 2017 • Marsatmosfeer is goed beschermd tegen de zonnewind
Hoewel Mars geen globaal magnetisch dipoolveld kent, zoals de aarde, is de Marsatmosfeer goed beschermd tegen de eroderende werking van de zonnewind – de stroom van geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot. Dat blijkt uit onderzoek met de Zweedse deeltjesdetector ASPERA-3 aan boord van de ruimtesonde Mars Express. Nu is Mars een koude en droge planeet, met een luchtdruk die meer dan honderd keer zo gering is als op aarde. Er zijn echter aanwijzingen dat Mars 3 tot 4 miljard jaar geleden een veel dichtere en nattere atmosfeer had, die een sterk broeikaseffect veroorzaakte. Doorgaans gaan wetenschappers ervan uit dat het grotendeels verdwijnen van deze atmosfeer voor een belangrijk deel moet worden toegeschreven aan de zonnewind. Een analyse van de gegevens van het Zweedse meetinstrument heeft nu echter laten zien dat de zonnewind niet zo’n sterk eroderend effect heeft op de Marsatmosfeer. De extreem-ultraviolette straling van de zon heeft meer invloed. De zonnewind doet niet veel meer dan ionen die al zijn ontsnapt verder versnellen. Deze vaststelling zet de atmosferische ‘boekhouding’ van de jonge planeet Mars op z’n kop. Ondanks dat de zon in haar jeugd meer zonnewind en extreem-ultraviolette straling produceerde, kan Mars de afgelopen 4 miljard jaar geen kolossale hoeveelheden atmosferisch gas zijn kwijtgeraakt. Anders gezegd: de planeet lijkt helemaal geen dichte atmosfeer te hebben gehad. Volgens planeetwetenschapper Robin Ramstad, die op dit onderzoek is gepromoveerd, valt het verlies aan gas wel mee, omdat de zonnewind via inductie elektrische stromen in de geïoniseerde hoge atmosfeer veroorzaakt. Op die manier ontstaat een geïnduceerde magnetosfeer die – anders dan verondersteld – blijkbaar sterk genoeg is om de atmosfeer van Mars te beschermen. (EE)
Meer informatie:
Mars atmosphere well protected from the solar wind (via Phys.org)

   
8 december 2017 • Gunstig jaar voor winterse meteorenzwerm
Op donderdag 14 december vindt het maximum plaats van de Geminiden, de op een na grootste jaarlijkse meteorenzwerm aan de sterrenhemel. De omstandigheden zijn dit jaar bijzonder gunstig. In de nacht van woensdag op donderdag zijn bij helder weer met het blote oog meer dan 100 'vallende sterren' per uur te zien, zegt de Nijmeegse astronoom Marc van der Sluys, die de website hemel.waarnemen.com beheert. 
De Geminiden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini), waar de meteoren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons 's avonds boven de oostelijke en 's ochtends boven de westelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de planetoïde (en mogelijk uitgedoofde komeet) Phaethon. Doordat de aarde in zijn baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze 
meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum. De Geminiden kenmerken zich door hun helderheid, hun gelige kleur en de korte sporen die ze nalaten.

Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben niets met sterren te maken, maar worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat op circa 100 kilometer hoogte in de aardatmosfeer terechtkomt. Door de hoge snelheden van het ruimtepuin wordt de lucht vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Geminiden zijn met circa 125.000 km/uur vrij gemiddeld.

De piek van de Geminiden is met minder dan 24 uur vrij kort, waardoor de Geminiden vaak ongunstig vallen. Doordat het maximum 's nachts rond 5 uur plaatsvindt en de maan tot dat moment onder de horizon staat zijn de astronomische omstandigheden dit jaar ideaal. Volgens hemel.waarnemen.com neemt het aantal meteoren gedurende de nacht toe van circa 80 per uur rond middernacht (kijk naar het zuidoosten) tot meer
dan 100 per uur rond 4 uur (in het zuidwesten). De laatste keer dat de Geminiden zo gunstig vielen was in 2009. Om de meteoren waar te nemen is geen speciale apparatuur nodig; het blote oog, een heldere hemel en warme kleding volstaan. Door een donkere plaats op te zoeken kunnen ook zwakkere meteoren worden waargenomen. 
Meer informatie:
Mogelijk bijzondere Geminiden-sterrenregen in de nacht van 13 op 14 december

   
7 december 2017 • Magnetisch veld van zwart gat is verrassend zwak
Zwarte gaten staan bekend om hun niets ontziende zwaartekracht, waarmee ze complete sterren aan flarden kunnen trekken. In magnetisch opzicht zijn het echter niet zulke grote krachtpatsers, zo blijkt uit onderzoek van het zwarte gat V404 Cygni (Science, 8 december). V404 Cygni bestaat uit een ongeveer 9 zonsmassa’s zwaar zwart gat en een opgezwollen ster die iets minder massa heeft dan onze zon. Een nieuwe meting van het magnetische veld rond het zwarte gat laat een veldsterkte zien van 461 gauss. Deze waarde is ongeveer 400 keer lager dan eerdere schattingen bij soortgelijke ‘dubbelsterren’ hadden aangegeven. De meting is gebaseerd op gegevens die in 2015 zijn verzameld tijdens eens van de schaarse uitbarstingen van (de jets van) het zwarte gat. Deze gebeurtenis werd waargenomen met de 10,4-meter Gran Telescopio Canarias, de grootste enkelvoudige optische telescoop ter wereld. Het zwakke magnetische veld van V404 Cygni roept vragen op over de ontstaanswijze van de jets – de twee bundels van snelle deeltjes die in loodrechte richting uit de accretieschijf rond het zwarte gat ontsnappen. In veel theoretische modellen wordt ervan uitgegaan dat sterke magnetische velden een cruciale rol spelen bij het versnellen van deze deeltjes. Maar blijkbaar zijn die velden helemaal niet zo sterk... (EE)
Meer informatie:
Black holes’ magnetism surprisingly wimpy

   
7 december 2017 • Melkwegstelsel blijft uit de greep van de Virgocluster
Astronomen uit de VS, Israël en Frankrijk hebben de baanbewegingen van sterrenstelsels in de Lokale Supercluster – onze kosmische ‘achtertuin’ – nauwkeuriger dan ooit in kaart gebracht. De driedimensionale kaart toont de bewegingen – ook de toekomstige – van 1400 sterrenstelsels binnen 100 miljoen lichtjaar van de Melkweg. De astronomen hebben een reconstructie gemaakt van hoe de sterrenstelsels zich de afgelopen 13 miljard jaar ten opzichte van elkaar hebben verplaatst. Die onderlinge bewegingen worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de 50 miljoen lichtjaar verre Virgocluster, die 600 biljoen zonsmassa’s aan materie bevat. Tot nu toe hebben zich al meer dan duizend sterrenstelsels bij de Virgocluster aangesloten, en alle sterrenstelsels die zich binnen 40 miljoen lichtjaar van de cluster bevinden zullen dat voorbeeld volgen. Onze Melkweg ligt net buiten de invloedssfeer van de Virgocluster, maar zal over 5 miljard jaar wel samensmelten met het naburige Andromedastelsel. Van de baanbewegingen van de stelsels is behalve een video ook een interactief driedimensionaal model gemaakt. Deze 3D-visualisatie kan naar believen worden gedraaid, vergroot of gepauzeerd om het reilen en zeilen van de sterrenstelsels goed te kunnen bekijken. (EE)
Meer informatie:
Galaxy Orbits in the Local Supercluster

   
7 december 2017 • ESA-ruimtemissies krijgen meer tijd
De wetenschappelijke-programmacommissie van ESA heeft de verlenging van acht wetenschappelijke ruimtemissies waar het Europese ruimteagentschap bij betrokken is goedgekeurd. De levensduur van GAIA, de ESA-ruimtesonde die een miljard sterren in kaart brengt en onderzoekt, is verlengd tot 31 december 2020. Gaia werd in 2013 gelanceerd en haar missie zou aanvankelijk vijf jaar duren. Ook Mars Express, SOHO (zonsonderzoek) en XMM-Newton (röntgenobjecten) gaan in de verlenging. Hun missies zullen tot zeker eind 2020 doorgaan. Integral, die gammastraling uit de ruimte detecteert, krijgt in elk geval nog tot eind 2019 en misschien tot eind 2020. Over een eventuele verlenging van de Cluster-missie, die de magnetosfeer van de aarde onderzoekt, wordt in februari 2018 beslist.Ook de Europe bijdragen aan de gezamenlijke missies met NASA (Hubble-ruimtetelescoop en IRIS) en Japan (Hinode) worden voortgezet. (EE)
Meer informatie:
Green Light for Continued Operations of ESA Science Missions

   
6 december 2017 • Quasar ontdekt op 13 miljard lichtjaar van de aarde
Astronomen hebben een nieuwe quasar ontdekt op recordafstand van de aarde. Zijn licht heeft er bijna 13 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Hierdoor zien we de quasar zoals hij er ‘slechts’ 690 miljoen jaar na de oerknal uitzag. In het centrum ervan schuilt een superzwaar zwart gat van ongeveer 1 miljard zonsmassa’s (Nature en Astrophysical Journal Letters, 7 december). De ontdekking van quasar J1342+0928 is het resultaat van een langlopende zoektocht naar verre quasars, onder leiding van twee astronomen van het Max-Planck-Institut für Astronomie in Heidelberg (Duitsland), onder wie de Nederlander Bram Venemans. Een quasar is de extreem heldere kern van een (ver) sterrenstelsel. Deze kernen ontlenen hun enorme energieproductie aan het superzware zwarte gat dat zich in hun centrum bevindt. Materie die naar zo’n zwart gat toe stroomt, verzamelt zich – voordat zij uiteindelijk wordt opgeslokt – in een zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat. In zo’n schijf lopen de temperaturen dermate hoog op dat de materie een bron van intense straling wordt. Via verre quasars komen astronomen veel te weten over het vroege heelal. Een quasar is immers niets anders dan een helder baken dat door alle materie tussen hem en ons heen schijnt. Hierdoor bevat quasarlicht onder meer informatie over de waterstofatomen die het onderweg is tegengekomen. In het geval van deze verre quasar is gebleken dat zijn omgeving rijk aan neutraal waterstofgas is. Daarmee onderscheidt hij zich van zijn nabijere soortgenoten. Dat is een gevolg van de zogeheten reïonisatiefase van het heelal. Ongeveer 380.000 jaar na de oerknal was het heelal voldoende afgekoeld om neutrale waterstofatomen te vormen. Enkele honderden miljoenen jaren later begonnen de eerste sterren en de accretieschijven rond de eerste zwarte gaten dat gas te ioniseren (te splitsen in protonen en elektronen). Uiteindelijk is bijna al het waterstof in het heelal op die manier geïoniseerd, net zoals ook kort na de oerknal het geval was. Wanneer die reïonisatie precies heeft plaatsgevonden is nog onzeker. De waarnemingen van quasar J1342+0928 laten echter zien dat het ionisatieproces 690 miljoen jaar na oerknal nog niet was afgerond. Waarnemingen met de NOEMA millimetertelescoop in de Franse Alpen en de VLA-radiotelescoop in New Mexico (VS) hebben laten zien dat het sterrenstelsel waar de quasar deel van uitmaakt, ondanks zijn jonge leeftijd, veel zware elementen bevat. Dat betekent dat het al vele generaties van zware sterren moet hebben geproduceerd. Onduidelijk is hoe dit proces zich in zo’n korte tijd kan hebben voltrokken. (EE)
Meer informatie:
The most distant black hole in the cosmos: quasar at a distance of 13 billion light-years discovered

   
6 december 2017 • Grote sterrenstelsels ontstonden vroeg, maar waren wel ‘rommelig’
Bij waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) zijn enkele massarijke sterrenstelsels ontdekt die waarvan het licht er bijna 13 miljard over heeft gedaan om ons te bereiken. Dat wijst erop dat de vorming van relatief grote sterrenstelsels al vroeg in de geschiedenis van het heelal is begonnen (Nature, 7 december). Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat de eerste sterrenstelsels, die slechts enkele honderden miljoenen jaren na de oerknal ontstonden, veel weg zouden hebben van de dwergsterrenstelsels zoals die in het nabije heelal worden waargenomen. Deze samenscholingen van een paar miljard sterren zouden de ‘bouwstenen’ zijn geweest van de grotere sterrenstelsels die het heelal een paar miljard jaar later gingen domineren. Nieuwe ALMA-waarnemingen laten echter zien dat de vormingsgeschiedenis van de zware stelsels al veel eerder op gang kwam. Met ALMA zijn namelijk twee opmerkelijk forse sterrenstelsels ontdekt die al bestonden toen het heelal amper 780 miljoen jaar oud was. Ook is gebleken dat deze stelsels omgeven zijn door een zeer massarijke halo van donkere materie. De onderlinge afstand tussen beide stelsels is dermate gering – kleiner dan de afstand van de aarde tot het centrum van onze Melkweg – dat ze binnen afzienbare tijd zullen samensmelten tot een nog groter sterrenstelsel. Het grootste van de twee produceert nieuwe sterren in een tempo van 2900 zonsmassa’s per jaar. Verder bevat het 270 miljard zonsmassa’s aan gas en bijna 3 miljard zonsmassa’s aan stof. De snelle stervorming is waarschijnlijk het gevolg van de dichte nadering van het iets kleinere stelsel, dat in een iets minder hoog tempo sterren produceert. De twee sterrenstelsels zien er ‘rommeliger’ uit dan de stelsels die we in het nabije heelal zien. Het gas dat in de beide stelsels aanwezig is, wordt blijkbaar zodanig in beroering gebracht, dat zich makkelijk sterren kunnen vormen. (EE)
Meer informatie:
Massive Primordial Galaxies Found Swimming in Vast Ocean of Dark Matter

   
6 december 2017 • Kleimineralen op Mars zijn mogelijk ontstaan door de inwerking van stoom
Planeetwetenschappers van Brown University hebben een nieuwe verklaring bedacht voor de vorming van kleimineralen op de planeet Mars. Ze zouden zijn ontstaan tijdens de vorming van de Marskorst, lang voordat er vloeibaar water was op de planeet (Nature, 7 december). Op Mars zijn op tal van plaatsen phyllosilicaten aangetroffen. Dat zijn mineralen die naast siliciumzouten ook water bevatten. Doorgaans wordt aangenomen dat deze mineralen zijn ontstaan door de interactie van vulkanisch gesteente met vloeibaar water. Aan het nieuwe scenario komt echter geen vloeibaar water te pas. Op basis van laboratoriumexperimenten en computermodellen komen de planeetwetenschappers tot een heel ander scenario. Heel vroeg in de geschiedenis van het zonnestelsel waren Mars en de overige rotsachtige planeten waarschijnlijk bedekt met oceanen van vloeibare magma. Bij afkoeling en stolling van de magma-oceaan op Mars kwamen allerlei gassen vrij, waaronder waterdamp. Hierdoor zou zich een dichte atmosfeer vol stoom hebben gevormd. Het vocht en de warmte van dat ‘stoombad’ kunnen grote delen van het pas gestolde oppervlak in kleivlakten hebben veranderd. Miljarden jaren van vulkaanuitbarstingen en inslaande planetoïden zouden de kleimineralen vervolgens over het Marsoppervlak hebben verspreid. Het nieuwe scenario biedt een oplossing voor een probleem waar planeetwetenschappers al een tijdje mee worstelen. Om de kleivorming aan de inwerking van vloeibaar water toe te kunnen schrijven, moet de jonge planeet Mars langdurig warm en nat zijn geweest. Klimaatmodellen geven echter aan dat dat de temperaturen op Mars destijds maar zelden boven het vriespunt uitkwamen. Met behulp van laboratoriumexperimenten hebben de wetenschappers aangetoond dat basalt onder inwerking van stoom heel snel in klei verandert. Hun berekeningen laten zien dat zich op die manier binnen 10 miljoen jaar een drie kilometer dikke laag klei kan hebben gevormd. Computersimulaties laten zien dat vulkaanuitbarstingen en grote inslagen ertoe zouden leiden dat slechts een paar procent van de oude kleikorst aan de oppervlakte bleef. Dat komt goed overeen met de huidige verdeling van de kleimineralen op Mars. (EE)
Meer informatie:
Clay Minerals on Mars May Have Formed in Primordial Steam Bath

   
6 december 2017 • Eerste licht voor nieuwe Europese ‘planetenjager’ ESPRESSO
Voor de eerste keer ooit kan een instrument het licht van alle vier de VLT-telescopen bij elkaar optellen en daarmee het licht-opvangende vermogen van een 16-meter telescoop evenaren. Dat instrument, de Echelle SPectrograph for Rocky Exoplanet and Stable Spectroscopic Observations (ESPRESSO), heeft onlangs zijn eerste waarnemingen gedaan. ESPRESSO zoekt met ongekende precisie naar exoplaneten door naar de minuscule veranderingen in het licht van hun moedersterren te kijken. ESPRESSO, een zogeheten echellespectrograaf, is de opvolger van het enorm succesvolle HARPS-instrument van de ESO-sterrenwacht op La Silla. HARPS kan snelheden meten met een nauwkeurigheid van ongeveer één meter per seconde, terwijl ESPRESSO, dankzij technologische verbeteringen en zijn installatie op een veel grotere telescoop, een nauwkeurigheid van slechts enkele centimeters per seconde tracht te bereiken. Dat laatste betekent dat ESPRESSO veel lichtere planeten kan opsporen dan zijn voorganger. Dat gebeurt aan de hand van de kleine schommelbeweging zoals sterren waar planeten omheen draaien die vertonen. Hoe minder massa zo’n planeet heeft, des te kleiner is de schommeling. Voor de detectie van kleine rotsachtige exoplaneten is dus een zeer nauwkeurig meetinstrument vereist. Bij zijn eerste waarnemingen heeft ESPRESSO geen nieuwe planeten ontdekt. Hij heeft alleen gekeken naar sterren waarvan al bekend was dat er planeten omheen cirkelen. Daarbij is aangetoond dat ESPRESSO in aanzienlijk kortere tijd data kan vergaren die van vergelijkbare kwaliteit zijn als die van het HARPS-instrument. ESPRESSO zal overigens niet alleen voor de jacht op planeten worden gebruikt. Het instrument kent ook allerlei andere toepassingen. Zo zal de spectrograaf worden ingezet om te testen of de natuurkundige constanten sinds de begintijd van het heelal al dan niet zijn veranderd. Dergelijke kleine veranderingen worden door sommige natuurkundige theorieën voorspeld, maar zijn nooit overtuigend waargenomen. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
5 december 2017 • Twee superaardes ontdekt in baan rond dwergster
Rond de dwergster K2-18, op 111 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw, cirkelen twee zogeheten 'superaardes' - grote, zware broertjes van onze eigen thuisplaneet. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van metingen die zijn verricht met de Europese HARPS-spectrograaf op de La Silla-sterrenwacht in Chili. In 2015 ontdekte de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler een planeet die zich hoogstwaarschijnlijk in de zogeheten bewoonbare zone van de dwergster bevindt - het gebied waar de temperatuur goed is voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak. Deze planeet, K2-18b geheten, heeft een omlooptijd van 33 dagen. Met de Europese HARPS-spectrograaf op de La Silla-sterrenwacht in Chili is nu de massa van deze planeet bepaald. Die kan afgeleid worden uit minieme periodieke schommelingen in de beweging van de ster (naar ons toe en van ons af), veroorzaakt door de zwaartekracht van de planeet. Uit de HARPS-metingen blijkt dat K2-18b een zogeheten superaarde is. Er valt echter niet met zekerheid vast te stellen of het een rotsachtige planeet met een dunne dampkring is of een 'waterplaneet' met een dikke ijslaag. Bij de analyse van de HARPS-metingen ontdekten Canadese astronomen nog een tweede signaal, afkomstig van een ongeveer even zware planeet in een kleinere baan, met een omlooptijd van slechts 9 dagen. De nieuwe resultaten worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Two Super-Earths Around Star K2-18 (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Plaattektoniek mogelijk op Jupitermaan Europa
Op de grote Jupitermaan Europa komt mogelijk plaattektoniek voor. Dat schrijven onderzoekers van Brown University in een artikel in het tijdschrift Journal of Geophysical Research: Planets. Eerder waren al aanwijzingen gevonden voor het bestaan van 'expansie' in de bevroren ijskorst van Europa, vergelijkbaar met het verschijnsel van zeebodemspreiding op aardse oceaanbodems. Nu laten nieuwe modelberekeningen zien dat er op de Jupitermaan ook subductie kan plaatsvinden, waarbij oppervlaktemateriaal de mantel in kan duiken. Op aarde vindt subductie plaats doordat een continentale plaat een relatief hoge dichtheid heeft, en daardoor weg kan zakken in de mantel. Op Europa, waar de 'platen' grotendeels uit stijf bevroren water bestaan, zouden verschillen in zoutgehalte voor de benodigde dichtheidsverschillen kunnen zorgen, aldus de onderzoekers. Onder de ijskorst van Europa bevindt zich een diepe oceaan van vloeibaar water. Het is niet uitgesloten dat daarin micro-organismen leven. Via het proces van subductie kunnen er voedingsstoffen (oxidanten en andere scheikundige verbindingen) vanaf het oppervlak in de ondergrondse oceaan terecht komen. (GS)
Meer informatie:
Research Bolsters Possibility of Plate Tectonics on Europa (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Radiotelescopen brengen hogesnelheidswolken gedetailleerd in kaart
Met grote radiotelescopen in Australië (Parkes) en Duitsland (Effelsberg) is de meest gedetailleerde kaart ooit samengesteld van de verdeling van zogeheten hogesnelheidswolken. Dat zijn wolken van koel neutraal waterstofgas die met snelheden van enkele honderden kilometers per seconde naar ons toe of van ons af bewegen. Tientallen jaren lang is de ware aard van deze wolken onbekend geweest. Inmiddels staat vast dat ze zich op relatief kleine afstand van ons eigen Melkwegstelsel bevinden: minder dan ca. 30.000 lichtjaar. Vermoedelijk gaat het om gas dat door supernova-explosies het Melkwegstelsel wordt uitgeblazen en vervolgens weer terugvalt. Op basis van de nieuwe gedetailleerde kaart, gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, hopen sterrenkundigen meer over de wolken te weten te komen. (GS)
Meer informatie:
Astronomer's Map Reveals Location of Mysterious Fast-Moving Gas (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Jonge aarde veegde meer planetesimalen op dan gedacht
Tijdens het zogeheten 'Late Heavy Bombardment' is er twee tot vijf maal zo veel buitenaards materiaal op de jonge aarde terecht gekomen als tot nu toe werd gedacht. Dat concluderen onderzoekers van het Southwest Research Institute in een artikel in Nature Geoscience, op basis van nieuwe, gedetailleerde modelberekeningen. Na de catastrofale inslag van een protoplaneet ter grootte van Mars, waarbij de maan ontstond, vond gedurende enkele honderden miljoenen jaren een intensief bombardement plaats van kleine en grotere 'planetesimalen' - de restanten van het ontstaansproces van de aardse planeten. Gedurende die periode veegde de jonge aarde als het ware zijn omgeving schoon. Tot nu toe werd aangenomen dat de oorspronkelijke massa van de aarde daarbij met ongeveer een half procent toenam. Die schatting volgt uit de waargenomen concentratie van siderofiele ('ijzerminnende') elementen in de mantel van de aarde, zoals goud, platina en iridium. Bij de nieuwe modelberekeningen is echter rekening gehouden met het feit dat de grootste planetesimalen mogelijk gedifferentieerd waren - een proces waarbij de zwaarste elementen in de kern terecht zijn gekomen. Zo'n metaalrijke kern kan in de nasleep van een inslag gemakkelijker doordringen tot in de kern van de aarde, waardoor er verhoudingsgewijs minder siderofiele elementen achterblijven in de aardmantel. De totale massa aan buitenaards materiaal die tijdens het Late Heavy Bombardment door de aarde is opgeveegd, is tot nu toe dus waarschijnlijk onderschat, en bedraagt volgens de onderzoekers eerder één tot tweeënhalf procent van de aardmassa. (GS)
Meer informatie:
Collisions After Moon Formation Remodeled Early Earth (origineel persbericht)

   
1 december 2017 • Reserve-stuurraketjes van ruimtesonde Voyager 1 doorstaan test
Afgelopen woensdag hebben NASA-technici vier ‘stuurraketjes’ van de ruimtesonde Voyager 1 voor het eerst in 37 jaar weer eens opgestart. Ze bleken nog feilloos te werken. Voyager 1 werd veertig jaar geleden gelanceerd en heeft, na een vluchtig bezoek aan de planeten Jupiter en Saturnus in 1979 en 1980, ons zonnestelsel inmiddels met hoge snelheid verlaten. Om met de aarde te kunnen communiceren is de ruimtesonde afhankelijk van kleine raketjes die ervoor zorgen dat zijn antenne de goede kant op wijst. De nu geteste raketjes aan de achterkant van de ruimtesonde waren sinds 1980 niet meer gebruikt. Nu ze nog prima blijken te werken, is de communicatie met Voyager 1 voor nog eens twee of drie jaar veiliggesteld. De normale standregelraketjes, die steeds minder goed zijn gaan functioneren, worden waarschijnlijk in januari 2018 uitgeschakeld. Vanwege het succesvolle verloop van de test zal NASA mettertijd waarschijnlijk ook zustersonde Voyager 2 op de backup-raketjes laten overschakelen. Het huidige standregelsysteem van deze ruimtesonde, die binnen enkele jaren ook de interstellaire ruimte zal bereiken, werkt echter nog naar behoren. (EE)
Meer informatie:
Voyager 1 Fires Up Thrusters After 37 Years